Twaalfjarig Bestand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het bestand wordt afgekondigd in Antwerpen. (Frans Hogenberg)

Het Twaalfjarig Bestand of Treves was een periode van twaalf jaar van wapenstilstand gedurende de Tachtigjarige Oorlog waarin niet of nauwelijks door de opstandelingen in de Republiek met de Spanjaarden werd gevochten. Het bestand duurde van 1609 tot 1621.

Twaalfjarig bestand

In 1621 werden de vijandelijkheden hervat. De oprichting van de West-Indische Compagnie dateert ook uit dat jaar.

Aanloop[bewerken]

Sinds de jaren 60 van de zestiende eeuw waren de Noordelijke Nederlanden verwikkeld in een strijd met Spanje, de Tachtigjarige Oorlog. Zeker in de jaren 90 van de zestiende eeuw werden er grote successen behaald door de Nederlanders. Dit was onder andere te danken aan het politieke leiderschap van de landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt en stadhouder en legeraanvoerder Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje. Het was voor de Nederlandse Republiek een zware en trage uitputtingsslag maar tegelijkertijd profiteerde de overzeese handel en industrie flink van de situatie. Tot dan toe zag de politiek daarom absoluut geen reden om te onderhandelen over een vrede. De Spaanse troepen werden geheel uit het noorden en oosten verdreven, waardoor een aaneengesloten gebied ontstond dat tamelijk veilig was. Dit Nederlandse succes was mede mogelijk door een Spaans bankroet en de twee-frontenstrijd die Spanje door de oorlog met Frankrijk moest leveren.

Om de Nederlandse handel beter te beschermen hadden Oldenbarnevelt en de Staten Maurits de opdracht gegeven Duinkerke te veroveren. Deze plaats was samen met Nieuwpoort een kapersnest en bracht grote schade toe aan Nederlandse schepen. Maurits had bezwaren tegen de tocht maar legde zich neer bij de opdracht. Tijdens de tocht naar Duinkerke werd Maurits verrast door de komst van een Zuidelijk leger. Onverwachts moest er bij Nieuwpoort een veldslag gevoerd worden die gewonnen werd door de stadhouder. Op dat moment was het verschil in inzicht duidelijk en was de relatie tussen Maurits en Oldenbarnevelt bekoeld geraakt.

In 1603 begon de belegering van Oostende door de landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, aartshertog Albrecht die 3 jaar zou duren. Gedurende de belegering zou de Genuees Spinola de leiding over het Spaanse leger krijgen. In de tussentijd probeerde het noorden het Spaanse belegeringsleger weg te lokken van Oostende met aanvallen op andere steden, echter zonder succes. De jaren na het beleg van Oostende werden door Spinola gebruikt om een gat in de Nederlandse verdedigingslinie te slaan door razendsnel meerdere steden in het oosten van de Republiek te veroveren. Dit tot grote paniek onder de bevolking. Maurits kon nog een aantal steden heroveren maar ook voor de Republiek gold dat het geld opraakte. Dit zorgde in 1606 voor een patstelling.

Was er op het land een patstelling ontstaan, op het water waren de Nederlanders nog oppersterk. Zo werd onder leiding van Jacob van Heemskerck in 1607 een Spaans eskader bij Gibraltar verslagen.

Houding tegenover een vrede[bewerken]

Rond de eeuwwisseling, ca 1600, werd het enthousiasme in de Republiek voor de oorlog minder. De militaire kosten die enorm toenamen, de Republiek die militair in de verdediging werd gedwongen en de economie die haperde zorgden voor een sombere stemming. De economische neergang ontstond onder meer doordat het Spaanse handelsembargo voor Engelse schepen werd opgeheven in 1604, waar die met de Nederlanders behouden bleef.

