Versterving (dood)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Versterving is overlijden als gevolg van het niet toedienen van vocht en voedsel. Versterving moet niet worden verward met actieve euthanasie, wat het actief beëindigen van een leven is, of het stoppen van een behandeling (waarbij een patiënt geen medicijnen meer krijgt, maar wel pijnstillers, vocht en voedsel), of met zelfeuthanasie.

Een patiënt sterft na een aantal dagen aan de gevolgen van uitdroging. Dit kan tot ongeveer twee weken duren. Door de uitdroging vallen de vitale organen één voor één uit.

Vormen[bewerken]

Er zijn twee vormen van versterving te onderscheiden: bewust versterven en spontaan versterven. Deze twee varianten verschillen in hoe ze worden omschreven, in het doel dat de persoon ermee beoogt, in de tijdsduur tot overlijden én in de frequentie waarmee ze voorkomen.

Bewust versterven[bewerken]

De Nederlandse artsenorganisatie KNMG geeft als omschrijving voor ‘bewust versterven’: ‘bewust afzien van eten en drinken door stoppen met eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen’.[1] De tijdsduur tot overlijden hangt af van hoeveel water iemand nog tot zich neemt. Indien uitsluitend water wordt gebruikt voor mondverzorging door een vernevelaar of ijsblokjes dan overlijdt men na ongeveer 10 dagen (spreiding 7-17 dagen). Dat kan sneller gaan als er een ziekte is in een eindstadium (zoals bijvoorbeeld kanker). Het kan langer duren, 1 tot 2 maanden, als iemand meer blijft drinken dan nodig is voor de mondverzorging.[1] Er zijn twee onderzoeken die tot zeer verschillende schattingen komen hoe vaak dit voorkomt ca. 2000 keer per jaar[2] en ca. 600 keer per jaar.[3]

Bijkomend voordeel van deze methode ten opzichte van andere methoden van levensbeëindiging is dat patiënten nog de kans hebben hun beslissing te herroepen door weer te gaan eten en drinken. Er is weleens gezegd dat er een 'point of no return' bestaat na enkele dagen, waarbij alleen weer gaan eten mogelijk niet genoeg is en ook aanvullende medische zorg en begeleiding nodig zijn voor een goed herstel, maar hiervoor is geen enkele steun gevonden bij onderzoek.[2]

Spontaan versterven[bewerken]

Het weigeren van voedsel en drank door een patiënt is een natuurlijk verschijnsel bij een vergevorderd stadium van dementie en ook in het eindstadium van veel ziekten. Dit heet ‘spontaan versterven’. Spontaan minder gaan eten en drinken door een patiënt is een natuurlijk verschijnsel bij een vergevorderd stadium van dementie en ook in het eindstadium van veel ziekten, met name bij kanker. Hierbij is bespoediging van het overlijden niet het vooropgezette doel. De tijdsduur tot overlijden hangt af van de ziekte en van de hoeveelheid vocht die iemand nog drinkt of toegediend krijgt door een maagsonde of infuus; bij kanker duurt het vaak maanden en bij dementie jaren voordat iemand overlijdt door tekort aan vocht of ‘dehydratie’.[4] Hoe vaak dood door uitdroging bij spontaan versterven als voornaamste doodsoorzaak voorkomt, is nog niet onderzocht.

Voorkomen in Nederland[bewerken]

Hoe vaak in Nederland versterving wordt toegepast, is niet bekend. Naar aanleiding van onderzoek schatte men in 1997 dat in bij vier tot tien procent van de sterfgevallen versterving plaatsvond. Als dit inderdaad het geval is (jaarlijks zijn er in Nederland ca. 140.000 sterfgevallen) komt neer op 5.500 – 14.000 gevallen. In het onderzoek werden alle gevallen van spontaan en bewust versterven tezamen genomen met de sterfgevallen waarbij een arts was gestopt met toediening van vocht door een maagsonde of infuus omdat de arts verdere vochttoediening als medisch zinloos beoordeelde.[5]

In het nieuws[bewerken]

De term "versterving" kreeg bekendheid toen de psychiater Boudewijn Chabot hem in 1996 gebruikte in zijn boek Sterven op drift.[6] Ze werd beladen toen krantenartikelen verschenen die meldden dat het onthouden van vocht en voedsel door sommige bejaardentehuizen werd toegepast om demente bejaarden te laten sterven. Een verpleeghuis in Groningen raakte in opspraak omdat het aangeklaagd werd vanwege het laten versterven van een bewoner zonder dat familieleden daarvan op de hoogte zouden zijn geweest.[7] Een versterving die wereldwijd bekendheid verwierf was de zaak-Terri Schiavo in de Verenigde Staten. Tot op de dag voor de sterfdag van Terri Schiavo vond een hevige juridische strijd plaats tussen haar echtgenoot enerzijds en haar ouders anderzijds, met daarachter een nationaal debat tussen voor- en tegenstanders.