Naar inhoud springen

Trams in Metropoolregio Rijn-Neckar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Rijn-Neckar Tramnet
Een Škoda tram, halte Dalbergstraße in Mannheim
Een Škoda tram, halte Dalbergstraße in Mannheim
Basisgegevens
Locatie Metropoolregio Rijn-Neckar
Vervoerssysteem Tram
Startdatum 1878
Lengte trajecten 301,8 km (Netlengte)
Aantal lijnen 2 interlokale + 13 stadslijnen
Aantal voertuigen 187 trams[1] (2018)
Spoorwijdte meterspoor 1000 mm
Uitvoerder(s) Rhein-Neckar-Verkehr GmbH (RNV)
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Situatie tot 2008, het verlaten tunneltraject van lijn 12 in Ludwigshafen tussen Hauptbahnhof en Rathaus zichtbaar als het middelste gedeelte van de donkergroene lijn
In 2008 ontmanteld station Hauptbahnhof Ostausgang
Netkaart Mannheim en Ludwigshafen (2016)
Eindpunt Kirchheim met als een van de weinige ook een eindlus
Netkaart Heidelberg (2023)
Variobahn tram in de kleuren van de RNV.
Düwag GT8, met lagevloer middenbak.
Rhein Haardt Bahn "ET12"

Het tramnetwerk van de Metropoolregio Rijn-Neckar vormt de ruggengraat van het stedelijke openbaar vervoer van de Duitse Metropoolregio Rijn-Neckar. Deze regio ligt in drie Duitse deelstaten, Baden-Württemberg (rechter Rijnoever), Hessen (Viernheim) en Rijnland-Palts (linker Rijnoever). Het omvat de steden Mannheim, Weinheim, Heidelberg en Ludwigshafen met de omliggende dorpen. Het metersporige net met een lengte van ruim 301 kilometer wordt door de Rhein-Neckar-Verkehr GmbH (RNW) geëxploiteerd.

Het deel van het net op de rechter Rijnoever heeft als basis een driehoek tussen de grootste stad Mannheim en de derde stad Heidelberg, het derde punt wordt gevormd door het noordelijker gelegen (Weinheim). Deze interlokale lijnen vallen in Duitsland onder de spoorwegwetgeving maar worden met trams bereden. Elk van de drie grote steden heeft daarnaast een eigen stadsnet, waarbij de netten van Mannheim en Ludwigshafen (met slechts een eigen tramlijn) direct met elkaar verbonden zijn. Ook is er een lange interlokale uitloper naar Bad Dürkheim. De eerste paardentrams reden al in 1878 in Mannheim en Ludwigshafen.

De eerste lijnen, met paardentrams, reden op normaalspoor. Tussen 1900 en 1902 werden deze vervangen door elektrische metersporige lijnen. Ondertussen was in 1884 de eerste stoomtramlijn geopend, van Mannheim naar Feudenheim. Meerdere lijnen volgden en vanaf 1890 kon ook in Ludwigshafen en Heidelberg op de stoomtram worden gestapt. Paardentrams reden vanaf 1885 in Heidelberg en 1901 werd de elektrische tramlijn van Heidelberg naar Wiesloch geopend. Elektrische stadstrams gingen al snel in 1902 rijden. In 1913 opende de Rhein Haardtbahn, een 16 kilometer lange elektrische lijn van Bad Dürkheim naar Ludwigshafen-Oggersheim en Mannheim, zonder lijnaanduiding. Vanaf 1914 werden de stoomtramlijnen van de Oberrheinische Eisenbahn-Gesellschaft geleidelijk in elektrische lijnen omgezet. De lijnen begonnen in Station Mannheim OEG (Lijn A Weinheim-Heidelberg en lijn C Heddesheim) en in Station Mannheim-Kurpfalzbrücke (Lijn B rechtstreeks naar Heidelberg) maar werden na 1973 geintegreerd in het tramnet van Mannheim.

In Mannheim kwamen er verlengingen in Feudenheim, naar Schönau en werd de in 1964 gebouwde wijk Vogelstang in het oosten van de stad in 1969 aangesloten op een nieuwe tramlijn, die vrijwel geheel op een eigen baan rijdt waarbij de halte Vogelstang Zentrum werd geïntegreerd in het winkelcentrum van de wijk, waar de tram doorheen rijdt. In Mannheim en Ludwigshafen werden enkele minder belangrijke trajecten onder meer naar de haven stilgelegd en in Heidelberg verdwenen een aantal interlokale uitlopers.

