Umm el-Qaab

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De potten bij Umm el-Qa'ab

Umm el-Qaab of Umm el-Qa'ab is een plaats in Egypte en tevens necropolis. Het ligt naast de (tempel)stad Abydos.

Naamgeving[bewerken]

De naam Umm el-Qaab is vertaald uit het Arabisch: 'Moeder der potten'.[1] Deze naam slaat op de gebroken potten die er liggen op hopen. Ze zijn achtergelaten door pelgrims en priesters van de god Osiris.

De Oud-Egyptische naam van de plek was Oepeker (w-pkr) of Ra-peker (ra-pkr) vertaald als "Het district van de peker-boom".

De archeologische site[bewerken]

Plattegrond met aanduiding van de tombes.

De site ligt naast Abydos, tegenwoordig Kom el-Sultan, een tempelstad gericht aan de god Chentiamentioe en vanaf het Middenrijk: Osiris. Vlak bij de site ligt nog een andere belangrijke archeologische plek: Shunet ez Zebib.

De plaats is een necropolis van een aantal koningen uit de Egyptische geschiedenis. Het gaat om enkele tombes van lokale heersers van Dynastie 0 uit de Proto-dynastieke Periode, tombes uit de 1e Dynastie en enkele tombes uit de 2e Dynastie van Egypte. Het gebied is verdeeld in twee stukken: Begraafplaats U en B. Begraafplaats U herbergt de eerste koningen van voor de vereniging (Naqada IIIb) en Begraafplaats B herbergt de koningen nadat het rijk één was (Predynastie periode).

De eerste tombes van U-J tot B19 bestonden uit kleine putten dat kon dienen als voorraadkamer of als graf. De latere graven bestonden uit grotere kamers vandaar dat er één nummer voor een tombe is gegeven zoals T. De graven bestonden uit stenen gemaakt uit leem.

Tombe nummering Heerser Dynastie
U-J Vermoedelijk Schorpioen I 0e Dynastie
B1 en B2 Hor Iry 0e Dynastie
B7, B8 en B9 Hor Ka 0e Dynastie
B17 en B18 Narmer 0e/1e Dynastie
B10, B15, B19 Hor-Aha 1e Dynastie
0 Djer 1e Dynastie
Z Djet 1e Dynastie
Y Merneith 1e Dynastie
T Den 1e Dynastie
X Anedjib 1e Dynastie
U Semerchet 1e Dynastie
Q Qaä 1e Dynastie
P Peribsen 2e Dynastie
V Chasechemoey 2e Dynastie

Mensenoffers[bewerken]

Mensenoffers waren een onderdeel van de dodencultus uit de vroege eerste dynastie.[2] Bij de tombe van Djer zijn 338 mensenlichamen aangetroffen, deze hadden als doel om de farao te assisteren bij het leven na de dood. Om onduidelijke redenen eindigde deze traditie. Kleine beeldjes van mensen of Oesjabti's namen deze rol over.

Opgravingen[bewerken]

De tombes werden voor het eerst uitgegraven door Émile Amélineau in 1890. In 1889-1901 voerde William Flinders Petrie uitgebreidere opgraven uit. Vervolgens de egyptologen: W. Kayzer en G. Dreyer. Sinds de jaren 70 wordt deze plek opgravingen uitgevoerd door de German Archeological Institute. Nu nog steeds wordt er onderzoek gedaan in het gebied, omdat er veel te vinden valt.

Zie ook[bewerken]

Noten en bronnen[bewerken]

  1. Pagina 144, Richard H. Wilkinson, The complete Tempels of Ancient Egypt
  2. Shaw, Ian. The Oxford History of Ancient Egypt. p. 68. Oxford University Press. 2000. ISBN 0-19-280458-8