Tijdlijn van de Franse Revolutie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De tijdlijn van de Franse Revolutie is een chronologische lijst van feiten en gebeurtenissen tijdens de Franse Revolutie (1789-1799) en tijdens de aanloop ernaar (1787-1789).

1787[bewerken | brontekst bewerken]

Zitting van de Assemblée des notables op 22 februari 1787 (18e-eeuwse gravure)
  • 22 februari: In Versailles opent de Assemblée des Notables, een oude standenvergadering waaraan 144 gepriviligieerden deelnemen. Ze moeten de fiscaal-economische hervormingen van Calonne onderzoeken.
  • 1 april: Calonne publiceert een Waarschuwing in een poging de weerstand te breken door een beroep op de publieke opinie.
  • 8 april: Calonne neemt ontslag.
  • 1 mei: Aartsbisschop Loménie de Brienne komt aan het hoofd van de koninklijke raad voor financiën.
  • 25 mei: De Assemblée des Notables wordt ontbonden.
  • juni: Een vorm van statenvergadering wordt opgericht in de 23 generaliteiten die het zonder moeten stellen.
  • 6 augustus: in een lit de justice te Versailles wordt een territoriale bede doorgedrukt, maar deze vaste belasting krijgt geen uitvoering.
  • 7 november: een edict van tolerantie erkent het civiele bestaan van niet-katholieken, zonder hen op andere gebieden gelijke rechten te geven.
  • 19 november: Tijdens een zitting van het Parlement van Parijs verzet de hertog van Orléans zich tegen de registratie van een grote lening. Koning Lodewijk XVI roept uit: "Het is wettig, omdat ik het wil".

1788[bewerken | brontekst bewerken]

Journée des Tuiles in Grenoble (Alexandre Debelle, 1889)
  • 19 februari: In het Hôtel de Lussan richt Brissot de Société des amis des Noirs op.
  • 3 mei: Het Parlement van Parijs formuleert een reeks fundamentele maximes over provinciale vrijheden, het verbod op willekeurige arrestaties, de vrije registratie van wetten en het recht van de Staten-Generaal om beden goed te keuren.
  • 8 mei: Met de hervorming-Malesherbes neemt Lodewijk XVI een reeks politiek-gerechtelijke maatregelen om de parlementen te verzwakken en een Plenair Hof op te richten. Ook wordt het folteren van verdachten afgeschaft en wordt voorzien in het vergoeden van onschuldig aangeklaagden.
  • 7 juni: Journée des Tuiles in Grenoble. Wanneer cachetbrieven toekomen die het Parlement van de Dauphiné in ballingschap sturen, breken onlusten uit en gooien inwoners dakpannen naar de soldaten.
  • 15 juni: De Assemblée du clergé roept op om de parlementen en de provinciale vrijheden te respecteren.
  • 21 juli: Op eigen initiatief komen de drie standen van de Dauphiné bijeen in het kasteel van Vizille.
  • 8 augustus : Het Plenair Hof wordt opgeschort tot de bijeenkomst van de Staten-Generaal, vastgesteld op 1 mei 1789.
  • 25 augustus: Brienne treedt af en wordt vervangen door Jacques Necker.
  • 14 september: Malesherbes neemt ontslag en de gerechtelijke hervorming wordt afgevoerd.
  • 23 september: Een koninlijke verklaring bevestigt de samenroeping van de Staten-Generaal.
  • 25 september: Ter gelegenheid van de registratie van de koninklijke verklaring eist het Parlement van Parijs dat de Staten-Generaal georganiseerd worden zoals in 1614, met één stem per stand en zonder verdubbeling van de derde stand.
  • 5 oktober: Een raadsbesluit roept een tweede Assemblée des Notables samen om de organisatie van de Staten-Generaal voor te bereiden.
  • November: Adrien Duport richt de liberale Société des Trente op, die door het lidmaatschap van hoge edelen en prelaten onenigheid binnen de elite verraadt.
  • 12 december: De tweede Assemblée des Notables spreekt zich met 111 stemmen tegen 33 uit tegen een verdubbeling van de derde stand. Aan het einde maken de prinsen van den bloede hun ongerustheid over aanvallen op de gepriviligieerde ordes kenbaar in een mémoire, opgesteld door secretaris Auget de Montyon.
  • 27 december: De koning houdt een uitgebreide raad die aanvaardt dat de derde stand numeriek evenveel afgevaardigden krijgt als de adel en de geestelijkheid samen, maar hij toont zijn onbeslistheid door zich niet uit te spreken over de stemming per hoofd.[1]
  • 31 december: In de brochure Résultat du Conseil neemt de koning positie voor de verdubbeling van de derde stand en kondigt hij zijn plan aan om de cachetbrieven af te schaffen, de persvrijheid in te stellen en te voorzien in een periodieke controle van de begroting door de Staten-Generaal.

1789[bewerken | brontekst bewerken]

