Tertullianus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tertullianus

Quintus Septimius Florens, beter bekend onder zijn bijnaam Tertullianus (Nederlands, verouderd: Tertulliaan) (ca. 160 - ca. 230) was een belangrijke, maar in sommige opzichten ook omstreden, kerkvader. Over zijn leven is weinig bekend. Hij is in de kerkgeschiedenis vooral van betekenis als verdediger van de christenen tegen de heidenen. Het apologeticum, een document waarin hij de christenen verdedigt tegen de laster van het klassieke heidendom, is zijn bekendste werk. Ook heeft hij belangrijke bijdragen geleverd aan de formulering van theologische begrippen zoals Triniteit, Persoon, Wezen, etc. Het christen-pacifisme beroept zich op Tertullianus' afwijzing van het toelaten van militairen tot het christendom.

Leven[bewerken]

Tertullianus is geboren in Carthago, een Noord-Afrikaanse stad in het huidige Tunesië, als zoon van een Romeinse officier (centurio). Vermoedelijk is hij ook een ver familielid van Arius. Rond het jaar 190, op ongeveer 30-jarige leeftijd, bekeerde hij zich tot het christendom. Het is niet onwaarschijnlijk dat de moed der christenen (bijvoorbeeld bij de marteldood) een diepe indruk op hem maakte en hem heeft gebracht tot aanvaarding van het christelijk geloof. Daarnaast was Tertullianus ook onder de indruk van de strenge zedelijke moraal onder de christenen en sprak hun visie op de hemelse toekomst hem bijzonder aan. Hij vertrok na zijn bekering naar Rome en studeerde klassieke vakken zoals Grammatica, Recht en Rhetorica en werkte als advocaat. Circa 195 keert hij, als vurig en hartstochtelijk belijder van de christelijke leer, terug naar Carthago. Veel van zijn, ook nu nog beschikbare, geschriften worden gekenmerkt door een juridische betoogtrant. Zijn werken bevatten veel strijdschriften tegen de Joden, tegen de Gnostiek, tegen Marcion, tegen verschillende ketterijen en tegen te grote haast bij het dopen van kleine kinderen. Ook heeft hij het opkomende christendom tegen de aanvallen van de heidenen verdedigd.

Werken[bewerken]

Codex Balliolensis van Terullianus

Ruim 30 geschriften van Tertullianus zijn bewaard gebleven. In de eerste tijd na zijn bekering in 190 hield hij zich in zijn geschriften vooral bezig met persoonlijke (onder andere: De Pallio, De Patienta, Ad Uxorem) en catechetische onderwerpen (onder andere: De Spectaculis, De Idololatria, De Testimonio Animae, De Baptismo). In 197 schreef hij zijn eerste apologetische werk. Tertullianus wilde een groot apologetisch werk schrijven, maar de oplaaiende vervolgingen van christenen deden hem van plan veranderen. Uit het verzamelde materiaal schreef hij een bondige verdediging van het christelijke geloof: Apologeticum. Dit belangrijkste geschrift dat hij geschreven heeft werd aan de overheden in de Noord-Afrikaanse provincie overhandigd. Het geschrift is een pleidooi ten gunste van de vervolgde christenen. Het is tevens een vlijmscherpe, in juridische formuleringen gegoten aanval op het heidendom. Soms is de spot met de heidense beschuldigingen tastbaar aanwezig:

Als de Tiber tegen de wallen oprijst, als de Nijl de velden niet onder water zet, als de hemel gesloten is, als de aarde beeft, als er hongersnood heerst, als er ziekte woedt, dadelijk hoort men schreeuwen: "De christenen voor de leeuw. Wat moet die ene leeuw met al die christenen?"

