Visteelt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tarbotkwekerij in Santa María de Lira, Carnota (Spanje)
Kooien
Paddlewheel voor de beluchting van een bassin met garnalen
Filmpje over forellenkwekerij in Gulpen, 1970

Visteelt is een vorm van aquacultuur, waarbij vissen commerciëel manier worden gekweekt voor consumptie. Door teruglopende visvangsten, veroorzaakt door overbevissing, wordt de visteelt een steeds belangrijkere tak in de visserij. Anderzijds is de visteelt zelf een oorzaak van overbevissing, doordat met name vleesetende vissen ten dele moeten worden gevoerd met visprodukten die uit wildvang afkomstig zijn.

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

In Derde Wereldlanden wordt visteelt gebruikt als een duurzame vorm van ontwikkeling voor bijvoorbeeld rijstboeren. Met name herbivore karperachtigen worden hier geteeld. In Europa richt de teelt zich juist meer op carnivoren. In Nederland worden bijvoorbeeld met name de zoetwatervissen paling en meerval gekweekt.

Teelt[bewerken | brontekst bewerken]

Extensief[bewerken | brontekst bewerken]

Bij extensieve teelt wordt gebruikgemaakt van grote vijvers en wordt het voedsel geleverd door de natuurlijke productie van het phytoplankton. Door bemesting en oxidatie van de bodem door drooglegging in de winter wordt deze productie gemaximaliseerd. Door optimale hoeveelheden vis uit te zetten blijft er voldoende zoöplankton en bodemfauna (benthos) beschikbaar. In feite wordt er een ecosysteem gecreëerd waarin zo veel mogelijk visgroei gerealiseerd kan worden.

Intensief[bewerken | brontekst bewerken]

Onder intensieve kweek worden (veelal afgesloten) systemen verstaan waar veel wordt bijgevoerd. Bijvoeren resulteert in watervervuiling, waardoor filtersystemen, beluchting of doorstroming nodig zijn om de waterkwaliteit goed te houden. Aangezien de groei van een vis lineair toeneemt met de zuurstofverzadiging is deze beluchting essentieel. Visteelt in kooien is een intensieve teelt waarbij de waterkwaliteit goed gehouden wordt door doorstroming van de kooi. Een nadeel van kooien is dat ziekteverwekkers, resten van geneesmiddelen en afvalstoffen in het milieu landen, eventueel ten nadele van wild levende dieren. Als kooien kapot gaan ontsnappen kweekdieren, daardoor kan een genetische en voedselconcurrentie met wild levende dieren ontstaan.

Tussen de extensieve en intensieve kweek in recirculatiesystemen bestaan veel overgangssystemen, vaak wordt er bijgevoederd en worden de vijvers belucht met zogenaamde "paddlewheels". In de recirculatiesystemen zijn filters geïnstalleerd om vaste bestanddelen (Suspended Solids) van mest te verwijderen en het omzetten van het giftige ammonium, dat door de vissen wordt afgescheiden, in het veel minder giftige nitraat (nitrificatie). Ook voor de werking van het laatstgenoemde (biologische) filter is een hoge zuurstofverzadiging noodzakelijk. Vaak wordt er dan ook belucht met pure zuurstof die onder druk aan het systeem wordt toegevoegd om 100% verzadiging te garanderen. Het is mogelijk ook het nitraat weer uit het water te verwijderen door denitrificatie, daarvoor moet in het systeem een zuurstofloos gedeelte worden gemaakt waar ook organische stof aanwezig is. In dit gedeelte kunnen bepaalde bacteriën nitraat gebruiken als oxydator bij de afbraak van de organische stof.

Gekweekte vissoorten[bewerken | brontekst bewerken]

Enkele vissoorten die in Europa gekweekt of verkocht worden voor voedselvoorziening zijn:[1]

Vissoort Kweekgebied(en) Kweekmethode(n)
Goudbrasem Middellandse Zee Zowel intensief als extensief
Heilbot Noord-Europa Open kooien in zee
Karper Centraal-Europa Vijvers, Recirculatiesysteem
Afrikaanse Meerval
(Clarias gariepinus)
Nederland Recirculatiesysteem
Claresse meerval
(Heterobranchus longfilis)
Nederland Recirculatiesysteem
Paling o.a. Nederland Opkweken van wilde glasaal in recirculatiesystemen
Regenboogforel Scandinavië, Frankrijk, Italië Doorstroom of gesloten systeem
Steur Frankrijk, Duitsland, België Gesloten systeem
Tarbot vooral Spanje Tanks met doorstromend zeewater
Tilapia Wereldwijd in de tropen Recirculatiesystemen in Nederland, open kooien en vijvers in veel tropische landen
Zalm Noorwegen, Schotland, Chili Open kooien in zee
Zeebaars Griekenland, Turkije, Israël Open kooien in zee, Recirculatiesystemen
Ongewervelde Kweekgebied(en) Kweekmethode(n)
Japanse oester
Platte oester
Frankrijk (Normandië, Bretagne, Vendée, Charente-Maritime,
Arcachon, Méditerranée), Nederland (Grevelingen, Oosterschelde),
België (Spuikom), Ierland (Galway)
Bodemkweek of hangcultuur
Kreeft Zeeland Gesloten systeem
Mossel Zeeland, Waddenzee, Noordzee Bodemkweek of hangcultuur
Chlamys farreri China Hangcultuur in zee

