Tunesië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
الجمهورية التونسية

Al-joumhouriyya At-Tounisiyya

Vlag van Tunesië Wapen van Tunesië
(Details)
Tunesië
Basisgegevens
Officiële landstaal Arabisch[1]
Hoofdstad Tunis
Regeringsvorm Presidentiële republiek
Staatshoofd President Beji Caid Essebsi
Regeringsleider Premier Youssef Chahed
Religie Islam (99%, staatsgodsdienst)
Christendom (<1%)
Jodendom (< 1%)[2][3]
Oppervlakte 163.610 km² [4] (-% water)
Inwoners 9.932.400 (2004)[5]
11.134.588 (2016)[6] (68,1/km² (2016))
Overige
Motto Hurriya, Karama, ’Adala, Nidham (Vrijheid, Waardigheid, Gerechtigheid, Orde )
Volkslied Humat al-Hima
Munteenheid Tunesische dinar (TND)
UTC +1
Nationale feestdag 20 maart
Web | Code | Tel. .tn | TUN | 216
Portaal  Portaalpictogram  Landen & Volken
Satellietfoto Tunesië

Tunesië (Arabisch: تونس, Frans: Tunisie), officieel de Republiek Tunesië, is een land in Noord-Afrika grenzend aan Algerije en Libië en aan de Middellandse Zee. Het behoort tot de Maghreblanden, waartoe ook Marokko, Mauritanië, Algerije en Libië worden gerekend.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Prehistorie van Noord-Afrika

De laatste veertig jaar heeft het archeologisch onderzoek in Tunesië een hoge vlucht genomen, wat veel informatie heeft opgeleverd over de periode voor de komst van de Feniciërs. Tunesië wordt van oudsher bewoond door Berbers. Vanaf de 10e eeuw v.Chr. werden de kustgebieden gekoloniseerd door Feniciërs. Hun belangrijkste nederzetting, Carthago, was vanaf de 5e eeuw v.Chr. een geduchte concurrent voor het opkomende Romeinse Rijk. De climax van de strijd tussen de beide steden was de legendarische veldtocht naar Italië van de Carthaagse generaal Hannibal, zoon van Hamilcar Barkas. In 146 v.Chr. werd Carthago door de Romeinen met de grond gelijk gemaakt en werd het huidige Tunesië ingelijfd bij het Romeinse rijk. In de late oudheid werd Tunesië eerst overheerst door de Vandalen, daarna door de Byzantijnen.

In de 7e eeuw werd Tunesië ingenomen door de Arabieren, die de islam introduceerden. Tot de 10e eeuw maakte de regio deel uit van de grotere Arabische kalifaten. Vanaf de 11e eeuw had het land zwaar te lijden onder vernietigende invallen door de Banu Hilal bedoeïen. Van de 10e tot de 16e eeuw heersten een opvolging van Berberdynastieën over het land: de Ziriden (973-1152), de Almohaden (1152-1229) en de Hafsiden (1229-1574). Onder deze laatste werd Tunis de hoofdstad en ontwikkelde het land zich als een grootmacht. Gedurende deze periode was het land constant in conflict met het Marokko van de Meriniden. Na enkele mislukte pogingen van Spanje om de Reconquista uit te breiden naar het Noord-Afrikaanse vasteland kregen vanaf eind 16e eeuw de Ottomanen het voor het zeggen. Zij regeerden Tunesië via de bei van Tunis, een machtige gouverneur die in de praktijk regeerde als een autonome vorst. Onder de beis ontwikkelde Tunis zich tot een belangrijke haven voor de beruchte Barbarijse zeerovers. Toen in de loop van de 19e eeuw de bei in financiële moeilijkheden raakten, grepen de Fransen, die eerder al Algiers hadden ingenomen, hun kans en bezetten het land. Van november 1942 tot mei 1943, ten tijde van het Vichyregime, werd Tunesië bezet door nazi-Duitsland. Halverwege de 20e eeuw werd Tunesië zelfstandig: eerst als koninkrijk maar al spoedig daarna als republiek.

