Tjongercultuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een zgen. Federmesser-punt

De Tjongercultuur of Federmessercultuur is een cultuur uit het Laat-paleolithicum van ongeveer 10.000 tot 9.000 jaar voor het begin van de jaartelling. De cultuur volgde op die van de rendierjagers van de Hamburgcultuur en trad op tijdens het Allerød-interstadiaal, toen het iets warmer werd en het toendralandschap veranderde in een berken- en dennenbos.

De cultuur komt onder verschillende benamingen voor op de Noord-Europese Laagvlakte van Noord-Frankrijk tot Polen (Tarnowian en Witowian).

In meer noordelijke streken bestond in dezelfde periode de Brommecultuur. De cultuur werd opgevolgd door de Ahrensburgcultuur, die we vinden in een tijdvak na het interstadiaal, toen het weer wat kouder werd en de laatste fase van de ijstijd (het Weichselien) inging.

De cultuur komt aan haar Nederlandse naam doordat de eerste vondsten in het dal van de Tjonger werden gedaan. Amateurarcheoloog Pieter Horjus ontdekte tussen 1925 en 1942 bij Oostermeer een belangrijke collectie laatpaleolithische artefacten behorend tot deze cultuur. Ze wordt gekenmerkt door invloeden vanuit Frankrijk (Azilien). Het was een cultuur van jagers, die echter een gevarieerder wildaanbod hadden dan hun voorgangers en opvolgers. Zo waren er edelherten, wilde zwijnen, reeën en damherten. Bij een oude Tjongermeander bij Lochtenrek bij het Friese Makkinga zijn enkele sites van deze cultuur aangetroffen. De amateurarcheoloog Popping zorgde met zijn vondsten in dit gebied in de jaren dertig van de vorige eeuw voor het gebruik van de naam Tjongercultuur. Latere falsificaties brachten hem in diskrediet.

Kenmerkend voor deze cultuur zijn bepaalde vuurstenen klingen, schrapers, spitsen en stekers.