Verordening van de Rijkspresident voor de bescherming van volk en staat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Verordening van de Rijkspresident ter bescherming van volk en staat (Duits: Verordnung des Reichspräsidenten zum Schutz von Volk und Staat), ook Rijksdagbrandverordening (Reichstagsbrandverordnung) genoemd, was een verordening die op 28 februari 1933 werd ingesteld naar aanleiding van de Rijksdagbrand, die volgens de nazi's door communisten gepleegd zou zijn. De verordening stelde de burgerrechten zoals vastgelegd in de Grondwet van Weimar buiten werking en was naast de Machtigingswet van 24 maart 1933 een essentiële stap naar het einde van de democratie en de volledige machtsovername van Adolf Hitler.

Rijksdagbrandverordening

De tekst in het Duits luidde als volgt:

Aanhalingsteken openen

Verordnung des Reichspräsidenten zum Schutz von Volk und Staat
Auf Grund des Artikels 48 Abs. 2 der Reichsverfassung wird zur Abwehr kommunistischer staatsgefährdender Gewaltakte folgendes verordnet:

§ 1. Die Artikel 114, 115, 117, 118, 123, 124 und 153 der Verfassung des Deutschen Reichs werden bis auf weiteres außer Kraft gesetzt. Es sind daher Beschränkungen der persönlichen Freiheit, des Rechts der freien Meinungsäußerung, einschließlich der Pressefreiheit, des Vereins- und Versammlungsrechts, Eingriffe in das Brief-, Post-, Telegraphen- und Fernsprechgeheimnis, Anordnungen von Haussuchungen und von Beschlagnahmen sowie Beschränkungen des Eigentums auch außerhalb der sonst hierfür bestimmten gesetzlichen Grenzen zulässig.
— Von Hindenburg
Aanhalingsteken sluiten

De vertaling luidt als volgt:

Aanhalingsteken openen

Verordening van de Rijkspresident ter bescherming van volk en staat
Op grond van artikel 48, lid 2 van de Grondwet van het Duitse Rijk wordt ter verdediging tegen communistische staatsgevaarlijke gewelddadigheden het volgende gelast:

§ 1. De artikelen 114, 115, 117, 118, 123, 124 en 153 van de Grondwet van het Duitse Rijk worden buiten werking gesteld tot nader order. Inperkingen van de persoonlijke vrijheid, het recht op vrijheid van meningsuiting, waaronder de persvrijheid en de vrijheid van vereniging en samenkomst, ingrepen in het brief-, post-, telegraaf- en telefoongeheim, en bevelen tot huiszoekingen, inbeslagnames en eigendomsbeperkingen zijn ook buiten de hierop betrekking hebbende wettelijke beperkingen toegestaan.
— Von Hindenburg
Aanhalingsteken sluiten

Externe link[bewerken]