Statistieken[bewerken | brontekst bewerken]

Wereldwijd[bewerken | brontekst bewerken]

In 2018 bracht de visserij wereldwijd in totaal 178,5 miljoen ton vissen en schaaldieren aan land met een waarde van US$ 401 miljard.[2] Hiervan was de aandeel van de de visteelt 82,1 miljoen ton en van de visserij 96,4 miljoen ton.[2] De visteelt productie had een waarde van US$ 250 miljard of zo'n US$ 3 per kg.

De Volksrepubliek China was veruit de grootste met een productie van 47,6 miljoen ton, gevolgd door India met 7,1 miljoen ton. Met 1,4 miljoen ton was Noorwegen de grootste Europese producent, maar stond op de zevende plaats wereldwijd. De top 10 landen produceerden 72,8 miljoen ton of 88,7% van het wereldwijde totaal. De totale visteelt productie bestond uit 66% uit vis, 21% uit weekdieren en 11% uit kreeftachtigen.[2] Het aandeel van geteelde vis in de totale visproductie is gestegen van 25,7% in 2000 naar 46% in 2018.[2]

Van de 82 miljoen ton was het aandeel zoetwatervissen 50 miljoen ton en de rest van de vis werd geteeld in brak- of zeewater.[2] Vooral karpers worden in aanzienlijke aantallen geteeld. De karper eet voornamelijk waterplanten en insecten. Voor de kweek van roofvissen, zoals de Atlantische zalm, zijn aanzienlijke hoeveelheden visolie en vismeel nodig. In 2018 werd wereldwijd 22 miljoen ton vis niet voor menselijke consumptie gebruikt, maar dit werd hoofdzakelijk verwerkt tot visvoer. De FIFO (Fish-in-Fish-out) ratio geeft aan hoeveel kilo vis er nodig is voor één kilo kweekvis. Uit een berekening op basis van gegevens uit 2006 blijkt de FIFO-ratio uit te komen op 0,7, oftewel één kilogram kweekvis heeft 0,7 kilogram visvoer nodig.[3] Dit cijfer is waarschijnlijk iets te gunstig omdat het zogenaamde "trash fish" niet in de berekening is meegenomen.[3] Dit is vis die rechtstreeks (vers) aan kweekvis wordt gevoerd of op de kwekerij tot visvoer wordt verwerkt, bijvoorbeeld van kweekvis dat niet voor de verkoop geschikt is. De FAO schat deze hoeveelheid op zo'n 5 à 6 miljoen ton miljoen per jaar en wordt dit meegenomen in de berekening dan komt de FIFO uit op 0,9.[3] Bij de viskweek wordt slachtafval ingezet als vervanger voor vis als voer.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

De Nederlandse viskweek is zeer beperkt. In 1994 was de aanvoer 2400 ton en steeg in de jaren erna sterk om in 2007 een piek te bereiken van 9640 ton. Er volgde een terugval en in 2015 was het nog maar 5300 ton en het is daarna gestabiliseerd.[4] In 2020 waren er 25 kwekers actief, zij produceerden 5337 ton vis met een waarde van 30,4 miljoen euro. Paling was met 2035 ton de belangrijkste kweekvis met een aandeel van meer dan 50% in de totale waarde.[5] Voor ongeveer 90% van de palingconsumptie in Nederland wordt voorzien door kweekvis.

Organisaties[bewerken | brontekst bewerken]

Nederlandse vistelers zijn verenigd in de Nevevi, de Nederlandse Vereniging voor Vistelers. Deze vereniging treedt op als belangenvertegenwoordiger voor de vistelers en heeft als zodanig een gedragscode opgesteld om een veilige en verantwoorde manier van vistelen te garanderen. De Nevevi maakt deel uit van de overkoepelende Europese organisatie FEAP (Federation of European Aquaculture Producers).

Onderzoek[bewerken | brontekst bewerken]

De universiteit van Wageningen heeft sinds 1975 een leerstoel visteelt. Er wordt met name onderzoek gedaan naar technologische ontwikkelingen op dit vakgebied, toegespitst op de optimalisering van de productiemogelijkheden. Ook is er aandacht voor visstandsbeheer in natuurlijke ecosystemen.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]