De Bestorming van de Bastille, geschilderd kort na 1789 door een deelnemer, Claude Cholat
Afschaffing van de feodaliteit in de nacht van 4 op 5 augustus 1789
Mars op Versailles, 5 oktober 1789
  • januari: In het pamflet Qu'est-ce que le tiers état? eist abbé Sieyes stemming per hoofd. Hij pleit ervoor dat de derde stand als nationale assemblee zou vergaderen en een grondwet opstellen.
  • 24 januari: Het reglement voor de Staten-Generaal stelt de procedure vast voor het verkiezen van afgevaardigden en voor het opstellen van Cahiers de doléances.
  • 26 en 27 januari: In Rennes maken confrontaties tussen 1500 aanhangers van de bevoorrechten en hervormingsgezinde rechtenstudenten drie doden en zestig gewonden, en wordt het Parlement van Bretagne opgeschort (affaire des Bricoles).
  • 7 februari: Opdracht om de Cahiers de doléances te schrijven. Ze zijn een collectief werk dat grieven en wensen meedeelt per stand en per gebied (parochies, baljuwschappen, steden, provincies).
  • maart tot mei: Verkiezing van afgevaardigden in de Staten-Generaal.
  • 14 maart: Bisschop Louis-Jérôme de Suffren wordt in Manosque belaagd. Zijn passage lokt er voedselrellen uit en is het begin van een golf van onlusten die tot juni door de Provence zal trekken.[2]
  • 23 en 24 maart: Voedselrellen in Marseille leiden tot de verandering van het stadsbestuur, de oprichting van een burgerwacht en de hervorming van de lokale belastingen.
  • 25 maart: In Aix-en-Provence vernielt een menigte tolhuisjes. In de volgende dagen wordt de reve op graan, vlees en andere waren afgeschaft, wordt de broodprijs gereguleerd en doet de noblesse afstand van de fiscale vrijstelling van adellijke gronden.
  • 27 en 28 april: Bloedige onlusten in de Parijse Faubourg Saint-Antoine na verkiezingsuitspraken van behangfabrikant Réveillon over welk loon volstaat om te leven.
  • april: Brissot publiceert een nummer van Le Patriote français, maar moet dan wachten tot 28 juli voor hij verdere edities van het blad mag drukken.
  • 30 april: In het café van Nicolas Amaury te Versailles richten hervormingsgezinde gedeputeerden de Club breton op. De vereniging schudt snel haar regionale origine af en vervelt tot de jakobijnenclub.
  • 2 mei: Voorstelling van de afgevaardigden aan de koning.
  • 5 mei: Opening van de Staten-Generaal in het Hôtel des Menus-Plaisirs in Versailles. Ongeveer 800 afgevaardigden zijn aanwezig en zo'n 400 nog onderweg, vaak door complicaties in het verkiezingsproces.
  • 6 mei: De afgevaardigden van adel en clerus trekken zich terug om de volmachten te verifiëren, maar de derde stand eist een gezamenlijke verificatie. Het debat over stemming per stand of per hoofd is nog steeds niet beslecht.
  • 4 juni: De dauphin sterft op zevenjarige leeftijd.
  • 12 juni: De derde stand, die zich députés des Communes noemt, start op eigen initiatief een gezamenlijke verificatie van de verkozenen.
  • 13 juni: Drie priesters uit Poitou vervoegen deze verificatie en legitimeren haar.
  • 14 juni: Henri Grégoire en vijf andere geestelijken voegen weer opgemerkte druppels toe aan defectie naar de derde stand.
  • 17 juni: De derde stand stelt vast dat ze met degenen die op de uitnodiging zijn ingegaan bijna de hele natie vertegenwoordigt en roept zichzelf met 491 stemmen tegen 90 uit tot Nationale Vergadering. Ze claimt de facto de nationale soevereiniteit en eigent zich de bevoegdheid over de belastingen toe.
  • 19 juni: Met 149 stemmen tegen 137 treedt de eerste stand toe tot de Nationale Vergadering. De adel blijft weigeren, maar een beslissende stap is gezet.
  • 20 juni: 's Morgens vinden de afgevaardigden de Salle des Menus-Plaisirs gesloten onder voorwendsel dat een koninklijke zitting wordt voorbereid. Ze trekken met zeshonderd naar de kaatsbaan en zweren dat ze niet zullen scheiden tot Frankrijk een (geschreven) grondwet heeft.
  • 23 juni: Verschijnend in de kaatsbaan weigert Lodewijk XVI het idee van een Nationale Vergadering en vraagt hij om voor belangrijke zaken per orde te stemmen. Wel aanvaardt hij de belastinghervorming. De Nationale Vergadering verklaart haar leden onschendbaar.
  • 26 juni: Lodewijk XVI schaft de zegelbrieven af.
  • 27 juni: De koning bindt in en vraagt de gepriviligieerde standen om de vergadering te vervoegen (die hij weliswaar nog altijd Staten-Generaal noemt).
  • 30 juni-4 juli: In Lyon wordt gereld tegen de octrooibarrière. Het duurt verschillende dagen om de orde te herstellen en er volgen executies.
  • 30 juni: Uit Prison de l'Abbaye worden gardes-françaises bevrijd die zouden hebben geweigerd hun wapens tegen het volk te keren. De volgende dag vraagt de Assemblée gratie voor hen.
  • 1 juli: Lodewijk XVI roept het Zwitsers regiment van Metz naar Parijs.
  • 4 juli: De zes afgevaardigden van de kolonie Saint-Domingue worden tot de vergadering toegelaten. Ook Guadeloupe, Martinique, Frans-Indië en Île de France zullen volgen.
  • 6 juli: De afgevaardigden creëren een Comité de Constitution dat een grondwet moet opstellen. Hun revolutionaire intenties worden concreter.
  • 9 juli: Namens het comité presenteert Mounier het plan om een Verklaring van de natuurlijke en onverjaarbare rechten van de mens op te stellen. De Nationale Vergadering verklaart zich constituante.
  • 11 juli: In Parijs, dat nog altijd honger lijdt, branden de octrooipoorten.[3]
  • 12 juli: Troepenbewegingen en het ontslag van Necker doen vrezen voor een complot tegen de Assemblée. In de tuinen van het Palais-Royal roept Camille Desmoulins op de wapens te grijpen. Het Royal-Allemand chargeert aan de Tuilerieën tegen een manifesterende massa. De opstand verandert van aard.
  • 13 juli: In Parijs nemen een Comité permanent en een Milice bourgeoise de macht over.
  • 14 juli: Bestorming van de Bastille
  • 15 juli: De Commune van Parijs wordt opgericht met Jean Sylvain Bailly als eerste burgemeester. La Fayette krijgt het bevel over de Nationale Garde. Met het vertrek van de prins van Condé naar Brussel komt de emigratie op gang. Hij wordt de volgende dag gevolgd door de graaf van Artois.
  • 16 juli: Necker wordt hersteld in zijn functie.
  • 17 juli: Lodewijk XVI begeeft zich naar het stadhuis van Parijs en speldt de driekleurige kokarde op.
  • 20 juli: Mgr. van Salm Salm, bisschop van Doornik en Mgr. van Arberg, bisschop van Ieper worden als vreemdelingen uitgesloten uit de Assemblée.
  • 20 juli-6 augustus: De Grote Angst gaat door bijna het hele land. Men schuilt voor de vijand of jaagt hem op, maar vindt niemand.
  • 22 juli: De intendant van Parijs Bertier de Sauvigny en zijn schoonvader Foullon worden gevangengenomen, opgehangen en uiteengerukt op verdenking dat ze de uithongering organiseren.
  • 29 juli: De duizenden landlieden die de Saônevallei onveilig maken om feodale registers te vernielen en seigneurs te plunderen, richten zich op de abdij van Cluny. Burgermilities weren hen af. Er worden 160 'brigands' gevangengenomen en er volgen 32 ophangingen, waarvan 27 standrechtelijk.[4]
  • 4 augustus: In een nachtelijke zitting beslist de Assemblée tot het afschaffen van de feodaliteit: adellijke en geestelijke privileges, heerlijke rechten, karweien, tienden, ambtenverkoop... Dit krijgt vorm in het decreet van 4-11 augustus, maar het debat over het afkopen van legitieme rechten zal nog lang duren.
  • 19 augustus: In Marseille wordt geschoten op een menigte en zijn er rellen (Tourette-affaire).
  • 26 augustus: Verklaring van de rechten van de mens en de burger
  • 29 augustus: Het vervoer en de verkoop van graan wordt geliberaliseerd.
  • 7 september: Een twintigtal vrouwen en dochters van kunstenaars komen in de Assemblée hun juwelen afgeven aan de natie.
  • 10 september: De grondwetgevende vergadering kiest voor een monocameraal parlement.
  • 11 september: De grondwetgevende vergadering kent de koning een vetorecht waarmee hij gedurende twee legislaturen een wet kan tegenhouden.
  • 1 oktober: De goedgekeurde grondwetsbepalingen worden geconsolideerd in de Articles de Constitution, een rudimentaire grondwet van negentien artikelen.
  • 5 en 6 oktober: Mars op Versailles. Duizenden gewapende vrouwen trekken naar Versailles en presenteren hun eisen aan Lodewijk XVI. Hij belooft brood en de bekrachtiging van de sinds augustus gestemde decreten. De tweede dag dringen de vrouwen het kasteel van Versailles binnen en dwingen de koninklijke familie ("de bakker, de bakkersvrouw en de kleine bakkersgast") in het Tuilerieënpaleis tussen het volk te gaan wonen. Ook de Assemblée vestigt zich in Parijs.
  • 8 oktober: Mounier neemt ontslag als voorzitter en afgevaardigde, gevolgd door tien andere monarchisten.
  • 21 oktober: Wanneer een hongerrel het leven kost aan bakker François, wordt de krijgswet afgekondigd.
  • 22 oktober: Het primaire stemrecht wordt onderworpen aan vier voorwaarden, waaronder het betalen van directe belastingen ter waarde van drie daglonen en het niet behoren tot het dienstpersoneel.[5] Grégoire, Duport, Defermon, Noussitou en Robespierre komen tussen voor algemeen stemrecht, maar halen het niet.
  • 29 oktober: Het passief kiesrecht wordt voorbehouden aan wie directe belastingen ter waarde van één zilvermark betaalt én grond bezit.
  • 30 oktober: Wet op de liberalisering van woeker
  • 2 november: Op voorstel van Talleyrand en bij wijze van schuldsanering wordt het kerkelijke vermogen "ter beschikking gesteld van de natie". De staat neemt van zijn kant de kosten van de eredienst en het salaris van de priesters ten laste, en voorziet in het onderhoud van ziekenhuizen en in de bijstand aan armen. De genationaliseerde goederen worden vanaf het volgende jaar te gelde gemaakt.
  • 30 november: Corsica wordt definitief aangehecht bij Frankrijk.
  • 14 december: Wet op de oprichting van gemeenten (communes).
  • 19 december: Uitgifte van assignaten, oorspronkelijk als staatsobligaties.
  • 22 december: De kieswet, die de decreten van 22 en 29 oktober incorporeert, introduceert de term actieve burgers in het recht en verdeelt Frankrijk voorts in 83 departementen.
  • 24 december: Vestiging van de Club des Jacobins in Parijs. Openbare ambten worden opengesteld voor protestanten.

