Tzumprijs voor de beste literaire zin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Tzum-prijs voor de beste literaire zin is een door het literaire tijdschrift Tzum ingestelde prijs, bedoeld als tegenwicht voor het elitaire prijzencircus. Lezers kunnen de mooiste zin uit het voorafgaande jaar nomineren. De jury, bestaande uit de redactie van Tzum, kiest de winnende zin. Naast een bokaal krijgt de winnaar het aantal woorden in euro's. De Tzum-prijs is een jaarlijkse literaire prijs die sinds 2002 wordt uitgereikt.

Winnaars[bewerken]

  • 2002: Paul Mennes met een zin uit de roman Poes poes poes
    Soms had ze er toch een beetje spijt van dat ze geen feng-shui, tai chi, macrobiotiek of biseksualiteit gekozen had voor haar spirituele groei.
  • 2003: Doeschka Meijsing met een zin uit de roman 100% chemie
    Wij mochten op vrije zaterdagmiddagen bij louche verkopers minachtend tegen de banden schoppen, terwijl mijn vader onder de motorkap keek of de problemen die zich zouden kunnen voordoen met touw waren op te lossen.
  • 2004: Stijn Aerden met een een zin uit de roman Met de hele familie en Koen
    Oom Bram was een hartstochtelijk fietser en maakte eens per jaar een busreis met de senioren van het waterleidingbedrijf, dus je kon onmogelijk beweren dat zijn blikveld beperkt was.
  • 2005: Ilja Leonard Pfeijffer met een zin uit Het grote baggerboek
    Trekt ie daaropvervolgends z’n broek naar omlaag, gaat met die harige aars van hem boven de chili hangen en zet ie me daar toch z’n dikke darm open dat Noach kon fluiten naar berg Ararat.
  • 2006: Tommy Wieringa met een zin uit de roman Joe Speedboot
    De knalpijpen glansden als bazuinen, de wereld leek te verschroeien in allesverzengend lawaai wanneer de jongens het gaspedaal intrapten met de koppeling in, alleen om te laten weten dat ze bestonden, zodat níemand daaraan zou twijfelen, want wat niet weerkaatst, bestaat niet.
  • 2007: Jeroen Brouwers met een zin uit In het midden van de reis door mijn leven
    Al stond in het centrum van het huis een kachel als uit de machinekamer van een stoomschip en stortte ik deze vol kolen en hout uit het bos, ze verspreidde geen warmte, – zoals er ook van mij, volgestort met het witte water van de firma Bols, niet echt meer iets constructiefs uitging.
  • 2008: A.F.Th. van der Heijden met een zin uit Mim
    Misschien had het mes gebloosd omdat een hand het dwong in het geniep te doden, in het donker achter jaspanden, die zelfs de bloedblos nog aan het oog onttrokken.
  • 2009: Erwin Mortier met een zin uit Godenslaap
    Ik volg de cadans van mijn handschrift en zoek naar de in letters gestolde, kwezelachtige wellust van het meisje dat ik ooit geweest moet zijn, het wicht dat op de drempel van haar adolescentie haar schriftuur even strak aantrok als de dunne lederen veters waarmee ze haar laarsjes dichtreeg – hoe ze het vlees van het woord in de baleinen van de zinsbouw dwong, tot haar eigen lijf vol striemen stond en ze naar uitbraak verlangde.
  • 2010: Tom Lanoye met een zin uit Sprakeloos
    Vijftien jaar had de badkamer met de caravanafmetingen probleemloos dienstgedaan, de sporadisch gekneusde knie niet te na gesproken van wie zich, zijn toilet makend of zich scherend voor het lavabootje, te bruusk omdraaide en aan den lijve moest ervaren hoe gering de speling was gebleven tussen rand en wand.
  • 2011: Peter Buwalda met een zin uit Bonita Avenue
    Hij was verpieterd op de kamer die hij huurde bij zijn oudtante in Overvecht, een buitenwijk met asbestflats, ‘dreven’ in plaats van ’straten’, en een eigen station met twee sporen om op te gaan liggen.
  • 2012: L.H. Wiener met een zin uit Shanghai Massage
    Ik zou mijn moeder nog weleens in die dikke Velsense vissersneus van haar willen knijpen, een neus die van geen ophouden wist, in tegenstelling tot mijn moeders nieren, die het begaven onder de druk van alle medicijnen – nu ja, niet echt knijpen, want een beetje zoon die knijpt zijn moeder niet, die eert het wijf dat moeder heet, maar die dikke kokkerd van een gok van haar, dus, tussen mijn wijs- en middelvinger en duim pakken, zoals ik vroeger vaak deed, om te plagen, als een soortement van liefkneuzing, dat zou ik graag nog eens een keertje doen.
  • 2013: Anton Valens met een zin uit Het boek Ont
    Het was dinsdagavond kwart voor acht en een van de laatste dagen van oktober in het roemruchte stervensjaar van de gulden, dat schitterende, harde betaalmiddel met zijn waaier van kleurige biljetten als de staart van een paradijsvogel, dat met goedvinden van de kroon door de directeur van De Nederlandsche Bank verkwanseld werd voor een grauwe eenheidsmunt waar er al zoveel van zijn en die de ‘euro’ wordt genoemd.
  • 2014: Ilja Leonard Pfeijffer met een zin uit La Superba
    Het was het witte uur na het middagmaal, de blanke pagina waarop hooguit iets met potlood wordt gekriebeld in geheimschrift, iets om onmiddellijk weer uit te gummen zodra de rolluiken omhoog worden getrokken en het leven opnieuw zwart op wit een aanvang neemt met bonnetjes, bestellingen en bezwaarschriften.
  • 2015: Dimitri Verhulst met een zin uit Kaddisj voor een kut
    Jouw kapsel, voor zover dat nog een kapsel mocht worden genoemd, had veel weg van zo'n in die dagen in zwang rakende ecologische tuin, waarin elke menselijke ingreep als een misdaad tegen de natuur werd beschouwd.
  • 2016: Yves Petry met een zin uit Liefde bij wijze van spreken
    Ze ging naar bed met jongens op de manier waarop ze vroeger boeken las: omdat ze het gevoel had dat het van haar werd verwacht, niet omdat ze er zelf veel bijzonders van verwachtte.
  • 2017: Jeroen Olyslaegers met een zin uit Wil
    Mijn ouders zijn nooit pilaarbijters geweest, vooral mijn vader had enkel minachting voor al die lijkbidders in een kerk die devoot met hun handen boven de lakens sliepen en die de soutanedrager achter het altaar beschouwden als hun genadeloze gids in de zoölogie van de lusten.

externe link[bewerken]

tzum-literatuurprijs