Viltig kruiskruid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Viltig kruiskruid
Viltig kruiskruid (Jacobaea erucifolia voorheen "Senecio erucifolius")
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Campanuliden
Orde:Asterales
Familie:Asteraceae (Composietenfamilie)
Onderfamilie:Asteroideae
Geslachtengroep:Senecioneae
Geslacht:Jacobaea
Soort
Jacobaea erucifolia
(L.) G. Gaertn., B. Mey. & Scherb. (1801)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Viltig kruiskruid op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Viltig kruiskruid (Jacobaea erucifolia, synoniem Senecio erucifolius) is een plantensoort uit de composietenfamilie. De soort komt van nature voor in de gematigde streken van Europa en is in Nieuw-Zeeland ingeburgerd. Viltig kruiskruid staat op de Nederlandse Rode Lijst van 2012 als algemeen voorkomend, maar matig afgenomen. Net zoals alle andere in Nederland voorkomende kruiskruiden bevatten alle delen van de plant giftige pyrrolizidine-alkaloïden.

De omwindselbladeren (schubachtige bladen die het bloemhoofdje omgeven) van viltig kruiskruid hebben meestal geen zwarte top zoals Jakobskruiskruid en de bladeren zijn wat anders van vorm (iets minder complex ingesneden) en hebben vaak een enigszins omgekrulde bladrand. Ze zijn diep 1 tot 2-voudig veerdelig met lijnvormige bladslippen. De plant maakt een bladrozet, is overjarig en heeft soms uitlopers. De rozetbladeren zijn gesteeld. De rechtopstaande, meestal groene stengels zijn in het jone stadium spinragachtig behaard.

Viltig kruiskruid bloeit van eind juli t/m september met gele bloemen, die in smalle, schermvormige pluimen zitten. Het 12-15 mm grote hoofdje heeft 12-15 lintbloemen. Het klokvormige omwindsel heeft een krans van 4-6 omwindselbladen.

Ze groeit graag op vochtige kalkhoudende grond, vooral op beplante dijken en slootkanten. Viltig kruiskruid verspreidt zich ook door wortelstokken met uitlopers waar weer jonge plantjes uit groeien. Ook verspreiden ze zich door zaad. De vrucht is een dicht behaard nootje met vuilwit vruchtpluis.

Ecologie[bewerken | brontekst bewerken]

Rupsen (ook die van de Jakobsvlinder) worden door tal van geleedpotigen geconsumeerd, bijvoorbeeld mieren. De Jakobsvlinder zet geen eitjes af in de buurt van nesten van bijvoorbeeld de rode bosmier tenzij kruiskruid schaars is geworden. Luizen daarentegen worden "bewaakt" door mieren, de mieren leven van de wat zoete ontlasting van de bladluizen. Bladluizen zoeken planten op met een laag alkaloïdegehalte, de in haar kielzog verschijnende mieren houden deze planten vrij van andere consumenten. Het gevolg is dat in jaren met veel kaalvraat door luizen alkaloïde-arme exemplaren van kruiskruid in het voordeel zijn (zebrarupsen doen meer schade dan luizen), maar in rupsarme jaren in het nadeel. Spreiding in het alkaloïdegehalte betekent dus ook risicospreiding voor de plant.

Ondersoorten[bewerken | brontekst bewerken]

  • Jacobaea erucifolia subsp. erucifolia
  • Jacobaea erucifolia subsp. argunensis
  • Jacobaea erucifolia subsp. erucifolia
  • Jacobaea erucifolia subsp. praealta
  • Jacobaea erucifolia subsp. tenuifolia

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]