Ook de Spaanse financiën waren niet meer toereikend voor een verdere aanvallende strijd. Hierdoor wijzigde aan Spaanse zijde in die periode voor het eerst de houding tegenover de opstandige Noordelijke Nederlanden. Moesten de Noordelijke Nederlanden eerder nog de rechten en soevereiniteit van de Spaanse koning erkennen voordat men wilde denken aan onderhandelingen, nu was de Spaanse kroon voor het eerst bereid de Noordelijke Nederlanden te erkennen als een soevereine staat. Naast de financiële problemen waren ook de eerste veroveringen van de Vereenigde Oostindische Compagnie in Azië die een bedreiging vormde voor Spanje, een reden voor de omslag. Gezien deze problemen en uit vrees voor een nieuw verbond tussen de Republiek en Frankrijk, drongen Spinola en de aartshertog voor het eerst samen aan op vrede met de Republiek.

Doordat een vrede naderend was kwamen in de Republiek de tegenstellingen tussen voor- en tegenstanders nadrukkelijker naar voren. In provincies waar de voorgaande jaren het meeste was gevochten, zoals Groningen, Overijssel en Gelre was de roep om vrede het grootst. In Holland en Friesland werd die roep gedeeld door handelaren die schade ondervinden van de oorlog. Daarnaast waren er voorstanders van een vrede te vinden onder de gematigden in vooral Holland en Utrecht. In Zeeland was de meerderheid tegen een vrede. Tegenstanders aldaar waren bang voor de nabijheid van Vlaanderen en veel Zeeuwen verdienden aan de blokkade van Antwerpen en kaapvaart. In het land waren ook veel tegenstanders te vinden onder orthodoxe calvinisten. Die wilden de katholieken helemaal niet met rust laten. Vanuit deze groep waren veel initiatiefnemers voor de oprichting van een West-Indische Compagnie om ook in de Nieuwe Wereld de Spanjaarden dwars te zitten.

Voorstanders van vrede stonden veelal aan de zijde van Oldenbarnevelt, alhoewel hij niet tegen iedere prijs vrede wenste. Tegenstanders vonden steun bij Maurits. Die was faliekant tegen een vrede, omdat hij verwachtte dat Spanje zich er nooit lang aan zou houden. Ook zag Maurits in dat hij vanuit zijn functie meer macht in oorlogstijd zou hebben dan daarbuiten.

Onderhandelingen[bewerken]

In eerste instantie werd er geprobeerd een vrede te sluiten in plaats van een tijdelijke wapenstilstand. In 1606 werd er vanuit de Zuidelijke Nederlanden gepeild naar de kans van slagen van een mogelijke vrede met de Nederlandse Republiek. Toen die wil naar vrede aanwezig bleek in het noorden, kregen de Aartshertogen toestemming van de Spaanse koning Filips III om over een mogelijke onafhankelijkheid te praten. Ondertussen werd in 1607 na de Zeeslag bij Gibraltar een staakt-het-vuren uitgeroepen. Een eis van de Staten-Generaal dat de Republiek tijdens de onderhandelingen werd erkend als vrije en soevereine staat werd ingewilligd. Met de komst van Spinola in februari 1608 in Den Haag kregen de onderhandelingen een formeel karakter. Hij onderhandelde uit naam van Spanje en de aartshertogen. Tijdens de onderhandelingen bleek dat Filips III bleef aandringen op twee eisen in ruil voor zelfstandigheid: terugtrekking uit Indië en vrijheid van eredienst voor katholieken in de Republiek. Dit waren voor de Republiek zulke onmogelijke eisen dat de onderhandelingen voor een vrede werden onderbroken op 23 augustus 1608. De VOC ontbinden was onhaalbaar omdat het net was opgericht en er flink in geïnvesteerd was door de elite. Door bemiddeling bleek het wel mogelijk een langdurige wapenstilstand te sluiten op de voorwaarden van de eerder gesloten wapenstilstand. Dit was voor Oldenbarnevelt wel minder aantrekkelijk dan een vrede, maar het bood meer financiële verlichting. Een concessie van Oldenbarnevelt richting Spanje was het stopzetten van de oprichting van de tegenhanger van de VOC in Amerika, de West-Indische Compagnie. Er werd door tegenstanders een heftige publiciteitscampagne gevoerd en ook Maurits probeerde Hollandse vroedschappen te overtuigen dat een wapenstilstand niet goed was voor het land. Uiteindelijk bleek een meerderheid in de Republiek voorstander van de wapenstilstand en ook in Spanje moest Filips vanwege geldgebrek er aan toegeven. In 1609 werden de slotbepalingen in Antwerpen verder uitgewerkt. Daarna was het klaar om geratificeerd te worden door beide partijen. De afkondiging van het bestand van twaalf jaar volgde op 9 april 1609. Internationaal werd de gesloten overeenkomst als eervol gezien voor de Republiek en niet voor Spanje. Het prestige was hierdoor enorm gestegen en voor het eerst krijgt de Republiek internationaal volledige erkenning van haar soevereiniteit. Engeland en Frankrijk kregen een Nederlandse ambassadeur en er werden diplomatieke betrekkingen aangegaan met het Ottomaanse Rijk (1610), Marokko (24 december 1610) en de Republiek Venetië (31 december 1619).

