Trommelvuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Duitse Trommelvuur cn de Chemin des Dames (31 juli 1917)

Trommelvuur is een systematische beschieting van grote hoeveelheden artillerie op een kleine frontsector. Het afvuren van de granaten gaat zo snel dat er een onafgebroken roffel ontstaat als op een trommel.

Bij de Slag om Verdun in 1916 hadden de Duitsers 1250 stukken geschut van diverse kalibers van 77 mm t/m de 12 stukken 420 mm Dikke Bertha's op een gebied van ongeveer 10 km². Nog nooit zag de wereld zoveel stukken geschut op zo'n klein gebied.

Toen de Duitsers op 21 februari 1916 de aanval op Verdun inzetten, verschoten zij in minder dan een dag meer dan een miljoen granaten. De trillingen veroorzaakten in Parijs, Saarbrücken en tot in de Nederlandse Peel een zoemend geluid dat pijn deed aan de oren. Het trommelvuur veranderde bossen in landschappen waar elke meter vruchtbare grond voor eeuwig verdween, en waar heuveltoppen 17 meter lager werden, zoals de Mort-Homme en Cote 304. Het psychisch effect op de soldaten was dat ze alles deden om maar te kunnen vluchten, vaak ten koste van hun leven. Een drie uur durend trommelvuur op een stelling maakte een soldaat krankzinnig van angst, voor het eerst kreeg men te maken met loopgravenkolder (Engels: shellshock)

Trommelvuur zou tijdens de Slag om Verdun en later dat jaar bij de Slag aan de Somme nutteloos blijken. Nieuwe tactieken werden ontwikkeld, zoals gordijnvuur waarachter de infanterie optrok.