1790[bewerken | brontekst bewerken]

Honderdduizenden vieren het Fête de la Fédération op het Champ-de-Mars
  • 21 januari: De gelijkheid van de straffen wordt gedecreteerd.
  • 28 januari: De sefardische joden ("Portugese, Spaanse en Avignonese") krijgen burgerrechten.
  • 13 februari: De reguliere orden worden opgeheven, behalve de gemeenschappen die onderwijs verstrekken of liefdadigheidsinstellingen houden. Religieuzen die niet vrijwillig vertrekken, worden toegewezen aan een gezamenlijke woonst. Het afleggen van plechtige kloostergeloften wordt verboden.[6]
  • 8 maart: Op rapport van Antoine Barnave wordt het koloniale decreet goedgekeurd.[7] Het stelt niets te veranderen aan de koloniale handel en verklaart elke oproep tot opstand "misdadig tegen de natie". Zonder de slavernij bij naam te noemen, slaat het decreet de hoop op emancipatie, gewekt door de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, de bodem in.
  • 9 maart: Het persoonlijk vermogen van de koning wordt staatseigendom.
  • 15 maart: De nadere regels voor het afschaffen van de feodaliteit worden vastgesteld. Persoonlijke rechten houden zonder meer op te bestaan, maar zakelijke rechten (cijns, champart, tienden, grondrenten, lods et ventes) moeten worden afgekocht.
  • 21 maart: Afschaffing van de gabelle.
  • 12 april: De jakobijnse kartuizer Dom Gerle wil erkennen dat de katholieke, apostolische en Romeinse religie de nationale godsdienst is en blijft en dat haar cultus als enige openbaar en toegelaten is. Hij trekt zijn motie in, maar 's anderendaags herlanceren Maury en andere rechtse gedeputeerden het thema. De Vergadering neemt met 903 stemmen tegen 297 een voorstel aan van La Rochefoucauld dat weigert om de motie in overweging te nemen en tegelijk onderstreept dat de staat de kosten van het katholicisme ten laste neemt.
  • 27 april: Oprichting van de Club des Cordeliers.
  • 29 en 30 april: in Marseille verovert de Nationale Garde drie forten, waaronder het Fort Saint-Jean.
  • 3 mei: De voorwaarden voor het afkopen van feodale rechten worden vastgesteld. Ze ontgoochelen de landlieden en leiden tot talrijke incidenten.
  • 8 mei: Uniformisering van maten en gewichten doorheen het land.
  • 14 mei: Start van de verkoop van de genationaliseerde goederen van de geestelijkheid.
  • 21 mei: De municipalité de Paris wordt gecreëerd en de 60 districten vervangen door 48 secties.
  • 22 mei: Beslissingen over oorlog en vrede worden voorbehouden aan de Nationale Vergadering maar op voorstel van de koning.
  • 13-15 juni: Een confrontatie tussen protestantse en katholieke Nationale Gardes breidt zich uit naar de stadsbevolking. De Bagarre de Nîmes wordt een slachting waarin zeker zestig doden vallen.
  • 19 juni: Afschaffing van de erfelijke adel en van hun titels, livreien en wapens.
  • 12 juli: De Burgerlijke grondwet voor de clerus laat priesters en bisschoppen verkiezen, ook door niet-katholieken. Kerkelijke gebieden worden heringedeeld (bisdommen vallen samen met departementen) en de gallicaanse kerk verliest haar verbinding met de paus.
  • 14 juli: Het Fête de la Fédération viert de eenheid van de natie en tussen de koning en het volk.
  • 18 augustus: 30.000 mensen geven gehoor aan een contrarevolutionaire oproep en verzamelen zich in het kamp van Jalès. Na hun verdrijving trekt François Froment naar Turijn.
  • 27 augustus: De assignaten worden getransformeerd tot papiergeld.
  • 31 augustus: Muitende regimenten in Nancy worden overmeesterd door de royalistische generaal Bouillé. Zijn strenge straffen vormen in de volgende jaren een splijtzwam.
  • 4 september: Ontslag van Necker.
  • 12 september: Creatie van de Archives nationales met Gaston-Armand Camus als eerste hoofd.
  • 21 oktober: Franse driekleur aangenomen als vlag.
  • 31 oktober: De interne douanerechten worden afgeschaft.
  • 27 november: Decreet gestemd dat priesters en bisschoppen verplicht te zweren dat ze met al hun kracht de grondwet zullen instandhouden, zoniet verliezen ze hun ambt.[8]

1791[bewerken | brontekst bewerken]

