Uiver

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Uiver op Schiphol in 1934
Eerste vlucht boven de haven van Rotterdam, 19 september 1934

Uiver is het Douglas DC-2 vliegtuig met de registratie PH-AJU van de Nederlandse vliegtuigmaatschappij KLM. Het werd in 1934 een beroemdheid, zowel in Nederland als internationaal, door het winnen van de Melbourne race, maar ging nog in datzelfde jaar bij een vliegramp verloren.

De KLM noemde haar vliegtuigen naar vogels waarvan de eerste letter overeenkomt met de laatste letter van het registratieteken. Zo heette de PH-AIP Pelikaan en de PH-AJA Arend. Er werden zelfs vogels vernoemd die niet kunnen vliegen, zoals de Haan en de Nandoe. Het vliegtuig PH-AJU was een probleem, want er was al een machine met de naam Uil en er was in het standaardnederlands geen andere vogelnaam met een U, totdat iemand op het idee kwam dat een ooievaar in het Betuws dialect Uiver heet.

Aflevering en eerste vlucht[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste Douglas DC-2 werd op 28 maart 1934 door de KLM besteld. De Uiver was van het model DC-2-115A en werd in de zomer van 1934 als achttiende DC-2 gebouwd door de Douglas Aircraft Company in Santa Monica (Californië) in de Verenigde Staten. Na acceptatie werd het toestel op 22 augustus 1934 overgevlogen naar New York en daar deels gedemonteerd om aan boord van de Statendam naar Rotterdam te worden vervoerd. Op 13 september 1934 kwam het schip daar aan. De machine werd naar het Rotterdamse vliegveld Waalhaven overgebracht. Na assemblage door de Technische Dienst van de KLM maakte het toestal op 19 september 1934 zijn eerste vlucht boven Nederlandse bodem. Op 28 september werd het Uiver gedoopt.[1]

Het toestel baarde opzien door de toen moderne aluminiumconstructie. Tot dan toe waren vliegtuigen van hout en deels bespannen met linnen. Na een aantal vliegrampen in de VS werd gezocht naar veiliger materialen. De KLM was zo enthousiast over de nieuwe aanwinst, dat zij onmiddellijk nog veertien DC-2's bij Douglas bestelde. Die zouden geassembleerd worden door Fokker, het bedrijf dat tot dan toe de voornaamste vliegtuigleverancier van de KLM was geweest.

Melbourne-race[bewerken | brontekst bewerken]

Gezagvoerder Koene Dirk Parmentier (r.) en co-piloot Jan Moll
Een grote groep mannen trekt aan touwen de Uiver uit de modder, Albury, 22 oktober 1934
Ter herinnering was in Albury tot 2002 een ex-RAAF DC-2 in de KLM-uitmonstering van de Uiver opgesteld.[2][3]
Huldiging van de Uiver-bemanning op vliegveld Waalhaven, 30 november 1934. V.l.n.r. Prins, Moll, Parmentier, Van Brugge

De Uiver werd in 1934 vooral beroemd door een vlucht van Mildenhall in Suffolk naar Melbourne in Australië. De MacRobertson Londen - Melbourne luchtrace werd georganiseerd om het eeuwfeest van Melbourne te vieren. De race duurde van 20 tot 24 oktober. De bemanning van de Uiver bestond uit gezagvoerder Koene Dirk Parmentier,[4] eerste officier Jan Moll,[5] boordwerktuigkundige Bouwe Prins en telegrafist Cornelis van Brugge.[6] Ook aan boord waren drie passagiers, de Nederlanders P.M. Gilissen en R.J. Domenie en de Duitse pilote en journaliste Thea Rasche.[7] Ook werden bagage en post meegenomen.