Belangrijke data[bewerken]

12 mei 1881 Frans protectoraat
1942-1943 Duitse bezetting, pro-nationalistische bei Muhammad al-Munsif
1943-1957 bei Muhammad al-Amin
1954-1956 premier Tahar ben-Ammar
3 juni 1955 autonomie
20 maart 1956 onafhankelijk Koninkrijk Tunesië met Muhammad al-Amin als staatshoofd en Habib Bourguiba van de Parti Socialiste Destourien als premier
vanaf 1956 nationalisering Franse bedrijven, collectivisatie van de landbouw, stichting landbouwcoöperaties
25 juli 1957 de Republiek Tunesië wordt uitgeroepen: koning Al-Amin wordt afgezet, Bourguiba wordt president
1978 vanwege aanhoudende stakingen wordt de noodtoestand afgekondigd
1980 plundering grensstad door Libische militairen
1981 studentenrellen, invoering meerpartijenstelsel
1984 verbod op het dragen van een hoofddoek in openbare gebouwen
2 oktober 1987 Zine El Abidine Ben Ali wordt door Bourguiba als premier aangesteld
7 november 1987 Ben Ali zet Bourguiba af en wordt president
december 1987 Ben Ali stapt uit de Parti socialiste destourien en richt het Rassemblement constitutionnel démocratique op
1990 Ben Ali keurt de Iraakse bezetting van Koeweit scherp af
1991 Tunesië keurt de Amerikaanse en Britse inval in Irak af, de islamitische Ennadha groeit
2003 Tunesië keurt de aanval door de Coalitie-troepen op Irak af
14 januari 2011 De Jasmijnrevolutie begint, Zine El Abidine Ben Ali vlucht naar Saoedi-Arabië
23 oktober 2011 Eerste vrije verkiezingen sinds de val van het dictatoriale regime
13 december 2011 Moncef Marzouki wordt door het parlement verkozen tot interim-president
5 oktober 2013 Tussen de fracties in de Grondwetgevende Vergadering wordt een "routekaart naar democratie" overeengekomen
8 februari 2014 De nieuwe grondwet wordt ondertekend. Tunesie wordt een parlementaire democratie, waarin de macht wordt gedeeld tussen president, premier en parlement.
6 maart 2014 Bij presidentieel decreet wordt de noodtoestand opgeheven

Demografie[bewerken]

De bevolking bestaat oorspronkelijk voor het grootste gedeelte uit Berbers. De meeste Tunesiërs zijn zich hiervan echter niet meer bewust en beschouwen zichzelf als Arabieren. In de loop van de geschiedenis hebben veel verschillende volken het grondgebied bezet en er hun sporen achtergelaten.

The World Factbook van de CIA meldt over 2016 de volgende cijfers:[2]

Religie[bewerken]

De grondwet van Tunesië bepaalt dat de staatsgodsdienst de islam is.[7] Ruim 99% van de bevolking staat geregistreerd als islamitisch.[2] Het land is lid van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIS) sinds de oprichting in 1969. Tunesië kent slechts een beperkte vorm van godsdienstvrijheid. Zo kan volgens de grondwet enkel een moslim president worden en mogen niet-islamitische religies niet proberen moslims tot hun geloof te bekeren.[8]

In Tunesië wonen kleine minderheden van christenen en joden.[2]

Het christendom in Tunesië kent een lange geschiedenis. Cyprianus was in de 3e eeuw bisschop in Carthago. De katholieke gemeenschappen, die in de 12e eeuw nog belangrijk waren, verdwenen aan het einde van de 14e eeuw. In 1884 werd er opnieuw een aartsbisdom opgericht (het Aartsbisdom Carthago), dat echter in 1964 onder druk van de Tunesische regering werd opgeheven en omgezet in de prelatuur (nullius) Tunis. De meeste kerken werden toen ook genationaliseerd. De kathedraal van Saint-Louis werd aan de eredienst onttrokken, maar in 1993 weer in gebruik genomen. In 1995 werd de prelatuur wederom verheven tot bisdom.[9] Sinds 2005 staat bisschop Maroun Lahham aan het hoofd van dit bisdom. In 2007 waren er 25.000 christenen in Tunesië.

