Theobald von Bethmann Hollweg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Theobald von Bethmann Hollweg
Theobald von Bethmann-Hollweg Portrait.jpg
Geboren 29 november 1856
Hohenfinow , Brandenburg
Overleden 1 januari 1921
Hohenfinow, Brandenburg
Politieke partij Geen
Partner Martha von Pfuel
Handtekening Handtekening
5e Rijkskanselier van Duitsland
Aangetreden 14 juli 1909
Einde termijn 13 juli 1917
Voorganger Bernhard von Bülow
Opvolger Georg Michaelis
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Theobald Theodor Friedrich Alfred von Bethmann Hollweg (Hohenfinow, Brandenburg, 29 november 1856 - Hohenfinow, 1 januari 1921) was een Duits politicus ten tijde van het Duitse Keizerrijk. Van 1909 tot 1917 was hij de Rijkskanselier. Vòòr 1914 poogde hij de al lange tijd gespannen situatie met Engeland te ontspannen, maar door zijn steun aan het opstarten van het Schlieffenplan, waarbij de neutraliteit van België zou worden geschonden, nam hij op de koop toe dat Groot-Brittannië nu aan de zijde van Frankrijk en Rusland aan de Eerste Wereldoorlog deel ging nemen. Hij was van 1909 tot 1917 naast rijkskanselier ook Pruisisch minister-president en staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. Hij leidde deze ministeries ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, maar werd onder druk van het militair opperbevel (vooral druk die uitgeoefend werd door Erich Ludendorff, die later gesteund werd door Paul von Hindenburg) door keizer Wilhelm II op 13 juli 1917 uit zijn functies ontheven.

Politieke carrière[bewerken]

Na zijn studie werd hij ambtenaar. Toen hij 30 jaar was, werd hij reeds benoemd tot landraad van zijn eigen district Oberbarnim. Op 1 juli 1899 werd hij tot Regierungspräsident van Bromberg benoemd en in oktober van datzelfde jaar werd hij regeringsleider van de provincie Brandenburg. Van 1905 tot 1907 was hij Pruisisch minister van Binnenlandse Zaken.

Kanselierschap[bewerken]

Op 14 juli 1909 volgde Bethmann Hollweg Bernhard von Bülow op als Rijkskanselier van het Duitse Rijk. Tijdens zijn kanselierschap voor de Eerste Wereldoorlog, zette hij zich in om tot overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk te komen. Tot 1912 bemoeide hij zich met het vlootverdrag door dit te verbinden met een neutraliteitsverdrag dat tussen Groot-Brittannië en Duitsland gesloten diende te worden. Toen in 1912 dit niet doorging, probeerde hij de Britten met andere middelen te paaien om het bestaande coalitiesysteem in Europa af te schaffen. Dat bestond toen uit Engeland en zijn bondgenoten versus Duitsland en zijn bondgenoten. Ook dit mislukte.

Voor zijn politiek in de julicrisis 1914, toen de Oostenrijkse troonopvolger werd vermoord in Sarajevo, was zijn vrees voor de toegenomen macht van Rusland bepalend. Hij geloofde dat Rusland Europa vanaf 1917 zou gaan domineren op economisch en militair gebied, en dat daarmee van een Duitse hegemonie in Europa, laat staan een Duitse wereldpolitiek, geen sprake meer kon zijn. Tijdens de julicrisis poogde hij een diplomatiek succes te bereiken met Oostenrijk-Hongarije, waarmee de zogenaamde "middenmachten" bestand waren tegen de toekomstige hegemonie van Rusland.

