Vandalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Door vandalen beschadigde busruit
Vandalisme in de openluchtfietsenstalling bij station Alphen aan den Rijn
Door vandalen in het Valleikanaal gegooid verkeersbord, nabij Leusden
Vernieling van een bushalte in Rotterdam.

Vandalisme is het moedwillig beschadigen of vernietigen van objecten die iemand anders toebehoren. Het verschijnsel is genoemd naar het volk van de Vandalen, dat onder andere Rome meermalen aanviel en daar verwoestingen aanrichtte. Tijdens de Franse Revolutie was Abbé Grégoire de eerste die het woord vandalisme gebruikte voor onnodige vernielingen in de kerk.

Over het algemeen gaat het om kwajongensstreken als het omgooien van vuilnisbakken, het bekladden van muren (graffiti), het in brand steken van afval en papier en het bekrassen van auto's. Het betreft vaak kinderachtig of puberaal gedrag uit verveling en kan wijzen op gebrek aan intelligentie, fantasie, fatsoen of inlevingsvermogen, hoewel dit laatste geenszins noodzakelijkerwijs het geval is. Er kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een innerlijke onvrede bij de overtreder of zelfs ernstigere psychologische problemen. Soms wordt vandalisme gepleegd uit wraak, of uit protest tegen bepaalde personen of instanties. Dit kan bijvoorbeeld het bekladden van muren met bepaalde slogans zijn, of het ingooien van ruiten. Het zijn geen halsmisdrijven, maar het kost de maatschappij wel ieder jaar veel geld. Vandalisme is dan ook als "vernieling" in Nederland strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht (artikel 350). Aangezien het een misdrijf betreft, kan de dader er een strafblad door oplopen. Vandalisme is gedeeltelijk instinctief, een vandaal probeert te laten zien dat hij beter is, dominanter dan anderen.

Het verschijnsel wordt onder meer bestudeerd door juristen, sociologen, psychologen en psychiaters.

Soorten vandalisme

Hoewel er verschillende soorten vandalisme bestaan is een afscheiding niet duidelijk te maken. De drijfveer van de dader kan immers meerdere motieven omvatten. Iemand kan bijvoorbeeld de auto van een leraar vernielen uit wraak voor zittenblijven (wraakvandalisme), terwijl hij indruk op zijn toekijkende vrienden wil maken (prestigevandalisme) en bovendien zich verveelt op zijn vrije zondag (vervelingsvandalisme). In veel gevallen speelt ook drank- en drugsgebruik mee omdat dit de remmingen verlaagt.

Spelvandalisme

Spelvandalisme kan men zien als de lichtste vorm van vandalisme. De daders maken tijdens het spelen zonder dat ze het zelf willen iets kapot. Een groep kinderen voetbalt bijvoorbeeld en een kind trapt per ongeluk een ruit in. Aangezien het opzetelement ontbreekt is het feitelijk geen vandalisme meer, maar een ongeluk. Dit wordt overigens anders wanneer de kinderen in hun spel het toebrengen van beschadigingen niet meer uit de weg gaan, of zelfs deel laten uitmaken van hun spel.

Prestigevandalisme

Baldadige jeugd (1947)

Bij prestigevandalisme speelt groepsdruk, stoer doen, en het 'erbij willen horen' een grote rol. Binnen een groep jongeren stelt bijvoorbeeld eentje voor: 'Wie durft zijn naam in de deur van het gymlokaal te krassen?'. Nadat enkelen overstag zijn gegaan doet de rest het ook om niet voor 'mietje' te worden versleten.

Wraakvandalisme

Wraakvandalisme komt meestal voort uit ongenoegen en frustratie, en richt zich direct tegen de bron hiervan. Vandalisme op scholen is vaak wraakvandalisme, gericht tegen een leraar of de school uit wraak wegens een slecht cijfer, een schorsing, blijven zitten etc.

Diefstal door middel van vandalisme

Hieronder verstaat men het inbreken in huizen, auto's etc., en het openbreken van parkeermeters, muntsloten, drank- en snoepautomaten e.d. om zo gratis producten of de dagopbrengst te bemachtigen. De vernieling is in feite slechts het middel om het doel te bereiken. Het inbreken in snoep- en drankautomaten kan overigens gevaarlijk zijn: het apparaat kan omvallen en de dader verwonden.

Erosievandalisme

Oudere reeds beschadigde objecten zijn vaak een geliefder doelwit dan nieuwe onbeschadigde zaken. Bij mooie nieuwe objecten zal men zich eerder schuldig voelen over de daad, of wellicht menen dat de pakkans groter is omdat beter op het object gelet wordt. Wanneer het object al beschadigd is zal men er sneller van uitgaan dat het dus niet uitmaakt, omdat het object toch 'al kapot' is. Zo zal een nieuwe muur vaak jaren achtereen schoon kunnen blijven, maar zal zelfs een kleine graffiti ertoe kunnen leiden dat de hele muur binnen de kortste keren is volgespoten. Goed onderhoud kan dus preventief werken tegen vandalisme.

Groeps- en voetbalvandalisme

Bij groepsvandalisme is meestal sprake van een grotere groep daders en een uit de hand gelopen evenement, zoals een sportwedstrijd of een concert. De remmingen worden bij daders verlaagd omdat ze zich in een grote groep sterker voelen, zich laten zich meeslepen door de mentaliteit binnen de groep, vaak alcohol hebben gebruikt, en menen dat ze zich makkelijk binnen de groep kunnen verschuilen.