Patriottische priester (jureur)
Aristocratische priester (réfractaire)
Aanhouding van de koets van de gevluchte Lodewijk XVI in Varennes
  • 4 januari: Op de laatste dag voor kerkelijke afgevaardigden om de eed af te leggen, hebben 99 van hen dat gedaan.
  • 13 januari: Elke burger krijgt het recht een theater te openen na eenvoudige aanmelding. Tal van nieuwe zalen en gezelschappen schieten uit de grond. De wet regelt ook voor het eerst in Frankrijk het auteursrecht en beschermt het werk van toneelauteurs tot vijf jaar na hun dood.[9]
  • 2 februari: Verkiezing van negen constitutionele bisschoppen, onder wie abbé Grégoire. De vervanging van de tachtig refractaire bisschoppen zal nog tot mei duren.
  • 8 februari: Decreet gestemd dat eedweigeraars hun loon ontneemt van zodra hun opvolger in functie treedt.
  • 20 februari: Het tweede kamp van Jalès trekt misschien tienduizend contrarevolutionairen en wordt uiteengeslagen door de Nationale Garde. Hun leider Louis-Bastide de Malbosc vindt de dood.
  • 28 februari: La Fayette ontwapent de chevaliers du poignard, die Lodewijk XVI in de Tuilerieën zijn komen beschermen tegen een menigte. Ze worden gevangen gezet.
  • 2 maart: Het Decreet d'Allarde stelt de vrijheid van ondernemen in en schaft de gilden af.
  • 10 maart: In de apostolische breve Quod aliquantum veroordeelt paus Pius VI de Burgerlijke grondwet voor de clerus als strijdig met het dogma en de discipline.
  • 15 maart: De diplomatieke betrekkingen tussen Frankrijk en de Roomse Kerk worden verbroken.
  • 2 april: Het overlijden van Mirabeau brengt grote emoties teweeg.
  • 4 april: De Assemblée verklaart de Sainte-Geneviève tot Pantheon en de volgende dag wordt Mirabeau er bijgezet.
  • 13 april: Paus Pius VI geeft in zijn apostolische breve Charitas veertig dagen aan de geestelijken die de eed hebben afgelegd om die te herroepen. Begin van het fenomeen van de "retracties".
  • 18 april: Lodewijk XVI wil de Paasmis vieren met een niet-beëdigde priester in Saint-Cloud, maar militantent die vrezen dat hij zou vluchten, beletten hem het vertrek.
  • 23 april: Paus Pius VI veroordeelt de Verklaring van de rechten van de mens en de burger vanwege zijn politieke individualisme.
  • 7 mei: Eedweigeraars mogen de mis opdragen in een constitutionele kerk, voor zover ze de Burgerlijke grondwet voor de clerus niet bekritiseren.
  • 16 mei: De Vergadering decreteert dat ze nooit zal delibereren over de status van onvrije mensen van kleur zonder dat de kolonies haar dit vragen.
  • 14 juni: De Wet-Le Chapelier die verbiedt elke vorm van professionele organisatie, zoals overleg, afspraken, petities en stakingen.
  • 15 juni: Oprichting van nationale vrijwilligersbataljons
  • 20-21 juni: Onder dekking van de nacht nemen Lodewijk XVI en zijn gezin vermomd de vlucht naar Bouillé aan de oostgrens. Vrees voor buitenlandse inmenging grijpt het land, maar de koets wordt tijdig tegengehouden in Varennes.
  • 25 juni: Onder begeleiding en in een kille sfeer komt de koninklijke familie Parijs weer binnen. Het recht om wetten te bekrachtigen wordt voor onbepaalde tijd opgeschort en toevertrouwd aan de minister van Justitie.
  • 15 juli: Na een onderzoek beslist de constituante om alleen Bouillé te vervolgen. De koning wordt in zijn prerogatieven hersteld, met uitzondering van het bekrachtigingsrecht.
  • 17 juli: Grote spanning op het Champ-de-Mars, waar een republikeinse petitie wordt ondertekend op het altaar van het vaderland. Twee verdachte figuren worden gelyncht. 's Avonds schiet de Nationale Garde van La Fayette op de menigte en vallen er een vijftigtal doden.
  • 18 juli: Danton vlucht naar Engeland en Marat duikt onder. Oprichting van de Club des Feuillants.
  • 30 juli: Afschaffing van de ridderorden gebaseerd op geboorteonderscheid.
  • 9 augustus: Het dragen van religieuze kledij buiten tempels wordt verboden.
  • 17 augustus: Geëmigreerde Fransen worden bevolen binnen de maand terug te keren.
  • 22 augustus: Onder de slaven in de kolonie Saint-Domingue breekt de Haïtiaanse Revolutie uit.
  • 27 augustus: In de verklaring van Pillnitz stellen koning Frederik Willem II van Pruisen en keizer Leopold II dat ze Lodewijk XVI willen bijstaan om de basis van zijn monarchie te verstevigen en dat ze daartoe hun troepen gereedhouden.
  • 29 augustus-5 september: Tweede ronde van de verkiezingen voor de Wetgevende Vergadering.
  • 3 september: De Assemblée neemt de Grondwet van 1791 aan.
  • 13 september: Lodewijk XVI schrijft dat hij de grondwet aanvaardt, waardoor hij zijn constitutionele rol kan opnemen. Zijn bekrachtiging is niet vereist.
  • 14 september: Voor de Assemblée zweert Lodewijk XVI getrouwheid aan de natie en de wet en belooft hij de grondwet in stand te houden. Vervolgens wordt die bij wet afgekondigd. Een algemene amnestie wordt verleend. Ook de delicate aanhechting van de pauselijke enclave Avignon en het Comtat Venaissin wordt op deze zitting goedgekeurd.
  • 25 september: Na voorbereidend werk van Lepeletier wordt een vernieuwend Wetboek van Strafrecht aangenomen.
  • 28 september: Het Veldwetboek laat de enclosure van gronden toe, al worden klauwengang en stoppelweide geëerbiedigd waar dat gewoonterecht is.[10]
  • 29 september: Op voorstel van Le Chapelier, die zoals velen meent dat de revolutie beëindigd is, wordt de clubs elke vorm van politieke actie verboden.[11] Het Woudwetboek wordt gestemd, dat weinig vernieuwend is, behalve in de nadruk op het ontzeggen van traditionele toegangsrechten aan niet-eigenaars.
  • 30 september: Ontbinding van de Nationale Grondwetgevende Vergadering, waarvan de leden collectief afzien van herverkiezing.
  • 1 oktober: Opening van de Wetgevende Vergadering, met 745 nieuwe leden.
  • 8 oktober: La Fayette neemt ontslag bij de Nationale Garde. Hij is kandidaat om Bailly op te volgen als burgemeester van Parijs, maar verliest de verkiezing van Pétion.
  • 16 oktober: IJskelderslachting in Avignon.
  • 9 november: De jakobijnen overtuigen de feuillants om een decreet aan te nemen dat de émigrés de doodstraf in het vooruitzicht stelt als ze op 1 januari nog samenzweren.
  • 12 november: Lodewijk XVI stelt zijn veto tegen het emigrantendecreet.
  • 25 november: Oprichting van het Comité van Toezicht.
  • 29 november: Geestelijken die de klerikale eed weigeren of herroepen, verliezen hun staatsbezoldiging en krijgen verbod nog sacramenten toe te dienen. Mary Wollstonecraft publiceert A Vindication of the Rights of Men, een van de tientallen reacties op de eerder die maand verschenen Reflections on the Revolution in France van Edmund Burke.
  • 19 december: Lodewijk XVI weigert de bekrachtiging van het decreet tegen de refractaire clerus.
  • 29 december: De Assemblée stemt 20 miljoen franc oorlogskredieten.

1792[bewerken | brontekst bewerken]

