Tu quoque

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tu quoque (Latijn voor "jij, ook" of "jij, net zo"), of jij-bak[1] is een logische drogreden waarmee gepoogd wordt de opponent in diskrediet te brengen door erop te wijzen dat hij niet consequent naar zijn eigen standpunt handelt en dat de kritiek die hij uit ook op hemzelf van toepassing is.

Zijn standpunt wordt dus niet verworpen omdat het de logica zou tarten, maar omdat hij boter op zijn hoofd zou hebben.[2] Het is daarmee een vorm van het argumentum ad hominem,[3] want zelfs als de persoon die aangevallen wordt inderdaad inconsequent of hypocriet handelt, tast dat niet de geldigheid van zijn argumenten aan.

Oorsprong[bewerken]

De oorsprong van het begrip wordt vaak gelegd in de uitspraak van Julius Caesar, die toen deze zag dat ook zijn protegé Brutus een dolk greep om met andere samenzweerders hem te doden op 15 maart 44 v.Chr., mogelijk de woorden tu quoque, fili mi ("jij ook, mijn zoon?") of (et) tu quoque, Brute fili mi! ("Brutus, mijn zoon, jij ook!"; ook als et tu, Brute?; "jij ook, Brutus?" of "En jij, Brutus?") zou hebben uitgesproken. Hoewel onduidelijk is wat en hoe Caesar precies heeft gezegd op dat moment, wordt de zinsfrase tu quoque in zijn oorspronkelijke vorm nog altijd gebruikt om gebrek aan dankbaarheid voor verkregen gunsten uit te drukken. Hij zou eigenlijk gezegd hebben: "Και συ, τεκνον?" (Kai suu, teknon) wat hetzelfde betekent als "Tu quoque, fili mi?"

Argumentatieschema[bewerken]

Het argumentatieschema is als volgt:

  1. Persoon A doet uitspraak X.
  2. Persoon B stelt vast dat de handelingen of uitspraken van A niet stroken met uitspraak X.
  3. Daarom is X niet waar.

Voorbeelden[bewerken]

  • "Roken is slecht voor de gezondheid." – "Jij rookt zelf!"
  • "Ik vind beleid A beter." – "Vorige week vond je beleid B beter!"

In beide gevallen gaat de opponent niet inhoudelijk in op de oorspronkelijke stelling. De opgevallen inconsequentie doet echter niets af aan de stelling.

Politiek[bewerken]

Een 'jij-bak' wordt wel gebruikt door mensen die van oorlogsmisdaden zijn beschuldigd. Die wijzen er dan op dat het land waar ze terechtstaan zich in het verleden evenzeer aan oorlogsmisdaden heeft schuldig gemaakt en dus niet het recht heeft om hen te vervolgen. Een klassiek voorbeeld is het "En jullie lynchen negers!", wat Sovjetpolitici vaak als verweer gaven wanneer de Sovjet-Unie door de Amerikanen beschuldigd werd van mensenrechtenschendingen[bron?].

Bij de regeringsverklaring van kabinet-Rutte I vroeg Femke Halsema aan VVD-fractievoorzitter Stef Blok of hij zich ook zorgen maakte over de gezamenlijke schuld van 600 miljard die Nederland door de hypotheekrenteaftrek heeft opgebouwd. Blok antwoordde: "Als u uw zin had gekregen, was de huizenmarkt ingestort". Waarop Halsema riposteerde: "Wordt dit de nieuwe strategie van de VVD? Jij-bakken?"[4]

Externe links[bewerken]

  • (en) sienhoyee.org; The Tu Quoque Argument as a Defence to International Crimes, Prosecution or Punishment.