Truus Wijsmuller-Meijer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Truus Wijsmuller-Meijer
Truus Wijsmuller-Meijer in 1965
Truus Wijsmuller-Meijer in 1965
Algemeen
Geboortedatum 21 april 1896
Sterfdatum 30 augustus 1978
Geboorteplaats Alkmaar
Plaats van overlijden Amsterdam
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Geertruida (Truus) Wijsmuller-Meijer (Alkmaar, 21 april 1896Amsterdam, 30 augustus 1978) is een Nederlandse verzetsvrouw die voor en in de Tweede Wereldoorlog Joodse kinderen en volwassenen in veiligheid bracht. Ze ontving van Yad Vashem de onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren. Samen met anderen die voor het vooroorlogse Kindertransport werkten, heeft ze de levens van meer dan 10.000 Joodse kinderen, op de vlucht voor antisemitisme, gered.

Jeugd[bewerken]

Truus Meijer wordt geboren in Alkmaar aan de Mient als eerste kind in het gezin Meijer. Haar vader, Jacob Meijer, heeft een drogisterij annex apotheek; haar moeder, Bertha Hendrika Boer werkt als zelfstandig modiste.

Wijsmuller komt uit een hervormd-liberaal gezin. Zij herinnert zich, dat haar ouders haar leerden, om altijd als het nodig is op te komen voor de mensen, die het meest verdrukt zijn. En daarom is zij naar eigen zeggen van huis uit gewend om op te komen voor mensen die het verdienen en nodig hebben. Haar ouders voegen de daad bij het woord door bijvoorbeeld rond 1918 een Duitse jongen in huis op te nemen.

In 1913 verhuist het gezin naar Amsterdam. Het jaar daarop krijgt Meijer, die in Alkmaar twee jaar de Handelsschool volgde, haar eerste baan bij een bank. Later leert ze Johannes Franciscus Wijsmuller (geboren in Amsterdam op 25 februari 1894), bankier bij de Javaasche Bank, kennen. Ze trouwen in 1922 en Truus Wijsmuller stopt met werken, zoals toen gebruikelijk was. Als het huwelijk kinderloos blijft, besluit ze sociaal werk te gaan doen. Van haar man zal ze steeds ondersteuning en aanmoediging ondervinden. Ze kunnen altijd rekenen op hun inwonende huishoudelijke hulp Cietje Hackmann.


Truus Wisjmuller-Meijer, datum onbekend

Sociaal en politiek werk[bewerken]

Wijsmuller wordt bestuurslid en coördinator voor instellingen op neutrale grondslag. Zo is ze coördinator bij de Vereniging van Huiszorg en beheerder van een bewaarplaats voor kinderen van werkende vrouwen. Het werk is onbezoldigd. Ze wordt lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap. De latere verzetsvrouw Mies Boissevain-van Lennep is er voorzitter. Voor de Liberale Staatspartij staat Wijsmuller in 1935 als nummer 6 op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. In 1938 richt ze in verband met de dreigende oorlogssituatie het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers op, het secretariaat is bij haar thuis gevestigd. Wijsmuller heeft contacten in alle lagen van de bevolking.


December 1938 Een verzoek uit Engeland[bewerken]

Enkele dagen na Kristallnacht reist ze naar de Nederlands-Duitse grens om te zien wat zich daar afspeelt. De Britse regering besluit in november 1938 om Joodse kinderen tot 17 jaar uit nazigebied op te nemen voor een tijdelijk verblijf. Verschillende organisaties in Engeland bundelen hun krachten in het "Refugees Children Movement" (RCM).[1]

Op 2 december wordt Wijsmuller uitgenodigd om langs te komen bij het pas opgerichte Nederlandse Kinder Comitee. Daar is Norman Bentwich uit Londen aanwezig, die haar vraagt naar Wenen te reizen om er een zekere Eichmann te ontmoeten. Eichmann is de nazi die dan verantwoordelijk is voor de emigratie van Joodse Oostenrijkers. Misschien zal het Wijsmuller als niet-Joodse vrouw lukken om toestemming te krijgen voor het vertrek van Joodse kinderen naar Engeland. Ze vertrekt nog dezelfde dag.


