The Mote in God's Eye

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
The Mote in God's Eye
Auteur(s) Larry Niven en Jerry Pournelle
Land Verenigde Staten
Taal Engels
Genre Sciencefiction
Uitgever Simon and Schuster
Uitgegeven 1974
Medium print (hardcover en paperback)
Pagina's 537
ISBN-code 0-671-21833-6
Vervolg The Gripping Hand
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

The Mote in God's Eye ("De splinter in Gods Oog", 1974) is een sciencefictionroman van de Amerikaanse schrijvers Larry Niven en Jerry Pournelle. In dit verhaal wordt de ontmoeting van de mensheid met een buitenaards ras beschreven.

Het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

In het jaar 3017 herstelt de mensheid zich van een verwoestende interstellaire oorlog die het Keizerrijk van de Mensheid heeft vernietigd. Een Tweede Keizerrijk is gesticht, en probeert het gezag van het Eerste Keizerrijk te herstellen.

Interstellaire reizen zijn mogelijk door warptechnologie, de Aldersonaandrijving. Deze aandrijving kan echter slechts op bepaalde punten in zonnestelsels worden gebruikt. Een ruimteschip moet dus eerst naar zo'n Aldersonpunt reizen, vanwaar het kan "springen" naar een Aldersonpunt in een ander zonnestelsel.

Commandant Lord Roderick Blaine krijgt het bevel over de Imperiale slagkruiser McArthur wanneer de kapitein de orde moet herstellen op de kleine planeet New Chicago. Hij krijgt tevens opdracht een zekere Horace Hussein Bury te interneren en naar de hoofdstedelijke planeet Sparta te brengen, aangezien Bury wordt verdacht van het aanstichten van de rebellie voor zijn eigen gewin. Blaine wordt hiervoor gekozen omdat hij zo rijk is dat hij niet omkoopbaar is. Een andere passagier is Lady Sandra Bright "Sally" Fowler, een nicht van een senator die door de rebellen gevangen was genomen.

De tocht naar Sparta leidt door het Nieuw-Caledonië stelsel, waar een buitenaards ruimtevaartuig is waargenomen. De McArthur krijgt opdracht dit te onderscheppen. Het ruimteschip ziet er zeer vreemd en asymmetrisch uit, en maakt gebruik van een zonnezeil. Met deze techniek heeft het 150 jaar geduurd om van het ene stelsel naar het andere te reizen. De piloot is dood, en ziet er vreemd uit. Hij heeft twee kleine rechterarmen en een enorme linkerarm, die zonder schouderblad aan zijn hoofd is gegroeid.

De Kolenzaknevel ziet er vanuit Nieuw-Caledonië uit als een man met een kap op zijn hoofd. Een rode reus, Murcheson's Oog, bevindt zich op de plaats van het oog. Vlak bij deze reus is een andere zonachtige ster, die, wegens de nabijheid van het oog, de Splinter in Gods Oog wordt genoemd. Het ruimteschip is afkomstig van deze ster, en de aliens worden dan ook Splinters genoemd. Een expeditie wordt ondernomen naar deze ster. De McArthur neemt hieraan deel, samen met de grotere Lenin. Het Aldersonpunt bevindt zich in de buitenlagen van de rode reus, maar gelukkig bezitten beide schepen beschermende krachtvelden, genaamd Langstonvelden, die de ruimtekruisers tijdelijk kunnen beschermen tegen de hoge temperaturen. Het idee is dat de McArthur het contact met de Splinters handhaaft terwijl de Lenin zich afzijdig houdt.

Aangekomen in het Splinterstelsel wordt al vrij snel contact gemaakt. De Splinters blijken vrij vriendelijk, vooral de bruine en bruinwitte soorten. Hun technologie blijkt op veel punten superieur aan die van de mensheid, al bezitten ze geen Langstonvelden. De Aldersonaandrijving kennen ze wel, maar omdat het enige Aldersonpunt naar de rode reus leidt kunnen ze niet uit hun zonnestelsel ontsnappen. Zonder Langstonveld wordt ieder schip dat 'warpt' uit het Splinterstelsel immers in het inwendige van de ster vernietigd zonder dat de achterblijvers enig idee hebben wat ermee is gebeurd. Om de zon Splinter draaien drie planeten: Splinter Alpha, de dichtbevolkte thuiswereld van de Splinters, en Splinter Beta en -Gamma, gasreuzen met in de Trojaanse punten bewoonde astroiden.

Splinters zelf hebben een maatschappij die in kasten is ingedeeld. Iedere kaste wordt gevormd door een aparte subsoort. De witte Meesters vervullen leidende en administratieve functies. Verder bestaan er Diplomaten die als spreekbuis functioneren. Ingenieurs ontwerpen of repareren apparaten. Dokters houden zich bezig met het lichamelijk welzijn van de Splinters en hygiëne. Boeren, Boodschappers, Instrumentenmakers, Verhuizers en Krijgers zijn halfintelligente kasten die gehoorzaam zijn aan de hogere kasten. De Instrumentenmakers of 'kaboutertjes' zijn kleine halfintelligente Splintertjes die echter technische genieën zijn en door de bruine Ingenieurs als hulpjes wordt gebruikt. Er blijken ook Krijgers te zijn, agressieve supersoldaten die hun menselijke equivalenten veruit overtreffen. Krijgers gehoorzamen slechts (hun eigen) Meesters. Het bestaan van de Krijgers wordt door de Meesters angstvallig voor de mensen geheimgehouden. Iedere coalitie van Meesters heerst over een eigen gebied, vergelijkbaar met landen op Aarde, hoewel Meesters ook kleinere eenheden zoals gebouwen of ruimteschepen besturen. Zo blinkt iedere soort uit in een bepaalde taak en is daarin veruit superieur aan mensen, maar is vrij onbruikbaar voor andere taken. Zo zal een Boer geen apparaten kunnen repareren en is een Ingenieur waardeloos in de strijd.