Woonden er in vroeger jaren nog circa 85.000 joden in Tunesië,[10] in 1972 waren dat er nog slechts 25.000[3] en in 2007 nog 1.500. In 2011 werd het aantal gesteld op 1.700, waarvan er 700 in Tunis woonden en 1.000 op het eiland Djerba. El-Ghriba, de eeuwenoude synagoge van het eiland, was op 11 april 2002 het doelwit van een bomaanslag waarbij 21 mensen de dood vonden.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Gouvernementen van Tunesië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tunesië is staatkundig onderverdeeld in 24 gouvernementen.

Geografie[bewerken]

Kaart van Tunesië

Steden[bewerken]

De hoofdstad van Tunesië is Tunis, dat in het noorden van het land ligt. Buiten de medina die nog een traditionele sfeer ademt, is Tunis deels een zeer westers aandoende stad, voornamelijk door de invloed van het voormalige Franse koloniale bewind.

1rightarrow blue.svg Zie ook de lijst van Tunesische plaatsen

Bezienswaardigheden[bewerken]

Economie[bewerken]

De marktgerichte economie van Tunesië werd lang gezien als het succesverhaal van Afrika, maar wordt sinds de Arabische Lente van 2011 geconfronteerd met een scala aan uitdagingen.

Na een verkeerd afgelopen experiment met een socialistisch beleid in de jaren zestig werd begonnen met een strategie gericht op een versterking van de export, buitenlandse investeringen en toerisme. Belangrijke exportproducten zijn textiel, kleding, levensmiddelen, aardolieproducten, chemische stoffen en fosfaten. Ongeveer 80% van de exportproducten gaat naar de Europese Unie.

De liberale strategie, in combinatie met investeringen in onderwijs en infrastructuur, zorgden decennialang voor 4-5% jaarlijkse groei van het bbp en een verbetering van de levensstandaard. Voormalig president Zine El Abidine Ben Ali (1987-2011) handhaafde dit beleid, maar uiteindelijk belemmerden vriendjespolitiek en corruptie economische prestaties en steeg de werkloosheid. De onvrede die hierdoor ontstond, droeg bij aan de omverwerping van het regime in januari 2011. Hierna kwam de economie van Tunesië in een neerwaartse spiraal terecht. Investeringen en inkomsten uit toerisme daalden scherp.

De regering die sinds eind 2014 aan de macht is, probeert buitenlandse bedrijven en investeerders gerust te stellen, de begroting en lopende tekorten onder controle te krijgen, de werkloosheid te verlagen en de economische ongelijkheden in het land terug te dringen. De opeenvolgende terreuraanslagen tegen de toeristische sector en werknemersstakingen in de fosfaatsector, samen goed voor bijna 15% van het bruto binnenlands product, vertraagden de groei tot minder dan 1% van het bbp in 2015 en 1,5% in 2016. Tunis is op zoek naar meer buitenlandse investeringen en probeert samen te werken met de vakbonden om de arbeidskostenverstoring te beperken.

The World Factbook van de CIA meldt over 2016 de volgende cijfers over de Tunesische economie:[2]

Vervoer[bewerken]

Tunesië onderhoudt 19.418 kilometer aan wegen, waarvan 14.756 kilometer verhard is.[2] De belangrijkste snelwegen zijn de A1 van Tunis naar Sfax, de A3 van Tunis naar Beja en de A4 van Tunis naar Bizerte.

Er zijn 29 vliegvelden in Tunesië.[2] De belangrijkste vliegvelden van Tunesië zijn de luchthaven Tunis-Carthage, luchthaven Djerba-Zarzis, luchthaven Enfidha en luchthaven Monastir. Er zijn drie geregistreerde luchtvaartmaatschappijen.[2] De bekendste luchtvaarmaatschappij van Tunesië is Tunisair.