Bezoek aan Eichmann[bewerken]

Eichmann snauwt haar - een vrouw- eerst af, maar Wijsmuller treedt hem onverschrokken tegemoet. Hij denkt haar voor een onmogelijke opgave te stellen door toestemming te geven om binnen vijf dagen met 600 kinderen af te reizen. Het lukt Wijsmuller echter het voor elkaar te krijgen; op zaterdag 10 december vertrekt een trein met 600 Joodse kinderen van Wenen naar Nederland. Vijfhonderd van deze kinderen reizen via Hoek van Holland naar Engeland, de andere 100 worden in een school in Den Haag opgevangen en zullen in Nederland blijven . In Engeland heeft Wijsmuller contact met Lola Hahn-Warburg en anderen, in Nederland werkt ze samen met Gertrude van Tijn van het "Comité voor Bijzondere Joodse Belangen" (behorend bij het "Comité voor Joodsche Vluchtelingen"), Mies Boissevain-van Lennep en vele anderen. In Wenen heeft Wijsmuller gezien hoe mensonterend Joodse inwoners worden behandeld. In Nederland wil niemand dit geloven.


December 1938-september 1939 Kindertransport[bewerken]

Tussen december 1938 en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 organiseert Wijsmuller meerdere keren per week kindertransporten vanuit nazigebied; meestal naar Engeland, maar ook naar Nederland en later naar België en Frankrijk.Een treinreis van Wenen naar Hoek van Holland duurt zo'n 30 uur. Bij elke reis gaan er zo'n 150 kinderen mee.Ook kinderen van bijvoorbeeld communisten en Sudetenduitsers reizen mee. In verschillende steden werken de speciaal opgerichte "Kindercomités", joodse en niet-joodse comités, sociaal werkers en vrijwilligers samen om de kinderen in veiligheid te brengen. In Nederland blijven zo'n 2000 kinderen.[2] Wijsmuller is doordrongen van de urgentie van haar werk en geeft vaart en omvang aan het "Kindertransport", zoals de evacuatiereizen gaan heten. Ze onderhoudt contacten met alle bij de reizen betrokken partijen, waaronder ook de trein- en bootondernemingen, en draagt de verantwoordelijkheid voor de reisdocumenten. Voor haar werk accepteert ze nooit geld. Ook anderen, zoals de Britse zakenman Nicholas Winton, en de Berlijnse Recha Freier, organiseren reizen met kinderen uit nazigebied.

Wijsmuller herinnert zich dat de organisatie eigenlijk meteen voor elkaar was dankzij de Joodse comités in Wenen en Frankfurt en Hamburg en Breslau en Berlijn (en later Praag, Danztig en Riga) die de transporten met grote zorgvuldigheid voorbereiden. In haar ogen een wonder van zelfbeheersing omdat ze zich bedenkt hoe bang de mensen geweest moeten zijn als ze hun kinderen de wereld insturen.[3]


Kinderen in het Burgerweeshuis[bewerken]

Vanaf maart 1939 is ze als bestuurder betrokken bij het Amsterdamse Burgerweeshuis (het huidige Amsterdam Museum), waar vanaf dan Duitse vluchtelingenkinderen worden ondergebracht. Zowel zij als haar man tonen zich nauw betrokken bij de kinderen. Ze komen in groepjes bij hen thuis logeren en ze nemen de kinderen mee op uitjes, bijvoorbeeld naar dierentuin Artis. De kinderen noemen haar 'tante Truus'.