Daarnaast tracht hij aannemelijk te maken dat het christendom en het Romeinse Rijk geen natuurlijke vijanden zijn:

Er bestaat voor ons nog een andere, nog grotere noodzaak, om te bidden voor de keizers en tevens voor de voorspoed van het rijk en de macht van Rome; wij weten namelijk, dat de grote catastrofe, welke de gehele wereld te wachten staat en het einde der tijden zelf, dat ons bedreigt met afschuwelijke rampen, vertraagd wordt door het uitstel dat aan het Romeinse Rijk verleend wordt. Dit einde nu wensen wij niet te beleven en terwijl wij bidden dat het uitgesteld wordt, werken wij mee aan de lange duur van het Romeinse Rijk. [1]

Tijdens de heftige Christen-vervolgingen onder Commodus (180-192) en Septimius Severus (193-211) schrijft Tertullianus een bemoediginggeschrift (Ad Martyras) aan de christenen die zich in de gevangenis bevinden en soms als martelaar sterven. In het jaar 202 ondergaan Perpetua en Felicitas, twee vrouwen, in Carthago de marteldood. De schrijfstijl van Tertullianus valt op. Hij schrijft geëngageerd, helder, en polemisch.

Montanisme[bewerken]

Ergens tussen 207 en 213 werd Tertullianus lid van de sekte der Montanisten. Hij verdedigde deze sekte in de vroege kerk met inzet van zijn gehele persoon. Tertullianus is in hoge ouderdom gestorven, ergens tussen 220-240. Zijn grote verdienste ligt daarin dat hij de christelijke theologie in verband bracht met de Latijnse wereld. Hij vertaalde ook talrijke christelijke teksten uit het Grieks in het Latijn. Voor vele bijbels-griekse woorden heeft hij Latijnse equivalenten gesmeed. Vele latere verklaringen van het Onze Vader zijn ten diepste van hem afhankelijk. Zijn belangrijkste werk, het Apologeticum, is later in het Grieks vertaald. Het kwam niet veel voor dat Latijnse werken in het Grieks werden vertaald.

Theologische begrippen[bewerken]

Door zijn krachtige en heldere Latijnse schrijfstijl en het gegeven dat hij de eerste kerkvader was die schreef in het Latijn, leidt ertoe dat hij geldt als de schepper en vader van het Kerklatijn. Hij bedacht bijvoorbeeld het woord Trinitas voor de drie-eenheid van het goddelijk wezen. De begrippen en formuleringen van Tertullianus zijn in de latere theologische ontwikkeling (bijvoorbeeld op het Concilie van Nicaea) van groot belang. Tertullianus noemde Vader, Zoon en Heilige Geest: tres personae (drie personen). Toch zijn de drie personen één. Hij sprak van una substantia (één wezen). God bestaat dus in één wezen en drie personen. Una substantia en tres personae zijn begrippen die Tertullianus introduceerde om het geheim van de christelijke godsgedachte op woorden te brengen. De doordenking van de drie-eenheid, een centraal leerstuk in het christelijk belijden, gaat goeddeels terug op het werk van Tertullianus. Ook op het terrein van de Christologie heeft Tertullianus veel bijgedragen. Volgens de christologie van Tertullianus is Christus een waar mens maar tegelijk ook waar God. Christus is God en mens tegelijk. Tertullianus wees erop dat tussen de godheid en de mensheid van Christus onderscheiden moet worden. Ze mogen echter niet van elkaar worden gescheiden. De godheid en de mensheid zijn in de persoon van Christus verenigd, maar niet vermengd. Door zijn formuleringen en door het smeden van begrippen voor de theologie heeft hij veel invloed uitgeoefend in de christelijke kerk. Zijn invloed is vooral merkbaar in de werken van Cyprianus en Augustinus. Tertullianus is ook van grote invloed geweest op de kerk in het westen. Door de heilsboodschap primair in juridische termen zoals voldoening, verzoening, genoegdoening en recht Gods te vatten heeft hij een stempel gezet op de westerse theologie.

