Naar inhoud springen

Tronie (schilderkunst)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

In de schilderkunst van 1500 tot 1700 was een tronie een portret van een naamloos model.

Het woord tronie betekent "kop" of "gezicht". Het stamt uit het Middelnederlands, troongie of trongie, en is ontleend aan het Middelfrans trogne ('grotesk of komisch gezicht', ca. 1485), dat zelf waarschijnlijk teruggaat op het Gallische trugna — en mogelijk het Welshe trwyn ('snuit, neus').[1] Hoewel het woord tronie in de kunstwereld een internationaal begrip is geworden voor Nederlandse schilderijen uit de Gouden Eeuw, stamt het genre waarschijnlijk uit Italië en kwam via Antwerpen naar de Noordelijke Nederlanden. Onder kunsthistorici bestaat overigens discussie of een tronie een genre is.

Tronies (of karakterkoppen) geven het gezicht van een anoniem model weer, veelal in buste-formaat en vaak voor een neutrale achtergrond. Anders dan bij eigenlijke portretschilderingen zijn de afgebeelde figuren vaak van bescheiden sociale afkomst. Tronies waren oefeningen in het uitbeelden van leeftijd, aanzicht, karakter, aankleding of gemoedsuitdrukking — maar ook in het tonen van schilderkunstige virtuositeit, bijzondere kostuums en lichtwerking. De tronie functioneerde tevens als fysionomische studie: een poging om via uiterlijk en gelaatsuitdrukking innerlijkheden en passies te verbeelden. De herkenbaarheid van het model is daarbij ondergeschikt aan de uitbeelding van expressie en karakter. Tronies werden meestal niet in opdracht vervaardigd, maar vonden als zelfstandige kunstwerken gretig aftrek op de levendige markt van de Gouden Eeuw.

Uit archivalische en literaire bronnen blijkt dat de term niet uitsluitend op mensbeelden sloeg; soms werden ook bloem- en fruitstillevens als “tronies” aangeduid.