Dit laatste is inderdaad een groot probleem bij eventuele aansprakelijkheid: het is wel duidelijk dat de schade is toegebracht door een groepslid, maar niet door welk groepslid. Iedere aangesprokene zal direct beweren dat hij wel lid was van de groep maar zich keurig gedroeg.

Voetbalvandalisme is een vorm van groepsvandalisme. Hierbij richten kleinere of soms ook grotere groepen voetbalsupporters vernielingen aan, in veel gevallen om hun frustratie af te reageren na een verloren wedstrijd. Veelal moeten bussen en treinen het ontgelden wanneer men zich uitleeft op (de bekleding van) de stoelen. Ook in de stad waar de wedstrijd wordt gespeeld en het stadion zelf kunnen vernielingen worden aangericht. Vaak gaan de vernielingen gepaard met plunderingen, geweldpleging en berovingen. Dit geschiedt eveneens vaak door de groepsdruk en treft willekeurige personen die zich toevallig op de verkeerde plaats bevinden.

Nederland kent in het civiele recht de collectieve aansprakelijkheid in geval van groepsvandalisme. Wanneer schade is toegebracht door leden van een groep (bijvoorbeeld voetbalsupporters van een bepaalde club), hoeft de benadeelde slechts aan te tonen dat de aangesprokene deel uitmaakte van die groep. Met andere woorden: ieder groepslid kan worden aangesproken en slechts het behoren tot dezelfde groep is al onrechtmatig. Hierdoor heeft een benadeelde geen last van bewijsproblematiek en verweren van de aangesprokene dat hij toevallig niets deed: hoor je erbij dan ben je erbij, en als de aangesprokene het er niet mee eens is moet hij zich achteraf maar op de werkelijke daders verhalen. Beelden van bewakingscamera's kunnen eveneens helpen bij het opsporen van daders.

Politiek en religieus getint vandalisme

Deels overlappend met groepsvandalisme is politiek getint vandalisme. De daders reageren hier een zekere politiek getinte frustratie af. Vaak ziet men dit bij demonstraties die uit de hand lopen, doordat bijvoorbeeld een deel van de demonstranten moedwillig zaken beschadigt of in brand steekt. Ook kan deze vorm van vandalisme zich richten op een politieke tegenstander, bijvoorbeeld door diens auto of huis te beschadigen.

Ook ambassades van bepaalde landen kunnen doelwit zijn van politiek getint vandalisme. Zo werden de ambassades van Denemarken in Libanon en Syrië na het verschijnen van de cartoons over Mohammed in Jyllands-Posten in brand gestoken. Volgens het verdrag van Wenen is het gastland in zo'n geval verantwoordelijk voor de schade.

Zoals bovenstaand voorbeeld aantoont kunnen ook religieuze motieven meespelen. Hierbij is een bepaalde als vijandig beschouwde religie, diens gebedstempel of bezittingen en huizen van de gelovigen doelwit van het vandalisme. In 723 werd bijvoorbeeld door Bonifatius de heilige Donareik omgehakt, in het kader van de kerstening.

Intimidatie

Vandalisme is soms een manier om een dreigement over te brengen. Vaak zijn de vernielingen hier vergezeld van een teken. Een baksteen met een mededeling eraan die door een ruit wordt gegooid is bijvoorbeeld een manier om te laten zien dat de dader een zekere vorm van geweld niet schuwt. Een andere manier is het bekladden van iemands huis met rode verf, waarbij de dreiging uitgaat van de gelijkenis met bloed. In tegenstelling tot de meeste andere vormen van vandalisme wil de dader dat in ieder geval het slachtoffer heel duidelijk beseft wie de dader is en waarom hij dit gedaan heeft. Verder kan de dader ook een zeker naming and shaming effect beogen.

Vandalisme gericht tegen het verkeer

"Melden Sie Vandalismus" (Meld vandalisme), aankondiging in Frankfurt.

Een wijze van vandalisme die gevaarlijk tot zeer gevaarlijk kan zijn wordt gevormd door tegen het spoor-, weg- of zelfs vliegverkeer gerichte daden. Het motief is vaak verveling. Vaak beginnen dergelijke daden met het leggen van kleine objecten (bijvoorbeeld een munt) op rails en kijken wat er gebeurt. Of men probeert vanaf een viaduct op auto's te spugen. Dit escaleert, vaak door groepsdrang, tot gevaarlijker daden. Men legt bijvoorbeeld een betonblok op de rails waardoor de trein kan ontsporen, of men gooit stenen naar autobestuurders (steengooi-incident). Een variant is het verblinden van landende piloten met een felle (laser) lichtbron bij vliegvelden. Dergelijke daden kunnen zeer ernstige ongelukken tot gevolg hebben. Strafrechtelijk geldt dit als een gevaarszettingsdelict, dat een stuk strenger kan worden bestraft dan 'gewoon' vandalisme.

Internet

Bij vrij bewerkbare websites zoals wiki's wordt de term "vandalisme" ook wel gebruikt voor het moedwillig bekladden of leeghalen van pagina's.

Vraag om aandacht

Iemand kan vernielingen plegen als vraag om aandacht of hulp, omdat hij meent dat er op andere manieren niet meer naar hem geluisterd wordt. Gebouwen van overheidsinstanties zijn hierbij vaak het doelwit.