Zuidelijke geelsnaveltok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Tockus leucomelas)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zuidelijke geelsnaveltok
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Hornbill Zazu Chitwa South Africa Luca Galuzzi 2004.JPG
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Bucerotiformes
Familie:Bucerotidae (Neushoornvogels)
Geslacht:Tockus (Tokken)
Soort
Tockus leucomelas
(Lichtenstein, 1842)
Verspreidingsgebied
Verspreidingsgebied
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Zuidelijke geelsnaveltok op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De zuidelijke geelsnaveltok (Tockus leucomelas) is een middelgrote vogel uit de familie van de neushoornvogels die in Zuidelijk Afrika leeft. Het is een wijdverspreide vogel, die goed tegen een droge omgeving kan. De zuidelijke geelsnaveltok lijkt sterk op de Ethiopische geelsnaveltok; de zuidelijke werd als een ondersoort beschouwd: T. flavirostris leucomelas.

Uiterlijk[bewerken | brontekst bewerken]

De afmeting van de vogel varieert tussen de 50 en 60 centimeter[2] en hij heeft een karakteriserende grote oranje-gele snavel. Ook de ogen zijn geel; de buik is wit en de nek is grijs. De huid rond de ogen is rozeachtig van kleur. De zwartbruine vleugels zijn wit gevlekt en de staart is donkerbruin. Er is vrijwel geen onderscheid te zien tussen mannetjes en vrouwtjes.

Voortplanting[bewerken | brontekst bewerken]

De vrouwtjes leggen drie tot vier eitjes die ongeveer 25 dagen worden bebroed. Het duurt ongeveer anderhalve maand voordat de juvenielen volgroeid zijn.

Voedsel[bewerken | brontekst bewerken]

Ze foerageren hoofdzakelijk op de grond, waar ze zich voeden met vruchten, zaden, kleine insecten, spinnen en schorpioenen. In het droge seizoen gaat de voorkeur uit naar termieten en mieren.

Verspreidingsgebied[bewerken | brontekst bewerken]

De zuidelijke geelsnaveltok is inheems in Angola, Botswana, Malawi, Mozambique, Namibië, Swaziland, Zambia, Zimbabwe en Zuid-Afrika.[3]

De soort telt 2 ondersoorten:

  • T. l. elegans: zuidwestelijk Angola.
  • T. l. leucomelas: van Namibië tot westelijk Mozambique en noordelijk Zuid-Afrika.