Voorstelling van de Lage Landen als Leo Belgicus door Claes Janszoon Visscher, 1609.

Het Twaalfjarig Bestand zorgde voor een tijdelijke onderbreking van de oorlog tegen Spanje die in 1568 met de militaire invallen van Willem van Oranje was begonnen. Speciaal voor de gelegenheid produceerde Claes Janszoon Visscher een plattegrond van de Nederlanden in de vorm van een leeuw, de Leo Belgicus. Daarop werden alle zeventien Nederlanden als een geheel afgebeeld, vreedzaam naast elkaar levend dankzij het verstommen van het wapengekletter, gesymboliseerd door de slapende god Mars rechtsonder.

Dit werden jaren van vrede en welstand in de Zuidelijke Nederlanden en voor het aartshertogenpaar Isabella en Albrecht twaalf gelukkige jaren. De twee vertoefden vaak op hun buitenverblijven in Tervuren en Mariemont, waar ze hun favoriete sport, de jacht, beoefenden. Vooral Isabella was populair onder de bevolking; de wat verlegen en soms in de omgang wat stijve Albrecht minder.

Politieke onrust[bewerken]

Tijdens het Twaalfjarig Bestand kwam er een einde aan de eenheid binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De spanningen tussen Maurits en Johan van Oldenbarnevelt liepen snel verder op. Al in 1600 was Maurits tegen het sturen van het leger naar Duinkerken geweest; een besluit dat door Van Oldenbarnevelt was doorgedrukt. De Slag bij Nieuwpoort die volgde werd ternauwernood door Maurits gewonnen, maar Maurits en Van Oldenbarnevelt waren definitief tegenstanders. Van Oldenbarnevelt was ook een warm pleitbezorger van het staakt-het-vuren, omdat dit gunstig was voor de handel. Maurits zag door een bestand zijn mogelijkheden voor gebiedsuitbreiding afnemen en verloor een belangrijke vorm van inkomsten door het wegvallen van veroverde buit. Maurits had liever doorgevochten.

Door het bestand kwamen ook de godsdienstige tegenstellingen scherper aan het licht. De volgelingen van de geestelijke Jacobus Arminius (1560-1609), de remonstranten of rekkelijken, weken af op het punt van de predestinatie, de vrije wil en de erfzonde van het kerkelijk-calvinistische belijden zoals dat was vastgelegd in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelberger Catechismus en zetten zich af tegen bindende belijdenisgeschriften, waarin werd bepaald hoe men de Bijbel moet interpreteren. Hun opvattingen werden vastgelegd in de vijf artikelen van de remonstranten. Zij richtten zich tot de Staten van Holland en West-Friesland om steun te krijgen tegen hun uitsluiting van de publieke kerk. Daarmee was het een politieke kwestie geworden.

De zielenvisserij, Adriaen Pietersz. van de Venne, 1614.
Allegorie op de ijver van de religies tijdens de Treves (Bestand). De rivier tekent de vanaf nu duidelijke scheiding tussen noord en zuid. Links de protestanten met de graven Maurits en Frederik Hendrik, Frederik V van de Palts, Jacobus I van Engeland en de jonge Lodewijk XIII van Frankrijk met zijn moeder Maria de' Medici. Op de voorgrond vissen de protestanten; hun netten zijn gemerkt met Fides, Spes en Caritas. Rechts de katholieken met aartshertogen Albrecht en Isabella, Spinola en paus Paulus V gedragen door kardinalen. Een bisschop met zijn priesters vist in het katholieke bootje naar mensen.

