Truus Wijsmuller-Meijer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Truus Wijsmuller-Meijer
Truus Wijsmuller bij de beeltenis van haarzelf door Herman Janzen (1965)
Truus Wijsmuller bij de beeltenis van haarzelf door Herman Janzen (1965)
Algemene informatie
Volledige naam Geertruida Meijer
Geboren Alkmaar, 21 april 1896
Overleden Amsterdam, 30 augustus 1978
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep gemeenteraadslid
Bekend van verzet WWII
Overig
Politiek Liberale Staatspartij, VVD
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Geertruida (Truus) Wijsmuller-Meijer (Alkmaar, 21 april 1896Amsterdam, 30 augustus 1978) is een Nederlandse verzetsvrouw die voor en in de Tweede Wereldoorlog Joodse kinderen en volwassenen in veiligheid bracht. Ze ontving van Yad Vashem de onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren. Samen met anderen die voor het Kindertransport werkten, heeft ze de levens van meer dan 10.000 Joodse kinderen gered.[1]

Jeugd[bewerken]

Truus Meijer wordt geboren in Alkmaar aan de Mient als eerste kind in het gezin Meijer. Haar vader, Jacob Meijer, heeft een drogisterij annex apotheek; haar moeder, Bertha Hendrika Boer werkt als zelfstandig modiste.

Wijsmuller herinnert zich: "U moet begrijpen: ik kom uit een liberaal gezin, waar altijd de leus is geweest: denk erom, altijd als het nodig is opkomen voor de mensen, die het meest verdrukt zijn. En daarom ben ik van huis uit gewend om altijd op te komen voor de mensen die het werkelijk ook verdienen en nodig hebben."[2] Haar ouders voegen de daad bij het woord door bijvoorbeeld rond 1918 een Duitse jongen in huis op te nemen.

In 1913 verhuist het gezin naar Amsterdam. Het jaar daarop krijgt Meijer, die in Alkmaar twee jaar de Handelsschool volgde, haar eerste baan bij een bank. Daar leert ze Johannes Franciscus Wijsmuller (geboren in Amsterdam op 25 februari 1894) kennen. Ze trouwen in 1922 en Truus Wijsmuller stopt met werken, zoals toen gebruikelijk was. Wanneer duidelijk wordt dat het echtpaar geen kinderen kan krijgen, komt Wijsmuller aanvankelijk tot niets. Totdat ze besluit sociaal werk te gaan doen.

Sociaal en politiek werk[bewerken]

Wijsmuller wordt bestuurslid en coördinator voor instellingen op neutrale grondslag. Het werk is onbezoldigd. Ze wordt lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap. De latere verzetsvrouw Mies Boissevain-van Lennep is er voorzitter. Voor de Liberale Staatspartij staat Wijsmuller in 1935 als nummer 6 op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. In 1938 richt ze het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers op, het secretariaat is bij haar thuis gevestigd. Wijsmuller heeft contacten in alle lagen van de bevolking.

Kindertransporten[bewerken]

Enkele dagen na Kristallnacht reist ze naar de Nederlands-Duitse grens om te zien wat zich daar afspeelt. De Britse regering besluit in november 1938 om bedreigde kinderen tot 17 jaar uit nazigebied op te nemen voor een tijdelijk verblijf. Verschillende organisaties in Engeland bundelen hun krachten in het "Refugees Children Movement" (RCM).

Begin december bereikt Wijsmuller vanuit een Londens hulpcomité het verzoek naar Wenen te gaan om er een zekere Adolf Eichmann, toen hoofd van de emigratie-afdeling, te vragen om kinderen naar Engeland te laten reizen. Misschien zal het haar als niet-Joodse vrouw lukken om toestemming te krijgen. Eichmann denkt haar voor een onmogelijke opgave te stellen door toestemming te geven om binnen vijf dagen met 600 kinderen af te reizen. Het lukt Wijsmuller echter het voor elkaar te krijgen; op 10 december vertrekt een trein met 600 Joodse kinderen van Wenen naar Nederland. Vijfhonderd van deze kinderen reizen via Hoek van Holland naar Engeland, de andere 100 worden in een school in de Copernicusstraat in Den Haag opgevangen en zullen in Nederland blijven. In Wenen ziet Wijsmuller hoe onmenselijk Joodse inwoners worden behandeld.

Tussen december 1938 en het uitbreken van de Tweede wereldoorlog in september 1939 organiseert Wijsmuller meer kindertransporten vanuit nazigebied; meestal naar Engeland, maar ook naar Nederland en later naar België en Frankrijk. Ze is doordrongen van de urgentie van haar werk en geeft vaart en omvang aan de "Kindertransporten", zoals de evacuatiereizen gaan heten.

