Vanitas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vanitas door Pieter Claesz

Vanitas is een thema in de kunst. Het woord vanitas is Latijn en betekent ijdelheid en leegheid. Met bijvoorbeeld schedels, gedoofde kaarsen, verwelkte bloemen, zeepbellen, vergane boeken, muziekinstrumenten, klokken of omgevallen glazen wordt de ijdelheid, tijdelijkheid en zinloosheid van het aardse gevisualiseerd.

Vanitas vanitatum, omnia vanitas is een bekende, aan het Bijbelboek Prediker ontleende zegswijze: 'IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid' (Prediker 1:2). Andere bijbelvertalingen naast "ijdelheid" door de statenvertaling voor Vanitas zijn "leegte", "lucht, "vluchtigheid", "ijler dan ijl". Echter tegenwoordig leest men voor ijdelheid een zelfingenomenheid, voor lucht denkt men aan zuurstof en stikstof van de atmosfeer, voor vluchtigheid een vloeistof die vervluchtigt en voor ijl denk men aan een lage druk van de lucht boven in de bergen. Maar vanitas is dat alles niet: tegenwoordig zou de betekenis het dichtste bij "gebakken lucht" komen; dat is echt "niks" zonder dat het verwijst naar "niet-iets".

Het vanitasschilderij heeft een protestants-christelijke oorsprong. Het spoort de beschouwer aan zich te richten op het eeuwig leven.

Vooral in Nederland en Vlaanderen werd dit schildersthema in de 17e eeuw gebruikt. Enkele schilders: Pieter Claesz, Harmen en Pieter Steenwijck en Herman Hengstenburgh.

Ook in moderne tijden wordt er, bijvoorbeeld door magisch-realistische schilders, teruggegrepen op dit onderwerp, zoals door Raoul Hynckes, Wim Schuhmacher en Uko Post.