Tola (Bijbel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tola (Hebreeuws: תּוֹלָע, to'-la, "worm" of "scharlaken spul") was de zevende rechter van de Israëlieten en leidde Israël 23 jaar.[1] Over Tola noemt de Hebreeuwse Bijbel het minst van alle rechters. Er wordt geen enkele daad van hem vermeld. Hij was de zoon van Pua en de kleinzoon van Dodo, uit de stam van Issaschar. Hij trad op na Gideons zoon Abimelech. Hij woonde te Samir, op het gebergte van Efraïm, waar hij ook gestorven is.

Een andere Tola was een zoon van Issaschar.[2] Zijn nakomelingen zijn de Tolaïeten,[3] waarvan de familiehoofden van de 22.600 mannen in de periode van koning David als "dappere krijgslieden" bekend stonden.[4]