Thermidoriaanse Reactie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
9 Thermidor (door Valery Jacobi, 1864), de laatste nacht van Robespierre.

De Thermidoriaanse Reactie was een staatsgreep tijdens de Franse Revolutie tegen het Schrikbewind. Het werd geactiveerd door een beslissing van de Nationale Conventie om Maximilien Robespierre, Louis Antoine Saint-Just en vele anderen te executeren. Prominente figuren in de coup waren Paul Barras, Joseph Fouché en Jean-Lambert Tallien. Het maakte een einde aan het radicale tijdperk van de revolutie.

De term komt van 9 Thermidor II (27 juli 1794) van het Franse Republikeinse Kalender. In strikte zin verwijst 'Thermidoriaanse Reactie' alleen naar de staatsgreep van Thermidor[1] op die dag, maar in bredere zin op de gehele periode van de val van het Schrikbewind tot aan de het einde van de Nationale Conventie (25 oktober 1795) en de instelling van het Directoire op 2 november 1795.

Achtergrond[bewerken]

In het jaar 1794 was Robespierre de sterkste man in Frankrijk (Jean-Paul Marat werd een jaar tevoren gedood en Georges Danton en Jacques-René Hébert geëxecuteerd). Niet alle deelnemers aan de opstand waren idealisten. De dantonisten, volgelingen van Danton, waren vooral op wraak uit. De extreemlinkse revolutionairen waren tegen Robespierre gekant omdat hij de Cultus van de Rede verving door een nieuw soort godsdienst: de Cultus van het Opperwezen.

Maar de uiteindelijke aanleiding was een samenzwering onder de Montagnards met o.a. Jean-Lambert Tallien en Bourdon de l'Oise om van het totalitaire macht van Robespierre af te komen. Sommige historici geloven dat Joseph Fouché, ook wel de Beul van Lyon genoemd, de grootste aanstichter was van de staatsgreep. Hij stond hoog op de dodenlijst van Robespierre vanwege zijn kritiek op diens godsdienst. Hij overtuigde de overige revolutionaire leiders dat zij het volgende slachtoffer van Robespierre zouden worden als ze niet als één man tegen hem zouden keren. De aanleiding hiervoor was een toespraak die Robespierre op 8 Thermidor, de dag voor de staatsgreep, zelf had gehouden in de Conventie, waarbij hij fel ageerde tegen zogenaamde vijanden en samenzweerders, waarvan sommigen in machtige comités zouden zitten. Omdat hij niet noemde wie "deze verraders" waren, had iedereen reden om te vrezen dat zij het doelwit waren van een naderende zuivering.

Verloop[bewerken]

Een linkse factie binnen de Conventie pleegde een staatsgreep tegen het Montagnardse Terreurregime van Robespierre. Dit gebeurde toen Saint-Just in de Conventie een rapport van het Comité de Salut Public aan het voorlezen was en hij onderbroken werd door Tallien, ondersteund door Billaud-Varenne. Robespierre schaarde zich achter Saint-Just en verdedigde hem en zichzelf. Er werd geroepen "Weg met de tiran! Arresteer hem!", waarna Robespierre een vergeefs appèl deed op rechtse afgevaardigden om hem te redden. De Conventie stemde voor de arrestatie van Robespierre en zijn handlangers.

De Parijse Commune, die loyaal was aan Robespierre, viel de Conventie binnen, bevrijdde de arrestanten en leidde hen naar het Stadhuis van Parijs, waar zij zich verschansten, versterkt door de troepen van François Hanriot en de aanhangers van Robespierre. In reactie hierop verzamelde de Conventie haar eigen troepen onder leiding van Paul Barras en omsingelde het Stadhuis. De Conventie verklaarde de voortvluchtigen vogelvrij, wat betekende dat ze binnen 24 uur mochten worden geëxecuteerd zonder proces.

Naarmate de avond vorderde, deserteerden de troepen van de Commune tot er geen meer over waren. In de nacht van 27 op 28 juli 1794 werden Robespierre en verschillende andere leidende figuren van het Comité de Salut Public rond 2:00 gearresteerd in het Stadhuis en in de middag van 28 juli terechtgesteld. De rol van de Montagnards was uitgespeeld. Revolutionaire politici zoals Fouché hoefden niet meer voor hun leven te vrezen.