Staande vrouw links, die naar de kinderen van het Burgerweeshuis kijkt, is Truus Wijsmuller


Juni-juli 1939 Schepen St Louis en de Dora[bewerken]

In juni 1939 worden bijna 1000 Joodse vluchtelingen die door de Verenigde Staten, Canada en Cuba de toegang wordt geweigerd uiteindelijk toegelaten in een aantal Europese landen. Zij bevinden zich op het schip St. Louis dat mocht binnenlopen in de haven van Antwerpen. Als lid van de Nederlandse delegatie gaat Wijsmuller aan boord. Na de onderhandelingen verwelkomt ze de 181 vluchtelingen die in Nederland worden toegelaten.[4] In juli 1939 is Wijsmuller betrokken bij het vertrek van kinderen met het vrachtschip de "Dora", dat uiteindelijk met 450 vluchtelingen clandestien aan wal gaat in Palestina.


September - december 1939 Laatste reizen vanaf de Duitse grens[bewerken]

De mobilisatie ontwricht het treinverkeer en de grens bij Bentheim wordt in september 1939 gesloten. Als Wijsmuller op 31-08 te horen krijgt dat er in Kleef een groep kinderen van de jeugdaliya is gestrand, regelt ze reisdocumenten, haalt de groep met bussen op en brengt ze naar de boot in Hoek van Holland. Op 1 september krijgt ze een telefoontje uit Duitsland, dat er op hetzelfde station 150 jongens van een ORT-school niet verder kunnen. De NS stellen een trein voor haar samen bestaande uit restauratiewagens. Op het station treft ze ook een groep van 300 orthodoxe mannen uit Galicie aan. Wijsmuller geeft de Duitsers te verstaan, dat ze niet moeten zeuren over de laatste groep: "dit zijn tenslotte toch ook jongens".[5] Het is de laatste grote groep die via Vlissingen naar Engeland vertrekt.

In november en december 1939 haalt Wijsmuller geregeld gevluchte Joden, uit o.a. Wenen, in Bentheim op, die papieren hebben voor Amerika. Ze vertrekken met de Holland Amerika Lijn uit Rotterdam.


September 1939-mei 1940 Reizen naar Engeland en Zuid-Frankrijk[bewerken]

Van september 1939 tot mei 1940 begeleidt Wijsmuller groepen Joodse kinderen en volwassenen die in Nederland, België, Denemarken en Zweden gestrand zijn. Met hen gaat ze per vliegtuig naar Engeland en per trein naar het onbezette Zuid-Frankrijk. Wijsmuller zorgt ook voor de zo moeilijk verkrijgbare reisdocumenten. Ze wordt beschreven als een geboren reisleidster, die de volwassenen kan geruststellen[6] en de kinderen tijdens de lange treinreis uitnodigt tot zingen en toneelspel.[7][8] In november 1939 wordt Wijsmuller in Marseille gearresteerd en hardhandig verhoord: de Fransen denken met haar de gezochte Duitse spion "Erika" in handen te hebben. Maar er is geen bewijs en ze wordt vrijgelaten. Vanuit Marseille proberen groepen vluchtelingen Palestina te bereiken, destijds een Engels mandaatgebied.

Mei 1940 Kinderen Burgerweeshuis met de "Bodegraven" naar Engeland[bewerken]

Truus Wijsmuller is in Parijs om een kind weg te brengen als de Duitse troepen Nederland binnenvallen op 10 mei 1940. Ze wist wanneer de invasie zou plaatsvinden en heeft hiervoor ook gewaarschuwd in Den Haag. In drie dagen reist ze terug naar Amsterdam, waar ze bij aankomst onmiddellijk wordt ondervraagd door politiefunctionarissen. Vervolgens gaat ze naar het Burgerweeshuis om met de vluchtelingenkinderen te praten.