Verloop van de race[bewerken | brontekst bewerken]

De Uiver won het handicapklassement van de race. Over 19 877 km had het toestel 90 uren en 17 minuten gedaan. In het algemeen klassement werd de Uiver tweede, na het duo C.W.A. Scott[8] en Tom Campbell Black,[9] dat de afstand in de rode De Havilland DH.88 Comet Grosvenor House in 71 uur had afgelegd. Als derde arriveerden Clyde Pangborn[10] en Roscoe Turner[11] in 92 uur 55 minuten met de Boeing 247, het metalen verkeersvliegtuig dat in de VS de rechtstreekse concurrent was van de Douglas DC-2.

Een van de bekendste gebeurtenissen tijdens de race was de noodlanding die de Uiver moest maken op het laatste traject tussen Charleville (Queensland) en Melbourne. Door het slechte weer was Parmentier genoodzaakt het vliegtuig op de paardenrenbaan van Albury aan de grond te zetten. Hij deed dit na een oproep van het plaatselijke radiostation voor automobilisten om de renbaan met hun koplichten te verlichten. De renbaan was echter erg moerassig en de volgende morgen moest het vliegtuig met man en macht naar een drogere plek worden gesjouwd voordat het voor de laatste 250 km naar Melbourne kon opstijgen.

In Australië waren vliegtuig en bemanning het middelpunt van een feestelijke huldiging. Op 21 november landde de Uiver weer in Nederland, waar opnieuw grootse feestelijkheden plaatsvonden.

Uiver-rage[bewerken | brontekst bewerken]

Na het succes in de Melbourne-race ontstond in Nederland een ware Uiver-rage. De bemanningsleden werden als helden gehuldigd. Er verschenen tal van memorabilia, zoals:

De Uiver werd ook het onderwerp van diverse liederen:

Daar komt een Uiver gevlogen
en heel de lucht hoort aan hem:
het zijn de Hollandsche jongens
van onze pracht-K.L.M.!
't Is alweer de K.L.M.
die komt over land en zee
't Is alweer de K.L.M.
nu met Moll en Parmentier!
Uiver, prachtige vogel snel en sterk
recht op je doel af, dát is werk!
"The flying Fräulein" Thea Rasche

Uiver-passagier Thea Rasche (bijgenaamd "The flying Fräulein") gaf als verslaggeefster uit de eerste hand een enthousiast verslag van de luchtrace en van de kwaliteiten van de DC-2. Haar artikelen en foto's werden gepubliceerd in tal van tijdschriften over de gehele wereld en droegen daardoor bij aan de internationale waardering voor de prestaties van de KLM-bemanning en ook aan de promotie van het Douglas-product. Rasche werd in Melbourne gehuldigd als de enige vrouw die de race had volbracht, ook al was ze slechts passagier. Daarna reisde zij door naar de VS, waar zij opnieuw het middelpunt van huldigingen werd. Zij kreeg het erelidmaatschap van de Women's International Association of Aeronautics, een ontvangst door first lady Eleanor Roosevelt in het Witte Huis en een beker met het opschrift Wings around the world for peace – won by Thea Rasche, 1934 uit handen van Amelia Earhart.

Ook passagier Roelof Jan Domenie hield een dagboek bij.[16]

Einde van de Uiver[bewerken | brontekst bewerken]

De ramp[bewerken | brontekst bewerken]

Op 20 december 1934, een maand na de terugkeer uit Australië, was de Uiver voor de tweede keer op weg naar Batavia. Het was een extra vlucht vanwege de kerst en er was 350 kg post aan boord. Na een tussenstop in Caïro wilde gezagvoerder Wim Beekman niet vertrekken wegens de slechte weersomstandigheden, maar KLM-directeur Albert Plesman dreigde hem te ontslaan als deze prestigieuze vlucht vertraging kreeg. Het zou een enorme blamage zijn als de beroemde Uiver pas na Kerstmis zou aankomen. Dus vertrok de Uiver, maar hij zou nooit in Bagdad aankomen. Door slecht weer verongelukte hij bij Ar-Rutbah (Rutbah Wells) in het Irakese deel van de Syrische Woestijn. Alle inzittenden, vier bemanningsleden en drie passagiers, kwamen om.[17] Onder de passagiers was mediatycoon Dominique Willem Berretty, de bewoner van de Villa Isola in Bandoeng. Een grafmonument voor Beekman staat in Muiderberg.

