Verdrag van Bonn (921)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het verdrag van Bonn, dat zichzelf als een "vriendschapsverdrag" (unanimitatis pactum et societatis amicitia) omschreef, was een op 7 november 921 getekend verdrag tussen Karel de Eenvoudige en Hendrik de Vogelaar in een minimalistische ceremonie aan boord van een schip in het midden van de Rijn, niet ver van Bonn.[1] Het gebruik van het midden van de rivier, die de grens vormde tussen beide koninkrijken, als neutraal gebied kende vele Karolingische precedenten en het gebruik van rivieren als neutraal gebied was ook in al in gebruik tijdens de klassieke oudheid en in het Angelsaksisch Engeland van die tijd.[2]

Het verdrag, dat "meer dan de meeste van dergelijke amicitiae, ontegenzeglijk bilateraal, wederkerig en rechtvaardig was", erkende de grens van beide rijken en de autoriteit van hun respectievelijke koningen.[3] Het bevestigde de legitimiteit van Hendrik zijn verkiezing door de Duitse keurvorsten en van Karel zijn heerschappij over Lotharingen door de verkiezing van haar magnaten onder leiding van Reinier I van Henegouwen. In het verdrag wordt Hendrik rex Francorum orientalium (koning der Oost-Franken) en Karel rex Francorum occidentalium (koning der West-Franken) ter erkenning van het feit dat het een onderdeel had uitgemaakt van het voormalige Frankische Rijk.[4] Karel en zijn bisschoppen en graven tekenden als eersten, dit omdat hij al langer koning was én van Karolingische afkomst was.[5]

Het verdrag was zonder gevolg. In januari of begin februari 923 sloot Hendrik een "vriendschapsverdrag" (amicitia) met de usurpator Robert van Bourgondië tegen Karel de Eenvoudige, die daarop een gezant naar Hendrik stuurde met de relikwie van de hand van Dionysius de Areopagiet (of Dionysius van Parijs), met goud bekleed en met edelstenen bedekt, die hier volgens Widukind van Corvey de volgende woorden aan toevoegde: "En hij heeft dit laten sturen naar u als teken van geloof en waarheidsliefde." "Jij zult dit houden als bewijs van een voortdurend verbond en plaatsvervangend voor liefde."[6] Karel wou hiermee waarschijnlijk Hendrik doen herinneren aan de bepalingen van het verdrag van Bonn en hem losweken van Robert.[7] In juni 923 werd Karel gevangengenomen tijdens de slag bij Soissons en verloor zijn koninkrijk. Tegen 925 had Hendrik reeds Lotharingen geannexeerd.

Edities[bewerken]

De vroegste editie van het verdrag van Bonn werd uitgegeven door Heribert Rosweyde, gevolgd door een andere van Jacques Sirmond (1623). Later werd het, voor de reeks Monumenta Germaniae Historica, uitgegeven door Georg Pertz, maar de definitieve editie werd pas later uitgegeven in diezelfde reeks:

  • L. Weiland (ed.), Constitutiones et acta publica imperatorum et regum inde ab anno DCCCXI usque ad annum MCXCVII (911–1197) (MGH LL. Constitutiones 1), Hanover, 1893, pp. 1 – 2, nr. 1.

Noten[bewerken]

  1. H. Fichtenau - trad. P.J. Geary, Living in the Tenth Century: Mentalities and Social Orders, Chicago, 1993, p. 26, E. Müller-Mertens, The Ottonians as kings and emperors, in R. McKitterick - T. Reuter (edd.), The New Cambridge Medieval History: c. 900 – c. 1024, III, Cambridge, 2000, p. 241.
  2. J. Barrow, Demonstrative behaviour and political communication in later Anglo-Saxon England, in Anglo-Saxon England 36 (2007), p. 141.
  3. "more than most such amicitiae, was decidedly bilateral, reciprocal and equal". G. Koziol, Charles the Simple, Robert of Neustria, and the vexilla of Saint-Denis, in Early Medieval Europe 14 (2006), pp. 385–386. (non vidi)
  4. E. Müller-Mertens, The Ottonians as kings and emperors, in R. McKitterick - T. Reuter (edd.), The New Cambridge Medieval History: c. 900 – c. 1024, III, Cambridge, 2000, p. 241.
  5. H. Fichtenau - trad. P.J. Geary, Living in the Tenth Century: Mentalities and Social Orders, Chicago, 1993, p. 26.
  6. G. Koziol, Charles the Simple, Robert of Neustria, and the vexilla of Saint-Denis, in Early Medieval Europe 14 (2006), p. 385 (n. 80). (non vidi) Widukind van Corvey, Res gestae Saxonicae I 33 (edd. tradd. E. Rotter - B. Schneidmüller, Stuttgart, 1981, p. 76): “Et hoc tibi signum fidei et veritatis transmisit”; protulitque de sinu manum preciosi martyris Dionisii auro gemmisque inclusam. “Hoc,” inquit, “habeto pignus foederis perpetui et amori vicarii.”.
  7. G. Koziol, Charles the Simple, Robert of Neustria, and the vexilla of Saint-Denis, in Early Medieval Europe 14 (2006), p. 386 (n. 81) (non vidi), K. Schmid, Unerforschte Quellen aus quellenarmer Zeit: Zur amicitia zwischen Heinrich I. und dem westfränkischen König Robert im Jahre 923, in Francia 12 (1984), pp. 141142, F.J. Felten, Robert I. (922/923) und Rudolf I. 923-936, in J. Ehlers - H. Müller - B. Schneidmüller (edd.), Die französischen Könige des Mittelalters von Odo bis Karl VIII. (888–1498), München, 1996, pp. 36 38.

Referenties[bewerken]

  • Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Treaty of Bonn op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
  • J. Barrow, Demonstrative behaviour and political communication in later Anglo-Saxon England, in Anglo-Saxon England 36 (2007), pp. 127-150.
  • F.J. Felten, Robert I. (922/923) und Rudolf I. 923-936, in J. Ehlers - H. Müller - B. Schneidmüller (edd.), Die französischen Könige des Mittelalters von Odo bis Karl VIII. (888–1498), München, 1996, pp. 33-41.
  • H. Fichtenau - trad. P.J. Geary, Living in the Tenth Century: Mentalities and Social Orders, Chicago, 1993.
  • G. Koziol, Charles the Simple, Robert of Neustria, and the vexilla of Saint-Denis, in Early Medieval Europe 14 (2006), pp. 355–390. (non vidi)
  • E. Müller-Mertens, The Ottonians as kings and emperors, in R. McKitterick - T. Reuter (edd.), The New Cambridge Medieval History: c. 900 – c. 1024, III, Cambridge, 2000, pp. 233-266.
  • K. Schmid, Unerforschte Quellen aus quellenarmer Zeit: Zur amicitia zwischen Heinrich I. und dem westfränkischen König Robert im Jahre 923, in Francia 12 (1984), pp. 119–142.