Vanaf 1969 werden enkele trajecten, eerst in Ludwigshafen en sinds 1971 in Mannheim, bij een lijn die aantakking kreeg op het nieuwe traject over de Kurt Schumacherbrug, op een hoger plan getild door de aanleg van een ondergrondse semi-metrotraject met slechts het ondergrondse station Dalbergstraße waar de Neckar wordt gekruist. Speciaal ontwikkelde Stadtbahn-trams hebben hier echter nooit gereden.

Op 23 september 1995 werd de zg. "B-lijn" geopend naar Neckarau West via Lindenhof, grotendeels via enkelsporige trajecten gezien de beschikbare ruimte. Uiteindelijk volgde nog een verlenging naar de Rheingoldhalle

Door de opening van station Ludwigshafen Mitte in 2003 verloor het Hauptbahnhof veel reizigers. De tunnel tussen Hauptbahnhof en Rathaus lag bovendien ongunstig ten noorden van het centrum. In 2005 werd de door de tunnel rijdende lijn 12 beperkt tot een spitsuurlijn. In 2008 bij reorganisatie van het tramnet werd wegens de hoge exploitatiekosten en gering reizigersaanbod de lijn zonder vervanging opgeheven en werd de tunnel overbodig, pas sinds 1976 volledig in gebruik en maar 32 jaar gebruikt. Het ondergrondse station Danziger Platz en de bovengrondse halte Hauptbahnhof Ostausgang zijn sinds 2008 afgesloten en spookstations. In Ludwigshaven resteren nog slechts twee ondergrondse stations, Rathaus, dat voor de helft een spookstation is omdat de perrons op de onderste verdieping zijn afgesloten en de sporen verwijderd en op de bovenste verdieping de buitenzijden van de perrons zijn afgesloten met met hekken en de sporen ook verwijderd, en Hauptbahnhof. Bouwplannen maken dat de ongebruikte tunnel deels moet verdwijnen.

In Heidelberg werd in 2006 een nieuw traject geopend naar het in 1920 door Heidelberg geannexeerde Kirchheim, lijn 26 en thans lijn 22 met in de dorpskern enkelspoor door de beschikbare ruimte. De tram reed hier al eerder als lijn 6 tussen 1910 en 1972 zij het grotendeels volgens een andere route. De nieuwe woonwijk Bahnstad achter Heidelberg Hauptbahnhof op een voormalig rangeerterrein wordt ook bediend.

In 2008 werd lijn 6 in Mannheim gesplitst in lijn 6 naar Neuostheim en lijn 6A naar Neuhermsheim en de SAP Arena waarbij beide eindpunten met de halve frequentie worden bediend. Er bestaat een verbindingsspoor tussen beide eindpunten maar dat wordt alleen gebruikt op bepaalde tijdstippen en tijdens evenementen in de SAP Arena wanneer lijn 6 doorrijdt naar het eindpunt van lijn 6A.

In 2016 werd de laatste grote uitbreiding in Mannheim gerealiseerd, de "Stadtbahn Nord" met gedeeltelijk enkelspoor in verband met de beschikbare ruimte naar Gartenstadt met twee eindpunten Waldfriedhof en Käfertaler Wald, die afwisselend met de halve frequentie worden bediend door lijn 4 en 4A. In de stille uren bij lagere frequentie wordt eerst naar Käfertaler Wald en daarna naar Waldfriedhof gereden. Het traject van lijn 4 naar Heddesheim werd verdubbeld en overgenomen door lijn 5A, tot Wallstadt Ost, waar een keerlus werd aangelegd, in de brede spits versterkt met lijn 15.

Mannheim en Ludwigshafen hadden vanaf 1878 een net, zowel de paardentram als diens elektrische opvolger. De exploitatie werd per 1 januari 1965 tussen de twee steden gesplitst om politieke, financiële en belastingtechnische reden, beide steden liggen in een andere deelstaat. Wel bleef er gezamenlijk tramverkeer gehandhaafd.

Het huidige vervoerbedrijf is een fusie van maar liefst vijf trambedrijven, na jarenlange voorbereiding werd deze op 1 oktober 2003 afgerond. Bij de fusie werden de volgende vijf bedrijven samengevoegd tot de RNV:

  • MVV: trambedrijf van Mannheim
  • VBL: trambedrijf van Ludwigshafen
  • HSB: trambedrijf van Heidelberg
  • OEG: interlokale tram tussen Mannheim, Heidelberg en Weinheim
  • RHB: interlokale tram tussen Bad Dürkheim en Ludwigshafen

