Thomasslakkenmeel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Thomasslakkenmeel of thomasmeel is een fosfaathoudende kunstmeststof, die in de landbouw wordt gebruikt. Het is een grijs tot zwart poeder met een hoog soortelijk gewicht. Het is een langzaamwerkende meststof. Het wordt gemaakt uit fijngemalen hoogovenslakken van fosfaatrijk ijzererts of ruwijzer. Bij het maken van staal volgens de methode van Martin, die onder andere in Nederland wordt toegepast, wordt een slak geproduceerd die ongeschikt is voor het maken van thomasslakkenmeel.

De werkwijze om van ruwijzer staal te maken werd in 1879 door de Engelsman Sidney Gilchrist Thomas (1850-1885) uitgevonden. Door in de converter of Bessemer peer, waarin het ijzererts of ruwe ijzer gesmolten wordt, als binnenbekleding dolomiet in plaats van vuurvaste kiezelzuurtegels te gebruiken en ongebluste kalk aan het vloeibare ruwe ijzer toe te voegen, wordt de pH verhoogd en gaat de fosfor makkelijk over in P2O5. De overmaat aan ongebluste kalk wordt gebonden door toevoeging van zand (SiO2). Vervolgens ontstaan er hieruit onder andere calciumfosfosilicaten. Deze komen als slak bovendrijven en worden vervolgens afgegoten. De afgekoelde slak wordt in kogelmolens fijn gemalen tot thomasslakkenmeel.

Thomasslakkenmeel bestaat uit calciumfosfosilicaten, dicalciumfosfaat, tricalciumfosfaten, magnesiumoxide, calciumsilicaat, ongebluste kalk en bevat:

Gebruik[bewerken]

Thomasslakkenmeel is niet oplosbaar in water, maar gaat in de grond geleidelijk over in beter oplosbare verbindingen. Bij voorkeur moet thomasslakkenmeel dan ook in het najaar gestrooid worden.

Door de aanwezige kalk verhoogt thomasslakkenmeel de pH van de grond en is zeer geschikt voor de bemesting van magnesiumbehoeftige zure zandgronden. Door de aanwezige sporen-elementen is thomasslakkenmeel met het oog op de gezondheid van het vee ook zeer geschikt voor de bemesting van grasland.