Theory of mind

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Theory of mind (ToM) is het vermogen om een beeld te vormen van het perspectief van een ander en indirect ook van zichzelf vanuit het besef dat de eigen opvattingen, verlangens en emoties kunnen afwijken van die van een ander. Het is daarom een noodzakelijke vaardigheid om bijvoorbeeld empathisch te kunnen zijn.

Theory of mind wordt bestudeerd in de psychologie, psychiatrie en de filosofie van de geest.

Autisme[bewerken]

Theory of mind is een onderwerp van veel onderzoek en theorievorming binnen de psychologie. Met name op het gebied van autisme wordt verondersteld dat theory of mind een essentiële rol speelt: verondersteld wordt dat mensen die gediagnosticeerd zijn met autisme mogelijk beperkte vermogens tot theory of mind hebben, waardoor ze zich minder kunnen inleven in wat een ander denkt of voelt. Onbekend is nog wat de mechanismen zijn die leiden tot dit tekort en hoe dit door middel van behandeling verbeterd zou kunnen worden.

De theory of mind start in de peuter-kleutertijd (vanaf 2-3 jaar). Het kind begrijpt percepties, emoties en wensen. De volgende fase is van 4 tot 5 jaar waarin het kind te maken krijgt met false beliefs, onderschatting wanneer mentale activiteit plaatsvindt en het rapporteren over eigen gedachten is gebrekkig. Vanaf 5-jarige leeftijd wordt het kunnen denken gewaardeerd door het kind en het verstand wordt actief betrokken bij kennis en verwerking.

Theory of mind (ToM) en relational frame theory (RFT)[bewerken]

Een theorie die gelinkt wordt aan theory of mind is de relational frame theory (RFT), een psychologische theorie over de rol van taal in cognitie en gedrag. Binnen relational frame theory wordt verondersteld dat het aanleren van deiktische frames ervoor zorgt dat mensen perspectief kunnen ervaren ten opzichte van persoon (ik tegenover jij), tijd (toen/straks tegenover nu) en ruimte (hier tegenover daar). Verondersteld wordt dat relational frame theory en theory of mind veel raakvlakken hebben.[1]

Theory of mind en simulatietheorie[bewerken]

Simulatietheorie wil zeggen dat het waarnemen van andermans gedrag en emoties dezelfde mechanismen (in hersenen) activeert die ook bij productie van eigen gedrag en emoties zijn betrokken.[2] Het bestaan van zogeheten spiegelneuronen wordt wel gezien als een bevestiging van simulatietheorie.

Varia[bewerken]

De psycholoog Jesse Bering maakte in zijn boek The God Instinct[3] uitvoerig gebruik van de theory of mind. Hij verklaarde met behulp van dit fenomeen waarom we ons leven denken in termen van doel en bedoeling, waarom we 'tekens' zien waar die er niet noodzakelijk zijn en waarom we geloven in de onsterfelijkheid van ons geestelijk leven.