Verfriesing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Scheiding tussen de Miedweg en Miedwei in Surhuizumer Mieden op de grens tussen respectievelijk Stroobos en Surhuizum

Verfriesing (Fries: ferfrysking) of verfriezing is het veranderen van Nederlandstalige namen in het (Westerlauwers) Fries in de Nederlandse provincie Friesland. Deze verfriesing komt vooral tot uiting in Friese gemeentelijke namen en geografische namen. Historisch gezien ging aan de huidige verfriesing een vernederlandsing vooraf, zodat ook van 'herfriesing' kan worden gesproken. Een aantal geografische benamingen werd in het verleden in het Nederlands vertaald of geretoucheerd en dat gebeurde soms op incorrecte wijze zoals in het geval van een Hoekbloemsloot die was vernederlandst uit een Oebele-om-sloot. Anderzijds bewaart de Nederlandse benaming soms een Oud-friese vorm zoals in het geval van Sneek (Sneca) dat in het jongere Fries Snits is geworden. Verfriesing komt in de openbare ruimte met name tot uitdrukking in nieuwe plaatsnaamborden, straatnaamborden en borden met waternamen die eentalig Fries of tweetalig zijn opgesteld. Soms is in de verfriesing de modern Friese uitspraak gevolgd en niet de Friese betekenis zoals in Reduzum (Readhúzum, Roordahuizum). Veel voorkomende voorbeelden zijn de verandering van toponiemen als -straat in -strjitte, -laan in -leane of -loane, -weg in -wei, -pad in -paed, -vaart in -feart, -meer in -mar, -dijk in -dyk, -buren in -buorren. Bij moderne woorden als viaduct gaat het alleen om een spellingsverschil (fiadukt). Een belangrijke actor in de verfriesing is de Topografyske Wurkgroep Fryslân (topografische werkgroep Friesland).

De mate van verfriesing wordt deels op provinciaal niveau, maar met name op gemeentelijk niveau bepaald. Er zijn gemeenten die ervoor gekozen hebben om de plaatsnaamborden en andere geografische namen alleen nog in het Fries te vermelden. In andere gemeenten worden de Friese namen onder de Nederlandse namen op de plaatsnaamborden geschreven of andersom. In het geval van tweetalige vermeldingen is de Nederlandse vorm de officiële. De mate van naamsverfriesing hangt deels samen met de mate waarin het Fries in het betreffende gebied wordt gesproken en altijd met de instemming van de een meerderheid onder politieke partijen en dan met name die van de Fryske Nasjonale Partij. Die meerderheid komt onder druk te staan waar gemeenten de laatste decennia zijn samengevoegd en vaak ook steden omvatten waar de zogenaamde 'Frieszinnigheid' minder groot is dan op het platteland. Waar Friestalige namen zijn ingevoerd in plaats van de Nederlandse berusten zij als regel op de vroegere besluitvorming in de kleinere plattelandsgemeenten zoals deze in de jaren zeventig en tachtig (nog) bestonden.

Geschiedenis[bewerken]

Eeuwenlang was de 'Hollandse' spelling van de topografische namen de enige toegestane. De verfriesing heeft haar oorsprong in 1953, toen het toenmalige kabinet inzake de 'Friese kwestie' bepaalde dat Friese gemeenten het recht kregen om Friese plaats- en straatnamen vast te stellen, maar dat bij dubbeltalige namen alleen de Nederlandse naam in officiële stukken mocht worden vermeld. In 1979 ging de Topografische Dienst akkoord met de vermelding van Friese straatnamen en dubbeltalige Friese plaatsnamen (Friese naam tussen haakjes) op de kaarten. In 1981 was Idaarderadeel de eerste Friese gemeente die alle topografische namen eentalig in het Fries vaststelde. In 1984 werden gemeentelijke herindelingen doorgevoerd, waarbij een aantal nieuw ontstane gemeenten (door deze herindeling) de Friese naam mocht gaan voeren, te weten Littenseradiel (Littenseradeel), Skarsterlân (Scharsterland), Nijefurd (furd/ferd = Fries: rechtsvredegebied) en Boarnsterhim (Boornsterhem). De eerste bestaande gemeente die de Friestalige gemeentenaam liet vastleggen was Tytsjerksteradiel (Tietjerksteradeel), dat in 1989 samen met Boarnsterhim ook alle topografische namen eentalig in het Fries opstelde. Hiervoor moesten beide gemeenten echter wel procederen tot de Raad van State, omdat de landelijke PTT zich hier niet aan wilde aanpassen en omdat verschillende plaatselijke ondernemers vreesden 'onvindbaar' te worden. De rechter besloot uiteindelijk dat private ondernemingen vrij waren om de Nederlandse namen te blijven gebruiken. De beide gemeenten moesten de doorverwijzingen naar de Nederlandstalige namen in het telefoonboek betalen. Later volgden meer gemeenten.