Confrontatie tussen Lodewijk XVI en revolutionairen die op 20 juni 1792 zijn paleis zijn binnengedrongen (prent van Pierre Bouillon, 1796)
Controle van de kokardedracht en de carte de citoyen (Jean-Baptiste Lesueur, ca. 1792-1794)
Bestorming van de Tuilerieën op 10 augustus (Henri Motte, 1892)
De eisen van de commune in de Wetgevende Vergadering op 10 augustus (François Gérard, 1794)
Lodewijk de laatste en zijn familie naar de Temple gevoerd (prent uit 1792)
  • januari: Oprichting van de radicale club Société patriotique du Luxembourg, met onder meer Monge.
  • 25 januari: Ultimatum aan keizer Leopold II.
  • 7 februari: Alliantie tussen Oostenrijk en Pruisen.
  • 9 maart: Minister van Oorlog Narbonne-Lara vervangen door de Grave.
  • 13 maart: Verschijning van het eerste deel van de Rights of Man van Thomas Paine, een boek waarvan in geen tijd honderdduizenden exemplaren worden verkocht.
  • 19 maart: Dumouriez neemt over op Buitenlandse Zaken.
  • 23 maart: De feuillantenministers worden vervangen door girondijnen: Roland op Binnenlandse Zaken en Clavière op Financiën.
  • 20 april: Op voorstel van Lodewijk XVI verklaart de Wetgevende Vergadering de oorlog aan Oostenrijk.
  • 25 april: Het martiale enthousiasme uit zich in het Oorlogslied voor het Rijnleger dat Rouget de l'Isle schrijft in Straatsburg, de latere Marseillaise.
  • 29 april: Franse troepen vallen de Oostenrijkse Nederlanden binnen. Een voorpost onder bevel van generaal Biron lijdt een nederlaang in Quiévrain. Generaal Théobald Dillon trekt zich terug in de Slag bij Marquain en wordt door zijn ongedisciplineerde manschappen afgeslacht.
  • 8 mei: Minister van Oorlog de Grave wordt ontslagen en de dag nadien opgevolgd door Joseph Servan.
  • 27 mei: Stemming van een decreet om de deportatie van onbeëdigde geestelijken te vergemakkelijken.
  • 8 juni: Stemming van een decreet om een legerkamp bij Parijs te vestigen vanwaaruit troepen naar de grens kunnen vertrekken.
  • 11 juni: Lodewijk XVI stelt zijn veto tegen de decreten van 27 mei en 8 juni.
  • 13 juni: De koning ontslaat de girondijnse ministers Roland, Servan en Clavière. Dumouriez krijgt de portefeuille van Oorlog.
  • 15 juni: Ontslag van Dumouriez. Terugkeer van de feuillanten, met Lajard op Oorlog.
  • 18 juni: De vergoeding voor de afschaffing van de casuele rechten van de adel, wordt afgeschaft.
  • 19 juni: Bij decreet wordt opdracht gegeven alle adelsbrieven in overheidsbezit te verbranden.
  • 20 juni: Een menigte gewapende sansculotten dringt binnen in de Wetgevende Vergadering en vervolgens in het Tuilerieënpaleis om de terugkeer van de ontslagen ministers te eisen en de goedkeuring van decreten die de koning gevetood had. Hij kreeg een rode muts opgezet en bracht een toast uit op het volk, maar gaf niet toe.
  • 21 juni: De Wetgevende Vergadering verbiedt dat verzoekers zich gewapend bij haar presenteren. Een royalistische petitie van Dupont de Nemours verzamelt 20.000 handtekeningen.
  • 26 juni: Koning Frederik Willem II van Pruisen stelt zich tot oorlogsdoel een einde te maken aan de anarchie in Frankrijk en de wettelijke monarchie te herstellen.
  • 28 juni: In een sfeer van groeiende koningshaat eist La Fayette in een vlammende speech voor de Wetgevende Vergadering dat de beledigingen aan het adres van Lodewijk XVI en de ongestraftheid van de facties stoppen.
  • 30 juni: Na een onderhoud met de koning en de koningin, die niet met hem willen vluchten, keert La Fayette terug naar zijn leger in Metz. Zijn effigie wordt verbrand in het Palais-Royal.
  • 4 juli: De graaf van Saillans, die het derde kamp van Jalès tot een monarchistische samenzwering heeft getransformeerd, belegt het fort van Banne en neemt het vier dagen later in.
  • 6 juli: De departementale autoriteiten vaardigen een aanhoudingsbevel uit tegen de markies van La Rouërie, die in Bretagne contrarevolutionaire troepen rekruteert. Hij duikt onder.
  • 7 juli: In een elan van verzoening smeedt de baiser Lamourette eenheid in de Wetgevende Vergadering.
  • 8 juli: Alle mannen zijn verplicht een nationale kokarde te dragen.
  • 10 juli: Ontslag van de feuillantenministers.
  • 11 juli: De Wetgevende Vergadering verklaart het vaderland in gevaar. De tekst wordt voorgelezen doorheen het land en doet duizenden vrijwilligers dienst nemen.
  • 12 juli: Saillans wordt gevangen en laat het leven in een volksgericht.
  • 14 juli: Nieuw Federatiefeest. Olympe de Gouges, Etta Palm en Théroigne de Méricourt vragen dat vrouwen het recht krijgen om vrijwillig in het leger te dienen.
  • 15 juli: De Wetgevende Vergadering vraagt dat vijf geregelde regimenten worden verwijderd uit de nabijheid van Parijs.
  • 25 juli: Het Manifest van Brunswijk dreigt Parijs te vernielen als de koninkijke familie geweld wordt aangedaan. Dit associeert hen nog meer met de vijand.
  • 3 augustus: Namens 47 Parijse secties vraagt burgemeester Pétion dat de koning vervallen zou worden verklaard van zijn troon, overeenkomstig de grondwet.
  • 8 augustus: De Wetgevende Vergadering stemt tegen de inbeschuldigingstelling van La Fayette. Ook haar weigering om de koning af te zetten veroorzaakt onvrede.
  • 9 augustus: Een revolutionaire commune verdrijft de constitutionele commune uit het stadhuis van Parijs en luidt om middernacht de stormklok.
  • 10 augustus: 's Ochtends maakt de commune zich meester van het Tuilerieënpaleis ten koste van de Zwitserse Garde. De koninklijke familie vlucht naar de Wetgevende Vergadering, die het initiatief verloren is en instemt met de revocatie van de ministers, de schorsing (niet afzetting) van de koning en de bijeenroeping van een Nationale Conventie. De verkiezing ervan zal gebeuren bij algemeen stemrecht.[12] Bij acclamatie stelt ze een voorlopige uitvoerende raad aan, bestaande uit Danton, Roland, Servan, Clavière, Lebrun en Monge.
  • 11 augustus: De Wetgevende Vergadering kent algemeen stemrecht toe aan alle mannen van minstens 21 jaar, zonder cijnsvoorwaarde. Het verschil tussen actieve en niet-actieve burgers wordt opgeheven.
  • 13 augustus: De koninklijke familie wordt overgebracht van het Feuillantenklooster naar de Tempelgevangenis.
  • 14 augustus: La Fayette probeert zijn troepen vergeefs op Parijs te doen marcheren. De Wetgevende Vergadering beveelt de vernietiging van alle monumenten aan de hoogmoed, het vooroordeel en de tirannie.
  • 17 augustus: Een uitzonderingsrechtbank, het Revolutionair tribunaal, wordt ingesteld om te oordelen over de misdaden begaan op 10 augustus.
  • 19 augustus: Om aan arrestatie te ontsnappen levert La Fayette zich uit aan de Oostenrijkers, die hem gevangen nemen. Het Pruisische leger onder Brunswijk dringt Frankrijk binnen.
  • 21 augustus: Louis Collenot d'Angremont en Arnaud de Laporte zijn de eerste twee terechtgestelden in opdracht van het Revolutionair tribunaal.
  • 22 augustus: In de Vendée maken 8000 royalistische boeren zich meester van Châtillon-sur-Sèvre.
  • 23 augustus: Longwy geeft zich over aan de coalitie.
  • 25 augustus: Afkoopbare herenrechten moeten worden bewezen met een originele titel.
  • 26 augustus: De Wetgevende Vergadering beveelt de onbeëdigde klerikalen om binnen de vijftien dagen het land te verlaten,[13] en kent het Franse staatsburgerschap toe aan buitenlanders die de vrijheid hebben gediend.
  • 27 augustus: De boeren met een contract van domaine congédiable worden quasi-eigenaars van hun land maar moeten twintig keer de huurwaarde betalen. Deze maatregel gericht op Bretagne overtuigt de betrokkenen niet.
  • 2 september: Verdun geeft zich over aan de coalitie. De samenzwering van de markies van La Rouërie en zijn Association bretonne wordt verklikt in Parijs.
  • 2-6 september: Om vermeende binnenlandse vijanden te elimineren vormen zich volkstribunalen aan de gevangenissen. Deze Septembermoorden eisen in Parijs 1100 à 1400 slachtoffers. In de dagen erna vallen nog een 150 doden in Meaux, Reims, Orléans, Versailles, Lyon...
  • 2-19 september: Tweede ronde van de Conventieverkiezingen.
  • 10 september: Opeising van het kerkelijk zilverwerk.
  • 14 september: Lodewijk Filips II van Orléans noemt zich Philippe-Égalité.
  • 20 september: De Slag bij Valmy is een Franse overwinning en opent de weg om Dumouriez' Belgische invalsplan uit te voeren. In Parijs neemt de Wetgevende Vergadering nog belangrijke maatregelen met de echtscheidingswet en de creatie van een seculiere burgerlijke stand. Onder meer de huwelijksmeerderjarigheid wordt gevoelig verlaagd.[14] Dan duidt de Conventie op een officieuze zitting Pétion aan als voorzitter en zes secretarissen.
  • 21 september: Opening van de Nationale Conventie, met vierhonderd van de 749 verkozen. Meteen schaft ze de monarchie af, en vestigt de Eerste Franse Republiek, zonder dat woord al te gebruiken. Na een tweetal maanden strijd met de montagnards zullen de girondijnen de eerste fase van de Conventie domineren.
  • 22 september: Introductie van de Republikeinse kalender (het is vandaag 1 vendémiaire jaar I). Het 15.000 man sterke Armée des Alpes onder Montesquiou valt de Savoie in het Koninkrijk Sardinië binnen.
  • 25 september: De Conventie verklaart de Franse republiek "één en ondeelbaar".
  • 29 september: Het Armée des Alpes bezet het graafschap Nice.
  • 4 oktober: Het Franse Rijnleger bezet Worms.
  • 8 oktober: Na een intense beschieting breekt Albert Casimir van Saksen-Teschen het beleg van Rijsel af om het hoofd te bieden aan een Franse overmacht die zich aftekent.
  • 11 oktober: Oprichting van een grondwettelijk comité binnen de Conventie,
  • 9 oktober: Garat volgt Danton op op Justitie.
  • 10 oktober: Uitsluiting van Brissot uit de Club des Jacobins, die voortaan gedomineerd wordt door de montagnards.
  • 21 oktober: Franse inname van Mainz.
  • 23 oktober: Franse inname van Frankfurt am Main.
  • 26 oktober: In een manifest aan zijn Belgische "broeders" verklaart Dumouriez dat hij hen zal bevrijden van de Oostenrijkse tirannie, hun rechten respecteren en hen in staat stellen een regering gebaseerd op volkssoevereiniteit te vestigen.
  • 6 november: De Franse overwinning in de Slag bij Jemappes opent de weg voor bezetting van de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik.
  • 9 november: Generaal Montesquiou wordt in beschuldiging gesteld omdat hij een akkoord heeft gesloten met Genève, terwijl hij het moest veroveren. Hij weet tijdig te vluchten.
  • 14 november: Dumouriez maakt zijn intocht in Brussel.
  • 20 november: Ontdekking van de IJzeren kast en van het dubbelspel van Mirabeau.
  • 27 november: Annexatie van de Savoie.
  • 28 november: Miranda neemt de citadel van Antwerpen. Ook Luik wordt bezet.
  • 29 november: Opheffing van het Revolutionair tribunaal.
  • 30 november: De Conventie stuurt de commissarissen Gossuin, Danton, Delacroix en Camus op inspectie naar de Belgische provincies. Hun annexatiepolitiek zal botsen met Dumouriez' plan voor een onafhankelijke, federatieve republiek.
  • 1 december: Voorstellen om het koningschap te vestigen in Frankrijk, wordt strafbaar met de dood.
  • 2 december: Chambon volgt Pétion op als burgemeester van Parijs.
  • 4 december: Een Belgische delegatie komt de Conventie bedanken en vraagt de onafhankelijkheid.
  • 11 december: Start van het proces tegen Lodewijk XVI op de Conventie.
  • 15 december: Het decreet van 25 frimaire jaar I exporteert de Franse Revolutie naar veroverde gebieden en bekoelt hun vooruitzicht op onafhankelijkheid.
  • 22 december: De citadel van Namen capituleert voor Valence.

