Universiteit in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Universiteit Leiden werd opgericht in 1575 en is de oudste universiteit van Nederland

In Nederland is een universiteit een onderwijsinstelling in het hoger onderwijs die ingericht is om wetenschappelijk onderwijs te bieden en wetenschappelijk onderzoek te verrichten.[1] Ze verzorgt academische opleidingen en verleent academische graden. Nederlandse universiteiten bieden tegenwoordig onder meer bachelor- en master-opleidingen en geven onderdak aan onderzoeksscholen en onderzoekinstituten.

Naamgeving[bewerken]

De naam "Universiteit" is in Nederland niet wettelijk beschermd, waardoor er ook opleidingsinstituten bestaan die geen universiteit in de gebruikelijke betekenis zijn, maar zich wel zo noemen. In 2010 liet de demissionaire staatssecretaris van Onderwijs Marja van Bijsterveldt aan de Tweede Kamer weten dat dit wel moet gebeuren, na een affaire rond de Alhuraa University. Haar opvolgster Jet Bussemaker gaf eind 2013 aan met een wetsvoorstel te willen komen.[2] Dit zal ze waarschijnlijk in het najaar van 2015 indienen.[3]

Geschiedenis[bewerken]

Voordat er in de Lage Landen universiteiten waren, ging men voor een studie naar de universiteiten van Parijs (de Sorbonne), Keulen, Oxford of naar één van de vele in Italië.

De oudste universiteit van de Lage Landen is die van Leuven: de Katholieke Universiteit Leuven. Zij werd op 9 december 1425 door paus Martinus V opgericht.

Academies tijdens de Republiek[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Illustere school

In Nederland werd de eerste universiteit (Universiteit van Leiden) in 1575 opgericht door Willem van Oranje, toen door de Nederlandse Opstand studie in Leuven, de centrale universiteit van de Lage Landen, bemoeilijkt werd. Tien jaar later volgde de universiteit van Franeker. De overige universiteiten werden achtereenvolgens opgericht in: Universiteit Groningen 1614, Universiteit Utrecht 1636, Universiteit van Harderwijk 1648 en Kwartierlijke Academie van Nijmegen 1656 en 1753. De eerste Nijmeegse academie verdween na 24 jaar, de tweede poging mislukte al na vier jaar. De hogescholen van Franeker en Harderwijk kwamen in 1811 aan hun einde. Deze zes waren alle academies tijdens de Republiek.

Hedendaagse klassieke universiteiten als de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en de Radboud Universiteit zijn van na deze periode, evenals gespecialiseerde universiteiten als bijvoorbeeld de Universiteit Wageningen, de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Universiteit van Tilburg, de Universiteit Twente en de Universiteit Maastricht.

Studenten[bewerken]

In het studiejaar 2013-2014 studeerden ruim 250.000 studenten in het wetenschappelijk onderwijs.[4] Studenten moeten doorgaans een voltooide opleiding in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger beroepsonderwijs op zak hebben, alvorens ze toelating krijgen voor wetenschappelijk onderwijs.

Universiteiten[bewerken]

In Nederland worden universiteiten vaak ingedeeld als een algemene of gespecialiseerde universiteit. De algemene universiteiten doen onderzoek en bieden onderwijs dat grote delen van het volledige wetenschappelijke spectrum beslaat. De gespecialiseerde universiteiten beperken zich tot specifieke deelterreinen van onderwijs en onderzoek.

Universiteiten die door de staat worden ingericht heten een openbare universiteit. Andere universiteiten zijn dan "bijzondere" universiteiten.

In Nederland zijn er afzonderlijke technische universiteiten en de landbouwuniversiteit. In het verleden werden deze met Hogeschool aangeduid; de naam universiteit was voorbehouden aan instituten met ten minste vijf faculteiten, waaronder in ieder geval een medische. Sinds HBO-instellingen als "hogescholen" worden aangeduid, worden alle instellingen voor hoger onderwijs in Nederland "universiteiten" genoemd.

Financiering wetenschappelijk onderzoek[bewerken]

Wetenschappelijk onderzoek binnen universiteiten wordt in Nederland wordt (binnen universiteiten) uit verschillende bronnen bekostigd. Traditioneel onderscheidt men drie zogeheten geldstromen:

Voor de tweede geldstroom zijn geen vaste bijdragen: alle financiering daaruit moet door onderzoekers of instellingen specifiek worden aangevraagd op basis van onderzoeksvoorstellen. Daarnaast is het financieringsbeleid van NWO steeds meer gericht op de zogeheten 'topsectoren' (het topsectorenbeleid). Als tegenreactie op dit topsectorenbeleid ontstond de beweging Science in Transition die zich zorgen maakt om de commercialisering van de wetenschap en de publicatiedruk die de kwaliteit van onderzoek in de weg zouden staan. Ook het in 2013 ontstane Platform Hervorming Nederlandse Universiteit bekritiseert de privatisering in de wetenschap.[5]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]