Victorine van Schaick

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Victorine Florentine Henriëtte Eugenie van Schaick (Midlum, 4 juni 1917 - 16 januari 1976) was een Nederlandse bibliothecaresse. De Victorine van Schaickprijs is naar haar genoemd.

Leven en werk[bewerken]

Victorine van Schaick werd geboren in een domineesgezin in het Friese Midlum, dat zich later in Soest zou vestigen. Ze volgde de HBS aan het Baarnsch Lyceum. Na haar eindexamen werd ze door dr. Jan Arend Vor der Hake, de toenmalige rector daarvan en bestuurslid van de Centrale Vereniging voor Openbare Leeszalen en Bibliotheken, aangemoedigd om voor het bibliotheekvak te kiezen. Van Schaick kreeg werk bij de Openbare Leeszaal in Utrecht, waar ze intern werd opgeleid onder leiding van directrice Elisabeth de Clerq, een gerespecteerd lid van de Nederlandse bibliotheekgemeenschap. Na een tijd werkzaam te zijn geweest bij de bibliotheek van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, werd Van Schaick in 1951 bibliothecaresse van het Koninklijk Huisarchief. Vanaf 1959 tot 1972 was ze verbonden aan de Openbare Bibliotheek Amsterdam, waarna ze tot 1976 docente was aan de P.A. Tiele Academie, de toenmalige bibliotheekopleiding in Den Haag.

Van Schaick was tevens redactielid van de vakbladen De Openbare Bibliotheek (later Bibliotheek en Samenleving) en Bibliotheekleven (later Open). Verder was ze binnen het bestuur van de NVB actief als lid van de Subcommissie Titelbeschrijvingen en Alfabetiseren. Ook was ze lid van de Rijkscommissie van Advies inzake het Bibliotheekwezen.

Naast haar werk schreef Van Schaick artikelen over haar vakgebied. Ze trachtte in het bijzonder jongeren daarvoor te interesseren. Nadat ze in 1976 bij een verkeersongeluk om het leven was gekomen, werd door een aantal vakgenoten te harer nagedachtenis het Victorine van Schaickfonds ingesteld, waaraan Van Schaicks familie haar gehele nalatenschap doneerde. Het fonds heeft tot doel jongeren te stimuleren om te kiezen voor het bibliotheek- en informatievak en de wisselwerking tussen de opleidingen daarvoor en de praktijk te vergroten. Daartoe reikt het sinds 1978 vrijwel ieder jaar de Victorine van Schaickprijs uit.


OVER VICTORINE VAN SCHAICK

Victorine Florentine Henriëtte Eugenie van Schaick werd op 4 juni 1917 te Midlum in Friesland geboren in een domineesgezin dat na enige omzwervingen in het noorden des lands ten slotte in Soest terecht kwam. Zij volgde een HBS-A opleiding aan het Baarns Lyceum waar de bekende rector Jan Arend Vor der Hake de scepter zwaaide onder het schone devies: ‘Het pad der rechtvaardigen is als de morgenglans’. Toen Victorine, na geslaagd te zijn voor haar eindexamen en vervolgens een jaar in Parijs vertoefd te hebben, naar een verdere ontplooiing van haar mogelijkheden zocht, kreeg zij het dringende advies van Rector Vor der Hake, tevens bestuurslid van de Centrale Vereniging van Openbare Leeszalen, om die in het bibliotheekvak te zoeken. Zij meldde zich bij de Openbare Leeszaal in Utrecht en kwam daar te werken onder de spraakmakende directrice Elisabeth de Clerq bij wie een gedegen opleiding verzekerd was. Juffrouw De Clerq was bekend en werd gerespecteerd in de toenmalige bibliotheekgemeenschap. Paul Schneiders noemt haar in zijnNederlandse Bibliotheekgeschiedenis (Den Haag 1997) in één adem met groten als Brummel, Korevaar, Greve, Molhuysen, Gebhard en Sevensma. Zij heeft er overduidelijk voor gezorgd dat de strenge normen die zij ten aanzien van het vak hanteerde op anderen en dus ook op Victorine werden overgedragen. Victorine’s carrière bereikte vervolgens via de bibliotheek van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, het Koninklijk Huisarchief en de Openbare Bibliotheek van Amsterdam, in de Haagse P.A. Tiele Academie een hoogtepunt. Daarnaast vervulde zij functies als redactielid bij de toenmalige vakbladen De Openbare Bibliotheek (later Bibliotheek en Samenleving) en bij Bibliotheekleven (later Open) en was zij lid van de subcommissie titelbeschrijven en alfabetiseren van het bestuur van de NVB en lid van de Rijkscommissie van Advies.

In alle opzichten veelzijdig, vond Victorine een grote mate van voldoening in de overdracht van haar kennis aan jonge mensen die zich de uitoefening van het bibliotheekvak ten doel gesteld hadden. Voordat zij haar werkzaamheden aan de Tiele Academie begon, had zij al eerder les gegeven aan de Gemeenschappelijke Opleidingen, C.V.-cursussen en de Amsterdamse Frederik Muller Academie. En met veel succes.

Op vrijdag 16 januari 1976 overleed zij als gevolg van een auto-ongeluk. In het februari-nummer van Open verscheen er een kort In Memoriam van G.A. van Riemsdijk, waarin hij namens allen die haar kenden schreef hoe onvoorstelbaar moeilijk te aanvaarden het was hoe zij, ‘zo midden in haar werk, zo oprecht levend tussen vrienden en collega’s, van het ene ogenblik op het andere, ons is ontnomen.’ En hij vervolgt: ‘Jawel, zij was een vakvrouw van groot formaat. Maar zij was ook Victorien, boeiend in het gesprek, boeiend om gade te slaan. Victorien, die zoveel vrienden heeft gemaakt, die door het gebeurde een beetje ontredderd en bedroefd achterblijven.’


DOEL VAN HET FONDS

Het Victorine van Schaick Fonds werd in 1977 opgericht ter herinnering aan een vooraanstaand vakgenote. Victorine van Schaick (1917-1976) heeft sinds 1941 diverse functies vervuld in bibliotheken en archieven., zij was onder meer:

• bibliothecaresse van het Koninklijk Huisarchief (1951-1959)

• hoofd Inlichtingendienst Openbare Bibliotheek Amsterdam (1959-1972)

• docent HBO bibliotheekopleiding te Den Haag (voorheen P.A. Tiele Academie) (1972-1976)

Naast haar werk publiceerde zij artikelen in haar vakgebied en deed zij redactie- en advieswerk. In het bijzonder zette zij zich in voor het stimuleren van jongeren in het vakgebied. Na haar overlijden werd haar naam verbonden aan een fonds, waaraan haar familie middelen uit de nalatenschap ter beschikking heeft gesteld.

