Tiglat-Pileser III

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tukultī-Apil-Ešarra
Tiglat-Pileser III
Tiglath-Pileser III Nimrud Louvre AO19853.jpg
Koning van Assur
Koning van Babylon
Periode 745 v.Chr. - 727 v.Chr.
Voorganger Assur-nirari V
Opvolger Salmanasser V
Vader Adad-nirari III? Assur-dan III?
Moeder -

De Assyrische koning Tiglat-Pileser III (745 - 727 v.Chr.) was de redder van Assyrië, wordt beschouwd als diens grootste vorst en één van de succesvolste militaire leiders uit de oude wereld . Hij was de grote hervormer van het Assyrische leger en creëerde de samenwerking tussen voetvolk en ruiterij. In zijn tijd werden strijdwagens met twee paarden een zeldzaamheid.[1] Hij zou berucht worden vanwege zijn executies, deportaties en martelpraktijken.

Die deporaties waren onderdeel van een nieuwe politiek ten aanzien van de vazalstaten rond Assur zelf. Tot deze tijd hadden zij een vrij instabiel netwerk gevormd en vazalvorsten ware vaak in opstand gekomen als het centrum verzwakte, wat bij een troonswisseling regelmatig voorkwam. Tiglat-pileser begon voor eens en voor altijd met opstandige vorsten af te rekenen door hun vorstendommen om te vormen tot Assyrische provincies. Daartoe werden de volgende maatregelen opgelegd:

  1. alle stedelijke centra werden grondig verwoest
  2. een massale deportatie volgde, vooral van de elite
  3. de steden werden in Assyrische stijl herbouwd
  4. een Assyrische gouverneur werd geïnstalleerd
  5. de bouw van Assyrische garnizoenen en forten werd ter hand genomen
  6. een uniform belastingstelsel werd opgelegd
  7. uniforme dienstplicht werd ingevoerd
  8. 's rijks maten en gewichten en religieuze cultus werden ingevoerd
  9. een enkele lingua franca: het Aramees werd ingevoerd

De overgebleven ingezetenen werden Assyrisch burger en de economie werd geheel geïntegreerd in die van het rijk. De zetel van de gouverneur was een miniatuur van het hof in de hoofdstad.

Op deze manier verloren de voormalige vorstendommen geleidelijk hun eigen identiteit. Deze verregaande maatregelen werden alleen genomen als de vazal ook werkelijk in opstand kwam. Veel vazallen deden dat niet, maar hun bewegingsruimte werd ook allengs minder omdat door deze politiek het rijk steeds machtiger werd.[2]

Omdat koning Achaz van Juda in de problemen kwam toen de koningen Resin van Aram (met als hoofdstad Damascus) en koning Pekach van Israël een coalitie sloten en gezamenlijk tegen Juda ten strijde trokken, zag deze zich gedwongen hulp in te roepen van Tiglat-Pileser. Achaz betaalde grote sommen goud en zilver voor deze hulp en Juda werd feitelijk een vazalstaat van Assyrië. De veldtochten van Tiglat-Pileser in Syrië en Palestina (743-740, 738, 734-732 v.Chr.) zouden hem eerst Arvad (740 v.Chr.) doen veroveren om vervolgens Damascus in te nemen (732 v.Chr.) en koning Resin ter dood te brengen. Aan het einde van zijn regering slaagde hij erin zichzelf tot koning van Babylon te kronen (733-732 v.Chr.) en sloot aldus een succesrijke politiek-militaire periode af, de stad Assur een wereldrijk nalatend.

Referentie[bewerken]