1793[bewerken | brontekst bewerken]

Een delegatie zwarten uit Saint-Domingue vraagt op 4 juni de afschaffing van de slavernij aan de Nationale Conventie. De grondwet van 1793 zal een eerste stap zetten en de afschaffing volgt het jaar daarop.
Optocht van het Feest van de Rede op 10 november
  • 1 januari: Oprichting van een Comité de défense générale.
  • 15 januari: De Conventie vindt Louis Capet unaniem schuldig aan samenzwering tegen de openbare vrijheid en beslist dan bij meerderheid om het vonnis niet door het volk te laten bekrachtigen (geen 'appel au peuple').
  • 16-17 januari: In een derde nominale stemming krijgt Louis Capet met 387 stemmen tegen 334 de doodstraf.
  • 19 januari: Het uitstel van straf voor Louis Capet wordt verworpen.
  • 20 januari: De afgevaardigde Lepeletier sterft aan de gevolgen van een sabelslag vanwege zijn regicide stem.
  • 21 januari: Executie van Lodewijk XVI.
  • 22 januari: Ontslag van Roland op Binnenlandse Zaken en opvolging door Garat.
  • 27 januari: Een zingende en dansende menigte die een boom van de broederlijkheid heeft geplant op de Place du Carrousel, wordt gecontroleerd en onderworpen aan een razzia met huiszoekingen en arrestaties.
  • 30 januari: Dood van de markies van La Rouërie.
  • 31 januari: Annexatie van het graafschap Nice. Danton ondersteunt het expansionisme met zijn doctrine van de natuurlijke grenzen.
  • 1 februari: Franse oorlogsverklaring aan de koning van Engeland en de stadhouder van de Verenigde Provinciën.
  • 4 februari: Minister van Oorlog Pache opgevolgd door Beurnonville.
  • 8 februari: Bezetting van Zweibrücken door Frankrijk.
  • 14 februari: Pache wordt verkozen tot burgemeester van Parijs. Het vorstendom Monaco wordt aangehecht.
  • 15 februari: Condorcet stelt een ontwerp van grondwet voor.
  • 17 februari: Dumouriez begint zijn invasie van de Verenigde Provinciën.
  • 18 februari: Napoleon Bonaparte leidt een mislukte ontscheping op Sardinië.
  • 21 februari: Onder impuls van Dubois-Crancé voert de Conventie een ingrijpende legerhervorming door. Ze omvat het "eerste amalgaam", dat de professionele legereenheden en de nationale vrijwilligers versmelt.
  • 24 februari: De Conventie decreteert de levée en masse van 300.000 mannen tussen 18 en 40 jaar (vrijgezellen en weduwnaars zonder kinderen). In het hele land zal dit opstanden teweegbrengen.
  • 26 februari: Hongerende Parisiennes plunderen de kruideniers rond Les Halles.
  • maart: Vooral de Chouannerie in Bretagne en de Opstand in de Vendée kennen successen. Aanhechtingsdecreten lijven gestaag Belgische steden en gemeenten in.
  • 1 maart: Brussel wordt als eerste Belgische stad aangehecht bij Frankrijk, na een georchestreerde volksvergadering. De prins van Coburg herovert Maastricht en richt zijn tegenoffensief dan op Luik.
  • 4 maart: De Conventie annuleert alle allianties en commerciële verdragen met landen waarmee ze in oorlog is.
  • 7 maart: Frankrijk verklaart de oorlog aan de koning van Spanje.
  • 9 maart: De Conventie creëert de Représentants en mission, politieke commissarissen die ze naar elk departement afvaardigt om de mobilisatie te faciliteren.
  • 10 maart: Oprichting van een Buitengewoon crimineel tribunaal, in de herfst omgedoopt tot Revolutionair tribunaal. Het moet de binnenlandse vijanden elimineren.
  • 17 maart: Annexatie van het vorstendom Salm-Salm. Inwoners hadden erom verzocht doordat hun enclave honger leed door het Franse verbod op graanexport.
  • 18 maart: De Slag bij Neerwinden is een Franse nederlaag en zet de veroveringen in België onder zware druk. De Conventie richt een Commission de salut public op.
  • 19 maart: De opstandelingen leggen een hinderlaag en winnen de Slag van Pont-Charrault. De deelnemers aan de "contrarevolutionaire onlusten" rond de conscriptie, worden vogelvrij verklaard.
  • 21 maart: Oprichting van de lokale Comités de surveillance, die toezicht moeten houden op de vreemdelingen.
  • 23 maart: Annexatie van de Rauraakse Republiek.
  • 27 maart: "Vijanden van de Revolutie" worden vogelvrij verklaard en kunnen de doodstraf krijgen op eenvoudige herkenning van identiteit.
  • 28 maart: Dumouriez onderhandelt de Franse aftocht uit België met stafchef Karl Mack von Leiberich, aan wie hij zijn plan onthult om naar Parijs te marcheren.
  • 30 maart: Aanhechting van het Rijnland.
  • 1 april: Dumouriez neemt oorlogsminister Beurnonville en de gedeputeerden Camus, Quinette, Bancal en Lamarque gevangen, die hem kwamen schorsen en voor de Conventie in Parijs leiden.
  • 4 april: Dumouriez, die zijn troepen niet heeft kunnen overtuigen van de mars op Parijs, loopt over naar de Oostenrijkers.
  • 5 april: Marat wordt voorzitter van de Club des Jacobins en eist de afzetting van de girondijnen, die worden gezien als medeplichtig aan het verraad van Dumouriez.
  • 6 april: Oprichting van het Comité de salut public.
  • 7 april: Philippe-Égalité wordt opgesloten in de Prison de l'Abbaye en ook zijn orleanistische entourage wordt zo uitgeschakeld.
  • 11 april: De Vendéens slaan een aanval op het dorp Chemillé af.
  • 13 april: De Conventie verklaart dat de verloren gebieden zullen worden heroverd. Arrestatie van Marat wegens het oproepen tot geweld tegen de verraders van de regering en de Conventie.
  • 22 april: De nederlaag van Berruyer bij Beaupréau betekent de mislukking van zijn offensief in de Vendée, maar Beysser zegeviert in Machecoul.
  • 24 april: De jury van het Revolutionair tribunaal spreekt Marat vrij en duidt zijn geschriften als "terechte verontwaardiging". Robespierre presenteert zijn ontwerp van grondwet.
  • 30 april: Reorganisatie van de Représentants du peuple en mission.
  • 4 mei: De Wet op het Maximum reguleert de graan- en meelverkoop en stelt departementale prijscontroles in.[15]
  • 10 mei: De Conventie verhuist naar de Salle des Machines van het Tuilerieënpaleis.
  • 12 mei: Aanhechting van het Land van Luik op verzoek van Luikse vluchtingen, hoewel het gebied niet meer wordt gecontroleerd.
  • 16 mei: Eerste slag bij Fontenay-le-Comte in de Opstand in de Vendée.
  • 18 mei: Oprichting van de Commissie van Twaalf, die samenzweringen van de Parijse secties tegen de Conventie moet onderzoeken.
  • 23 mei: De coalitie wint de Slag bij Famars.
  • 24 mei: Aanhoudingsbevel tegen Hébert.
  • 25 mei: Tweede slag bij Fontenay-le-Comte in de Opstand in de Vendée.
  • 31 mei: De sansculotten proberen hun wil op te leggen aan de Conventie, maar bekomen enkel de ontbinding van de Commission des Douze.
  • 2 juni: Val van de girondijnen onder gewapende druk van de sansculotten en de Nationale Garde. De Conventie beveelt de opsluiting van de ministers Clavière en Lebrun en van 29 girondijnse afgevaardigden. Nieuwe fase van de Conventie beheerst door de montagnards.
  • 9 juni: Bordeaux rebelleert tegen deze Parijse machtsgreep en stelt een Commission populaire de salut public du département de la Gironde in, die zich tot doel stelt de vrijheid in de Nationale Conventie te herstellen.[16]
  • 10 juni: Toelating om gemeenschappelijke gronden te privatiseren op gelijke basis.
  • 18 juni: In Parijs worden twaalf leden van de Association bretonne terechtgesteld.
  • 23 juni: Opheffing van de krijgswet.
  • 24 juni: De Grondwet van 1793 wordt aangenomen, voorafgegaan door een nieuwe Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.