Het fonds probeert, geheel in haar geest van Victorine van Schaick, jongeren in het bibliotheek- en informatievak te stimuleren en een uitwisseling tussen de opleidingen en de praktijk te bevorderen.


OPRICHTING VAN HET FONDS

Ongeveer een jaar na het overlijden van Victorine van Schaick verscheen er een korte mededeling in het maartnummer van Open en het aprilnummer vanBibliotheek en Samenleving waarin melding werd gemaakt van de oprichting van een fonds dat de naam Victorine van Schaick Fonds zou dragen, beheerd door een Stichting met als doel regelmatig prijzen toe te kennen aan jonge vakgenoten, die zich door publicatie van een tijdschriftartikel, boek of rapport van meer dan gemiddeld niveau op het terrein van het bibliotheek- en/of documentatievak hebben onderscheiden. ‘Enkele van haar collega’s’, zo luidde de mededeling, ‘hadden het idee geopperd om de herinnering aan Victorine van Schaick ook voor de komende generaties levend te houden door het bijeenbrengen van een fonds dat haar naam zou dragen.’ Haar familie was zeer gelukkig met dit initiatief en besloot de gehele erfenis van haar onverdeeld aan de op te richten Stichting ter beschikking te stellen. De prijs zou daardoor uit een meer dan symbolisch bedrag kunnen bestaan.

Een voorlopig bestuur werd gevormd bestaande uit dr. C. Reedijk, J. van Dam, U.J. Jinkes de Jong, Mevrouw M.M.V. des Tombe-van Schaick, W. de la Court en drs. A.L. van Wesemael. Met grote voortvarendheid werden al in dezelfde mededeling jonge vakgenoten (tot 35 jaar) uitgenodigd om naar de prijs te dingen en een recente publicatie in te zenden.


DE STATUTEN

De letterlijke tekst van artikel 2 van de statuten van de ‘Stichting Victorine van Schaick Fonds’ werd enige maanden later in de vakbladen gepubliceerd en luidt als volgt:

2.1. De stichting heeft ten doel het bevorderen van professionele publicaties op het gebied van het bibliotheekwezen, in de ruimste zin van het woord, door beoefenaren van het bibliotheek- en documentatievak en door hen die zich op dit vak voorbereiden.

2.2. De stichting tracht haar doel te bereiken:

door het toekennen van geldbedragen voor recente publicaties, die naar het oordeel van het bestuur van de stichting voor de bekroning in aanmerking komen;

door het uitschrijven van prijsvragen en het toekennen van prijzen aan deelnemers daaraan, voorzover de inzendingen naar het oordeel van het bestuur van de stichting voor een prijs in aanmerking komen; en

door alle andere middelen, die naar het oordeel van het bestuur voor het doel van de stichting bevorderlijk zijn of daarmede verband houden.

2.3. De geldbedragen respectievelijk de prijzen kunnen alleen worden toegekend aan personen, die de vijfendertigjarige leeftijd ten tijde van de publicatie respectievelijk uitschrijven van de prijsvraag nog niet hebben bereikt [NB: deze leeftijdsgrens is later losgelaten, zie infra]. De toekenning kan voorts slechts geschieden voorzover de financiële middelen van de stichting dit toelaten. De toekenning geschiedt door het bestuur van de stichting, dat desgewenst speciale deskundigen kan raadplegen.’

Er werd melding gemaakt van een inleverdatum, en er was sprake van een bedrag van ten hoogste Dfl. 3000 dat beschikbaar was voor een bekroning.


HET EERSTE BESTUUR

De definitieve bestuurssamenstelling was hetzelfde als die van het voorlopig bestuur. Dit zou ook als jury optreden. De oprichters stelden het op prijs de familie van Victorine in het bestuur vertegenwoordigd te zien en vonden mevrouw M. des Tombe-van Schaick, zuster van Victorine, bereid als penningmeester op te treden. De samenstelling van de rest van het bestuur weerspiegelde in zekere zin de personen en werkterreinen waarmee Victorine beroepsmatig contact had gehad, te weten wetenschappelijke bibliotheken (Reedijk, bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek, voorzitter, en Van Wesemael, onderbibliothecaris van de Universiteitsbibliotheek te Utrecht, lid), openbare bibliotheken (De la Court, bibliothecaris van de Openbare Bibliotheek te Amsterdam, lid), speciale bibliotheken (Van Dam, bibliothecaris van het Ministerie van Sociale Zaken, secretaris) en opleidingen (Jinkes de Jong, onderdirecteur van de Tiele Academie, lid).


CONTRIBUANTEN?

Het artikel over het fonds dat eerder werd genoemd wees op de mogelijkheid om contribuant van de Stichting te worden en eindigde met het uitspreken van de hoop dat velen die mogelijkheid zouden aangrijpen, ‘zodat het Victorine van Schaick Fonds een stimulerende factor kan worden in onze vakwereld.’ Dat die hoop verwezenlijkt is kan niet bepaald gesteld worden. De vakwereld althans heeft haar nooit echt aangegrepen. Het waren vooral familieleden van Victorine die zich als donateur meldden. Misschien ging het bestuur ook wel wat al te bescheiden om met het werven van donateurs of het onder hun aandacht brengen van de betaling van de bijdrage. In haar jaarlijkse brief uit 1987 aan de donateurs verwees de penningmeester naar een artikel over het tienjarige Fonds dat binnenkort gepubliceerd zou worden. Zij merkt op dat belangstellenden die prijs stellen op toezending van het artikel dit kunnen laten weten door vermelding daarvan op het girostrookje. ‘Want natuurlijk kan ik deze brief niet beëindigen zonder u nog even om uw contributie te vragen!’ schrijft zij tot slot. Maar in het archiefexemplaar van de brief is deze zin doorgestreept, en dus naar het zich laat aanzien in de uiteindelijk verstuurde tekst niet opgenomen, alsof een zo duidelijke oproep om te betalen wat al te vrijmoedig gevonden werd. Het Fonds heeft het 25 jaar lang vooral moeten hebben van middelen die door een zorgvuldig beheer van de nalatenschap van Victorine verkregen zijn.