De Uiver, het populairste KLM-vliegtuig aller tijden, heeft dus - tussen de eerste vlucht op 19 september en de crash op 20 december 1934 - slechts drie maanden voor de KLM gevlogen. De serie van veertien bestelde DC-2's, waarvan de PH-AKG Gaai als eerste werd overgedragen op 22 maart 1935, kwam bij de KLM in dienst toen de Uiver er al niet meer was. Ook de Gaai was geen lang leven beschoren: dit toestel verongelukte al na vier maanden, op 20 juli 1935, in zwaar onweer bij San Bernardino (Zwitserland), waarbij alle dertien inzittenden omkwamen.[1] In Iran had de KLM drie dagen eerder ook al een DC-2 verloren, de PH-AKM Maraboe, die uitbrandde zonder dat er doden vielen.[1] Eind 1936 stortte de PH-AKL Lijster neer bij Londen (vijftien doden), in juli 1937 gevolgd door de PH-ALF Flamingo niet ver van Brussel (ook vijftien doden). Het verongelukken van zoveel nog nieuwe DC-2's binnen korte tijd, met zo'n groot verlies aan mensenlevens, zorgde voor veel beroering bij pers en publiek. De euforie rond de Uiver was omgeslagen in kritiek op de KLM. Men vroeg zich af of de keuze voor het Amerikaanse product wel zo verstandig was geweest, maar directeur Plesman bleef achter deze beslissing staan.

Onderzoeken[bewerken | brontekst bewerken]

De ramp met de Uiver is onderzocht door dr. ir. H.J. van der Maas, hoofd van de afdeling Vliegtuigen van de Rijks Studiedienst voor de Luchtvaart (RSL, 1919-1937). Hij had in de herfst van 1934, dus al voor de ramp, onderzoek gedaan naar de vliegeigenschappen van de DC-2. Hij arriveerde op 26 december op de plek des onheils. Op 8 januari 1935 bracht hij zijn eerste verslag uit aan de Luchtvaartdienst (LVD), gevolgd door het definitieve rapport op 5 februari 1935. Zijn conclusie was: "Het moet waarschijnlijk worden geacht, dat de zeer ongunstige weersomstandigheden, tezamen met minder gunstige vliegeigenschappen van het toestel in zware remous en vermoeidheid van de vlieger geleid hebben tot de botsing met de grond die de catastrophe tengevolge had".[18]

Latere schriftelijke rapporten zijn nooit gepubliceerd. Zij werden in 1992 door historicus Herman Dekker bij de toenmalige Raad voor de Luchtvaart teruggevonden. Ook een onderzoekscommissie van de KLM onder leiding van M.C. Moes (Hoofd-Inspecteur Dienst Amsterdam-Batavia) heeft ter plaatse onderzoek gedaan. Leden van deze commissie waren onder anderen de bekende gezagvoerders Gerrit J. Geysendorffer (die met de Pander Postjager ook aan de Melbourne-race had deelgenomen) en L. Sillevis.

De RSL had sinds 1931 een Permanente Ongevallen Commissie (POC) onder voorzitterschap van de Directeur Luchtvaartdienst E.Th. de Veer. Er waren nog drie leden, onder wie Van der Maas, die het eerste onderzoek had verricht. Om de objectiviteit van het onderzoek naar het verongelukken van de Uiver te waarborgen kreeg de POC op 7 februari 1935 een gewijzigde samenstelling met als voorzitter vice-admiraal jhr. G.L. Schorer. Het onderzoek bevestigde de conclusies in het rapport van Van der Maas.[19] Op grond van de conclusies van de commissie en de onderzoeken van de KLM en Douglas zelf werd het ontwerp van de nog te bouwen DC-2's op een aantal punten gemodificeerd en werden de al bestaande exemplaren dienovereenkomstig aangepast.[1]

De tweede Uiver[bewerken | brontekst bewerken]