De garnizoenscommandant van Amsterdam geeft haar een verzoek uit Londen door om de 74 kinderen uit het Burgerweeshuis in veiligheid te brengen. Zij weet hen aan boord van het vrachtschip de Bodegraven te brengen. Het is het laatste schip dat de haven van IJmuiden verlaat, slechts enkele minuten voor de overgave van de Nederlandse regering. Zelf besluit Wijsmuller in Nederland te blijven, omdat ze haar echtgenoot niet alleen wil laten.[9][7] Bovendien weet ze dat er meer werk te doen is. Van de ongeveer 2000 Joodse vluchtelingkinderen die in Nederland blijven, zal een derde deel de oorlog overleven.[10]


Mei 1940-1943 Hulp voor Joodse kinderen tijdens bezetting[bewerken]

Wijsmuller legt zich tijdens de bezetting van Nederland voornamelijk toe op gezinshereniging. Ze brengt kinderen wier ouders naar België of Frankrijk zijn gevlucht naar hun ouders en neemt op de terugweg kinderen mee wier ouders in Nederland verblijven. Soms brengt zij kinderen terug naar de ouders in Duitsland. In de maanden en jaren die volgen op het uitbreken van de oorlog houdt Wijsmuller nooit op overal heen te gaan waar werk verricht moet worden. Na de capitulatie van Nederland reist ze naar Brussel en overlegt daar met het Belgische Rode Kruis en het Kindercomitee. Ze legt er contact met Benno M. Nijkerk, (1906-1944 Neuengamme) met wie ze afspreekt zoveel mogelijk kinderen naar het zuiden te brengen, met en zonder papieren. Nijkerk laat in Brussel identiteitspapieren vervalsen en Wijsmuller zal ze naar Nederland smokkelen. Dit werk gaat door tot zeker 1943. In juni 1943 reist ze voor het laatst met Joodse kinderen op weg naar de Spaanse grens[11]


Contacten met nazi's[bewerken]

Ook bij de nazi's, van hoog tot laag, heeft Wijsmuller contacten. Ze maakt er gebruik van wanneer ze iets gedaan wil krijgen. Zo krijgt ze van een Gestapo- medewerker, die vindt dat kinderen bij hun ouders horen, reisdocumenten voor joodse kinderen om het land te verlaten. Eerder had ze zijn uitnodiging geaccepteerd om met hem iets op een Amsterdams terras te drinken, nadat hij haar herkende op straat. Daarvoor werkte hij als grensbeambte tijdens de Kindertransporten.


Tot maart 1941 werk namens Amsterdamse Rode Kruis in Frankrijk[bewerken]

Wijsmuller reist met voedsel en medicijnen naar Gurs en St. Cyprien, interneringskampen in Frankrijk, voor het Amsterdamse Rode Kruis, ook omdat dit werk haar de mogelijkheid geeft kinderen weg te brengen. Dit eindigt als het Nederlandse Rode Kruis haar dit werk in maart 1941 onmogelijk maakt, nadat Wijsmuller haar kritiek kenbaar heeft gemaakt op hun Parijse medewerker.[12]


Eind 1941 -juni 1942 Spanje-reizen[bewerken]

Vanaf eind 1941 tot juni 1942 is ze betrokken bij het reisbureau Hoyman & Schuurman's als liaison tussen Joden die emigreren, de SS en het reisbureau. Op verzoek van de Duitse SS reist ze mee met Joodse Nederlanders , die voor veel geld via Spanje en Portugal Europa nog kunnen verlaten. Wijsmullers'voorwaarde om hieraan mee te werken is, dat joodse kinderen met geldige visa kosteloos mogen meereizen. Hiermee brengt ze ongeveer 150 mensen in veiligheid.


Mei 1942 Arrestatie Wijsmuller[bewerken]

In mei 1942 wordt ze gearresteerd en in bewaring gesteld in de gevangenis op de Amstelveenseweg. De Gestapo verdenkt haar van het smokkelen van valse identiteitspapieren en vluchtinformatie voor Joodse Nederlanders die via België en Frankrijk naar Zwitserland ontkomen. Op hun onderduikadres in Nispen wordt een groep opgepakt. Wijsmuller werkt inderdaad samen met Benno M. Nijkerk van het " Comité de Defense des Juifs". De vluchtelingen kennen echter alleen haar schuilnaam 'Madame Odi' en Wijsmuller moet na enkele dagen weer vrij worden gelaten. Ze houdt contact met Nijkerk.

