De varkenachtigen (Suina of Suiformes) zijn een onderorde uit de orde der evenhoevigen (Artiodactyla). Deze onderorde omvat de varkens, pekari's en hun uitgestorven verwanten. Zwijnen hebben een enkelvoudige maag, terwijl pekari's drie compartimenten hebben maar het zijn geen herkauwers. Herkauwers hebben vier maagcompartimenten. Geen enkele soort in deze groep heeft horens of een gewei zoals herkauwers, maar wel vaak opvallend grote hoektanden, net als nijlpaarden, maar die bij veel herkauwers juist helemaal ontbreken. Het gebit bestaat uit snijtanden, hoektanden en kiezen in boven- en onderkaak. De kiezen van zwijnen en pekari's hebben knobbels en zijn helemaal overdekt met hard emaille net als mensen, die geschikt zijn voor het malen van veel verschillende soorten voedsel zoals planten, noten en insecten, terwijl andere evenhoevigen vaak hypsodonte kiezen hebben, met harde richels van emaille afgewisseld met zacht tandbeen die zijn aangepast aan een dieet met veel harde vezels zoals gras. Zwijnen en pekari's hebben twee hoeven aan elke poot zonder zwemvliezen terwijl nijlpaarden vier tenen hebben die verbonden zijn door een zwemvlies. Een van de meest opvallende en unieke kenmerken van zwijnen en pekari's is de wroetschijf, het uiteinde van hun snuit dat ze gebruiken om in de grond te wroeten naar voedsel.