De Uiver keert terug op Schiphol, 31 maart 1984

In 1983 werd een DC-2 vanuit de Verenigde Staten naar Antwerpen en vervolgens per ponton naar Nederland vervoerd om te worden getoond in een documentaire.[20] Dit exemplaar was in 1934 gebouwd voor de US Navy. Op 18 december 1983 begon dit toestel aan een herhaling van de vlucht naar Melbourne.[21] Op 5 februari 1984 bereikte het vliegtuig de eindbestemming,[22] en op 31 maart 1984 keerde het, vertraagd door motorpech in Riaad, terug op Schiphol.[23] De bemanning bestond uit gezagvoerder Jan Plesman (kleinzoon van Albert Plesman en neef van Jan Leendert Plesman), co-piloot Fred Schouten en de boordwerktuigkundigen Bonne Pijpstra en Ton Degenaars (1948-2006).[24] Na afloop werd het toestel ontmanteld en per boot teruggezonden naar de nucleair fysicus en vliegtuigenverzamelaar Colgate W. Darden III in Lexington (South Carolina), die sinds 1968 de eigenaar was.[25]

DC-2 in de uitmonstering van de Uiver op de Texel Airshow, 2007. Het staartnummer 44 herinnert aan het wedstrijdnummer van de oorspronkelijke Uiver in de Melbourne-race.

In 1999 kon een daartoe opgerichte stichting deze DC-2 alsnog aankopen na een crowdfunding-actie.[26] Het was een van de acht nog bestaande DC-2's en een van de twee nog luchtwaardige.[27] Het vliegtuig, dat in het Nationaal Luchtvaart-Themapark Aviodrome op Lelystad Airport staat opgesteld, kreeg de naam en het oude kleurenschema van de eerste Uiver. Ook de oorspronkelijke registratie PH-AJU is op het toestel aangebracht, hoewel het officieel staat ingeschreven in het Amerikaanse burgerluchtvaartregister onder de registratie NC39165.[28] Dit vliegtuig is op 9 juli 2005 door zijn landingsgestel gezakt bij het taxiën op marinevliegveld Den Helder. Nadat het door vrijwilligers was opgeknapt, was het toestel in juni 2007 weer vliegklaar.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Norbert F. Heerkens: Met de "Uiver" naar Melbourne - Een actueel boek voor de Nederlandsche jeugd. Boek- en Handelsdrukkerij Helmond, Helmond, 1934. 124 p.
  • H.P. Geerke: De Melbourne-race. Meulenhoff, Amsterdam, 1934. 24 p.
  • Adriaan Viruly, Han Hollander: Het Uiver Album - The Flying Dutchman going strong. Hobera, Amsterdam, 1935.
  • K.D. Parmentier: In drie dagen naar Australië - Met de Uiver in de Melbourne-race. Scheltens & Giltay, Amsterdam, 1935. 316 p.
  • Mr. P.J. Mijksenaar: "Wij" in de Melbourne-race - Spannende octoberdagen van 1934. Andries Blitz, Amsterdam, 1935. 192 p.
  • J.J. Moll: Langs de hoge weg - Herinneringen uit een vliegersleven. W. van Hoeve, Den Haag, 1959. 312 p.
  • J.P. Nater: De Uiver - Glorie en tragiek in de Melbourne race - Hoogtepunten uit de luchtvaarthistorie in de jaren dertig. Ad. Donker, Rotterdam, 1983. ISBN 90 6100 220 6
  • Wolf Kielich, Rob Swanenburg: Race door de tijd - Vliegende Hollanders voor en na de triomf van de Uiver. Uniepers, Hoorn, 1984. 128 p. ISBN 90 68 25 010 8
  • Wim Kroese: De legendarische vlucht van de Uiver. Teleboek, Amsterdam, 1984. 120 p. ISBN 90 6122 130 7
  • N. Geldhof, P.C. Kok: Douglas DC-2, de eerste blikken vogel van de KLM en de KNILM. Bonneville, Bergen (N.H.), 1997. 335 p. ISBN 90 73304 19 9

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Uiver (aircraft) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.