Van der Hoop Bankiers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Van der Hoop Bankiers (18952005) was een Nederlandse bank gevestigd in Amsterdam, die actief was als vermogensbeheerder, hypotheek- en spaarbank. Tot 2003 heette de bank van der Hoop Effektenbank NV. Men voerde toen een naamswijziging door teneinde ook meer algemeen bankieren mogelijk te maken.De Rotterdammer Cornelis van der Hoop begon de financiële dienstverlening in 1895, en breidde de activiteiten uit met vestigingen, onder andere in Den Haag. Het hoofdkantoor werd verplaatst naar Amsterdam. Van der Hoop was een relatief kleine, gespecialiseerde bank met als rekeninghouders vooral vermogende particulieren die daar vaak al lange tijd cliënt waren. Het hoofdkantoor lag aan de "Gouden Bocht" aan de Herengracht 469 te Amsterdam. De bank was voor haar inkomsten volledig afhankelijk van het effectenbedrijf. Van der Hoop was derhalve geen algemene bank zoals de grootbanken dit zijn. Pogingen om een bredere basis te verwerven slaagden echter niet erg. Er is onder andere gepoogd filmfinanciering te verzorgen. Ultimo 2004 was het balanstotaal van Van der Hoop Bankiers 403,6 miljoen euro, en de bank ongeveer 100 miljoen euro aan vermogen. De bank had een hypothekenportefeuille van 150 miljoen euro.

Noodregeling en faillissement in 2005[bewerken]

Van der Hoop Bankiers kwam in 2005 onverwacht in grote problemen als gevolg van een schikking met de Belastingdienst ten bedrage van 5,5 miljoen euro. Een forse nabetaling van Vennootschapsbelasting over het jaar 2001 was veroorzaakt door de handel in zogenaamde kasgeldvennootschappen. De bank had deze risicovolle activiteit opgezet om meer inkomsten aan te trekken, maar geheel op eigen naam (via de eigen trustmaatschappij) uitgevoerd, hetgeen niet gebruikelijk was. Doorgaans bemiddelt een bank slechts in dergelijke aandelen en houdt men deze niet op eigen naam aan. Verkeerd fiscaal advies van het advieskantoor Deloitte lag hier aan ten grondslag. Zodoende moest de winst over 2004 achteraf worden gecorrigeerd tot een verlies. De SOBI (Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie) van Pieter Lakeman heeft nog enige tijd een onderzoek ingesteld naar deze gang van zaken. Op 8 juni 2005 heeft de directie van Van der Hoop de rekeninghouders per brief op de hoogte gesteld van het verlies en een herstructurering aangekondigd. Er werd toen ook een persbericht uitgegeven. Eind juni 2005 werd aangekondigd dat een derde van de 75 banen bij de bank zou worden geschrapt. Er was meteen veel aandacht in de media voor deze berichtgeving. Overnamegesprekken en onderzoeken naar mogelijke deelnemingen – onder andere met projectontwikkelaar LSI en de Belgische Bank DeGroof – liepen op niets uit. Op verzoek van De Nederlandsche Bank werd op 9 december de noodregeling van toepassing verklaard, waarna op 16 december het faillissement werd uitgesproken.[1][2] Rutger Jan Schimmelpenninck was één van de twee bewindvoerders en curatoren. Tezamen met medecurator mr H.P. de Haan stuurde hij op 23 december 2005 een brief aan de gedupeerde rekeninghouders hoe deze over hun vermogen konden beschikken. De rekeningsaldi waren immers bevroren, maar effecten die niet op naam van de bank stonden, konden worden uitgeleverd aan de eigenaren. De uitdelingslijsten, faillissementsverslagen en verdere juridisch relevante stukken zijn nog altijd aanwezig op de website van het advocatenkantoor Houthoff [3] van de voormalige curator.

Als belangenbehartiger van de gedupeerde rekeninghouders na het faillissement wierp zich de Stichting Hoop-verlies op die opgericht werd te Leiden op 13 februari 2006. Het bestuur van deze stichting bestond uit 4 rekeninghouder bij de bank. Er zijn in 2006 verschillende bijeenkomsten belegd om de belangen van de rekeninghouders te bundelen. Uiteindelijk werd een kort-geding tegen DNB gewonnen. Inzet was of DNB de bedragen, die zij onder de Depositogarantieregeling diende uit te keren aan de particuliere rekeninghouders en kleine ondernemingen, weer mocht verhalen op de failliete boedel. In feite had DNB zich tijdens een crediteurenvergadering versproken op dit punt. Hoop-verlies won het kort geding; een bodemprocedure is nooit ingezet door DNB.

Uiteindelijk kregen alle particuliere spaarders en rekeninghouders hun tegoed volledig terugbetaald uit de opbrengst van de failliete boedel. De aandeelhouders van de bank verloren echter hun inleg definitief.

Voormalige raad van bestuur[bewerken]