Wijsmuller herinnert zich: "De organisatie was eigenlijk meteen voor elkaar, dank zij de Joodse comités in Wenen en Frankfurt en Hamburg en Breslau en Berlijn (en later Praag, Danztig en Riga) die de transporten met grote zorgvuldigheid voorbereiden: een wonder van zelfbeheersing als u zich probeert in te denken hoe bang de mensen toch wel geweest moeten zijn als ze hun kinderen de wereld instuurden."[3] De groepen kinderen zouden wel kleiner worden.

Wijsmuller gebruikt de kracht van haar persoonlijkheid om voor elkaar te krijgen wat ze wil. Ze is een dame met een luide stem, die warmte en energie uitstraalt. Ze kan mensen voor zich in nemen, ze overtuigen, overdonderen en ook irriteren door haar gedrevenheid. Ze kan improviseren, onderhandelen, zich onwetend voordoen, maar ook omkopen of in tranen uitbarsten. Ook schrikt ze er niet voor terug om een flinke borrel te nuttigen met een paar nazi's, zolang dat haar maar dichter bij haar doel brengt.

Vanaf maart 1939 is ze als bestuurder betrokken bij het Amsterdamse Burgerweeshuis, waar vanaf dan Duitse vluchtelingenkinderen worden ondergebracht. Zowel zij als haar man tonen zich nauw betrokken bij de kinderen. Ze komen in groepjes bij hen thuis logeren en ze nemen de kinderen mee op uitjes, bijvoorbeeld naar dierentuin Artis. De kinderen noemen haar 'tante Truus'.

In het voorjaar van 1940 begeleidt ze groepen Joodse kinderen en volwassen, die in Zweden gestrand zijn, per vliegtuig en trein naar het onbezette Zuid-Frankrijk. Wijsmuller zorgt ook voor de benodigde reisdocumenten.

Oorlog[bewerken]

Truus Wijsmuller is in Parijs als de Duitse troepen Nederland binnen vallen op 10 mei 1940. Ze wist wanneer de invasie zou plaatsvinden en heeft hiervoor ook gewaarschuwd in Den Haag. In drie dagen reist ze terug naar Amsterdam, waar ze bij aankomst onmiddellijk wordt ondervraagd. Vervolgens gaat ze naar het Burgerweeshuis om met de vluchtelingenkinderen te praten. De garnizoenscommandant van Amsterdam geeft haar een verzoek uit Londen door om de kinderen uit het Burgerweeshuis in veiligheid te brengen. Zij weet hen aan boord van het vrachtschip Bodegraven te brengen. Het is het laatste schip dat de haven van IJmuiden verlaat, slechts enkele minuten voor de overgave van de Nederlandse regering. Zelf besluit Wijsmuller in Nederland te blijven, omdat ze haar echtgenoot niet alleen wil laten.[4]

Wijsmuller legt zich na de bezetting van Nederland in 1940 voornamelijk toe op gezinshereniging. Ze brengt kinderen wier ouders naar België of Frankrijk zijn gevlucht naar hun ouders en neemt op de terugweg kinderen mee wier ouders in Nederland verblijven. Soms brengt zij kinderen terug naar de ouders in Duitsland.

Wijsmuller-Meijer als gemeenteraadslid

Ze reist met voedsel en medicijnen naar interneringskampen in Frankrijk voor het Rode Kruis, ook omdat dit werk haar de mogelijkheid geeft kinderen weg te brengen. Dit eindigt als het Nederlandse Rode Kruis haar dit werk onmogelijk maakt, nadat Wijsmuller haar twijfels kenbaar heeft gemaakt over hun Parijse medewerker.

Vanaf eind 1941 werkt ze voor het reisbureau Hoyman & Schuurman's. Ze reist mee met groepen Joden die via Spanje en Portugal Europa kunnen verlaten. Ook op deze reizen neemt ze kinderen mee. In mei 1942 wordt ze gearresteerd en in bewaring gesteld in de gevangenis op de Amstelveenseweg. De Gestapo verdenkt haar van het smokkelen van valse identiteitspapieren met vluchtroutes. Wijsmuller is inderdaad de gezochte "Madame Odi". Ze werkt hiervoor samen met een Belgische verzetsgroep. Maar de vluchtelingen kennen alleen haar schuilnaam en bij gebrek aan bewijs moet de Gestapo haar na enkele dagen vrij laten.

