Verpakkingsafval

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Verschillende soorten verpakkingsafval

Verpakkingsafval is afval van verpakkingen. In de westerse landen neemt het gebruik van verpakkingsmateriaal steeds verder toe. Een voorbeeld zijn melkpakken. Werd in de jaren 30 van de twintigste eeuw melk nog rondgebracht in karren en bij de woning ingeschonken in een kan, wordt inmiddels de melk in melkpakken verkocht, variërend in inhoud van 0,5 liter tot soms 2 liter. Dit heeft tot gevolg gehad dat de hoeveelheid afval door verpakkingen enorm is gegroeid.

Hoeveelheid[bewerken]

In 2001 werd in Nederland zo'n 2,6 miljard kilogram verpakkingsafval weggegooid. Zo'n 55% door huishoudens en 45% door kantoren en winkels. Nederland is kampioen in het hergebruiken van glas. Van de circa 30 kilo verpakkingsglas die iedere Nederlander jaarlijks gebruikt komt 78% in de glasbak terecht. Dat glas wordt gebruikt bij het maken van nieuw glas. Dit levert milieuwinst op: hergebruik voorkomt afval, vermindert het gebruik van grondstoffen en bespaart energie. Het gebruik van oud glas bij de productie van nieuw glas levert een energiebesparing van 25% op. Ook het meermalige gebruik van flessen levert flink wat energie- en grondstofbesparing op.

Wetgeving[bewerken]

Eind 1994 heeft de Europese Unie de EU-richtlijn 94/62 betreffende verpakking en verpakkingsafval vastgesteld om de regels voor verpakkingen en verpakkingsafval van de verschillende lidstaten te harmoniseren. De richtlijn bevat regels voor het terugdringen van het verpakkingsafval. Nederland heeft de EU-richtlijn verwerkt in de ministeriële regeling verpakking en verpakkingsafval. Deze regeling, die op 1 augustus 1997 in werking is getreden, biedt de overheid en de verpakkingsindustrie de mogelijkheid om convenanten te sluiten om de Europese doelstellingen voor hergebruik te halen. Het Rijk heeft eind 2002 met de verpakkingsindustrie het convenant verpakkingen III gesloten.

De regeling verpakking en verpakkingsafval verplicht iedereen die als eerste in Nederland een product in verpakking op de markt brengt om het ontstaan van verpakkingsafval te beperken en te zorgen voor terugwinning en hergebruik. De regeling stelt producenten en importeurs verantwoordelijk voor de kosten van terugname, terugwinning en materiaalhergebruik van verpakkingsafval uit huishoudens nadat dit door de gemeenten is ingezameld. De regeling verplicht onder meer ondernemers om de minister van VROM mee te delen hoe hij zijn verplichtingen nakomt en om te rapporteren over de voortgang en resultaten van de door hem genomen maatregelen. Die verplichtingen gelden niet voor bedrijven die meedoen aan het convenant verpakkingen.

Het convenant bevat afspraken tussen overheid en bedrijfsleven over het terugdringen van milieuvervuiling als gevolg van verpakkingen en de aanpak van zwerfafval. Eind 2002 heeft VROM, namens de overheid, met het bedrijfsleven het convenant verpakkingen III ondertekend. Het bestaat uit een integratieconvenant en zeven deelconvenanten: producenten/importeurs, zwerfafval, glazen verpakkingen, metalen verpakkingen, kunststofverpakkingen, houten verpakkingen en papier (het papiervezelconvenant). Namens het bedrijfsleven is het ondertekend door SVM-Pact, een overkoepelende organisatie van allerlei bedrijven uit de verpakkingsketen, de werkgeversorganisatie VNO-NCW en de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland, de vertegenwoordiger van het midden- en kleinbedrijf.

Volgens het convenant mag de hoeveelheid verpakkingen tussen 1999 en 2005 met hoogstens 2/3 van de groei van het bruto binnenlands product (bbp) toenemen. In 2005 mag niet meer dan 850 miljoen kilo verpakkingsafval worden gestort of verbrand. In 2005 moet ten minste 70% van de gebruikte verpakkingen worden hergebruikt. 73% moet nuttig worden toegepast.

Nederlands overheidsbeleid[bewerken]

Het overheidsbeleid in Nederland in 2003 is erop gericht om verpakkingsmateriaal zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Dat betekent dat zo min mogelijk verpakkingsmateriaal wordt gebruikt, dat verpakkingen meermalen worden gebruikt en dat materialen worden hergebruikt. In 2003 wordt ongeveer 61% hergebruikt. Om tot een hergebruik van 70% te komen, is per verpakkingssoort een doelstelling opgeschreven: 90% hergebruik van alle glas, 25% van hout, 75% van papier en karton, 80% van metalen verpakkingen en 27% van kunststof. In 2001 werd 78% van de verpakkingen van glas hergebruikt, 27% van de verpakkingen van hout, 66% van de verpakkingen van papier en karton, 78% van de verpakkingen van metaal en 24% van de kunststofverpakkingen.

Afvalfonds[bewerken]

Op 27 juli 2007 is er een raamovereenkomst vastgelegd tussen VROM, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het verpakkende bedrijfsleven. Op grond van een aantal overwegingen zijn zij overeengekomen dat er een afvalfonds wordt opgericht: een fonds waaruit de vergoedingen aan de gemeenten worden uitgekeerd. Jaarlijks wordt vanuit de begroting van VROM 115 miljoen euro gestort in het afvalfonds. Deze 115 miljoen wordt verkregen door een extra belastingheffing boven op de reeds in het coalitieakkoord afgesproken verpakkingsbelasting van 250 miljoen euro. Tevens wordt uit het afvalfonds de bijdrage betaald van het bedrijfsleven van 11 miljoen euro per jaar voor de uitvoering van het Impulsprogramma Zwerfafval.

Met deze raamovereenkomst zijn niet alleen de afspraken vastgelegd over de vergoeding door het verantwoordelijke bedrijfsleven van de kosten die gemeenten maken voor de inzameling van het verpakkingenafval, maar tevens heeft het bedrijfsleven zich gebonden aan een hogere integrale doelstelling van materiaalhergebruik voor kunststofverpakkingen. Een doelstelling die van de huidige 20% naar 42% is bijgesteld door minister Cramer.

Statiegeld[bewerken]

In Nederland bestaat geen statiegeld op blikjes, in tegenstelling tot in bijvoorbeeld Duitsland. Nederland kent wel statiegeld op sommige flessen. Statiegeld kan de hoeveelheid afval beperken, maar brengt wel hoge kosten voor winkeliers en fabrikanten met zich mee.

Het bedrijfsleven heeft in het convenant verpakkingen III afgesproken de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval in 2005 met ten minste 80% terug te dringen. Er zwerven naar schatting jaarlijks 50 miljoen flesjes en blikjes op straat en in de berm. Verder heeft het bedrijfsleven toegezegd ernaar te streven voor 1 januari 2005 het aantal flesjes en blikjes in het zwerfafval met ten minste twee derde te laten afnemen. Lukt dat niet dan gaat het onderdeel statiegeld van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton in. Daarin is het statiegeld voor blikjes en flesjes geregeld. Ook kan op grond van het besluit de producentenverantwoordelijkheid voor inzameling en verwerking van verpakkingen worden geïntroduceerd. Voor het overige zwerfafval nemen overheid en bedrijfsleven een gezamenlijke resultaatsverplichting op zich om in 2005 een reductie van ten minste 45% te realiseren.

Externe link[bewerken]