Van Oldenbarnevelt - die net als Maurits eigenlijk onverschillig tegenover alle religieuze meningsverschillen stond - wilde zeggenschap over de Kerk om rust te brengen in de gewesten. De calvinistische predikanten wensten echter geen inmenging van de staat in hun geloofsopvatting. Toen Van Oldenbarnevelt ruimte vroeg voor de remonstrantse leer van de Leidse hoogleraar Jacobus Arminius, escaleerde het conflict. Maurits zag in de calvinisten een bondgenoot tegen Van Oldenbarnevelt en sloot zich aan bij de contraremonstranten, die de leer van de (ook Leidse) hoogleraar Franciscus Gomarus aanhingen.

In 1616 gaf Hugo de Groot een lezing in Amsterdam over tolerantie tussen de strijdende partijen. Amsterdam was min of meer het centrum van het verzet tegen de Remonstranten. In februari 1617 kwam het daar tot rellen op zondagochtend voor het huis van Joachim Rendorp en Rem Bisschop. Jacob Taurinus schreef een pamflet waarin hij de overheid voorhield het heft in handen te blijven houden en de steden opriep hun oude privileges op te eisen.[1] De Staten gaven de vroedschappen toestemming waardgelders aan te nemen, want de schutterijen waren veelal calvinistisch.

De (remonstrantse) regenten in Holland hadden op 4 augustus 1617 de Scherpe Resolutie aangenomen. Deze resolutie gaf de steden in Holland de mogelijkheid om eigenhandig waardgelders (huurtroepen) aan te nemen om onlusten te voorkomen. In de praktijk kwam dit neer op optreden tegen contra-remonstranten. Maurits zag in deze resolutie een aantasting van zijn gezag als militair leider.

De regering onder Johan van Oldenbarnevelt hield een synode zo lang mogelijk tegen, omdat het afbreuk zou doen aan haar gezag. Op 6 oktober 1617 sprak Dudley Carleton in naam van Jacobus I van Engeland zich in de Staten-Generaal der Nederlanden uit voor het houden van een synode. Hij was in staat op juridisch vlak met Grotius en Van Oldenbarneveldt te redetwisten [2] en slaagde erin de relaties tussen Engeland en de Nederlanden te verbeteren, dankzij zijn polariserende houding tegenover de Arminianen.[3][4] Op 26 oktober 1617 vertrok stadhouder Maurits stilletjes uit Den Haag, om Delft, Schiedam, Rotterdam, Dordrecht en Gorinchem tot de synode te bewegen en aan te dringen op het opheffen van de waardgelders.[5] Op 20 februari 1618 erfde Maurits de titel prins van Oranje van zijn overleden halfbroer Filips Willem van Oranje. In maart en mei 1618 probeerde de prins bij zijn bezoek aan Gelderland en Overijssel de gewesten over te halen tot een synode. Van Oldenbarnevelt werd ondertussen beschuldigd van het aannemen van steekpenningen van Spanje. Hij kreeg nog meer kritiek over zich heen toen de raadspensionaris een brief schreef aan de stadhouder. Eind juli 1618 vertrok de prins naar Utrecht. Het aanhouden van waardgelders werd door de kapitein-generaal van het Staatse leger als rebellie beschouwd. De prins besloot de waardgelders in Utrecht te dwingen de wapens neer te leggen; daarvoor werden alle straten naar de Neude afgezet. Bovendien werden er zeven nieuwe contra-remonstrantse edelen benoemd tot de Utrechtse ridderschap en werden de meeste Arminiaanse leden van de vroedschap vervangen. Het gevolg was dat de Staten van Utrecht stemden voor een nationale synode. Op 25 augustus gingen ook de Staten van Holland akkoord met een synode, die in november bijeenkwam en waarvan de uitkomst min of meer al duidelijk was.

