Titus Lartius Flavus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Titus Lartius Flavus[1] was een Romeinse politicus en broer van Spurius Lartius Rufus.

Hij was in 501 v.Chr. consul.[2] In hetzelfde jaar werd hij tot eerste dictator tegen de verbonden Latijnen gekozen,[3] ofschoon Dionysius van Halicarnassus deze benoeming in 498 v.Chr. plaatst,[4] waarin hij de stad Fidenae tot overgave dwong en eerst daarna de dictatuur zou hebben verkregen, toen de met schulden beladen plebejers in de Latijnse Oorlog de krijgsdienst weigerden.[5] Zijn magister equitum was Spurius Cassius Vecellinus.[6]

T Lartius liet terstond al de burgers opschrijven en al de weerbare manschappen opnieuw in centuriën verdelen. Met de Latijnen bracht hij een wapenstilstand tot stand.

In 496 v.Chr. na de Slag bij het Meer van Regillus was Lartius voor de herstelling van de vroegere betrekkingen met de Latijnen en een zachte behandeling van de overwonnenen.

Later na de uitwijking van de plebs naar de Heilige Berg (secessio plebis, 494 v.Chr.), toen hij mogelijk praefectus urbi was,[7] en in het volgende jaar (493 v.Chr.) bij de onderhandelingen met het volk, waaraan hij als gezant van de senaat deelnam, was hij van mening, om aan het gezamenlijke volk zijn schulden kwijt te schelden, waardoor hij de patriciërs tegen zich innam.[8]

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Men schrijft zijn nomen gentile ook wel als Larcius. Het cognomen Flavus vinden we voor hem bij Dionysius van Halicarnassus (Antiquitates Romanae V 59.1: Τῖτον Λάρκιον Φλάβον καὶ Κόιντον Κλοίλιον Σικελόν.), Hydatius (Fasti) en Chronicon Paschale (Aurunco et Flavo ... Flavo et Sifulo), terwijl we het cognomen Rufus aantreffen in de Chronograaf van 354 (Aurunco et Rufo ... Rufo II et Vocula) en Livius helemaal geen cognomen vermeldt (Ab Urbe condita II 18.1: Insequens annus Postumum Cominium et T. Largium consules habuit.
  2. Livius, Ab Urbe condita II 18.1.
  3. Livius, Ab Urbe condita II 18.4-10.
  4. Dionysius van Halicarnassus, Antiquitates Romanae V 75.
  5. Dionysius van Halicarnassus, Antiquitates Romanae V 61-77.
  6. Livius, Ab Urbe condita II 18.5, Dionysius van Halicarnassus, Antiquitates Romanae V 75, Eutropius, Breviarium ab Urbe condita I 12.
  7. Dionysius van Halicarnassus, Antiquitates Romanae VI 42.
  8. Livius, Ab Urbe condita II 29.

Referentie[bewerken | brontekst bewerken]

  • art. Lartii (2), in F. Lübker - trad. ed. J.D. Van Hoëvell, Classisch Woordenboek van Kunsten en Wetenschappen, Rotterdam, 1857, p. 520.