Het spoorwegnet is in totaal 2173 kilometer lang.[2] Het wordt geëxploiteerd door SNCFT (Société Nationale des Chemins de Fer Tunisiens). Rond Tunis ligt een lightrailnetwerk dat beheerd wordt door het Tunesisch bedrijf Transtu.

Energie[bewerken]

De meerderheid van de elektriciteit die Tunesië gebruikt, wordt in Tunesië geproduceerd door staatsbedrijf STEG (Société Tunisienne de l'Electricité et du Gaz). In 2014 werd een totaal van 18 miljard kWh geproduceerd en 15 miljard kWh geconsumeerd.[2] Verder werd 600 miljoen kWh geëxporteerd en 500 miljoen kWh geïmporteerd.[2]

In 2012 werd 95,9% van de totale elektriciteitsproductie gerealiseerd met fossiele brandstoffen.[2] Tunesië heeft 12 olievelden. Het belangrijkste is El Bourma. In 2015 werden 47.100 vaten olie per dag geproduceerd.[2]

Na een bezoek van de Franse president Nicolas Sarkozy in 2008 was er sprake van Franse hulp bij het bouwen van wat Tunesiës eerste kerncentrale had moeten worden.[11] In 2015 werden deze plannen stilgelegd. In plaats daarvan bestudeert Tunesië andere opties voor het diversifiëren van de energiemix, zoals duurzame energie, steenkool, schaliegas en aardgas.[12]

Toerisme in Tunesië[bewerken]

1rightarrow blue.svg Het Nederlandse reisadvies voor reizen naar Tunesië luidt sinds 8 februari 2016 voor het grootste deel van Tunesië alleen noodzakelijke reizen. In de grensgebieden met Libië en Algerije luidt het advies niet reizen.[13]

Tunesië is voor veel Europeanen een vakantieland. Populaire vakantiebestemmingen in het land zijn het eiland Djerba, en kustplaatsen als Sousse, Hammamet en Port El Kantaoui. Het land kent verder archeologische sites als die van Carthago dicht bij Tunis en El Djem met een indrukwekkend Romeins amfitheater. Ook heeft het land zeer gevarieerde soorten landschappen: van woestijnlandschap in de Sahara in het zuiden tot bossen in het noorden op het schiereiland Kaap Bon. Een goedkope manier van reizen is de gedeelde taxi (genaamd louage), waarvoor men op goed geluk naar een taxistandplaats kan gaan: de chauffeurs zijn altijd blij als ze hun taxi vol krijgen. Minder bekend dan het eiland Djerba zijn de Kerkenna-eilanden die voor de kust van Sfax liggen.

Belangrijke oases in Tunesië zijn Tozeur en Douz. Vanuit deze plaatsen kan men de Sahara verkennen, alsmede het zoutmeer Sjott el-Djerid. Wie nog nooit een fata morgana heeft gezien, maakt hier een goede kans er een waar te nemen. Sidi Bou Said is een pittoreske plaats niet ver van de hoofdstad Tunis, die onder meer kunstzinnige mensen aantrekt.

Golf in Tunesië[bewerken]

De Fransen hebben de golfsport in Tunesië geïntroduceerd. Al in 1927 werd de Carthage Golf Club (par 66) opgericht, een van de oudste golfclubs in Afrika. Eind 2009 had het land tien golfclubs en twaalf 18-holesbanen.

Politiek[bewerken]

Staatsinrichting[bewerken]

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte

Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Informatie vermoedelijk verouderd, in 2014 is een nieuwe grondwet aangenomen

De grondwet van Tunesië[7] dateert van 1959. Volgens die grondwet is het land een democratie, met een republikeinse staatsvorm en de islam als staatsgodsdienst. Staatshoofd van de republiek Tunesië is de voor vijf jaar (algemeen kiesrecht) gekozen president (sinds 31 december 2014 Beji Caid Essebsi). Net als in de vroegere kolonisator Frankrijk, bezit de president verregaande bevoegdheid. Het kabinet van Tunesië wordt geleid door een minister-president (sinds 3 augustus 2016 Youssef Chahed).