Wetsverzetting[bewerken]

De stadhouder liet eind augustus 1618 Van Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en Rombout Hogerbeets arresteren, nadat hij hen in Den Haag had uitgenodigd.[6] Een week later trok de prins naar Schoonhoven, Den Brielle, Delft, Schiedam, Gorinchem, Oudewater en Woerden. In oktober was hij in Monnikendam, Hoorn, Medemblik, Purmerend, Alkmaar[7], Leiden, Haarlem, Rotterdam; begin november in Gouda. In alle steden zijn burgemeesters, vroedschapsleden, en officieren van de schutterij ontslagen en vervangen. Een uitzondering was Edam.[8]

De Synode van Dordrecht besloot dat de leer van Gomarus de leer van de Gereformeerde Kerk was. Een afscheiding kon niet langer worden tegengehouden en de remonstranten richtten in september 1619 de Remonstrantse Broederschap op.

Voor een speciaal tribunaal werd Van Oldenbarnevelt ter dood veroordeeld. Op 13 mei 1619 werd hij op het Binnenhof onthoofd. Met de dood van Van Oldenbarnevelt en het verbod op de remonstrantse leer was de binnenlandse strijd in het voordeel van prins Maurits beslist.

In 1619 verbood de Synode van Dordrecht — waar ook besloten werd tot de Statenvertaling te komen — de remonstrantse leer.

Einde van de Treves[bewerken]

Het Twaalfjarig Bestand eindigde zonder dat de Republiek behoefte voelde het te verlengen. De Hollanders hadden van de periode gebruikgemaakt om hun marinevloot te ontplooien en om in de controle van Zuid-Azië een voorsprong op de Engelsen te nemen.

Nadat landvoogd Albrecht van Oostenrijk in 1621 kinderloos overleed, kwamen de Zuidelijke Nederlanden conform de Akte van Afstand weer rechtstreeks onder de Spaanse troon, met Isabella van Spanje als landvoogdes.

Op 21 april werd de kanselier van Brabant naar Holland gestuurd voor onderhandelingen. Als tegenprestatie voor de macht over Brussel (door de Hollanders) werden toegevingen verwacht. Maar het voorstel viel niet in goede aarde en de kanselier werd op een haar na gelyncht. Het was aanvankelijk de bedoeling geweest dat de Treves op een definitieve vrede zou uitlopen. Er waren echter enkele diepgaande meningsverschillen tussen de Nederlandse Republiek en de Spaansgezinde regering in de Zuidelijke Nederlanden, die onoplosbaar bleken te zijn en ertoe leidden dat in 1621 de vijandigheden weer werden hervat. Deze betroffen de handel van Nederland met Oost-Indië, die volgens de Spanjaarden beëindigd moest worden, en de positie van de katholieken in de Republiek. De Spaanse regering vond dat de katholieken hier volledige godsdienstvrijheid moesten krijgen. De leiders van de Republiek antwoordden daarop dat de protestanten in het zuiden nauwelijks het recht op overleven hadden en wezen deze eis af. Het aantal katholieken in het noorden was nog zo groot dat de protestantse elite bang was dat bij volledige godsdienstvrijheid de suprematie van de calvinisten in gevaar zou komen.

Afbeeldingen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Groenveld, Simon; H.L.Ph. Leeuwenberg, De Tachtigjarige Oorlog. Opstand en consolidatie in de Nederlanden (ca. 1560 - 1650), 2e herziene en aangevulde druk [1e druk: 2008]. De Walburg pers, Zutphen, 2012, 432 blz. ISBN 9789057308383.
  • Israel, Jonathan I., De Republiek 1477-1806, Uitgeverij Van Wijnen, Franeker, 1996, 1368 blz. ISBN 9789051943375.

Voetnoten[bewerken]

  1. [http://www.historici.nl/retroboeken/blnp/#source=2&page=418&accessor=accessor_index\
  2. http://www.dbnl.org/tekst/motl001opko11_01/motl001opko11_01_0011.htm
  3. http://www.www.xs4all.nl/~pvrooden/Peter/publicaties/1982a.pdf
  4. Censorship and interpretation: the conditions of writing and reading in ... By Annabel M. Patterson [1]
  5. Jan Wagenaar, Vaderlandsche Historie, deel X, Boek XXXVIII, p. 183.
  6. Jan Wagenaar, Vaderlandsche Historie, deel X, Boek XXXVIII, p. 252--255.
  7. Na de nederlaag van de remonstrants-staatkundige partij ontbond prins Maurits op 11 oktober 1618 de vroedschap en benoemde hij een nieuwe van 24 leden. In: "De heeren van Alkmaar", p. 86 [2]
  8. Jan Wagenaar, Vaderlandsche Historie, deel X, Boek XXXVIII, p. 266--276.

