Tweede Kamerverkiezingen 1853

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tweede Kamerverkiezingen 1853
Datum 17 mei 1853
Land Vlag van Nederland Nederland
Te verdelen zetels 68
Opkomst 94,40%
Resultaat
Grootste partij conservatieven
Vorige Thorbecke I
Begin regeerperiode Van Hall-Donker Curtius
Opvolging verkiezingen
1850     1856
Portaal  Portaalicoon   Politiek

De Tweede Kamerverkiezingen 1853 waren verkiezingen voor de Nederlandse Tweede Kamer der Staten-Generaal, die gehouden werden op 17 mei 1853.

De verkiezingen waren noodzakelijk geworden nadat de Tweede Kamer was ontbonden in verband met een regeringscrisis na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. De uitslag hield een grote nederlaag in van de liberalen en een overwinning van de conservatieven.

Bij de grondwetsherziening van 1848 werd in het kader van de scheiding van kerk en staat aan de Rooms-Katholieke Kerk toegestaan om zelf de kerkelijke indeling binnen Nederland vast te stellen. In 1853 werd dit recht toegepast, en paus Pius IX verdeelde Nederland in 5 bisdommen, waaronder een aartsbisdom in Utrecht. Onder de Nederlandse protestanten bestond veel afkeer tegen deze actie, wat culmineerde in de Aprilbeweging. De indiening van de klachten door de Aprilbeweging bij koning Willem III leidde tot een crisis tussen de koning en het kabinet-Thorbecke I, dat vond dat de koning de Aprilbeweging te positief en dus onvoldoende neutraal beantwoordde. Hierop trad het kabinet af en werd de Tweede Kamer ontbonden.

Vanwege de ontbinding van de Tweede Kamer moest een nieuwe Tweede Kamer gekozen worden. Volgens de toentertijd geldende kieswet was dat een uitzonderingssituatie: normaal werd elke 2 jaar de helft van de Kamer verkozen, en dus niet de Kamer als geheel. Ook was er door de voorafgaande crisis een duidelijke politieke vraag verbonden aan de verkiezingen, waar bij andere verkiezingen in de jaren 1850 en de eerste helft van de jaren 1860 de kiezers geacht werden de kandidaten niet naar politieke kleur maar naar competentie te beoordelen.

De uitslag van de verkiezingen was een grote nederlaag voor Thorbecke en de liberalen. Alleen de provincie Groningen en Twente bleven als liberale bolwerken overeind, en van de 68 zetels wonnen zij er slechts 11, terwijl er 13 naar de katholieke kandidaten gingen. De overige 44 zetels kwamen terecht bij conservatieven en conservatief-liberalen die zich achter de Aprilbeweging hadden gesteld. Het conservatieve kabinet-Van Hall-Donker Curtius kreeg dus ruime steun in de Tweede Kamer. Desondanks werd het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie niet teruggedraaid; wel werd de Rooms-Katholieke Kerk in zijn bewegingsvrijheid beperkt door de invoering van de Wet op de kerkgenootschappen.

Verkiezingsuitslag naar groepering[bewerken | brontekst bewerken]

Groepering zetels
1850 1853 +/-
Conservatieven  8 26  18  
Thorbeckianen 20  12  -8 
Liberalen 21  11  -10  
Antirevolutionairen  3  7 4
Conservatief-liberalen  7  4 -3 
Conservatief-katholieken  5  3 -2 
Conservatief-protestanten  1  3 2
Gematigd liberalen  3  2 -1 
Totaal 68 68 0

Gekozen leden[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Samenstelling Tweede Kamer 1853-1856 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.