BEKRONINGSREGELS IN DE PRAKTIJK

De geschiedenis van het Fonds kan eigenlijk het best in kort bestek worden weergegeven door de lijst van bekroonde publicaties. Er is een grote variëteit van onderwerpen terwijl bovendien de inventiviteit van de jury om een bepaalde inzending met een prijs te bekronen aantoont dat voorwaarden om voor een prijs in aanmerking te komen er zijn om ze in de ruimst mogelijke zin van het woord te interpreteren. Niet bedoeld wordt te zeggen dat er iets zou mankeren aan de kwaliteit van een bekroond werk, integendeel, alle voor een prijs in aanmerking gekomen inzendingen verdienden die in hoge mate. Het is meer zo, dat de aard van het onderwerp het nogal eens moeilijk maakte om de publicatie een ‘originele invalshoek’ toe te schrijven of vast te stellen in hoeverre er aan nieuwheidswaarde kon worden toegekend. Wel werd altijd streng de hand gehouden aan de eis dat de bruikbaarheid van de publicatie verder zou moeten gaan dan voor de eigen organisatie van belang was en dus ook elders toepassing zou moeten kunnen vinden.


KWANTITEIT EN KWALITEIT

Uit de lijst blijkt dat niet elk jaar van de beschouwde kwarteeuw een prijs is toegekend. Dit betekent niet dat er in de betreffende jaren geen inzendingen waren, maar dat geen van de inzendingen voor een prijs in aanmerking kwam. Evenmin laat de lijst zien hoeveel inzendingen er in een bepaald jaar zijn geweest. Al in 1987 schreef Van Dam, de toenmalige secretaris van het Fonds, dat de voorafgaande tien jaar een wisselend beeld gaf van aantallen mededingers voor een prijs (Open 1987, 454-456). Vele jaren was het aantal onder de verwachting van de initiatiefnemers gebleven, verzuchtte hij, hoewel 1987 – er waren er toen elf – hoopvolle perspectieven bood. Die hoop is, zo laat het zich vijftien jaar later aanzien, ijdel gebleken. De aantallen zijn nog steeds sterk wisselend, maar blijven vooral tamelijk gering. Tot op heden is van de in de statuten vermelde doelstelling om door het uitschrijven van prijsvragen inzendingen uit te lokken nooit gebruik gemaakt. Van Dam treurde nog wat door. Weliswaar vormden de bekroningen die wél plaatsvonden het bewijs dat er kwalitatief duidelijk lichtpunten te bespeuren waren, maar dat er zo nu en dan geen prijs was toegekend was teleurstellend. Bovendien was het de jury opgevallen dat het hanteren van de Nederlandse taal bij velen ‘een zwakke plek in hun geestelijke uitrusting’ vormde. Van Dam kon de verleiding niet weerstaan een vergelijking te trekken met de wijnoogst die variabel kan zijn, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin. ‘Een overvloedig productiejaar behoeft nog niet altijd topwijnen af te leveren en een minimaal productiejaar baart soms een grand cru’, aldus fijnproever Van Dam.

Het bestuur zag zich voor de vraag gesteld of het willen belonen van kwaliteit en het bevorderen van publiceren wel verenigbaar waren. Zouden er misschien categorieën moeten worden ingevoerd, één van nog in opleiding verkerenden en één van reeds praktisch werkzamen na een voltooide opleiding? Zou er nog meer bekendheid gegeven moeten worden aan het bestaan van de prijs? Gaf de vrijheid in onderwerpskeuze en de veelheid aan mogelijke onderwerpen niet te veel moeilijk vergelijkbare inzendingen? Al deze vragen waren en zijn overigens nog steeds een permanente bron van overleg en discussie. In ieder geval werd in 1988 besloten om voor de prijstoekenning een splitsing in twee categorieën door te voeren: een aanmoedigingsprijs en een hoofdprijs.


BESTUURSLEDEN KOMEN EN GAAN

In de loop van zijn 25-jarige geschiedenis heeft het Fonds bestuursleden zien gaan en komen. De eerste wijziging vond plaats in 1986 toen dr. Reedijk zijn functie als voorzitter neerlegde. Het bestuur bood hem als dankbetuiging een Laurens Jansz Coster gedenkpenning aan, alsmede twee flessen Marc de Bourgogne en een fles Marc de Champagne. Met de flessen hoopte Reedijk, zo schreef hij aan het bestuur, drie jaren door te komen. Daarna zou hij wel weer zien. De penning, liet hij weten, was uiteraard onvergankelijk, maar of zij hem tot de Coster-legende zou bekeren wist hij nog niet.

Van de oorspronkelijke initiatiefnemers is er intussen geen meer over. Het bestuur telt thans [i.e., in 2000] negen leden.

Nieuwe of andere bestuursleden hebben de neiging nog eens extra te kijken naar doelstellingen en naar bereikte en niet bereikte resultaten. Dat heeft in de loop van de jaren die volgden op het vertrek van de heren Reedijk en Jinkes de Jong en mevrouw Des Tombe-van Schaick, en na het overlijden en dus verlies van de heren Van Dam en Van Wesemael tot een aantal wijzigingen en vernieuwingen in het bestuursbeleid geleid. Gezegd moet worden dat de aanzet tot een aantal daarvan reeds eerder gegeven werd en zich ging manifesteren vanaf het moment waarop de heer Van Dam al had laten weten dat het bestuur, terugblikkend op de eerste tien jaar van de Stichting, weliswaar niet geheel tevreden was, maar toch overwegend positief en vernieuwingsbereid. Dat in de verwezenlijking ervan duchtig gebruik werd gemaakt van de bekende zinsnede uit de statuten, dat het doel bereikt kan worden door alle andere middelen, die naar het oordeel van het bestuur voor het doel van de stichting bevorderlijk zijn of daarmede verband houden, moge duidelijk zijn.


NIEUWE INITIATIEVEN

In de loop van de jaren negentig werd besloten tot de sponsoring van activiteiten en projecten die gericht zijn op de bevordering van contacten tussen studenten, docenten en de beroepspraktijk. Hiervoor geldt overigens wel dat dergelijke activiteiten moeten resulteren in een publicatie. Ook togen leden van het bestuur vaak zelf op pad om voor een prijs in aanmerking komende publicaties op te sporen. Het sponsoren van een onderdeel van het programma van de tweejaarlijkse Online Conference werd eveneens mogelijk gemaakt, en ook kon voortaan een beroep op het Fonds gedaan worden om bij te dragen in het doen verschijnen van bijzondere publicaties.

