Van Iddekinge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het wapen van het geslacht Van Iddekinge

Van Iddekinge (ook: Hooft van Iddekinge) is een Nederlandse familie waarvan een lid in 1816, een ander in 1817 in de Nederlandse adel werden verheven; de niet-adellijke tak Hooft van Iddekinge werd opgenomen in het Nederland's Patriciaat.[1]

Geschiedenis[bewerken]

De stamvader is Luytjen Iddekinge, wonend in het Roode Lam te Groningen, vermeld in 1610 en 1618. Zijn nakomelingen waren bestuurders in deze stad. Een tak van deze familie heet Hooft van Iddekinge.[2] Twee leden van de familie gingen met hun wettige afstammelingen in mannelijke lijn in 1816 en 1817 door verheffing behoren tot de adel van het koninkrijk der Nederlanden met het predicaat van jonkheer en jonkvrouw. Tot deze familie behoort ook de boerenfamilie Van Iddekinge[3] in de provincie Groningen.[4]

Nederlandse adel[bewerken]

Familieleden[bewerken]

Portret van Berend van Iddekinge, zijn echtgenote Johanna Maria Sichterman (1726–1756) en hun zoon Jan Albert (geboren 1744) door Philip van Dijk

In chronologische volgorde:[8]

  • Tobias Iddekinge (1590-1663), onder andere raad en burgemeester van Groningen
    • Rembt Iddekinge (1636-1719), onder andere raad en burgemeester van Groningen en bewindhebber West-Indische Compagnie (WIC
      • Pieter Rembt van Iddekinge (1683-1758), onder andere raad en burgemeester van Groningen en bewindhebber WIC
      • Tobias Jan van Iddekinge (1689-1759), onder andere raad en burgemeester van Groningen

Overige leden[bewerken]