Hierbij calculeerde hij vanaf het begin van de crisis al een (algemene) oorlog in om deze gelegenheid aan te grijpen om met Rusland af te rekenen nu dat, althans volgen hem, nog kon. Zijn plan was, in het westen defensieverdragen te sluiten, waardoor Groot-Brittannië neutraal bleef en wellicht ook Frankrijk zich dan afzijdig zou houden, en in het oosten Rusland aan te vallen. Dat de Generale Staf, de Oberste Heeresleitung, hiervoor geen plannen had en zich wilde houden aan het Schlieffenplan (eerst Frankrijk verslaan en dan pas met Rusland afrekenen), ervoer hij pas kort voor het begin van het uitbreken van de oorlog. Hij was te zwak om de keizer en de chef-staf (Von Moltke) tegemoet te treden en zich tegen het plan te verzetten. In augustus 1914 viel Duitsland, via België, Frankrijk aan en begon de Eerste Wereldoorlog. Aanvankelijk leek de oorlog voor Duitsland voorspoedig te verlopen en in de algemene euforie diende Bethmann Hollweg in september 1914 het zogenaamde "Septemberprogramm" in, een voorstel voor de herindeling van Europa na de (toen nog als vanzelfsprekend verwachtte) 'aanstaande overwinning' van de Duitsers en hun bondgenoten. Maar iets later, tegen kerstmis 1914, was duidelijk geworden dat een snelle Duitse overwinning er niet meer inzat. Gedurende de volgende jaren werd Bethmann Hollweg, en met hem ook de Rijksdag, steeds meer buiten spel gezet door de Generale Staf, vooral toen Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff daarvan de leiding hadden gekregen. Zelfs keizer Wilhelm II had op het laatst niks meer in te brengen.

Ontslag[bewerken]

Tegen augustus 1918 besefte de Duitse legerstaf dat een overwinning onmogelijk was geworden en dat er onderhandeld moest worden met de geallieerde tegenstanders. Bethmann Hollweg was voor de partijen in het Duitse parlement om over vrede te praten met de Geallieerden niet acceptabel, omdat hij al te lang op deze post zat en zeer zwak optrad tegen de opperste legerleiding. In een telegram van de opperbevelhebber Ludendorff aan de keizer dreigde deze dan ook met zijn aftreden, als Bethmann Hollweg niet ontslagen zou worden. Hierin werd hij later gesteund door Paul von Hindenburg. De keizer had geen keus, en ontsloeg de rijkskanselier in juli 1917. Ook zijn opvolger, Georg Michaelis, werd benoemd door invloed vanuit het opperbevel. In november 1918 had Duitsland de oorlog verloren en was door de novemberrevolutie de monarchie afgeschaft en een Duitse republiek opgericht.

Na de oorlog[bewerken]

Nog een keer kwam Bethmann Hollweg in het nieuws toen hij in 1919 zichzelf aanbood om, in plaats van ex-keizer Wilhelm II, terecht te staan voor oorlogsmisdaden bij het oorlogstribunaal van de Entente omdat hij vond dat hij als Rijkskanselier politiek verantwoordelijk was voor het uitbreken van de oorlog in 1914. Zijn verzoek werd genegeerd. Hij overleed op 1 januari 1921 aan een longontsteking.

Persoonlijk[bewerken]

Bethmann Hollweg was in 1889 gehuwd met Martha von Pfuel (1865-1914) een nicht van Ernst von Pfuel. Het echtpaar kreeg drie zoons en een dochter. Een zoon stierf als kind. De oudste zoon Friedrich (1890-1914) sneuvelde in de oorlog. Martha was in mei 1914 al overleden. Bethmann Hollweg werd overleefd door zijn dochter Isa (1894–1967), in 1915 gehuwd met de diplomaat Julius Graf von Zech-Burkersroda, en zijn zoon August Felix (1898-1972).

Externe link[bewerken]


Voorganger:
Heinrich Karl Julius von Achenbach
Eerste president van Brandenburg
1899-1905
Opvolger:
August von Trott zu Solz
Voorganger:
Hans von Hammerstein-Loxten
Minister van Binnenlandse Zaken van Pruisen
1905-1907
Opvolger:
Friedrich von Moltke
Voorganger:
Victor von Podbielski
Minister van Landbouw van Pruisen
1906
Opvolger:
Bernd von Arnim-Criewen
Voorganger:
Arthur von Posadowsky-Wehner
Secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken
Regering-Bülow
1907-1909
Opvolger:
Klemens Delbrück
Voorganger:
Arthur von Posadowsky-Wehner
Vicekanselier
1907-1909
Opvolger:
Klemens Delbrück
Voorganger:
Bernhard von Bülow
Rijkskanselier
Regering-Bethmann Hollweg
1909-1917
Opvolger:
Georg Michaelis
Voorganger:
Bernhard von Bülow
Minister-president van Pruisen
1909-1917
Opvolger:
Georg Michaelis