Om iets extra’s aan de naamsbekendheid van het Fonds te doen besloot het bestuur een folder te laten ontwerpen die onder de verrassende titel Geld heeft geen ideeën, maar ideeën kunnen wel geld opleveren het licht zag. De folder werd in ruime mate verspreid en heeft een aantal malen aantoonbaar geleid tot het inzenden van publicaties.

Hoewel het museum Meermanno Westreenianum ofwel het Museum van het Boek als plaats van de prijsuitreiking alleszins zijn bekoorlijkheid had, was het, mede gezien het tijdstip waarop over de ruimte beschikt kon worden, namelijk maandagochtend, niet bevorderlijk voor het onder ruime aandacht brengen van de prijs, de prijswinnaar en het Fonds. Daarom werd besloten de prijsuitreiking voortaan te laten plaatsvinden als onderdeel van bijzondere bijeenkomsten van de Nederlandse bibliotheekgemeenschap. Bleek het inpassen van de prijsuitreiking in het programma van de dag wel eens een probleem, het bereiken van een groot gehoor, soms zelfs tot bijna vierhonderd personen, was een succes.

Een organisatorisch bestuurlijk probleem werd opgelost toen het bestuur toestemming vroeg en kreeg om het secretariaat onder te brengen bij de Koninklijke Bibliotheek. Continuïteit in het administratieve werk en stabilisering van de adressering van het Fonds werden daarmee bereikt, terwijl tevens een nieuwe mogelijkheid ontstond om het Fonds onder de aandacht te brengen van een breder publiek via een pagina op de website van de KB.


LEEFTIJDSGRENS LOSGELATEN

Voor één nieuw initiatief was een statutenwijziging noodzakelijk. Het vasthouden aan de leeftijdsbeperking werd langzaamaan als hinderlijk ervaren. Vooral het toekennen van een hoofdprijs aan inzendingen van personen die nog geen 35 jaar waren, bleek problemen op te leveren, terwijl er toch vaak genoeg goede publicaties waren die eventueel voor een prijs in aanmerking hadden kunnen komen indien de auteur bij het verschijnen van die publicatie aan de statutair verplichte leeftijdseis had voldaan. En dus verdween die voorwaarde in 1994 uit de statuten. Het onderscheid tussen wat een hoofdprijs genoemd ging worden en een aanmoedigingsprijs kreeg zodoende een duidelijker profiel. Bovendien werd het daardoor mogelijk een oeuvreprijs toe te kennen – iets wat dan ook vrijwel onmiddellijk gebeurde – terwijl de aanmoedigingsprijs het karakter zou kunnen blijven behouden van een aansporing om op het ingeslagen pad voort te gaan. Dat het laatste niet altijd tot het gewenste resultaat leidde, moge blijken uit een juryverslag van 1990: ‘Slechts zelden treffen wij in de vakbladen artikelen aan die geschreven zijn door auteurs wier werkstukken voorheen door ons bekroond zijn.’ De doelstelling om het publiceren van echte publicaties te stimuleren bleek derhalve weinig succesvol.


JURYRAPPORTEN DOOR DE JAREN HEEN

De juryrapporten hebben de jaren door het stempel gedragen van de sfeer in het bestuur tijdens de beoordelingsvergaderingen, de ernst waarmee naar de inzendingen werd gekeken en de stijl van de opeenvolgende voorzitters die gewoonlijk het schrijven van het rapport voor hun rekening namen. Over de prijswinnaars waren de rapporten uiteraard positief, met een enkele keer een persoonlijke kanttekening. Zo werd van één prijswinnaar gezegd dat de kwaliteit van zijn tekst zich niet had laten commanderen door de vereiste structuur van een goed werkstuk. Zijn kennelijke plezier in schrijven had hem het keurslijf van de regels op aangename wijze doen gebruiken om zijn verhaal er verleidelijk uit te laten zien. ‘En u allen weet, naar ik aanneem’, voegt de voorzitter er enigszins oubollig aan toe, ‘dat een keurslijf soms veel verleidelijks weet te herbergen.’ Het zijn vooral de algemene opmerkingen vooraf of aan het slot die aan de juryrapporten hun bijzonder informatieve, manende of wervende karakter geven. In de inleiding of bij een nawoord worden nieuwe initiatieven van het bestuur bekend gemaakt en worden er heel wat (harde) noten gekraakt. Nogal eens is er sprake van het gering aantal inzendingen. Er wordt spijt betuigd over het vrijwel altijd ontbreken van werkstukken gemaakt in het kader van de opleiding Documentaire informatiekunde aan de Universiteit van Amsterdam. Gevorderden in de beroepsopleiding wordt aanbevolen de vakbladen goed te volgen (!). Er worden vaak geen werkstukken vanuit de opleidingen ingezonden. Daarentegen werden wel enige keren hoogwaardige inzendingen vanuit de opleidingen in Vlaanderen ontvangen.


GEEN REDEN VOOR SOMBERHEID

Is er dan reden voor algehele somberheid? Dat is geenszins het geval. De in de loop van de jaren ingezonden publicaties en werkstukken en de kwaliteit van de bekroonde inzendingen laten zien dat het bestaan van het Fonds alleszins gerechtvaardigd is. Het Fonds toont in een informatiewereld die toch al karig is in het belonen van initiatieven op publicitair gebied het juiste middel gevonden te hebben om aandacht te vestigen op zaken die het Fonds van belang acht, namelijk het stimuleren van publicaties door jonge vakgenoten en het belonen van aanmerkelijke prestaties op het gebied van de bibliotheek-, documentatie- en documentaire informatiewetenschappen. In de loop van de afgelopen vijfentwintig jaar waren er teleurstellingen, jazeker, maar die wegen absoluut niet op tegen het succes bij het behalen van de beoogde doelstellingen. De lijst van prijswinnaars en hun winnende inzendingen en van gesponsorde activiteiten moge daarvan overduidelijk blijk geven.


PRIJSWINNAARS DOOR DE JAREN HEEN

Prijswinnaars 2018

Prijswinnaars 2017

Ellen Kleijnen / Route to Reading (proefschrift Universiteit van Amsterdam)[bewerken]

De Bibliotheek op school is een beleidsprogramma dat zich in de afgelopen jaren als een olievlek over Nederland heeft verspreid. De naam ‘de Bibliotheek op school’ duidt een samenwerking aan op lokaal niveau tussen de gemeente, de scholen en de openbare bibliotheek. In de meeste gevallen verzorgt de bibliotheek een op de schooljeugd toegesneden collectie boeken in de school. Het programma begon op de basisschool en breidt zich inmiddels uit naar het vmbo en de pabo’s.

