Thijl (opera)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Componist Jan van Gilse

Thijl is een Nederlandstalige opera, een 'dramatische legende' in drie bedrijven met een proloog en een epiloog, gecomponeerd in 1938-1940 door de Nederlandse componist Jan van Gilse (1881-1944).[1]

Het libretto is geschreven door Hendrik Lindt (1905-1985),[2] naar De heldhaftige, vrolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderland en elders van Charles De Coster,[3] een 19e-eeuwse adaptatie van het middeleeuwse Tijl Uilenspiegel-verhaal, verplaatst naar de context van de Tachtigjarige Oorlog. Daarin is Tijl niet alleen een potsenmaker die de mensen vermaakt met grappen en grollen, maar vooral een vrijheidsheld die opkomt tegen de Spaanse overheersers. Van Gilse veranderde de naam Tijl in Thijl omdat "dat visuele beeld hem dichter bij de hoofdfiguur bracht".

Van Gilse zag parallellen met de moderne tijd. Toen Thijl op 29 november 1940 voltooid werd, was Nederland al ruim een half jaar verwikkeld in de Duitse bezetting. Hij droeg de opera op aan ‘de strijders voor recht en vrijheid’. Kort voor zijn overlijden in 1944 liet hij daaraan toevoegen: 'en aan mijn jongens die voor dit recht hun leven lieten' (zijn zoons Mik en Janric die als verzetsstrijders om het leven kwamen).

De opera heeft een grootschalige bezetting en is in een laatromantisch muzikaal idioom gecomponeerd, met gebruikmaking van oud-Nederlandse volksliederen en citaten uit Gregoriaanse muziek. De stijl is vergeleken met die van Reger en Strauss, en ook wel 'post-mahleriaans' genoemd.[4] In de geest van Strauss en Puccini heeft de opera een doorgecomponeerde vorm.

Synopsis[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.
Proloog

Van twee kinderen wordt de geboorte bekendgemaakt door Katelijne en 'De Uil' met een voorspelling over hun toekomst. Phillipus zal koning van Spanje worden en onheil brengen, Thijl, een kind van 'oermoeder zon', zal uitgroeien tot de ziel van Vlaanderland.

1e bedrijf

De Tachtigjarige Oorlog is begonnen. Op de markt in het Vlaamse stadje Damme zingt Thijl een spotlied over twee vechtende snoeken, waarmee hij doelt op de meedogenloze koning Philippus van Spanje en de paus van Rome. De visverkoper Judocus probeert Nele, Thijls geliefde, tegen hem op te zetten door te suggereren dat Thijl is meegegaan met een schone dame uit Dudzele. Nele zingt "Bedroefde herteken, wat moet ghij lijden", maar als Thijl terugkomt betuigen ze elkaar hun trouw. Judocus verraadt Thijl wegens zijn spotlied aan de Spaanse vijand, maar hij weet te ontsnappen aan de 'serjanten' die hem komen arresteren. Daarna wordt zijn vader Klaas de Kolendrager gearresteerd en op de brandstapel ter dood gebracht. Klaas' vrouw Soetkin en Nele blijven rouwend achter.

2e bedrijf

De 'balladenzanger' zingt een droevig lied. Thijl komt terug, wil zijn vader wreken en gaat in het verzet, omdat daden meer uithalen dan de woorden van een potsenmaker. Hij wil de Spaanse bezetters verjagen, Vlaanderen roem bezorgen en godsdienstvrijheid brengen voor iedereen. Met zijn makker Lamme Goedzak raakt hij in een kroeg in gevecht met verraders en collaborateurs. Thijl en zijn aanhangers winnen die strijd en trekken onder het zingen van het krijgshaftige geuzenlied "Slaat op den trommele, diredomdeine" verder om de stad Gorkum te bevrijden.

3e bedrijf

Als dat gelukt is sluit Thijl zich aan bij geuzenleider Lumey. Hij levert hem de verrader Judocus uit, die door Lumey veroordeeld wordt tot de galg. Lumey wil ook de monniken die Thijl als krijgsgevangenen heeft meegenomen, laten ophangen omdat hij een afkeer heeft van hun katholicisme en hen beschouwt als moordenaars. Thijl, voorvechter van de godsdienstvrijheid, verzet zich daar fel tegen met de herhaalde kreet "Soldatenwoord is gulden woord", omdat hij zijn woord gegeven heeft om hen in leven te laten. Lumey kent geen genade en gelast ook de ophanging van Thijl om zijn principiële halsstarrigheid. Dan komt Nele tussenbeide, die naar Gorkum is gesneld om haar geliefde terug naar Vlaanderen te halen. Ze overtuigt Lumey ervan dat hij hem moet sparen. Toch valt Thijl plotseling dood neer. Het volk is hevig ontzet en ziet alle hoop vervlogen. De Treurmuziek bij den dood van Uilenspiegel die dan klinkt, is het enige onderdeel van de opera dat als zelfstandig orkestwerk wel eens wordt uitgevoerd.

Epiloog

Nele blijft treuren bij het lijk. Zij herhaalt de klaagzang "Bedroefde herteken, wat moet ghij lijden" op omfloerste toon, een van de muzikale hoogtepunten van de opera. De volgende ochtend verschijnt de grafdelver, maar opeens komt Thijl weer tot leven. Hij roept zichzelf uit tot de ziel van Vlaanderland. "Slapen kan Vlaanderen, sterven kan het niet. Zo zal Thijl ook lente na lente zien en leven - omdat Vrijheid eeuwig leeft".

Rolverdeling[bewerken]

Rol Stemtype
Philippus II, Koning van Spanje spreekrol
Willem Lumey, Graaf van de Mark, geuzenaanvoerder bas
Thijl, 'genaamd Uilenspiegel' bariton
Lamme Goedzak bas
De Balladenzanger, Lammes alter ego bas
Klaas de Kolendrager, Thijls vader bas
Judocus de viskoper tenor
Bie, meester-beenhouwer bas
De Schout van Stavenisse bas
De Koster van Stavenisse tenor
De beul van Lumey bas
Eerste monnik bas
Een jonge man tenor
Eerste marskramer bas
Tweede markramer bas
Eerste pluimveeboer tenor
Tweede pluimveeboer bas
Een kloosterling bas
Een oud heertje tenor
Eerste burger bas
Tweede burger bas
Derde burger tenor
De aanvoerder der Serjanten tenor
Eerste soldaat van Oranje tenor
Tweede soldaat van Oranje bas
Soetkin, Thijls moeder sopraan
De waanzinnige Katelijne, Neles moeder spreekrol
Nele sopraan
De Schone Dame van Dudzeele sopraan
Stevenijne, waardin van de herberg 'In den Regenboog' alt
Gilline, deerne in de herberg sopraan
Gena, deerne in de herberg sopraan
Greta, deerne in de herberg sopraan
Margot, deerne in de herberg alt
Mariëtta, deerne in de herberg alt
Eerste koopvrouw sopraan
Tweede koopvrouw sopraan
Een visvrouw sopraan
Een boerin sopraan of alt
De Uil spreekrol
Twee vrouwenstemmen in het orkest sopraan
Vier Kortrijkse stadsserjanten twee tenoren, twee bassen
Zes beenhouwers bassen
Zes monniken bassen
Koor: mannen, vrouwen en kinderen uit het volk, geuzen en landsknechten.

Uit- en opvoeringen[bewerken]