In 1992 werd het recht om de gemeentenaam in het Fries te mogen voeren vastgelegd in de herziene Gemeentewet en in het in 1996 door Nederland geratificeerde Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Een belangrijk merkteken hiervan was de verfriesing van de provincienaam tot Fryslân in 1997. Landelijke instanties en bedrijven zoals de Postbank, de Gouden Gids en het CJIB pasten hun registratie in de jaren 1990 aan op de Friese naamgeving, vaak op basis van de sinds 1992 verplichte NEN-norm 5825. De PTT volgde pas na druk van het Rijk in 2000. De NS was lange tijd niet bereid om het omroepen van de stationsnamen te veranderen naar de inmiddels op de borden al wel veranderde Friese namen. Zo werd de uitspraak van Station Hardegarijp en Station Grouw-Irnsum pas 10 jaar na de verfriesing van beide plaatsnamen in 1999 gewijzigd in respectievelijk 'Stasjon Hurdegaryp' en 'Stasjon Grou-Jirnsum', vooral omdat het (niet-Friese) spoorwegpersoneel een Friese uitspraak niet in de mond wenste te nemen.

In 2014 werd de formele positie van het Fries nog versterkt doordat de Wet gebruik Friese taal werd aangenomen door de Nederlandse overheid, waarmee het Fries een officiële status kreeg als 'tweede rijkstaal'. Een van de uitwerkingen hiervan is dat decentrale overheden in Friesland zoals bijvoorbeeld gemeenten voortaan regels en een beleidsplan moeten opstellen voor het gebruik van het Fries.

Verzet[bewerken]

Over de verfriesing is veel te doen in regionale media omdat lang niet alle inwoners instemmen met het lokale gemeentelijke beleid. Het gaat dan vooral om de vraag in welke mate en met welke snelheid de verfriesing van de plaatsnamen en straatnamen wordt doorgevoerd. Vaak gaat het om lokale ondernemers die vrezen onvindbaar te worden of dit als neutraal argument gebruiken. Soms wordt ook als argument aangevoerd dat het veranderen van namen belastinggeld kost. Zo zou het veranderen van de tegen de afspraken in als definitief doorgevoerde werknaam 'Friese Meren' voor een nieuwe fusiegemeente in 'De Fryske Marren' ruim € 200.000 moeten kosten. Het gaat in deze, overigens onduidelijk gegronde, becijferingen om een politiek steekspel waarin hoge geldbedragen als neutraal argument in stelling wordt gebracht. Daartegenover stellen de voorstanders dat veranderingen op termijn vrijwel zonder kosten kunnen worden doorgevoerd na afschrijving van de oude en bij vernieuwing van de borden.

In verschillende gemeenten varieert het beleid. In de nieuw gevormde herindelingsgemeente Súdwest-Fryslân (Zuidwest-Friesland) ontstond in 2009 discussie nadat de Topografyske Wurkgroep Fryslân vond dat grote plaatsen met Nederlandstalige namen als Sneek (Snits) en Bolsward (Boalsert), welke bewoond werden door een meerderheid van Nederlands- althans niet-Friestaligen hun namen moesten verfriesen om zo een consequente taaleenheid te bewerkstelligen met de Friese dorpsnamen, die al voor de fusie waren vastgesteld in een van de voorgangergemeenten (Wymbritseradeel). Deze synchronisering werd overigens na protest van de bevolking niet doorgevoerd. Eerder was de verfriesing in 1984 in een andere voorgangergemeente Hemelumer Oldeferd teruggedraaid; de Friese namen moesten na de herindeling dan weer voorzien worden van het Nederlandstalige equivalent. Op het moment van herindeling was de situatie dus per gemeente verschillend. Na vijf jaar van discussie besloot de gemeente in 2013 dat bij alle plaatsen met Nederlandse equivalenten (behalve bij It Heidenskip en Ysbrechtum) de beide namen zouden worden geplaatst; de Nederlandse naam boven en de Friese naam eronder. Overigens is het hier geschetste zogenaamde taalbeleid voornamelijk met taalsymboliek in de topografische naamgeving bezig.

Tot zover het symbolische taalbeleid. Het inhoudelijke taalbeleid in het gebruik van het Fries als officiële communicatietaal door en in de overheden verloopt moeizaam, zeker waar het om geschreven teksten gaat. De plannen aangaande dat aspect van het taalbeleid binnen de gemeenten komen inhoudelijk niet ver van de grond. [1]