Externe link[bewerken]

Eerste opstand:
(1567-1570)
Valencijn · Wattrelos · Lannoy · Oosterweel · Eerste invasie (Dalheim · Heiligerlee · Groningen · Eems · Jemmingen · Geldenaken · Loevestein)
Tweede opstand:
(1572-1576)
Den Briel · Vlissingen · Tweede invasie (Valencijn · Bergen · Saint-Ghislain · Roermond · Diest · Leuven · Mechelen · Dendermonde · Zutphen · Bredevoort · Zwolle · Kampen · Steenwijk) · Oudenaarde · Stavoren · Dokkum · Don Frederiks veldtocht (Mechelen · Diest · Roermond · Zutphen · Naarden · Geertruidenberg · Haarlem · Diemen · Alkmaar) · Vlissingen · Borsele · Zuiderzee · Alkmaar · Leiden · Reimerswaal · Derde invasie · Mookerheide · Lillo · Zoetermeer · Buren · Oudewater · Schoonhoven · Krimpen aan de Lek · Woerden · Bommenede · Zierikzee · Muiden · Aalst · Slag bij Vissenaken · Maastricht · Antwerpen · Spanjaardenkasteel (Gent)
Algemene opstand:
(1576-1578)
Utrecht · Steenbergen · Breda · Amsterdam · Gembloers · Zichem · Beleg van Limburg · Inname van Dalhem · Nijvel · Kampen · Rijmenam · Aarschot · Deventer
Parma's negen jaren:
(1579-1588)
Maastricht · 's-Hertogenbosch · Baasrode · Kortrijk · Delfzijl · Oldenzaal · Groningen · Mechelen · Zwolle · Hardenbergerheide · Coevorden · Halle · Steenwijk · Kamerijk · Doornik · Noordhorn · Breda · Aalst · Oudenaarde · Punta Delgada · Lochem · Eindhoven · Gent · Aalst · Terborg · Antwerpen · Zutphen · Kouwensteinsedijk (Antwerpen) · Amerongen · IJsseloord · Boksum · Axel · Neuss · Rijnberk · Grave · Zutphen · Warnsveld · Venlo · Sluis · Bergen op Zoom · Grevelingen
Maurits' tien jaren:
(1589-1599)
Zoutkamp · Breda · Steenbergen · Veldtocht van 1591 (Zutphen · Deventer · Delfzijl · Knodsenburg · Hulst · Nijmegen) · Steenwijk · Coevorden · Luxemburg · Geertruidenberg · Coevorden · Groningen · Hoei · Grol · Calais · Hulst · Veldtocht van 1597 (Turnhout · Venlo · Rijnberk · Meurs · Grol · Bredevoort · Enschede · Ootmarsum · Oldenzaal · Lingen · Rijnberk · Zaltbommel)
Elf jaren strijd:
(1600-1607)
Nieuwpoort · Rijnberk · Oostende · Sluis · Spinola 1605-1606 (Oldenzaal · Lingen · Bergen op Zoom · Mülheim · Wachtendonk · Kasteel Krakau · Bredevoort · Berkumerbrug · Grol · Rijnberk · Lochem · Grol · Gibraltar
Twaalfjarig Bestand:
(1609-1621)
Gulik-Kleefse Successieoorlog (Gulik) · Wezel · Antwerpen
Eindstrijd:
(1621-1647)
Gulik · Steenbergen · Bergen op Zoom · Veluwe · Breda · Oldenzaal · Grol · Baai van Matanzas · 's-Hertogenbosch · Veluwe · Wesel · Veldtocht langs de Maas (Venlo · Roermond · Maastricht) · Rijnberk · Philippine · Tienen · Schenkenschans · Breda · Venlo · Kallo · Duins · Sint-Vincent · Hulst · Antwerpen · Venlo · Puerto de Cavite