In Gouda slaagde de bibliotheek erin middenin een periode van zware bezuinigingen met fondsenwerving een Bibliotheek op school te realiseren in een Brede School met kinderen van allochtone, voornamelijk Marokkaans-berberse, achtergrond. Om de effecten van deze bibliotheek op de taal- en leesvaardigheid en leesmotivatie van de kinderen te onderzoeken, werd een promotieonderzoek opgezet. Ellen Kleijnen volgde de leerlingen van de school drie jaar lang, verzamelde gegevens bij leerlingen, hun ouders (in het Berber als het niet anders ging), leerkrachten en bibliotheekmedewerkers. Ze knoopte die gegevens aan elkaar en deed op basis van geavanceerde statistische analyses uitspraken wat er al goed ging en wat nog beter kan. Inmiddels hebben de school en de bibliotheek haar aanbevelingen in beleid vertaald.

Het proefschrift Route to reading, succesvol verdedigd aan de Universiteit van Amsterdam in december 2016, is een oerdegelijke studie waarin wetenschappelijk onderzoek direct ten goede komt aan leesbevorderingsbeleid en onderwijspraktijk. Voor dit onderzoek, dat raakt aan de bibliotheekpraktijk én aan een maatschappelijk zeer relevante problematiek van bestrijding van taal- en leesachterstanden en het bevorderen van gelijke kansen, verdient Ellen Kleijnen volgens de jury ten volle de Victorine van Schaickprijs 2017.

Michiel Cock, Ben Companjen en Lotte Wilms / DH Clinics[bewerken]

Grote digitale bestanden van teksten, afbeeldingen en data lenen zich voor onderzoek met digitale technieken; dat noemen we Digital Humanities.

In de academische wereld betoveren de Digital Humanities onderzoekers door de ongekende en spannende mogelijkheden die deze technieken bieden.

De jury prijst het initiatief van Lotte Wilms, Michiel Cock en Ben Companjen om zonder al te veel bureaucratie een vijfdaagse cursus Digital Humanities voor vakgenoten te organiseren, die bovendien gratis te volgen is.

Dit drietal is erin geslaagd een rij interessante sprekers en workshopleiders aan zich te binden die de deelnemers inwijden in werkwijzen en tools. Dat zij met hun initiatief in de roos schieten blijkt uit de wachtlijsten die bestaan voor deelname.

Deze Digital Humanities Clinics vormen dan ook een uitgelezen mogelijkheid voor medewerkers van wetenschappelijke bibliotheken en archieven om zich op de hoogte te stellen van dit nieuwe vakgebied. Door het volgen van de clinics kunnen bibliotheekmedewerkers hun kennis vergroten en zijn zij een betere gesprekspartner van onderzoekers als het gaat om Digital Humanities.

Interessante bijkomstigheid is dat de clinics leiden tot de vorming van een netwerk van mensen die zich in bibliotheken met deze onderwerpen bezighouden.

De jury verwacht dat de Digital Humanities Clinics een grote impact zullen hebben op de toekomst van wetenschappelijke bibliotheken en archieven en heeft besloten dit initiatief te belonen met de Victorine Initiatiefprijs 2017.


Maartje Kamp / Afgeschermd geheugen[bewerken]

Openbaarheid en privacy staan soms op gespannen voet met elkaar. Is een ‘sleepwet’ wel of niet goed? Mag je wanbetalers wel of niet ‘namen’ en ‘shamen’ op internet met een foto? Moeten kinderen wel of niet altijd kunnen achterhalen wie hun spermadonor was?

Vragen waar we ons in de huidige maatschappij toe hebben te verhouden. Wat dit betekent voor burgers in hun persoonlijke leven is niet vaak onderzocht.

De scriptie van Maartje Kamp gaat in op zo’n onderwerp. Zij doet dit aan de hand van de archieven over collaborateurs in de tweede wereldoorlog. De inzageregimes in België en Nederland verschillen hierover van elkaar.

Waar in Nederland veel openbaar is voor onderzoek, wordt in België zeer terughoudend toegang verleend tot deze archieven. Maartje Kamp toont in haar scriptie aan hoe verschil in openheid en toegankelijkheid van de archieven in Nederland en België leidt tot verschillen in beleving van de geschiedenis en zelfs in berechting.

Ook heeft het verschil in beleid consequenties voor kinderen en kleinkinderen die op zoek zijn naar de geschiedenis waar men thuis niet over sprak.

Kamp is er in geslaagd om met deze scriptie te laten zien hoe verschillend beleid in openbaarheid consequenties kan hebben voor de grote en kleine geschiedenissen. Het laat zien met hoeveel nuance er gekeken moet worden naar informatie in het algemeen en archiefmateriaal in het bijzonder. Welke consequenties heeft het wanneer delen van ons collectieve geheugen worden afgeschermd?

Die reconstructie is een bijzonder knappe prestatie waar het Victorine van Schaickfonds graag de scriptieprijs aan verbindt.  

Prijswinnaars 2016

Een scriptie over lezen van verhalende teksten van papier en scherm en een project voor een digitale leeromgeving werden op 10 november 2016 tijdens het KNVI Jaarcongres in Nieuwegein bekroond met respectievelijk de Victorine scriptieprijs en een eervolle vermelding. Een onderzoek onder wetenschappers naar nieuw ontwikkelde tools kreeg de Victorine Initiatiefprijs. En een studie naar algoritmen in de literaire kritiek werd bekroond met de Victorine 2016. Frank Huysmans, voorzitter van het Victorine van Schaickfonds, deelde ook een ‘verjaardagscadeau' uit aan het vakblad IP, dat in 2016 twintig jaar bestaat.

Victorine 2016: Peter Verhaar (Universiteit Leiden)

De prijs voor de beste publicatie op het vakgebied van informatieprofessionals ging naar Peter Verhaar, als bibliothecaris werkzaam bij de Universiteitsbibliotheek Leiden. Grotendeels onopgemerkt werkte hij in de afgelopen jaren aan zijn proefschrift ‘Affordances and Limitations of Algorithmic Criticism’, een onderzoek naar de mogelijkheden en beperkingen van het gebruik van algoritmen in de literaire kritiek.