Vanaf 1942 is ze tevens lid van Groep 2000. Dankzij haar komst komt er vaart in het versturen van voedselpakketten naar het doorgangskamp Westerbork, en de concentratiekampen Bergen-Belsen en Theresienstadt.[13].


Weeskinderen uit Westerbork[bewerken]

In september 1944 verneemt Wijsmuller, dat de 50 joodse "weeskinderen " uit Westerbork gedeporteerd zullen worden. Een aantal van hen bracht ze voedsel in het Amsterdamse Huis van Bewaring. Met een wetsartikel van eigen makelij stapt ze naar de nazi's. Ze bepleit een "voorkeursbehandeling" : Wijsmuller houdt vol dat het om kinderen gaat van Nederlandse moeders en Duitse soldaten. Volgens haar wetsartikel zijn de kinderen Nederlands. De kinderen zullen in Theresienstadt terechtkomen, steeds als groep bij elkaar blijven, en na de oorlog terugkeren.


Hongerwinter 1944-1945[bewerken]

Als het versturen van voedselpakketten niet meer mogelijk is, richt Wijsmuller tijdens de Hongerwinter haar aandacht weer op kinderen. Als lid van een interkerkelijk overleg organiseert Wijsmuller de evacuatie van verzwakte kinderen naar pleeggezinnen. Uit Amsterdam worden 6649 kinderen per boot over het IJsselmeer naar Friesland, Groningen, Overijssel en Drenthe gebracht om aan te sterken.[11]

Op 7 april 1945 laat de Amsterdamse politie Wijsmuller weten, dat er in het klooster in Aalsmeer 120 geallieerde soldaten gevangen worden gehouden. die er slecht aan toe zijn. De politie krijgt er echter geen toegang. Misschien kan Wijsmuller iets doen? Wijsmuller fietst, de eerste keer met medicijnen, naar Aalsmeer. Ze geeft de Duitsers te verstaan, dat het ze wel eens aangerekend kan worden als de oorlog voorbij is. Direct na de capitulatie legt ze contact met de Duitsers in Utrecht, die haar naam als "die verrúckte Frau Wijsmuller"[14] kennen. Deze verwijzen haar door naar de Canadezen in Hilversum. De Canadezen sturen auto's en Wijsmuller levert de soldaten bij ze af.[15]


Beschrijving van Wijsmuller[bewerken]

Wijsmuller wordt beschreven en herinnerd als een indrukwekkende persoonlijkheid. Een dame met een luide stem, die warmte en energie uitstraalt.[15][16][17][1][18] Een kordate, praktische vrouw met een groot hart voor kinderen. Iemand die kan organiseren en netwerken. Vreselijk brutaal maar nooit grof. Ze kan mensen voor zich in nemen en overtuigen, onderhandelen en improviseren, ze bespelen, overdonderen en omkopen als dat noodzakelijk is. Voor haar werk accepteert ze geen geld. Wijsmuller werkt het liefst alleen, ook omdat ze dat het veiligste acht. In de naoorlogse jaren wordt ze daarnaast getypeerd als een eigengereid mens, en, terugblikkend, als een avonturierster.[19] In Amsterdam krijgt ze na de oorlog zowel "tante Truus" als "stoomwals". als bijnamen.


Wijsmuller-Meijer als gemeenteraadslid

Na 1945[bewerken]

Na de oorlog spoort Wijsmuller als KVV-ster en UNRRA (een voorloper van de VN) -medewerkster vermisten uit de kampen op. In oktober 1945 wordt in Amsterdam een noodgemeenteraad in het leven geroepen; Truus Wijsmuller wordt gevraagd hier lid van te worden. In 1949 wordt ze voor de VVD met de meeste voorkeurstemmen in de gemeenteraad verkozen. Ze zal er lid van blijven tot 1966. Daarnaast gaat ze door met haar sociale werk in binnen- en buitenland. Onder andere voor de stichting Diogenes en voor een ziekenhuis in Suriname. In 1957 is ze een van de oprichters van de Anne Frank Stichting waarvan ze tot 1975 bestuurslid blijft. In Amsterdamse krijgt Wijsmuller twee bijnamen: zowel "Tante Truus" als "Stoomwals".[20]