  • 28 juni: Eerste Slag bij Luçon in de Opstand in de Vendée.
  • 29 juni: De republikeinse zege in de Slag bij Nantes betekent een ommekeer in de oorlog met de Vendéens.
  • 30 juni: Oprichting van de Commission populaire républicaine et de salut public du Rhône-et-Loire in Lyon, die zich verzet tegen de gezuiverde Nationale Conventie.
  • 3 juli: Het Comité de salut public plaatst de dauphin bij de schoenmaker en revolutionair Antoine Simon.
  • 5 juli: Eerste Slag bij Châtillon in de Opstand in de Vendée. Van de 7000 republikeinse troepen onder François Westermann zijn er maar driehonderd overlevenden.
  • 13 juli: Moord op Marat door Charlotte Corday. Bij Vernon wordt een troep federalisten uit Caen verslagen.
  • 14 juli: Jacques Cathelineau, aanvoerder van het Katholiek en koninklijk leger, sterft aan complicaties van een kwetsuur opgelopen in Nantes.
  • 16 juli: In Lyon wordt de jacobijn Joseph Chalier terechtgesteld.
  • 17 juli: Afschaffing zonder vergoeding van de heerlijke en feodale rechten die tot dan moesten worden afgekocht.
  • 18 juli: Slag bij Vihiers in de Opstand in de Vendée.
  • 23 juli: Coalitietroepen heroveren Mainz en maken een einde aan de eerste Duitse democratie.
  • 25 juli: Verkoop van de geconfisqueerde goederen van emigranten.
  • 27 juli: Robespierre treedt toe tot het Comité de salut public.
  • 28 juli: Valenciennes valt aan de coalitie.
  • 30 juli: Tweede Slag bij Luçon in de Opstand in de Vendée.
  • 1 augustus: Op voorstel van Barère wordt de vernietiging van alle koningsgraven in Frankrijk bevolen. Het metrisch stelsel wordt aangenomen (maar is nog niet verplicht).
  • 6-8 augustus: De eerste koningsgraven in de basiliek basilique Saint-Denis worden geprofaneerd.
  • 15 augustus: Ontslag van Garat op Binnenlandse Zaken en opvolging door Paré.
  • 23 augustus: Nieuwe levée en masse, priortair gericht op de mannen tussen 18 en 25 jaar.
  • 27 augustus: Toulon levert zich uit aan de Britten.
  • 29 augustus: In Cap-Français verklaart Sonthanax dat alle zwarte en halfbloedslaven vrij zijn en volwaardige Franse burgers, maar ook dat ze verplicht zijn hun dienst verder te zetten.
  • 31 augustus: In de Doubs grijpen 1200 landlieden de wapens, maar hun "Kleine Vendée" wordt binnen de week onderdrukt.
  • 5 september: Een binnengedrongen menigte vraagt de Conventie om terreur "op de agenda te plaatsen". Er wordt een "revolutionair leger" van militanten ingesteld, dat moet waken over de bevoorrading van Parijs en het patriotisme van de bevolking.
  • 8 september: Frankrijk verslaat de Coalitie in de Slag bij Hondschote en dwingt de hertog van York het beleg van Duinkerke op te geven.
  • 13 september: In Méribel verslaan de Fransen koningsgezinde Savoyaarden in Sardijnse dienst.
  • 17 september: De Loi des suspects, aangenomen op voorstel van Merlin de Douai, laat toe "verdachten" zonder veel plichtplegingen op te sluiten tot er vrede is. In de slag bij Peyrestortes verslaan de Fransen de Spanjaarden.
  • 21 september: De kokardeplicht uitgebreid naar vrouwen.
  • 22 september: De overwinning bij Trouillas laat de Spanjaarden toe hun Franse bruggehoofd te behouden.
  • 29 september: De Wet op het Algemene Maximum brengt landelijke maximumprijzen op levensmiddelen (graan, brandhout, kaarsen, vlees, boter, bier, wijn, zout, suiker, hennep...). Ook de lonen worden geplafonneerd.
  • 1 oktober: Commissaris Barère noemt de Vendée "de politieke houtskool die het hart van de Franse republiek verslindt" en roept op om de streek te verwoesten.
  • 5 oktober: Stemming van de republikeinse kalender op voorstel van Gilbert Romme.
  • 9 oktober: De troepen van de Nationale Conventie nemen Lyon in, dat de nieuwe naam Ville Affranchie krijgt.
  • 10 oktober: De Conventie aanvaardt dat er tot de vrede een revolutionaire regering zal zijn en stelt haar grondwet buiten toepassing. Montbéliard wordt veroverd en aangehecht.
  • 12-25 oktober: Nieuwe vernielingen van koningsgraven in de Saint-Denis.
  • 16 oktober: Executie van Marie-Antoinette van Oostenrijk. De overwinning in de Slag bij Wattignies beveiligt de Franse noordgrens. De Conventie maant tot wijziging van gemeentenamen die refereren aan het koningschap, de feodaliteit of het bijgeloof.
  • 17 oktober: De Vendéens worden verslagen bij Cholet.
  • 18 oktober: Dood van aanvoerder Bonchamps. Met de Virée de Galerne steken de Vendéens de Loire over en zoeken ze hulp in Bretagne en Normandië.
  • 23 oktober: Sansculotten verwijderen 28 koningsbeelden van de Notre-Dame van Parijs.
  • 27 oktober: Gelijkberechtiging in het bestuur van het echtelijke vermogen.
  • 30 oktober: Verbod op vrouwelijke clubs door toedoen van Amar.
  • 31 oktober: Terechtstelling van de girondijnen. Op Saint-Domingue verklaart Polvenel dat de slavernij op Franse eilanden is afgeschaft.
  • 2 november: Wettige en buitenhuwelijkse kinderen krijgen gelijke erfrechten.
  • 6 november: De Conventie erkent de beslissing van Mennecy om haar parochie af te schaffen en stelt dat gemeenten het recht hebben zich te ontdoen van religieuze ceremonieën die hen niet bevallen.[17] Er volgt een golf van kerksluitingen en vele duizenden constitutionele priesters treden af.
  • 7 november: Terechtstelling van Philippe-Égalité.
  • 8 november: Terechtstelling van Madame Roland. Het tutoyeren wordt verplicht gesteld.
  • 10 november: De hébertisten stellen de Conventie voor een voldongen feit en verplaatsen hun Feest van de Vrijheid en de Rede naar de Notre-Dame.
  • 11 november: Terechtstelling van Bailly, eerste burgemeester van Parijs.
  • 17 november: Begin van de verdrinkingen in Nantes. Terechtstelling van generaal Houchard voor het niet-vervolgen van zijn voordeel na Hondschote.
  • 21 november: In de Jakobijnenclub valt Robespierre het atheïsme aan.
  • 23 november: De Conventie decreteert de sluiting van alle Parijse kerken.
  • 24 november: In het definitieve decreet op het "tijdperk der Fransen" zijn de nieuwe dag- en maandnamen van Fabre d'Églantine opgenomen. Ook bevat het een decimale uurindeling, die echter dode letter blijft.
  • 4 december: De revolutionaire regering wordt per decreet georganiseerd.[18] Het voert een centralisatie door die de Nationale Conventie tot de enige motor van de regering maakt, ten koste van lokale en populaire initiatieven.
  • 8 december: Op voorstel van Robespierre verbiedt de Conventie elke vorm van geweld en beperking tegen de vrijheid van eredienst.[19] Dit stopt de ontkerstening niet.
  • 13 december: In de Slag bij Le Mans worden de Vendéens afgeslacht.
  • 15 december: Het offensief van Pichegru en Hoche doet 40.000 mensen vluchten over de Rijn.
  • 19 december: Herovering van Toulon, dat gestraft wordt met de nieuwe naam Port-de-la-Montagne. Invoering van gratis en verplicht lager onderwijs.
  • 20 december: In Le Vieux Cordelier doen de jakobijnen Danton en Desmoulins een oproep om de opsluiting van verdachten en de executies te beëindigen en de grondwet in werking te stellen.
  • 23 december: De Slag bij Savenay is een nieuwe nederlaag voor de Vendée en beëindigt hun Virée de Galerne.
  • 25 december: Een rapport van Robespierre namens het Comité de salut public verklaart dat de revolutionaire regering tot doel heeft de republiek te stichten.
  • 28 december: Aanhouding van de vreemdelingen Thomas Paine en Anacharsis Cloots.