De vraag die hierin centraal staat is hoe ver je kunt komen in het bedrijven van literaire kritiek met behulp van computationele methoden, wanneer je niet 'close reading' bedrijft van een beperkte set teksten uit een bepaalde periode, maar 'distant reading' van de gehele corpus met behulp van de computer. Hoewel de analyse beperkt blijft tot het werk van één dichter, weet de auteur, aldus de jury, te overtuigen in zijn pogingen om literaire kenmerken als assonantie en consonantie, alliteratie, eindrijm en binnenrijm, evenals metrum te analyseren en inzichtelijk grafisch weer te geven.

Victorine Initiatiefprijs 2016: Bianca Kramer en Jeroen Bosman (bibliotheek Universiteit Utrecht)

Voor hun initiatief 101Innovations kregen Bianca Kramer en Jeroen Bosman van de bibliotheek van de Universiteit Utrecht de Victorine Initiatiefprijs 2016. Zij namen het initiatief voor een onderzoek onder wetenschappers over de gehele aardbol naar nieuw ontwikkelde tools die zij gebruiken om hun werk te stroomlijnen.

De data zijn vrijgegeven voor analyse door wie maar wil. Het onderzoek biedt inzicht in de verspreiding van onderzoekstools onder verschillende disciplines en werelddelen en is daarmee, aldus de jury, een belangrijke bron voor wie wil weten hoe het wetenschapsbedrijf aan het veranderen is.

Initiatief - Eervolle vermelding: Alda de Weger (Fontys Hogeschool Eindhoven)

Een eervolle vermelding ging naar teamleider Alda de Weger en haar collega's van de mediatheek van de Fontys Hogeschool, locatie Eindhoven. In die mediatheek is men, in een project genaamd 'Elles', erin geslaagd om in korte tijd een digitale leeromgeving te creëren op basis van het idee van 'blended learning', een mix van online en contactonderwijs.

Dit in goede samenwerking met docenten van de opleidingen en de uitgevers van de leermaterialen. Door klein te beginnen in de vorm van een pilot is het gelukt om iets voor elkaar te krijgen dat tot de verbeelding van veel andere mediatheken in het hoger onderwijs zou kunnen spreken, aldus de jury.

Victorine scriptieprijs 2016: Marjolein Wiersma (Rijksuniversiteit Groningen)

In haar scriptie, getiteld Stories on Screen: Reading Books in the Age of Digitization, doet Marjolein Wiersma verslag van een onderzoek naar het lezen van verhalende teksten van papier en van scherm. Waar we geneigd zijn om een boek op papier en hetzelfde boek op een scherm als inwisselbaar te zien, geeft de auteur van deze thesis argumenten voor een andere visie. Sommige verhalende teksten lenen zich beter voor het ene medium dan voor het andere. Het gaat daarbij om de leeservaring: hoe we interacteren met het verhaal, op meerdere niveaus.

Deze thesis van de research master Literaire en Culturele Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen blinkt volgens de jury uit in inhoudelijke diepgang, een heldere schrijfstijl en - het oog wil ook wat - een opmaak die heel mooi bij de inhoud aansluit.

'Verjaardagscadeau' voor IP

Tot slot kreeg het 20-jarige vakblad IP een cadeau aan te bieden in de vorm van een ‘financiële injectie’ van 8000 euro. Het geld wordt besteed aan een online tijdschriftenarchief op de IP-site. Bovendien gaat IP in 2017 experimenteren met een digitale uitgave naast het bestaande blad.

Prijswinnaars 2015

Zowel de Victorine van Schaick-prijs als de BibliotheekInitiatiefprijs 2015 zijn gegaan naar:  

  • Maurice Specht, filosoof en bestuurskundige werkt als zelfstandig onderzoeker en andere mede-initiatiefnemer is van Leeszaal Rotterdam West
  • Joke van der Zwaard, ontwikkelingspsycholoog en werkt als zelfstandig onderzoeker/schrijver op het terrein van stedelijke sociale kwesties. En mede-initiatiefnemer van Leeszaal Rotterdam West.
  • Maurice Specht en Joke van der Zwaard ontvingen de twee Victorines voor hun initiatief Leeszaal Rotterdam West en voor het boek dat zij over dit project schreven: De uitvinding van de leeszaal.

Een speciale Victorine van Schaick oeuvreprijs ging naar:

  • Eric Sieverts, free-lance docent en spreker op het terrein van zoeken & vinden, adviseur voor informatievraagstukken, redacteur en columnist van het vakblad InformatieProfessional en redacteur en auteur bij het Handboek Informatiewetenschappen.

Eric Sieverts kreeg de prijs "voor zijn vele verdiensten als altijd enthousiaste kennisdeler voor ons vakgebied", die hij met name ook in zijn vrije tijd heeft ontplooid, onder meer voor de VOGIN-IP-lezing, Vakblad IP (voorheen Informatieprofessional) en redacteur van het Handboek Informatiewetenschap.

Lees hier het juryrapport

Prijswinnaars 2013

  • Raymond Snijders Werken met Informatie. Victorine van Schaickprijs KNVI voor zijn vakblog.
  • Hans van Duijnhoven – vijfde BibliotheekInitiatiefPrijs voor zijn project Lezers van Stavast.
  • Sophie Boisvert-Hearn The Future of the Scholarly Monograph in the Humanities: Open and Enhanced. Scriptieprijs voor haar masterthesis, Boekwetenschap Universiteit Leiden, 2013.

Prijswinnaars 2012

  • Vicky Breemen Borrowing from the old to facilitate the new: the future of the library privilege in the digital world.
  • Victorine van Schaickprijs NVB voor haar researchmaster's thesis, Instituut voor Informatierecht, Universiteit van Amsterdam, 2012.
  • Tessa Nederhoff Voor de verandering: reacties van bibliotheken op de komst van het e-book en de gevolgen voor het literaire veld.
  • Scriptieprijs voor haar masterthesis, Universiteit van Amsterdam, 2011.
  • Esther Valent - vierde BibliotheekInitiatiefPrijs voor het informatieloket @DeBibliotheek1.

