Variolatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Reliëf voor het Asakura Ishikai-ziekenhuis ter herdenking van de introductie van de pokkenvariolatie door de Japanse arts Ogata Shunsaku (1748-1810)

Variolatie is een oude vorm van vaccineren.[1]

Het pokkenvirus of variola was een ernstige infectieziekte, meestal verspreid via inademing van vochtdruppeltjes van besmette personen. Na het verschijnen van symptomen die lijken op griep, ontstaat een typische huiduitslag met vochtblaasjes, die resulteert in etterende zweren. Hierna drogen deze pokken op en vallen de korstjes af, vaak met blijvende littekens als gevolg.

De Chinezen wisten al voor de 15e eeuw dat wie de pokken overleefde, de ziekte geen tweede keer meer kon krijgen. Men trachtte kinderen te beschermen tegen de pokken door ze bewust hiermee in aanraking te brengen. De kenmerkende korsten van besmette personen droogde men eerst en injecteerde ze dan met een pijpje in de neus van jonge kinderen. Ze kregen hierdoor een mildere vorm van de besmetting die hen beter beschermde tegen een volgende infectie. Een kleine incisie in de arm met korsten leidde tot nog betere resultaten.

Lady Mary Wortley Montagu

Deze techniek, genaamd variolatie of inoculatie verspreidde zich door het Midden-Oosten. Ook in Groot-Brittannië geraakte men aan het begin van de 18e eeuw geïnteresseerd, dankzij de Britse Lady Mary Wortley Montagu, de vrouw van de Britse ambassadeur in Constantinopel. Tijdens haar tijd in het Ottomaanse rijk leerde zij deze techniek kennen en liet vervolgens in 1718 haar zoon varioleren onder toezicht van Charles Maitland, een Schotse arts eveneens werkzaam op de Britse ambassade. Lady Mary Wortley Montagu, enthousiast over het succes van de behandeling bij haar zoon (ze had namelijk zelf de pokken doorgemaakt en overleefd, maar was daardoor blijvend verminkt in haar aangezicht) stelde een aantal Britse artsen hiervan op de hoogte, maar stuitte aanvankelijk op scepticisme. Na haar terugkeer naar Groot-Brittannië liet ze in 1721 ook haar dochter varioleren door Charles Maitland, ditmaal in aanwezigheid van een aantal prominente getuigen.

Dit succes wekte hierop de interesse van prinses Caroline van Brandenburg-Ansbach, de vrouw van de prins van Wales (de toekomstige koning George II). Hun bezorgdheid om de gezondheid van hun kinderen (er was destijds een pokkenepidemie uitgebroken) stelden ze geld ter beschikking voor een bijzonder experiment in de Newgate-gevangenis van Londen om variolatie te testen.

Drie mannelijke en drie vrouwelijke terdoodveroordeelden werden gevarioleerd door Charles Maitland, en vrijheid beloofd als ze het experiment zouden overleven. Ze overleefden het allemaal. Een van de vrouwen sliep nadien zes weken lang bij een tienjarige met pokken besmette jongen om het beschermende effect van de variolatie te controleren. Ze werd niet besmet wat nog eens het positief effect van variolatie bewees.

Het toepassen van deze techniek bleef wel relatief gevaarlijk. De zeer onaangename voorbereiding bestond uit vasten, braken en aderlaten, om het lichaam zogezegd in 'balans' te brengen. Vervolgens stierf ongeveer drie procent van hen uiteindelijk toch nog aan de pokken, in tegenstelling echter tot dertig procent zonder variolatie. Om nieuwe besmetting te vermijden moesten ze een tijd lang in isolatie zitten.