Tony Van Dyck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tony Van Dyck
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Geboren 1922
Berchem
Overleden 19 december 2009
Boechout, Vlaanderen, België
Land/zijde Flag of Germany (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of the Schutzstaffel.svg Schutzstaffel
Dienstjaren 1940 - 1945
Rang HH-SS-Obersturmfuhrer-Collar.png Shoulder-wss-ill-obersturmf.jpg
SS-Obersturmführer
Eenheid SS-Freiwilligen Standarte Nordwest
Standaard der Germaansche SS
Bevel Lagerführer
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen Zie decoraties
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Antoon (Tony) van Dijck (Berchem, 1922, - Boechout, 19 december 2009) was een Vlaamse SS-officier uit Antwerpen.

Van Dijck werd in mei 1940 als dienstplichtige op een trein met bestemming Zuid-Frankrijk gezet. Maar zover geraakte hij niet, nabij Boulogne-sur-Mer werden de treinen gestopt door de oprukkende Duitse tankkolonnes van generaal Heinz Guderian. Het was daar dat Van Dijck voor het eerst de Siegrunen opmerkte op het uniform van een jonge SS-Untersturmführer van de Leibstandarte-SS "Adolf Hitler". In september 1940 sloot Van Dijck zich aan bij de Vlaamse SS, waarna hij zich meldde voor de SS-Freiwilligen Standarte Nordwest nadat hij werd afgekeurd voor de SS-Freiwilligen Standarte Westland. Van Dijck vertrok in april 1941 voor zijn opleiding naar de Germania-Kazerne in Hamburg. Als afsluiting van de opleiding legde hij in de Zonnewendenacht van 20 op 21 juni 1941 de eed van trouw af. In het begin van Operatie Barbarossa werd hij bevorderd tot SS-Sturmmann. Na de ontbinding van de SS-Freiwilligen Standarte Nordwest werd hij naar het Vlaams Legioen overgeplaatst. In maart 1942 werd hem het IJzeren kruis klasse 2 en het Infanterie-Sturmabzeichen verleend voor zijn acties bij het Vlaams Legioen.

De SS-Junkerschule Tölz[bewerken]

Op 5 juni 1942 volgde Van Dijck samen met nog drie andere Vlaamse SS-Junker aan de SS-Junkerschule in Bad Tölz. Op 5 december 1942 slaagde hij en werd bevorderd tot SS-Oberstandartenjunker om dan uiteindelijk op 10 maart 1943 als SS-Untersturmführer te worden bevorderd. Na zijn bevordering werd hij bevolen zich ter beschikking te stellen van het SS-Hauptamt, en werd als volgt naar een van de Wehrtuchtungslager in Duitsland gestuurd om er Lagerführer te worden. Zijn broer, Wim van Dijck, die later ook een Kriegs-Junkerlehrgang volgde aan de SS-Junkerschule Tölz om er af te studeren als SS-Untersturmführer, werd ook Lagerführer van een Wehrtuchtungslager.

Als vierde en laatste Standaardleider der Germaansche SS[bewerken]

In april 1943 werd SS-Untersturmführer Antoon van Dijck naar de Dienststelle gestuurd en werd hij aangesteld tot Adjudant van SS-Untersturmführer François die Standaardleider was van de Standaard der Germaansche SS in Vlaanderen.

Op 9 november 1943 nam de jonge Van Dijck op voorspraak van Reichsführer-SS Heinrich Himmler de taak van Standaardleider op zich nadat de intussen tot SS-Obersturmführer bevorderde François, Verbindungsführer werd voor het SS-FHA (SS-Führungshauptamt) bij de 6. SS-Freiwilligen Sturmbrigade Langemarck. Begin 1943 was het verzet begonnen met het plegen van terreuraanslagen tegen collaborateurs en hun families. Vanuit Van Dijcks Dienststelle te Brussel begon de Germaansche SS met de bloedige contraterreur. Het startschot werd gegeven wanneer in het politiecommissariaat van Vorst Antoon van Dijck zelf drie agenten executeert.

Op 20 mei 1944 ging in de trouwzaal van het stadhuis van Antwerpen het SS-huwelijk door van Antoon van Dijck met Ingeborg Scharl uit München.

Op de Lüneburgerheide[bewerken]

In september 1944 vluchtte Van Dijck naar Duitsland waar hij op de Lüneburger Heide 200 leden van de Germaansche SS terugvond en hij ze beval zich te melden tot de Waffen-SS. In november 1944 werd de inmiddels tot SS-Obersturmführer bevorderde Antoon van Dijck als Militair adjunct van de Landsleiter SS-Obersturmbannführer Dr. Jef van de Wiele aangesteld. SS-Obersturmführer Antoon van Dijck stelde later een verslag op voor Reichsführer-SS Heinrich Himmler, SS-Obergruppenführer Gottlob Berger, hoofd van het SS-Hauptamt en SS-Obergruppenführer Ernst Kaltenbrunner, hoofd van de SD (Sicherheitsdienst). In dat verslag beschuldigde hij de Höhere SS- und Polizeiführer (HSSPF) ‘Belgien-Nordfrankreich’ SS-Gruppenführer Richard Jungclaus ervan de waarborgen die hij Dr. Jef van de Wiele en hemzelf had gegeven inzake de beveiliging van collaboratiegezinnen bij de evacuatie van Duitse troepen en de komst van de geallieerde troepen niet te hebben nageleefd, namelijk deze gezinnen tijdig naar Duitsland te evacueren. Vele collaboratiegezinnen vielen daardoor ten prooi aan de volkswoede. Enkele dagen voor de geallieerden Brussel bezetten, stonden nog honderden gezinnen uit West- en Oost-Vlaanderen in het Noordstation op een reddende trein te wachten. Maar de SS-Gruppenführer Junclaus had al enkele dagen samen met zijn stafofficieren Brussel verlaten. Ook had hij 600 politieke gevangenen vrijgelaten. Als straf werd hij bevolen als SS-Obersturmführer der Reserve zich bij de 7. SS-Freiwilligen Gebirgs Division Prinz Eugen te voegen en hij sneuvelde op 14 april 1945 in Zavidovići, Joegoslavië[1].

Na de oorlog[bewerken]

Op 4 april 1947 veroordeelde het krijgshof van Antwerpen Antoon Van Dijck een eerste keer tot de doodstraf. Eén jaar later werd hij medeverantwoordelijk gesteld voor de razzia’s in Lamain, Hertain, Doornik, Bree, Peer, Meeuwen-Gruitrode, Wijshagen en vooral Meensel-Kiezegem. Door het Krijgshof van Brussel werd hij tot de dood met de kogel veroordeeld. Maar het vonnis werd niet voltrokken, Antoon van Dijck kwam ervan af met 17 jaar cel. In 1991 bracht hij nog het boek ‘Zo stierven zij en wij’ uit, over het leven aan het oostfront.

Militaire loopbaan[bewerken]

Decoraties[bewerken]