Het totale netwerk bestaat (in 2025) uit 17 tramlijnen: te weten 1-7, 8X, 9X, 10, 15, 16, 21-24 en 26. Lijn 8X en 9X zijn expresdiensten en slaan haltes over zodat de rit sneller gaat. [2]. Lijn 1-3, 6/6A, 7, 15 en 16 zijn stadslijnen in Mannheim waarbij lijn 15 een kort traject en versterkingslijn van lijn 5A. Lijn 16 bestaat sinds 17 december 2023 en is een korte pendellijn naar de nieuwbouwwijk Franklin met een rijtijd van slechts 4 minuten. De lijn staat geheel los van de andere lijnen en heeft aansluiting op lijn 5 bij de Bensheimer Straße maar wordt in een later stadium naar het centrum en verder doorgetrokken. Lijn 6 en 7 rijden ook in Ludwigshafen die als enige eigen stadslijn 10 heeft. Lijn 21-24 en 26 zijn stadslijnen in Heidelberg en de lijnen 4, 4A, 5 en 5A interlokale lijnen, die in de steden ook stadslijn zijn waarbij een A staat voor een routevariant. Lijn 4/4A vanuit Bad Dürkheim rijdt tussen Oggersheim en Mannheim een kort trajectdienst en heeft in Mannheim 2 eindpunten die om en om worden bediend. Lijn 5 rijdt een lus in twee richtingen tussen Mannheim, Weinheim, Heidelberg en Mannheim met een rijtijd van ca. 2 uur en 20 minuten. Lijn 5A is een aftakking van lijn 5 naar Heddesheim.

Oorspronkelijk waren de tramlijnen genummerd oplopend vanaf '1' per stad maar van 1985-1995 in Mannheim en Ludwigshafen oplopend vanaf '30' ('40' voor versterkingslijnen) omdat er een nieuw tramnet was ingevoerd en om geen verwarring met de oude lijnnummers te krijgen. Na de fusie kregen de stadslijnen in Heidelberg de lijnnummers 21-24 en 26, de interlokale OEG lijnen kort de lijnnummers 61-63 en daarna 5/5A en de RHB kreeg het lijnnummer 14 en daarna 4/4A.

In de Rijn-Neckar regio was het meestal gebruikelijk elk nieuw tramtype aan te duiden met de typenaam die de fabrikant hanteerde. Het type dat vanaf 2021 rijdt is RNT 2020 (Rhein-Neckar-Tram 2020) gedoopt. Het meeste materieel zijn eenrichtingwagens maar de oorspronkelijk aan de OEG geleverde wagens zijn tweerichtingwagens evenals al het materieel in Heidelberg. De nieuwste Skoda wagens zijn tweerichting maar de 30 en 40 meter wagens alleen indien rug aan rug gekoppeld wordt gereden en hebben slechts een bestuurderscabine. Op de lijnen 4/4A, 6/6A en 7 wordt zowel materieel uit Mannheim als uit Ludwigshafen ingezet.