Veroordeling van de krijgsdienst[bewerken]

De theoloog Gerrit Jan Heering beroept zich in de Zondeval van het Christendom onder meer op Tertullianus om de afwijzing van de dienstplicht en een militaire loopbaan door het christelijk pacifisme te herleiden tot het vroege christendom. "Geen christen-schrijver van de oude tijd heeft zich zo scherp tegen het militarisme gekeerd als deze temperamentvolle apologeet, zelf officierszoon. (...) Het heeft geen zin zegt hij, om te redeneren hoe een soldaat zich moet gedragen, wat hij mag doen en wat niet. 'Vóór alles moet men onderzoeken, of christenen wel soldaat mogen worden; want welke waarde heeft het, over bijzaken te spreken, wanneer het onrecht reeds ligt in de vooronderstelling? Houden wij het voor geoorloofd een eed aan het menselijk vaandel af te leggen, nadat wij de eed aan God hebben afgelegd, en ons na Christus nog aan een andere heer te verbinden? Is het geoorloofd, met het zwaard om te gaan, terwijl toch de Heer verklaard heeft, dat door het zwaard zal omkomen wie het zwaard grijpt? Zal de zoon des vredes oorlog mogen voeren, terwijl hem zelfs het procederen verboden is? Zal hij mogen binden, kerkeren, folteren en executeren, terwijl hij niet eens geleden onrecht mag vergelden?'" (Tertullianus, De Corona, cap. II) Heering, een van de oprichters van Kerk en Vrede, wijst erop dat Tertullianus stellig vindt dat - in die periode van het Romeinse Rijk - een soldaat die christen wilde worden uit het leger hoorde te treden. [2]

Waardering[bewerken]

Zijn ascetische visie leidde er toe dat hij zich aan het einde van zijn leven heeft afgewend van de Orthodox-christelijke Kerk. Hij sloot zich aan bij de rigoureuze sekte van de Montanisten. Rond 210 werd hij zelfs leider van de lokale Montanisten. In de Oriëntaals-orthodoxe en Oosters-orthodoxe Kerken wordt Tertullianus niet positief beoordeeld. Zijn denkwijze, die zich nog krachtiger voortzet bij Augustinus, is mede een oorzaak voor het grote Schisma in 1054.

De Rooms-katholieke Kerk rekent Tertulianus niet tot de kerkvaders omdat hij tenslotte bij de sekte van de Montanisten terecht kwam. Calvijn en in zijn voetspoor de protestanten rekenen Tertulianus wel tot de kerkvaders. Zijn betekenis is in ieder geval voor de christelijke theologie heel groot geweest.

Over het leven van Tertullianus is verder weinig bekend. Het enige wat wij weten komt goeddeels uit zijn nagelaten werken.

Werken[bewerken]

Tertullianus heeft veel geschreven. Ongeveer 30 geschriften zijn bewaard gebleven. Globaal kunnen we zijn werk indelen in vier categorieën:

  • apologetische geschriften: hier kunnen we noemen zijn Apologeticum, zijn beste geschrift. Verder nog: over het getuigenis van de ziel.
  • polemische geschriften: Tertullianus heeft met allerlei stromingen en mensen gepolemiseerd. Hij schreef onder andere werken tegen: de Joden, Marcion, Valentinus, Hermogenes, Praxeas. Vooral zijn werk tegen Praxeas is belangrijk voor zijn gedachten over de Triniteit.
  • leerstellige geschriften: Over de doop en over de ziel.
  • praktische geschriften: Over gebed, over geduld, over boete, over vlucht tijdens vervolgingen, over de soldatenkrans.

Bronnen[bewerken]

  1. Kroniek van de Mensheid, Uitgeverij Agon, Tweede Druk, pagina 115
  2. Prof. dr. G.J. Heering, De Zondeval van het christendom. Een studie over christendom, staat en oorlog, (Utrecht: Erven J. Bijleveld, 1953). Pag. 37

Externe links[bewerken]