Truus Wijsmuller overlijdt op 30 augustus 1978, haar lichaam stelde ze ter beschikking van de wetenschap. In een advertentie na haar dood beschrijven enkele van de vluchtelingenkinderen haar als "de moeder van 1001 kinderen, die van het redden van Joodse kinderen haar werk had gemaakt". Tot haar dood heeft "tante Truus" contact onderhouden met kinderen die zij heeft gered. De meeste kinderen vernemen na de oorlog dat hun ouders de Shoah niet hebben overleefd, maar ook worden enkelen herenigd met hun familie.

Monumenten[bewerken]

Borstbeeld (Bachplein Amsterdam)
  • Een borstbeeld, gemaakt door Herman Janzen, werd onthuld in 1965 in het sanatorium Beatrixoord in het Oosterpark in Amsterdam. Toen dit sanatorium in 1976 sloot, nam Wijsmuller het beeld mee naar huis. Na haar dood werd het in december 1978 weer onthuld, ditmaal op het Amsterdamse Bachplein.
  • In Amsterdam, Gouda, Leiden, Pijnacker en Coevorden zijn straten naar haar genoemd. In Leiden draagt een tunnel haar naam.
  • Planetoïde (15296) Tantetruus is naar haar genoemd.
  • Truus Wijsmuller-boom in Yad Vashem.
  • In Hoek van Holland herinnert een beeldengroep, door burgemeester Aboutaleb onthuld in 2011, aan de 10.000 Joodse kinderen die van hieruit ontkwamen naar Engeland. Het is ontworpen door Frank Meisler: één van hen.


Onderscheidingen[bewerken]


Voetnoten[bewerken]

  1. a b (en) Mark Jonathan Harris and Deborah Oppenheimer, Into the arms of strangers. Warner Bros (2000), 11. ISBN 0747550921.
  2. 4 M. Keesing, www.dokin.nl
  3. (nl) Wijsmuller-Meijer G; L.C. Vrooland, Geen tijd voor tranen. Em.Querido Uitgeverij NV (1963), pag. 87. ISBN 14717563.
  4. Dedokwerker.nl, Ben Verzet, Tweede Wereldoorlog schande
  5. "Verslag van een gesprek met mw. Wijsmuller", NIOD Archiefcollectie 1934A, pag. 21
  6. Joodse kinderen op reis naar de vrijheid 1938-1943", D'Aulnis, Madelon, 1987, NIOD Bibliotheek, pagina 52
  7. a b (nl) L.C. Vrooland, Geen tijd voor tranen. P.N. van Kampen & Zoon (1961), -. ISBN -.
  8. (en) Barley, Ann, Patrick calls me mother. Harpers & Brothers, New York (1948), 118. ISBN -.
  9. pdf-documentMiriam Keesing, De kinderen van tante Truus, Dagblad Het Parool, 01 mei 2010
  10. [www.dokin.nl Truus Wijsmuller a forgotten heroine]. Geraadpleegd op 2017.
  11. a b (nl) D'Aulnis, Madelon, -, mei 1993. So reinarisch und dann so verrückt. Ons Amsterdam 1993.
  12. "Verslag van een op grammofoonplaten opgenomen gesprek van Mw. Wijsmuller", NIOD archiefcollectie 299A, Documentatie I 1934A, pagina 81-82, 84, 88- 91,
  13. (nl) Paul van Tongeren, Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetshelden van Groep 2000 (1940-1945). Uitgeverij Aspekt (2015), 417. ISBN 9789461534835.
  14. (nl) L.C. Vrooland, Geen tijd voor tranen. Emm. Querido Uitgeverij, Amsterdam, Tweede druk (1963), 171. ISBN -.
  15. a b Vrooland
  16. (en) Barley, Ann, Patrick calls me mother. Harper & Brothers (1948), pagina 89. ISBN -.
  17. (nl) (en) Wijsmuller, Truus, [www.truus-children.com Truus'children] (2019). Geraadpleegd op 2019.
  18. D'Aulnis, Madelon "Joodse kinderen op reis naar de vrijheid 1938-1943", 1987, NIOD bibliotheek, pagina 52
  19. "Geen tijd voor tranen",pag. 110, te boek gesteld door L.C. Vrooland, 1963 Tweede druk, Em. Querido's Uitgeverij NV Amsterdam
  20. [www.heijmerikx.nl Truus Wijsmuller]. Geraadpleegd op 2016.


