Variëteit (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begrip variëteit wordt in de taalkunde gehanteerd ter omschrijving van doorgaans onderling moeilijk te onderscheiden begrippen als taalfamilie, taal, streektaal, dialect, groepstaal, register enz. Wanneer een variëteit interne variatie vertoont, kunnen binnen die variëteit weer subvariëteiten worden onderscheiden, die soms als 'dialect' of als 'variant' worden betiteld.

Ter illustratie: de variëteit West-Germaans kent vele subvariëteiten, zoals het Nederlands, Nedersaksisch, Fries, Engels, Hoogduits, Nederduits, Limburgs enzovoorts. Binnen de variëteit Engels, kunnen subvariëteiten worden onderscheiden, zoals het Brits-Engels, Australisch-Engels en het Canadees-Engels, die op hun beurt ook weer allemaal subvariëteiten kennen.