Meegenomen Instrumentenmakers veroorzaken op de McArthur een ware plaag. Het blijkt dat ze zich in een zeer hoog tempo voortplanten. Aanvankelijk houden ze zich schuil in verborgen holtes waarbij ze apparaten repareren en verbeteren als voedsel voor ze wordt klaargelegd (vandaar hun bijnaam 'kaboutertjes'). Al snel wijzigen ze technologie in het schip naar hun eigen behoefte en overspoelen ze het schip. Ze vormen rivaliserende benden die leven van ratten die worden "gehouden" in het ruim. De voedseltekorten dwingen de Instrumentenmakers de strijd met elkaar aan te gaan en de bemanning komt hier tussenin te staan. De McArthur wordt uiteindelijk verlaten en vernietigd, om te voorkomen dat menselijke technologie in handen van de Splinters valt. Een klein groepje overlevenden lukt het niet de Lenin tijdig te bereiken en ziet zich gedwongen met een landingssonde van de McArthur naar Splinter Alpha af te dalen.

Dit geldt voor alle Splintersoorten te gelden. Ze veranderen namelijk constant van geslacht, maar kunnen pas mannelijk worden als ze een kind hebben gekregen. Als een Splinter niet de kans krijgt weer man te worden sterft zij door het overschot aan vrouwelijke hormonen. Wanneer zij dus niet eens in de zoveel tijd zich voortplanten, sterven ze. Dit leidt ertoe dat hun beschaving zogenaamde Cyclussen kent. De bevolkingsgroei leidt namelijk onherroepelijk tot voedseltekorten, hongersnood en uiteindelijk een wereldoorlog. Deze wereldoorlog vernietigt de Splinterbeschaving waarna de overlevenden de Cyclus van voren af aan starten. Hierdoor is de Splinterplaneet, Splinter Alpha, zwaar vervuild en getekend. De Splinters geloven dat er een mythische figuur is, Gekke Gerrit, die de Cycli tracht te doorbreken. Maar tot heden is dat nog niet gelukt. Pogingen om door chemische behandelingen of infanticide de Cycli te doorbreken zijn altijd mislukt, omdat de Meesters die dit deden uiteindelijk een numeriek nadeel kregen ten opzichte van concurrerende Meesters. Het drama op de McArthur is derhalve een voorproefje van de Cycli die de Splinters doormaken.

De Splinters zijn derhalve helemaal niet zo vredelievend en worden als gevaar gezien. Mochten ze uitbreken dan zouden ze aanvankelijk werelden buiten het Keizerrijk koloniseren. Door hun reproductieve tempo zouden ze echter al snel een numeriek overwicht krijgen en bovendien gedwongen zijn zich uit te breiden ten koste van de mensheid. De confrontatie zou door de superieure technologie gewonnen worden door de Splinters. De Splinters zijn zo aardig omdat een coalitie van Meesters hoopt te ontdekken hoe het komt dat de menselijke ruimteschepen wel kunnen 'warpen' en de Splinterschepen niet. Uiteindelijk hopen ze uit het Splinterstelsel te ontsnappen. De tijd dringt voor de Splinters want hun beschaving bevindt zich aan het einde van een Cyclus: de technologie is op het hoogtepunt en de planeet is overbevolkt. Ieder moment kunnen de hongersnoden aanbreken die de onvermijdelijke wereldoorlog en vernietiging zullen aankondigen.

Een aantal Splinters en 1 Meester, 'Koning Peter', is het hier niet mee eens. Zij denken dat een uitbraak slechts de Cycli zal vertragen. Wanneer de mensheid is overwonnen zullen de Splinters immers de hele Melkweg koloniseren, maar elkaar ondertussen bevechten. Het heelal zal onafgebroken in oorlog zijn en dat weigeren ze te accepteren. Ze willen daarom de van de McArthur afgedaalde bemanningsleden beschermen terwijl de coalitie van Meesters hen wil doden omdat ze te veel hebben gezien. Ook willen ze de mensen via hen waarschuwen. Dit mislukt: de coalitie stuurt Krijgers op de mensen af, ze worden gedood, en als 'vermist' opgegeven. De coalitie van Meesters stuurt twee ambassadeurs en een gesteriliseerde Meester met de Lenin mee naar Sparta. Zij zullen onderhandelen over het eventueel toewijzen van werelden waar Splinters zich zouden mogen vestigen. De Lenin vertrekt naar Sparta, onwetend van het vreselijke geheim van de Splinters.

Onderweg komt Blaine echter alsnog zelfstandig tot de conclusie dat de Splinters gevaarlijk zijn, onder andere doordat het oorspronkelijke ruimteschip met lichtzeil van iedere soort een zwanger exemplaar aan boord had, waaronder een Krijger. Het Keizerrijk breekt de onderhandelingen af en nu overweegt men de Splinters volledig uit te roeien. Er is nog steeds weerstand tegen het uitroeien van een intelligent broederras, maar de angst overheerst dat de Splinters in de verre toekomst de mensheid zullen overspoelen en vernietigen wanneer ze worden vrijgelaten. Het Keizerrijk reageert echter met een blokkade: ruimteschepen patrouilleren in Murchesons Oog en vallen ieder Splinterschip aan. Maar men realiseert zich dat deze oplossing hooguit tijdelijk kan zijn...

Prijzen en nominaties[bewerken | brontekst bewerken]

  • Genomineerd voor de Nebula Award voor “Beste Roman” in 1975.
  • Genomineerd voor de Hugo Award voor “Beste Roman” in 1975.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]