Daarna wordt ze lid van Groep 2000,. Vanaf haar komst komt er vaart in het versturen van voedselpakketten naar Westerbork, Bergen-Belsen en Theresienstadt. Als ook dat niet meer mogelijk is, richt ze tijdens de Hongerwinter haar aandacht weer op kinderen. Als lid van een interkerkelijk overleg organiseert Wijsmuller de evacuatie van verzwakte kinderen naar pleeggezinnen. Uit Amsterdam worden meer dan 6000 kinderen per boot over het IJsselmeer naar Friesland, Groningen, Overijssel en Drenthe gebracht om aan te sterken.

In april 1944 bevrijdt ze een groep van 120 geallieerde soldaten, die in een klooster in Aalsmeer gevangen worden gehouden,. " Dat kan jullie wel eens aangerekend worden" ,(Vrooland) heeft ze de Duitsers gedreigd.

Na de oorlog[bewerken]

In oktober 1945 wordt in Amsterdam een noodgemeenteraad in het leven geroepen; Truus Wijsmuller wordt gevraagd hier lid van te worden. In 1949 wordt ze voor de VVD met de meeste voorkeurstemmen in de gemeenteraad verkozen. Ze zal lid blijven tot 1966. Ondertussen gaat ze door met haar sociale werk (onder andere voor de stichting Diogenes) en is daarnaast jarenlang bestuurslid van de Anne Frank Stichting. Als bijnamen verwerft Wijsmuller zowel "tante Truus" als "stoomwals".

In een advertentie na haar dood in 1978 beschrijven enkele van de vluchtelingenkinderen haar als "de moeder van 1001 kinderen, die van het redden van Joodse kinderen haar werk had gemaakt". Tot haar dood heeft "tante Truus" contact onderhouden met sommigen van de kinderen die zij heeft gered.

Monumenten[bewerken]

Borstbeeld (Bachplein Amsterdam)
  • Een borstbeeld, gemaakt door Herman Janzen, werd onthuld in 1965 in het sanatorium Beatrixoord in het Oosterpark in Amsterdam. Toen dit sanatorium in 1976 sloot nam Wijsmuller het beeld mee naar huis. Na haar dood werd het in december 1978 weer onthuld, ditmaal op het Amsterdamse Bachplein.
  • In Amsterdam, Gouda, Leiden, Pijnacker en Coevorden zijn straten naar haar genoemd. In Leiden draagt een tunnel haar naam.
  • Planetoïde nummer 15296 is als "Tantetruus" naar haar genoemd.
  • Truus Wijsmuller-boom in Yad Vashem.

Onderscheidingen[bewerken]

Literatuur en bronnen[bewerken]

Truus Wijsmuller-boom in Jad Wasjem
  • NIOD, archiefcollectie 248: Documentatie I (Personen): dossier G. (Truus) Wijsmuller-Meijer.
  • NIOD archiefcollectie 299: Documentatie I G. Wijsmuller, Documentatie 2 G. Wijsmuller , Artikelen
  • Madelon d'Aulnis, "Joodse kinderen op reis naar vrijheid 1938-1943. Truus Wijsmullers werkzaamheden voor gezinsvereniging in en emigratie uit West-Europa" (ongepubliceerde) afstudeerscriptie nieuwe geschiedenis, Universiteit van Amsterdam, 1987.
  • Madelon d'Aulnis, "So reinarisch und dann so verrückt", Ons Amsterdam, mei 1993.
  • Truus Wijsmuller-Meijer, Geen tijd voor tranen. Te boek gesteld door L.C. Vrooland. Amsterdam: P.N. van Kampen, 1962; (auto)biografie
  • Albert Kelder, "De Bodegraven moet tot zinken gebracht worden", de Blauwe Wimpel, 53/8-1998, 282-285
  • Jacoba van Tongeren (1945: eerste uitgave juli 1945, 89 blz; uitgave maart 1946, 100 blz), Beknopt Historisch Verslag van de werkzaamheden van Groep 2000, digitale versie: www.niod.nl → bibliotheek → catalogus: Van Tongeren.
  • Paul van Tongeren, Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetshelden van Groep 2000 (1940–1945), Soesterberg: Uitgeverij Aspekt B.V., 2015. ISBN 9789461534835.
  • Lida Boukris-Jong " Truus Wijsmuller- een vrouw uit duizenden", Tijdschrift "Ons Alkmaar" , nr 2, 2015
  • David de Leeuw " De kinderen van Truus" NIW nr 39, 04-08-2017
  • Regionaal Archief Alkmaar
  • Stadsarchief Amsterdam 931 Geertruida Wijsmuller-Meijer
  • Archief VVD-fractie Tweede Kamer der Staten Generaal