Tweede Slag bij St Albans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tweede Slag bij St Albans
Onderdeel van de Rozenoorlogen
Roses-Lancaster victory.svg
Datum 17 februari, 1461
Locatie St Albans, Hertfordshire, Engeland
Resultaat Kleine overwinning voor het huis Lancaster
Strijdende partijen
Lancashire rose.svgHuis Lancaster Yorkshire rose.svgHuis York
Commandanten
Margaretha van Anjou Richard Neville, 16e graaf van Warwick
Troepensterkte
± 10000 ± 15000
Verliezen
onbekend onbekend

De Tweede Slag bij St Albans was, evenals de Eerste Slag bij St Albans zes jaar daarvoor, een veldslag tijdens de Rozenoorlogen, een reeks van dynastieke conflicten in het Engeland van de 15e eeuw tussen de huizen Lancaster en York. De Yorkisten onder leiding van Warwick probeerden bij St Albans het Lancastriaanse leger van Margaretha van Anjou, dat naar Londen oprukte, tegen te houden. De Lancastrianen slaagden erin via een flankmanoeuvre het leger van Warwick te verrassen en brachten het een nederlaag toe. Koning Hendrik VI, Margaretha's echtgenoot, die door Warwick gevangen gehouden werd, werd door de Lancastrianen bevrijd. De Lancastrianen konden hun overwinning echter niet uitbuiten en slaagden er niet in Londen in te nemen.

Achtergrond[bewerken]

De onrust die in Engeland was ontstaan na het verlies van de Honderdjarige Oorlog ontaardde in 1455 in een burgeroorlog nadat Richard van York, leider van een zijtak van het regerende koningshuis, de troon opeiste ten overstaan van de zwakzinnige koning Hendrik VI. Richard mobiliseerde een leger en na een overwinning in de Eerste Slag bij St Albans werd hij benoemd tot regent (Lord Protector) van de koning. De partij van de koning, geleid door de koningin, liet het er niet bij zitten en in 1459 barstte de strijd weer los. Na een aanvankelijke overwinning op het Lancastriaanse leger bij Blore Heath moest York na een nederlaag bij Ludford Bridge vluchten naar Ierland. Het volgende jaar echter keerde Warwick met een leger uit Frankrijk terug en Richard keerde terug uit ballingschap. Warwick nam Londen in en versloeg daarna het Lancastriaanse leger verpletterend in de Slag bij Northampton. Koning Hendrik VI werd gevangengenomen en Richard van York werd door het parlement erkend als zijn erfgenaam. Koningin Margaretha was naar het noorden gevlucht om steun te vergaren. In december 1460 trok Richard naar het noorden om Margaretha's leger het hoofd te bieden. Bij Wakefield kwam het tot een treffen en door een combinatie van verraad en roekeloosheid verloor Richard de veldslag en zijn leven.

De Yorkistische claim op de troon viel nu toe aan Richards oudste zoon Eduard, Earl of March. Terwijl de Lancastriaanse hoofdmacht al plunderend richting Londen optrok, raakte Eduard begin februari bij Wigmore slaags met een Lancastriaans leger dat vanuit Wales Engeland wilde binnentrekken. Ondertussen probeerde Warwick de opmars van de Lancastriaanse hoofdmacht te stuiten. Uiteindelijk bond Warwick bij St Albans de strijd aan.

De slag[bewerken]

Warwick was op 12 februari aangekomen in St Albans en was de volgende drie dagen bezig met het fortificeren van zijn positie. Via een verrader, een man met de naam Lovelace, was Margaretha op de hoogte van Warwicks positie. Op 11 februari zwenkte het Lancastriaanse leger scherp af naar het westen, naar Dunstable. De verkenners van Warwick merkten deze verandering niet op en Warwick dacht dat Margaretha verder van zijn positie was verwijderd dan ze in werkelijkheid was. Via Dunstable trok het Lancastriaanse leger in de nacht van 16 op 17 februari naar St Albans. In de vroege morgen van 17 februari viel het leger de stad aan. De Yorkistische boogschutters rondom het marktplein van St Albans slaagden erin om de aanval af te slaan, maar de Lancastrianen vonden een tweede weg de stad in en wisten de boogschutters te flankeren. Er volgden enkele uren van felle strijd van huis naar huis. Uiteindelijk werd de stad door de Lancastrianen ingenomen. De Yorkistische achterhoede onder leiding van Montagu, Warwicks broer, had zich ten noorden van de stad gegroepeerd. De Lancastrianen vielen aan en sloegen de achterhoede uiteen. Warwick had de grootst mogelijk moeite om zijn verspreide troepenmacht te hergroeperen ten noordoosten van St Albans. De Lancastrianen richtten nu hun aandacht op Warwicks troepen en aan het eind van de middag, toen de zon onderging, constateerde Warwick dat zijn troepen geen partij meer waren voor de vijandelijke overmacht en hij trok zich met 4000 overlevenden terug naar Chipping Norton in Oxfordshire.

Nasleep[bewerken]

Hendrik VI, die als gevangene bij de slag aanwezig was werd zingend en verward onder een boom aangetroffen en werd met zijn vrouw en kinderen herenigd. Hoewel de weg naar Londen openlag, kon Margaretha de overwinning op Warwick niet uitbuiten. Haar plunderende troepen hadden de Londenaren angst ingeboezemd en ze hadden de poorten voor haar leger gesloten. Dit gegeven en het nieuws dat Eduard een overwinning had geboekt op haar Welshe bondgenoten, brachten Margaretha aan het twijfelen. Uiteindelijk trok de Lancastriaanse legermacht zich terug richting Dunstable. Veel van Margaretha's mannen, afkomstig uit de grensstreek met Schotland, verlieten beladen met oorlogsbuit haar leger en keerden terug naar huis. Eduard sloot zich aan bij Warwick en op 2 maart trokken beide mannen Londen binnen. Kort daarna werd Eduard door het parlement tot koning Eduard IV uitgeroepen.