Prijswinnaars 2011

  • Jeroen de Boer - derde BibliotheekInitiatiefPrijs voor zijn project SocialMediaCaster. Jeroen is coördinator Muziek van Stichting Bibliotheken Midden-Fryslân. In het project SocialMediaCaster wordt op innovatieve wijze RFID in combinatie met interessante interactiemodellen en media in een bibliotheeksetting ingezet.
  • Marina Polderman De bibliotheek als ondernemend kennisinstituut. Afstudeerscriptie Master Bedrijfswetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen, 2010.
  • Tamar van der Riet, Sofia Skoblikov, Ronald Katoen, Gerben Jacobs.
  • Eervolle vermelding voor hun boek: Het nieuwe werken volgens Generatie Y. TenPages, 2010.

Prijswinnaars 2010

  • Hans van Velzen - tweede BibliotheekInitiatiefPrijs. Directeur van OBA Openbare Bibliotheek Amsterdam, die deze prijs krijgt voor zijn gehele 'oeuvre', voor zijn vele activiteiten op het gebied van de vernieuwing van het openbare bibliotheekwezen gedurende een inmiddels lange loopbaan.
  • Abram Wagenaar Academic libraries in the business of digitisation : a theoretical foray into the obstacles of digitisation on demand. Afstudeerscriptie Master Book and Digital Media Studies, Universiteit van Leiden, 2009.

Prijswinnaars 2009

  • Krisztian Balog People search in the enterprise. Proefschrift Universiteit van Amsterdam, 2008.
  • Sebastiaan Post Van collectie naar archief tot beeldbank: een advies over de archivering, digitalisering en ontsluiting van de wedstrijd fotocollectie van World Press Photo.
  • Afstudeerscriptie Instituut voor Media en Informatiemanagement Hogeschool van Amsterdam, 2008.
  • Edwin Mijnsbergen - eerste BibliotheekInitiatiefPrijs. Initiatiefnemer van - onder meer - Bibliotheek 2.0, waardoor een community van zo'n 3500 vakgenoten is gaan leven en waarin rond de 100 discussiegroepen actief zijn.
  • Paul Schneiders - oeuvreprijs. Erkentelijkheid voor de werken van deze bibliotheekhistoricus die de ontwikkeling van het bibliotheekwezen door de eeuwen heen, en van de openbare bibliotheek in Nederland in het bijzonder, op prachtige wijze beschreven en in perspectief gezet heeft.

Prijswinnaars 2008

  • Dominic Farace The Grey Journal: An International Journal on Grey Literature.
  • Sanne Opree Aanbevelingen voor het Rijksoverheidsbeleid met betrekking tot mediawijsheid. Afstudeerscriptie Algemene Cultuurwetenschappen Universiteit van Tilburg, 2007.

Prijswinnaars 2007

  • Esther Hoorn Creative Commons Licences for cultural heritage institutions : A Dutch perspective. IVIR, 2006.

Prijswinnaars 2006

  • Angeliek van der Zanden en Thea Nissen Elastiek: handreiking voor samenwerking bibliotheek en vmbo. Provinciale Bibliotheek Centrale voor Noord-Brabant, 2005.

Prijswinnaars 2005

  • Ton van Vlimmeren Culturele diversiteit. Vertaling van Cultural diversity i.s.m. J. Ingemann Larsen en D. Jacobs. Den Haag: VOB Vereniging Openbare Bibliotheken, 2004.

Fleur Wilmsen Jeugd en de (Bossche) bibliotheeksite. Afstudeerscriptie Hogeschool van Amsterdam, 2004.

Prijswinnaars 2004

  • Lizet H. R. Duyvendak "Door lezen wijder horizont", het Haags Damesleesmuseum. Z.pl., Uitgeverij Vantilt & Lizet Duyvendak, 2003. Proefschrift Universiteit Utrecht.

Prijswinnaars 2003

  • Rob Bruijnzeels en Nicoline van Tiggelen Bibliotheken 2040; de toekomst in uitvoering. Den Haag: Biblion, 2002.
  • Marianne Peereboom (coördinatie en eindredactie) en het website testpanel van Informatie Professional, voor het artikel '"Paper space": kranten online' In: Informatie Professional 6(2002)6, blz. 18-33.

Prijswinnaars 2002

  • Karel Elderink - oeuvreprijs. Vernieuwend werk in woord en geschrift op het raakvlak van de wetenschappelijke en openbare bibliotheken in Nederland.

Prijswinnaars 2001

  • Annemarie Rood De rol van de informatie in een lerende organisatie. Scriptie Vrije Universiteit Amsterdam, 2000.

Prijswinnaars 2000

  • Manja Koomen Elektronische tekstarchieven en het Electronic Text Centre Leiden. Scriptie Hogeschool van Amsterdam, Informatiedienstverlening en -management, 1999.

Prijswinnaars 1998

  • Gabrielle Beentjes, Mariska Herweijer, Yola de Lusenet, Karin Scheper en Paula Witkamp Weten geweten gewist. Bedreigde wetenschappelijke collecties in archieven en bibliotheken. Amsterdam, European Commission on Preservation and Access, 1997.
  • Barrita Glas Best practices vastgelegd. Eisen voor een best practices informatiesysteem. Scriptie Hogeschool van Amsterdam, Informatiedienstverlening en -management, 1998.

1997 Jos Franssen Multi-media vanuit bibliotheekperspectief.

Rapport Universiteitsbibliotheek Maastricht, 1997.

1996 Anna Maria Thecla Lucia Koren Tell me! The right of the child to information.

Den Haag: NBLC, 1996. Proefschrift Universiteit van Amsterdam.

1996 Hanneke Braaksma Inlichtingenwerk in wetenschappelijke bibliotheken; hoe worden we wijzer?

Enschede: Universiteitsbibliotheek Twente, 1995.

1996 Yvonne Bender Papierconservering in Nederland. Een overzicht van de ontwikkelingen in de periode 1980-1995.

Den Haag: Coördinatiepunt Nationaal Conserveringsbeleid CNC, 1996.

1995 Peter Manasse Verdwenen archieven en bibliotheken. De verrichtingen van de Einsatzstab Rosenberg gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Den Haag: NBLC Uitgeverij, 1995.

1994 Inge Weide BDI en multimedia. Afstudeeronderzoek naar het verband tussen de opleiding tot informatiekundige en de ontwikkeling van multimedialeprodukten.

Hanzehogeschool, Hogeschool van Groningen, Afd. BDI, 1994.

1994 Ton Heijligers - oeuvreprijs

Vernieuwend werk in woord en geschrift op het terrein van de Regels voor de titelbeschrijving

1993 Pierre Delsaerdt De Gulde Lampe in een nieuw licht. Ontwerp en test van een relationele databank voor de boekhistorische analyse van geannoteerde veilingcatalogi.