1794[bewerken | brontekst bewerken]

1795[bewerken | brontekst bewerken]

1796[bewerken | brontekst bewerken]

1797[bewerken | brontekst bewerken]

1798[bewerken | brontekst bewerken]

1799[bewerken | brontekst bewerken]

De nachtelijke staatsgreep van 18 Brumaire in Saint-Cloud (Jacques Sablet, ca. 1799)

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Jacques Godechot, La Révolution française. Chronologie commentée, 1787-1799, 1988. ISBN 2262005087
  • Hervé Leuwers, La Révolution française, 2020. ISBN 2130825095

Voetnoten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Alexandre Maral, Les derniers jours de Versailles, 2018, p. 19-20
  2. Monique Cubells, Les horizons de la liberté. Naissance de la Révolution en Provence, 1787-1789, 1987. ISBN 2857443102
  3. Momcilo Markovic, La Révolution aux barrières: l'incendie des barrières de l'octroi à Paris en juillet 1789, in: Annales historiques de la Révolution française, 2013, nr. 2, p. 27-48
  4. Ted W. Margadant, "Summary Justice and the Crisis of the Old Regime in 1789", in: Historical Reflections/Réflexions historiques, 2003, nr. 3, p. 495-528
  5. Procès-verbal de l'Assemblee Nationale imprimé par son ordre, vol. 6, p. 10-11
  6. Décret du 13 février 1790 qui prohibe en France les voeux monastiques de l'un et de l'autre sexe (wet van 19 februari 1790)
  7. Décret du 8 mars 1790 sur la pétition des villes de commerce et sur l'affaire des colonies
  8. Décret du 27 novembre 1790 de l'Assemblée nationale concernant le serment à prêter par les evêques, curés & autres ecclésiastiques fonctionnaires publics (wet van 26 december 1790)
  9. Décret du 13 janvier 1791 sur la pétition des auteurs dramatiques (wet van 19 januari 1791)
  10. Décret sur les biens et usages ruraux
  11. Décret du 29-30 septembre 1791 sur les sociétés populaires (wet van 9 oktober 1791)
  12. Decreet nr. 1297 van 10 augustus 1792
  13. Décret du 26 août 1792 relatif aux Ecclésiastiques qui n'ont pas prêté leur serment, ou qui, après l'avoir prêté, l'ont rétracté, & ont persisté dans leur Rétractation
  14. Décret du 20 septembre 1792 qui détermine le mode de constater l’état civil des citoyens (titel IV, afdeling I, artikel 2)
  15. Décret loi de la convention nationale relatif aux subsistances (15 floréal jaar I)
  16. Anne de Mathan, "Gironde et Dordogne: deux départements face à l’arrestation des Girondins en 1793", in: Annales du Midi, 2007, p. 190. DOI:10.3406/anami.2007.7176
  17. Décret relatif à l'abolition d'une paroisse dans la commune de Mennecy.
  18. Décret sur le mode de gouvernement provisoire & révolutionnaire
  19. Décret relatif à la liberté des cultes
  20. Sur les principes de morale politique qui doivent guider la Convention nationale dans l’administration intérieure de la République
  21. 150: McPhee 2017, p. 258; 40.000: Frank Tallett, "Dechristianizing France: The year II and the Revolutionary Experience", in: Religion, Society and Politics in France Since 1789, 1991, p. 10
  22. Décret qui met en réquisition pour la prochaine récolte les citoyens & citoyennes qui sont dans l'usage de s'employer aux travaux de la récolte
  23. Décret portant que les laboureurs, manouvriers, moissonneurs, brassiers et artisans de profession des campagnes, bourgs ou communes dont la population est au dessous de 1200 habitans, et qui se trouvent détenus comme suspects, seront mis provisoirement en liberté