Tweestatenoplossing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een afbeelding van de gekruiste vlaggen van Israël en Palestina met het woord 'vrede' in zowel Arabisch als in het Hebreeuws.
Een afbeelding van de gekruiste vlaggen van Israël en Palestina met het woord 'vrede' in zowel Arabisch (Salaam السلام) als in het Hebreeuws (Shalom שלום)

De tweestatenoplossing is een voorgestelde manier om het Israëlisch-Palestijns conflict te beëindigen, door twee onafhankelijke staten op te richten op het grondgebied van het voormalige mandaatgebied Palestina (historisch Palestina). Aangezien de grootte van het totale gebied gelijk blijft, is de tweestatenoplossing een zero-sum game: ieder deel dat naar de ene partij gaat, gaat ten koste van de andere partij.

De eerste poging om tot een tweestatenoplossing te komen, was het VN-verdelingsplan van 29 november 1947, ook bekend als VN-resolutie 181. De Oslo-akkoorden van 1993-1995 waren een hernieuwde poging om het conflict op te lossen door het gebied te verdelen. Beide pogingen hebben niet tot een positief resultaat geleid.

Een alternatief voor de tweestatenoplossing zou een federatie kunnen zijn, waarbij een overkoepelende regering het land zou besturen. Dit is echter nog geen oplossing voor de onderlinge verdeling van het grondgebied tussen de twee deelstaten. Een ingrijpender alternatief is een bi-nationale staat, waarbij beide partijen de beschikking hebben over het totale grondgebied.

VN-verdelingsplan[bewerken]

VN-verdelingsplan (Resolutie 181)

Toen de Britten in 1947 het Brits Mandaat aan de VN wilden overdragen, werd de UNSCOP-commissie ingesteld. UNSCOP moest voor de VN de mogelijkheden voor een oplossing onderzoeken. De Jewish Agency en de meeste Joodse organisaties pleitten voor een democratische Joodse commonwealth in heel Palestina, met een onbeperkte Joodse immigratie. De Arabische staten wilden juist een democratische unitaire staat waarin de op dat moment nog bestaande Arabische meerderheid (tweederde) werd gegarandeerd.[1]

Zowel een Arabische als een Joodse eenheidsstaat werd door UNSCOP verworpen. Uiteindelijk werd op 3 september een meerderheidsplan gepresenteerd om Palestina verdelen in een Arabische en een Joodse staat. Na in het eindrapport eerst het tot in detail uitgewerkte verdelingsplan, inclusief de grenzen, te hebben beschreven, werd hierin als alternatief het minderheidsplan voor een unitaire staat gepresenteerd. Voorgesteld werd een federale staat, de "Federal State of Palestine", bestaande uit een Arabische en een Joodse staat, met één Palestijnse nationaliteit en met gelijke rechten voor Arabieren en Joden.

Van de 11 commissieleden stemden er 7 voor het verdelingsplan en 3 voor een federatie. Een bi-nationale staat vond men te ingewikkeld en kunstmatig en voor etnisch bepaalde kantons was de bevolking te veel gemengd. Nederland, dat lid was van de UNSCOP, stemde samen met Canada, Tsjechoslowakije, Guatemala, Peru, Zweden, and Uruguay tegen een eenheidsstaat en vóór het verdelingsplan.[1]

In de daarna benoemde Ad hoc Committee werd het minderheidsvoorstel van de Arabische landen voor een democratische unitaire staat uitgewerkt door de Sub-Committee 2. In het midden werd gelaten, of het wel of niet een federatie moest worden.[2]

Als argument voor een eenheidsstaat, stelde Sub-Committee 2 onder andere, dat de Balfourverklaring, het Brits Mandaat en het Verdelingsplan in strijd waren met het Handvest van de Verenigde Naties en dat de VN niet de bevoegdheid had om een Joodse staat in Palestina te creëren.[3] Het wilde, dat deze zaken werden voorgelegd aan het Internationaal Hof van Justitie (ICJ), dat speciaal was opgericht voor dit soort geschillen.[4] De commissie had daar ook sterke juridische argumenten voor.[5]

Op 24 november 1947 werd in de voltallige ad-hoc-commissie – dat was de gehele Algemene Vergadering van de VN – gestemd over de voorstellen van Sub-Committee 2. Deze weigerde, bij stemming met 1 stem verschil, de kwestie eerst door het ICJ te laten toetsen aan het Handvest.[5] De volgende dagen vond er een zionistische lobby-campagne voor het VN-verdelingsplan plaats,[6][7] waarna op 29 november de Algemene Vergadering besloot het Verdelingsplan op basis van een confederatie van twee staten goed te keuren.[8] Op dat moment waren er 57 landen aangesloten bij de VN, meest westerse landen.[9]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. a b United Nations Special Committee on Palestine (UNSCOP) — Report to the General Assembly, 3 september 1947 (A/364), Chapter I, par. 75; Chapter IV, par. 8-11; Chapter V, par. 2-6; Chapter VI (p. 110) en VII (p. 136). van origineel
  2. Report of Sub-Committee 2 to the Ad Hoc Committee on the Palestinian question of the UN General Assembly 1947, Chapter 3, par 84-91
  3. Report of Sub-Committee 2, Chapter I, 11 november 1947 (A/AC.14/32). Hier het origineel
  4. Ontwerp-resolutie. Report Sub-Committee 2, Chapter IV, 11 november 1947 (A/AC.14/32).
  5. a b The Palestine problem in the framework of International Law — Sovereignty as the Crucial Issue of a Peaceful Settlement of the Palestinian-Israeli Conflict. Hans Koechler, september 2000
  6. Zie bijvoorbeeld Weizmann's verzoek op 25 november, aan President Truman, om een aantal landen te bewerken: The Revealed and the Concealed: A Joint Exhibition with the Foreign Ministry. IsraelsDocuments.blogspot, 29 november 2015
    en Palestine and Israel: A Challenge to Justice, p. 36-37. John Quigley, 1990
  7. Zie hier de resultaten van de lobbycampagne: Vote changes from Ad hoc Committee to General Assembly
  8. Resolution 181 (II). Future government of Palestine.
  9. Toename van het aantal leden van de Verenigde Naties Periode: 1945 - 2005 unric.org