Zoek dit woord op in WikiWoordenboek

Verdwijngat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ontstaan van een verdwijngat en een karstbron, hier bij de Lesse (België)

Een verdwijngat of chantoir(e) is een plek waar een beek in de grond verdwijnt en ondergronds verder stroomt. De benaming chantoir is afgeleid van het Waalse tchantwère en wordt voornamelijk gebruikt in België en ook in het noorden en oosten van Frankrijk. Wanneer de stroom in de grond verdwijnt, leek het geluid van het water op zingen en werd het, waarschijnlijk door een paar dichters, aangeduid met het woord chantoire dat zingen betekent.

Een verdwijngat is de plaats waar een stroom of rivier ondergronds verdwijnt in een kalklandschap. De ondergrondse voortzetting van die rivier noemen we een karstrivier. Kalksteen is van zichzelf weinig permeabel (doorlatend) en vaak tamelijk rigide van structuur. Als een kalksteenlaag onder druk staat, breekt het gesteente door deze rigiditeit. Zo ontstaan breuken, waarlangs grondwater door de kalksteen omlaag sijpelt. Hierdoor lost de kalk aan weerszijden van de breuk op. De breuk wordt daardoor wijder, waardoor meer grondwater naar beneden wordt afgevoerd. Dit verschijnsel heeft tot gevolg dat in kalkgebieden erg weinig stromen bovengronds lopen. Vaak verdwijnen ze in de grond waarbij diepe, verticale schachten (karstpijpen) kunnen ontstaan, waardoor zich op die plaats een waterval van soms meters hoog kan ontwikkelen.

België[bewerken]

De chantoires zijn voornamelijk gelegen in de provincie Luik in de geologische regio's van de Condroz en de Ardennen. Zo zijn er in de Vallei der Chantoirs (Vallon des Chantoirs) tussen Louveigné en Remouchamps verscheidene chantoires.

Ook zijn er verschillende chantoires bekend in de dorpen van Harzé, Xhoris en Filot. Ook bij de Roche aux Faucons zijn er meerdere chantoires gelegen.

Zie ook[bewerken]