  • M8C In 1985 werden in Heidelberg van Duewag 8 gelede trams van het type M8C (251-258, na fusie 3251-3258) in dienst gesteld. De trams zijn van het type tram met jacobsdraaistel en 26,6 m lang en kregen tussen 2010 en 2013 bij grote revisie een lagevloermiddenbak.
  • xMGT In 1994 en 1995 werden in totaal 64 Duewag lagevloertrams van het type 6MGT aangeschaft, voor Mannheim 50 stuks (601-650, na fusie 5601-5650) en voor Ludwigshafen 14 stuks (201-214, na fusie 2201-2214) en 5 van het type 8MGT in dienst gesteld. De trams zijn van het type tram met zwevende bak en 29,2 m. De RHB bestelde 6 stuks (1031-1033, 1041-1043) zevendelige achtassers van 40,9 m.
  • MGT6D In 1994 en 1995 werden van Duewag voor Heidelberg 12 lagevloertrams van het type MGT6D in dienst gesteld (265-268, 273-280, na fusie 3265-3268). De trams zijn van het type tram met opgelegde bak en 28,3 m lang.
  • Variobahn In 1996 werden voor de OEG van Adtranz 6 lagevloertrams (van het type Variobahn in dienst gesteld (118-123, na fusie 4118-4123). De trams zijn van het type tram met zwevende bak en 32,2 m lang.
  • Rhein-Neckar-Variobahn Tussen 2002 en 2013 werden van Bombardier 83 lagevloertrams van het type Rhein-Neckar-Variobahn in dienst gesteld (voor Mannheim 701-716, na fusie 5701-5716 en 5761-5763, voor Ludwigshafen 215-222, na fusie 2215-2222, voor de OEG 123-142, na fusie 4123-4142), voor Heidelberg 3281-3288 en voor de RHB 6. Deze trams zijn een doorontwikkeling van de Variobahn trams van ADtranz. De trams zijn van het type tram met zwevende bak en 30,5 m (Heidelberg), 39,4 m en 42,8 m (RHB) lang.
  • Rhein-Neckar-Tram 2020 Sinds 2021 levert Škoda, deels ter vervanging, ten minste 80 lagevloertrams van het type Škoda ForCity Smart (series 1401-1431, 1500-1524 en 1800-1874). Deze trams zijn een doorontwikkeling van de Artic trams van Transtech. De trams zijn van het type tram met opgelegde bak en circa 30 m, 40 m en 59 m lang.[3] Het daadwerkelijke vervoer ging geleidelijk van start in april 2023.[4]Van het type RNT 2020 heeft de RNV ook enkele 58,7 meter lange versies besteld, wederom twaalfassers.[5] Deze namen in 2025 het wereldrecord over van de Urbos trams in Boedapest waar trams tot wel 56 meter rijden.
  • Tweeassers, vooroorlogs en naoorlogs. Na de Tweede Wereldoorlog werden op chassis van beschadigde tweeassige wagens nieuwe chassis gebouwd en ontstond de Verbandswagen.
  • Enkelgelede éénrichtings zesassers Vanaf 1958 tot 1967 werd aan Mannheim en Ludwigshafen de Düwag-Eenheidswagen geleverd met wagennummers 312-450. Omdat het éénrichtingwagens waren werden aan de eindpunten keerlussen aangelegd. In 1965 gingen na loting de 322–324, 326, 328, 329, 334–338, 342–345, 349, 358, 360, 365, 368, 379–381, 386, 390, 391, 393, 398, 400, 403, 405–407, 409, 414, 417, 418, 428-434 naar Ludwigshafen en kregen de wagennummers 101-146. Tot 1967 werden aan Mannheim nog vijftien wagens geleverd 436-450 en aan Ludwigshafen zes 147-152. In 1970 werden de 148-151 dubbelgeleed en werden nog zeven dubbelgelede wagens 153-159 afgeleverd voor het zwaardere spitsvervoer. In Mannheim werden 23 wagens in 1993 dubbelgeleed uitgevoerd door inbouw van een wagenbak met lagevloer en daarbij vernummerd vanaf 501. Vanaf 1969 tot 1971 werd aan Mannheim een nieuwe uitvoering van de zesasser Type Mannheim met de wagennummers 451–470 geleverd. Aan Heidelberg werden in 1960 en 1961 13 wagens geleverd met de wagennummers 201-213. Omdat eenrichtingwagens in Heidelberg na het verdwijnen van bijna alle keerlussen niet meer bruikbaar waren werden ze tussen 1969 en 1974 verkocht aan Mannheim en Mainz. De OEG nam in 1982 de Bielefelder 846-849 met bijwagens over en kregen de wagennummers 301-304. Omdat het eenrichtingswagens waren konden ze alleen op lijn C naar Heddesheim worden inzet. In 1998 werden ze verkocht aan Arad. Aan de RHB werden in 1963 drie gelede motor en bijwagens geleverd (1015-1018 en 1055-1058) en bleven ruim 60 jaar in dienst
Vierdubbelgelede wagen 1019 op de RHB in 1971
  • Enkelgelede tweerichtings zesassers Van 1964-1973 werden aan Heidelberg 31 Düwag-Eenheidswagens geleverd met wagennummers 214-244 waarvan veertien, dan met de wagennummers 291-297, op de drukste lijnen in dubbeltractie reden.
  • Dubbelgelede tweerichtings achtassers Van 1966-1988 werden aan de OEG in totaal 35 tweerichting Düwag-Eenheidswagens geleverd met de wagennummers 82-116 waarbij op de drukste ritten koppelstellen reden. De wagens werd bij de fusie vernummerd in 4082-4116 en de laatste werden in 2014 buiten dienst gesteld. In 1975 werden aan Heidelberg 4 dubbelgelede tweerichting Düwag-Eenheidswagens met de wagennummer 201-204 geleverd.
  • Vierdubbelgelede twaalfassers Om een conducteur uit te sparen stelde de RHB in 1967 de langste trams ter wereld in dienst, vier twaalfassers van 40 meter lengte van het type ET12, serie 1019-1022, waarmee de gehele basisdienst kon worden uitgevoerd en deden ruim 40 jaar dienst.
Zie de categorie Trams in Mannheim, Heidelberg and surroundings van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.