Victimae paschali laudes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Victimae paschali laudes is een van de sequentia's die op bepaalde katholieke kerkelijke hoogdagen na de Koorzang en voor het Alleluja gezongen wordt. Het Victimae paschali wordt gezongen op het Hoogfeest van Pasen. De melodie van het gregoriaans volgt voor de acht versregels het schema A-B-B-C-D-C-D-E.

Latijnse tekst[bewerken]

Victimae paschali laudes immolent Christiani.
Agnus redemit oves: Christus innocens Patri reconciliavit peccatores.
Mors et vita duello conflixere mirando: dux vitae mortuus regnat vivus.
Dic nobis, Maria, quid vidisti in via?
Sepulcrum Christi viventis: et gloriam vidi resurgentis.
Angelicos testes, sudarium et vestes.
Surrexit Christus spes mea: praecedet suos in Galilaeam.
Scimus Christum surrexisse a mortuis vere: tu nobis, victor Rex, miserere.
Amen.
Alleluja.

Nederlandse vertaling[bewerken]

Laten de christenen aan het Paaslam huldezangen wijden.
Het Lam heeft nu de schapen vrijgekocht; en Christus, die zonder zonden was, heeft de zondaars met de Vader weer verzoend.
Dood en leven streden een wondere strijd; de vorst des levens, die gestorven was, heerst nu in onvergankelijkheid.
Zeg ons, Maria, wat hebt gij op uw weg gezien?
Ik zag het graf van de levende Christus en de heerlijkheid van de Verrezene;
zijn engelen zag ik als getuigen en ook de zweetdoek en het grafkleed.
Christus, mijn hoop, is verrezen! Hij zal de zijnen voorgaan naar Galilea.
Nu weten wij, dat Christus uit de doden is verrezen. Gij, overwinnaar Koning, ontferm u over ons.
Amen.
Alleluja.

Zie ook[bewerken]