Bronnen[bewerken]

  • NIOD, archiefcollectie 299 A, Documentatie I,1934A, G. Wijsmuller-Meijer, "Verslag van een op grammofoonplaten opgenomen gesprek van Mw. Wijsmuller-Meijer", zj, 114 pagina's, Documentatie 2 G. Wijsmuller-Meijer Artikelen 42, 1957-1971
  • NIOD bibliotheek Madelon D' 'Aulnis, 1987 "Joodse kinderen op reis naar de vrijheid 1938-1943. Truus Wijsmullers' werkzaamheden voor gezinsvereniging in en emigratie uit West-Europa" (ongepubliceerde) afstudeerscriptie nieuwe geschiedenis, Universiteit van Amsterdam
  • Stadsarchief Amsterdam 934, Geertruida Wijsmuller-Meijer, 1 (trouwboekje 1899 en 1922), 2,3,19
  • Archief Raadsgriffie Gemeente Amsterdam, enkele artikelen/verslagen
  • Regionaal Archief Alkmaar, geboorteakte Geertruida Meijer, gezinskaart Jacob Meijer, Archief Handelsschool (Hogere) HBS-A
  • Barley, Ann "Patrick calls me mother", 1948 , Harper and Brothers, New York
  • Boas, Henriëtte 1952-1953, "Het begon in 1938", een interview met mw. Wijsmuller in vijf afleveringen, in Nieuw Israëlietisch Weekblad 12-12-1952, 02-01-1953, 16-01-1953, 03-01-1953, 06-02-1953
  • Truus Wijsmuller-Meijer, (te boek gesteld door L.C. Vrooland), "Geen tijd voor tranen", Amsterdam. P.N. van Kampen 1961. (auto) biografie
  • Presser, J. "De ondergang" deel I Staatsuitgeverij 's Gravenhage 1977,ISBN 9012018048 pag. 12
  • D' 'Aulnis, Madelon, 1993 "So reinarisch und dann so verrückt", Ons Amsterdam, mei 1993. pagina 121-124
  • Mark Jonathan Harris and Deborah Oppenheimer, 2000, "Into the arms of strangers", Warner Bros, ISBN 0747550921


Literatuur[bewerken]

  • Bernard Wasserstein, 2013 "Gertrude van Tijn en het lot van de Nederlandse Joden", Nieuw Amsterdam Uitgevers
  • Albert Kelder, "De Bodegraven moet tot zinken gebracht worden", de Blauwe Wimpel, 53/8-1998, 282-285
  • Jacoba van Tongeren (1945: eerste uitgave juli 1945, 89 blz; uitgave maart 1946, 100 blz), Beknopt Historisch Verslag van de werkzaamheden van Groep 2000, digitale versie
  • Paul van Tongeren, Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetshelden van Groep 2000 (1940–1945), Soesterberg: Uitgeverij Aspekt B.V., 2015. ISBN 9789461534835.
  • Lida Boukris-Jong 2015 "Truus Wijsmuller- een vrouw uit duizenden", Tijdschrift "Ons Alkmaar"] , nr 2, 2015, pagina 39-45
  • David de Leeuw, 2017 " De kinderen van Truus" NIW nr 39, 04-08-2017, pagina 20-25


Externe link[bewerken]