Van Coeverden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Van Coeverden is een van de oudste, nu nog bloeiende inheemse adellijke geslachten van Nederland.

Geschiedenis[bewerken]

Het geslacht Van Coeverden stamt uit de rijksvrijen van het geslacht Van Borculo. In 1232 trouwde Hendrik II van Borculo met de erfdochter Eufemia van de burggraaf van Coevorden. Hun achterkleinzoon Reinald vernoemde zichzelf Van Coeverden, naar het voorgeslacht van zijn moeder.

Van Borculo[bewerken]

De geslachtsnaam Van Borculo komt voor vanaf 1103. De eerste met name genoemde uit de 'Van Borculo-clan' was Gerlach de Dedingwerthe. Gezien zijn vermelding mag gesteld worden dat hij toen meerderjarig was. Toen gold een leeftijdsgrens van 25 jaar, dus moet Gerlach omstreeks 1078 geboren zijn. Hij vernoemde zich ongetwijfeld naar het oorspronkelijke kasteel te Borculo, in de buurtschap Deugenweerd (Dedinckwerthe). Van hem stammen dus de 'heren' Van Borculo. De eerste schriftelijke vermelde 'Van Borculo' stamt uit 1151: Rotholfus 'nobilis' de Burclo. De bewezen stamreeks van het geslacht Van Coeverden begint met Hendrik II van Borculo die vermeld wordt vanaf 1232.

Van Coevorden[bewerken]

Oorspronkelijk waren de leden van de Van Coeverden-familie burggraaf van Coevorden, bestuurders van het schoutambt Drenthe en de stad Groningen.

Erkenning[bewerken]

In 1814 werden drie leden van de familie benoemd in de ridderschap van Overijssel en verkregen daarmee, net als hun afstammelingen, het recht het predicaat jonkheer en jonkvrouw te dragen. De familie kent nog steeds talrijk nageslacht, voortkomend uit de tak Van Coeverden tot Wegdam.

In 1991, 1992, 1993 en 2009 is voor verschillende leden van het geslacht Van Coeverden erkend de titel van baron en barones voor hen en al hun afstammelingen in de mannelijke lijn, zowel mannelijke als vrouwelijke (bij Koninklijk Besluit), deze erkenning is verkregen vanwege oude adeldom en de door leden van het geslacht eerder gevoerde titels.

Niet alle leden van het geslacht voeren de titel baron: een klein aantal bleef bij het predicaat, zoals volgend uit de ridderschapsbenoeming van 1814, dat is: 'jonkheer'/jonkvrouw.

Familiewapen[bewerken]

In goud drie rode adelaars (heraldisch rechts) met als onderschrift: En Dieu mon espérence et mon epée à ma défence (in God mijn geloof en mijn zwaard ter verdediging).