Universitaire Instelling Antwerpen, 1993. Eindverhandeling bijzonder licentiaat in de Informatie- en Bibliotheekwetenschap.

1991 Sylvie Hervieux Images à coder. Rapport over de ontsluiting van afbeeldingen in het UNIMARC format.

Afstudeerrapport Haagse Hogeschool, BDI, 1991.

1991 Yvonne Bellers 'Ik blijf lid zolang het gratis is! Geintje!' Middelbare scholieren over de kwaliteit van de dienstverlening in de openbare bibliotheek Enschede.

Afstudeeropdracht aan de BDI te Groningen, 1991.

1990 Kees van de Sande De lokale databank als voorziening van 'community information'. Een kritisch onderzoek naar enkele lokale/regionale databanken in Nederland.

Sint-Oedenrode, 1990. Eindverhandeling speciaal licentiaat in documentatie- en bibliotheekwetemschap, Universitaire Instelling Antwerpen

1990 Barbara van Hofslot, Hans Oude Engberink, Erna Slangen en Renee Winters 'Kunst lenen in de openbare bibliotheek. Nobele bedoelingen en nuchtere praktijkervaringen' In: Bibliotheek en Samenleving, 1990.

1990 Hugo Hoes Interim management in de bibliotheek. Een onderzoek naar de rol van buitenstaanders bij het veranderen van bibliotheken.

Amsterdam, 1990. Eindscriptie Amsterdam, BDI.

1989 Annemiek Ouwerkerk 'Standaard en structuur. De ontsluiting van museumdocumenten'.

In: Open, 1989.

1989 Ans Beers Informatiemakelaardij in Nederland.

Examenscriptie POBOB, Frederik Muller Academie, Amsterdam, 1989.

1989 Kris de Bauw Voorstellen voor een wettelijk depot bij de Vlaamse gemeenschap. Verslag van het voorbereidend studiewerk en discussietekst.

Antwerpen: Stichting Nationale Bibliotheek van de Vlaamse Gemeenschap, 1989.

1988 Hilda Foncke Managementinformatiesystemen in bibliotheken en documentatie-instellingen. Typologie, ontwikkeling, voorbeelden. Een literatuurrapport.

's-Gravenhage: Tiele-academie, 1987.

1988 Titia Davelaar De speld in de hooiberg, de metaaldetector, de magneet.

Doctoraal scriptie, 1987.

1988 Peggy Aarts Het nutskinderleeszaalwerk (1912-1940) in Amsterdam.

Scriptie Pedagogisch Seminarium van de Vrije Universiteit, 1987.

1987 Pierre Pesch 'De bibliotheek zonder bibliothecaris. Verval en expansie (1584-1634)', 'Confiscatie van kapittel- en kloosterbibliotheken (1581-1584)', 'Uitbouw tot academiebibliotheek en optreden van de eerste bibliothecaris (1634-1678)'.

In: Vier eeuwen Universiteitsbibliotheek Utrecht, dl. 1: De eerste drie eeuwen, 1986.

1987 P. van Etten Bedrijfsbibliotheken als profit center. Literatuurrapport.

Amsterdam: Frederik Muller Akademie, 1986.

1987 Jos Biemans Middelnederlandse bijbelhandschriften.

*Codices manuscripti sacrae scripturae Neerlandicae. Leiden, 1984.

1987 Katrien Pancras 'Voor alle kinderen. Jeugdbibliotheekwerk 1904-1984'

Den Haag: Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, 1986.

1986 Louise van Alenburg Manueel en online literatuuronderzoek. Een onderzoek naar de functionaliteit van online information retrieval.

Den Haag, 1985. Examenscriptie P.A. Tiele Academie.

1985 Okko Lems 'Niet apart, maar samen: bibliotheekwerk voor anderstaligen (in de praktijk)'.

In: Samen leven, samen lezen: de jeugdbibliotheek in een multiculturele samenleving, 1983. Plus 15 andere publicaties.

1985 C.J.P. van Laer 'Juridisch bibliotheek- en documentatiewezen. Classeren van juridica in de Rijksuniversiteit Limburg'.

In: De juridische bibliothecaris, 1984.

'UDC toegepast binnen LCC. De verenigbaarheid van twee universele classificaties'

In: Open, 1982.

1984 Leo Voogt De totstandkoming van de Alexandrijnse bibliotheek in cultuur-historisch perspectief.

Rapport, 1984.

1983 M. de Smedt 'G. Bouvaert. Een 18de-eeuws Zuidnederlands kloosterbibliothecaris en zijn bibliotheek'.

In: Handelingen Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en geschiedenis, 1982.

1981 H. Voorbij 'Het belang van cataloguing-in-publication'.

In: Open, 1980.

1981 T.H.H. Schwarz-Blokhuis en L. Voogt Nederlanse overheidspublikaties: een wegwijzer ten behoeve van buitenlandse onderzoekers.

Rapport, 1981.

1980 Afra Wamsteker-Meijer 'Bibliotheektheoretische aanzetten. De grammatica van de bibliotheek'.

In: Open, 1980.

1980 E.J. Groeskamp 'Openbare bibliotheken, privacy en persoonsregistratie'.

In: Bibliotheek en samenleving, 1978.

1978 John S. Mackenzie-Owen Format incompatibility and the exchange of bibliographic information. A comparative study

Paris: Unesco, 1976.

Projectsubsidies

2002 en 2000 Free fight for Information. Competitieve speurtocht op het internet.

Online Conferentie Nederland, Rotterdam

(NB: in 2000 gewonnen door Manja Koomen en Barrita Glas, beiden eerder in aanmerking gekomen voor de Victorine van Schaick Fonds aanmoedigingsprijs)

2000 't Geluck waeit niemand in den mond. Twintig jaar margedrukker De Ammoniet. Gerard Post van der Molen en Ronald Rijkse.

Amsterdam/Middelburg: Universiteitsbibliotheek Amsterdam/Zeeuwse Bibliotheek, 2000.

2000 50 jaar Documentaire Informatieverzorging. Paul Schneiders.

Den Haag: Stichting GO, 2000.

1994 Het decennium van de netwerken. Een programma van de Rijkshogeschool Groningen, sector Communicatie en Educatie, genaamd BDI-Interactief, in de vorm van een Studium Generale, 1994.