De hoogste wetgevende macht in Tunesië is de Nationale Vergadering (parlement), dat door alle burgers van 20 jaar en ouder voor vijf jaar wordt gekozen.

Het lokaal bestuur bestaat uit gouvernementen (provincies) o.l.v. een gouverneur met vrij grote bevoegdheden. Ieder gouvernement heeft ook een provinciale raad. Zowel de raad als de gouverneur worden via algemeen kiesrecht gekozen. Verder bestaan er gemeenteraden en landsdistricten. Aan het hoofd van een landsdistrict staat een door de districtsraad gekozen sjeik en aan het hoofd van een gemeente een door de gemeenteraad gekozen burgemeester.

Politieke partijen[bewerken]

De grootste politieke partij is de seculiere Nidaa Tounes. Andere partijen zijn de islamistische Ennahda-beweging, het sociaalliberale Congres voor de Republiek, het sociaaldemocratische Democratisch Forum voor Arbeid en Vrijheid en het liberale Afek Tounes.

Jasmijnrevolutie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Jasmijnrevolutie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In januari 2011 vond de Jasmijnrevolutie plaats, die na een periode van zware protesten leidde tot de val van het regime van president Zine El Abidine Ben Ali. Het Kwartet voor Nationale Dialoog in Tunesië, bestaand uit vier organisaties, heeft er door samenwerking voor gezorgd dat de Jasmijnrevolutie in Tunesië een vreedzaam vervolg kreeg. Het Kwartet kreeg in 2015 de Nobelprijs voor de Vrede.

Staatshoofden van Tunesië[bewerken]

Wapen van het koninkrijk Tunis
Koninkrijk Tunesië (1956-1957):
  Muhammad al-Amin (sinds 1943 bei van het Franse protectoraat van Tunesië)
Republiek Tunesië (sinds 1957):
  Habib Bourguiba (1957-1987) PSD
Zine El Abidine Ben Ali (1987-2011) RCD
Mohamed Ghannouchi (interim, 14-15 jan 2011) RCD
Fouad Mebazaa (interim, 15 jan - 13 dec 2011) partijloos
Moncef Marzouki (interim, 2011-2014) CPR
Beji Caid Essebsi (2014-heden) NT

Militair[bewerken]

In 2015 besteedde Tunesië 2,28% van het BBP aan militaire uitgaven.[2]

In 2016 hadden de Tunesische strijdkrachten 40.500 mensen in actieve dienst en was er een militaire reserve van 12.000 man. Men had de beschikking over 180 tanks, 679 pantservoertuigen en 162 stuks getrokken artillerie, over 50 schepen (waaronder 26 kustwachtvaartuigen) en 141 luchtvaartuigen (waaronder 76 helikopters).[14]

Tunesië heeft deelgenomen aan vredesoperaties in de DROC en Ethiopië/Eritrea. Het leger heeft een apolitiek rol bij de verdediging van het land tegen externe bedreigingen. In januari 2011 heeft het leger tevens de verantwoordelijkheid op zich genomen voor de binnenlandse veiligheid.

Internationaal[bewerken]

Tunesië wordt, net zoals de andere Maghreblanden, gerekend tot de Arabische wereld en de MENA-regio.

Tunesië heeft relaties met zowel de Europese Unie, met wie het een associatieovereenkomst heeft, als met de andere landen van de Arabische wereld. Tunesië is ook lid van de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie, en heeft sterke banden met vooral voormalige kolonisator Frankrijk, door middel van economische samenwerking, industriële modernisering en privatisatieprogramma's. De benadering van het conflict tussen Israël en de Palestijnen maakte het tot tussenpersoon in de Midden-Oostendiplomatie. Voormalig president Zine El Abidine Ben Ali handhaafde het beleid om goede betrekkingen te zoeken met het westen en tegelijkertijd een actieve rol te spelen in de Arabische en Afrikaanse regionale organisaties. Zijn voorganger president Habib Bourguiba nam een niet-gebonden standpunt in, maar benadrukte nauwe betrekkingen met Europa en de Verenigde Staten.

Het land is lid van de volgende internationale organisaties:

Externe links[bewerken]