Vlaamse muziekgeschiedenis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Muziekgeschiedenis van Vlaanderen
Roland Van Campenhout door de lens van persfotograaf Michiel Hendryckx.
Roland Van Campenhout door de lens van
persfotograaf Michiel Hendryckx.
Portaal  Portaalicoon   Muziek

De muziekgeschiedenis van Vlaanderen handelt over de verschillende muziekperiodes in Vlaanderen.

Algemeen[bewerken]

manuscript van een mis van Antoine Busnois.
Guillaume Dufay met orgel en Gilles Binchois met harp op een miniatuur uit 1440 (Bibliothèque nationale de France)
Peter Benoit geschilderd door Jan Van Beers in 1833.
Edgar Tinel in 1911.
Pierre De Geyter, componist van de "De Internationale"
Bobbejaan Schoepen omstreeks 1944.
Samantha in 1969 tijdens Een avondje teevee met André in 1969.
Ivan Heylen tijdens een optreden in de AVRO's TopPop in 1974
Patrick Nebel, zanger van 'Nacht und Nebel' in 1985.
2 Unlimited in 1994.
Philippe Herreweghe gefotografeerd door Michiel Hendryckx
Laïs tijdens een optreden in Amsterdam in 2001
Danny Mommens en Els Pynoo tijdens een optreden van Vive la Fête in de Paradiso te Amsterdam in 2001
Rocco Granata in 2003.
Koen Wauters, zanger van Clouseau tijdens een optreden in het Sportpaleis van Antwerpen in 2005.
Arno op Suikerrock in 2005.
K3 in Ahoy te Rotterdam in 2005
Miek en Roel in 2006.
An Pierlé tijdens Parkpop 2006.
Ozark Henry tijdens het Filmfestival in Utrecht in 2006.
Raymond van het Groenewoud in concert in 2006.
Toots Thielemans op 4 juni 2006.
Tom Barman van dEUS tijdens een concert op Eurockéennes in 2006.
Sarah Bettens van K's Choice tijdens een optreden tijdens het Utah Pride Festival in 2006.
Hadise tijdens een optreden in Antwerpen in 2006
Isabelle A en Luc De Vos op het 0110 concert in 2006 te Gent
2 Many DJs in 2007 op Rock en Seine
Optreden van Editors op Pukkelpop 2007
Bent Van Looy van Das Pop tijdens een optreden op het Booch Festival in 2007.
Zap Mama tijdens Bumbershoot 2007 in Seattle
Zanger Sam Valkenborgh van de Fixkes in 2007 gefotografeerd door Michiel Hendryckx.
Regi Penxten van Milk Inc. in het Sportpaleis te Antwerpen in 2008.
Netsky tijdens een optreden in 2008
Sandrine Van Handenhoven tijdens een optreden op Flikkendag 2008.
Eva De Roovere in de Arenberg te Antwerpen tijdens de tournee Mijn Huis
De mainstage van Tomorrowland te Boom in 2010.
Bart Kaëll tijdens de Sint-Pietersfeesten te Brugge in 2011.
Selah Sue tijdens Dour 2012
Guy Swinnen van The Scabs op het Casa Blanca Festival te Hemiksem 2012.
Guido Belcanto tijdens de opnames van het muziekprogramma Vlaanderen Muziekland in Blankenberge op 28 juli 2012
Joachim Badenhorst tijdens een optreden in Club W71 te Weikersheim
Stef Kamiel Carlens van Zita Swoon tijdens Festival du Bout du Monde 2012
Jan Leyers tijdens "Casa Blanca Festival 2012"
Ludo Mariman van The Kids op Groezrock 2013
Coely tijdens Paaspop 2014

De bestverkopende Vlaamse groep/artiest wereldwijd is 2 Unlimited met meer dan 20 miljoen stuks, gevolgd door Rocco Granata (17 miljoen), Technotronic (14 miljoen), Helmut Lotti (13,3 miljoen) en Vaya Con Dios (10,5 miljoen).

kvraagetaan (2007) van de Fixkes is het nummer dat het langst (16 weken) de nummer 1-positie innam van de Ultratop 50. Horizon (2015) van Tourist LeMC ft Spiritually Wally is het langst in die lijst verblijvende Vlaamse nummer. Wereldwijd is dit Pump up the Jam (1989) van Technotronic dat in bijna de hele wereld een nummer 1-hit werd, wat resulteerde in hét Vlaamse verkoopsucces van 3,5 miljoen verkochte exemplaren.[1]

Bekende nummers over Vlaanderen of haar inwoners zijn Les Flamandes (1959) van Jacques Brel, Vlaanderen m'n Land ('69) en 't Is Zo Goed in Vlaanderen ('77 - eerste vertolking door Marva in '74[2]) van Will Tura, Vlaanderen De Leeuw ('84) van Willy Sommers, Vlaanderen ('82) van Paul van Vliet, Vlaanderen Boven ('90) van Raymond Van Het Groenewoud & Zijn Vlaamse Mustafa's[3], Mijn Vlaanderland ('95) van Willem Vermandere en ten slotte Als Vlaanderen Feest (2007) van Wim Leys & Bart Herman.[4]

Overzicht per periode[bewerken]

Oudheid[bewerken]

De Germaanse en Keltische volkeren die de streek bewoonden maakten magische en bezwerende muziek, waar echter weinig van bekend is daar er nog geen muzieknotatie bestond. Vermoedelijk was muziek voornamelijk bedoeld [bron?] ter versterking van rituele handelingen en als medium om sagen en legenden over te leveren aan jongere generaties. Wel zijn er vondsten van diverse instrumenten - en afbeeldingen ervan - gevonden zoals fluiten, harpjes en diverse trommels. Ook de voorloper van de doedelzak - een instrument gemaakt uit een varkensblaas met houten of benen pijpjes, waarop verschillende tonen gespeeld konden worden - stamt uit deze periode. De muziek zou voornamelijk pentatonisch (zoals in Ierse volksmuziek), of diatonisch van aard zijn geweest. De annexatie van de regio door de Romeinen en de latere kerstening ten tijde van het Frankische Rijk beïnvloedde sterk het gebruik en toepassing van muziek.

Middeleeuwen[bewerken]

De 11e eeuw[bewerken]

Een van de oudste nog bewaarde en gedateerde muziekstukken in Vlaanderen is de Symphonia Harmoniae Caelestium Revelationum van Hildegard von Bingen. Deze vrouwelijke middeleeuwse componiste was toonaangevend in haar tijd en het muziekstuk wordt tot op heden geroemd als meesterwerk en betreft een geheel van Latijnse gezangen.[5]

De 13e eeuw[bewerken]

Uit de 13de eeuw dateert het oudste bewaarde voorbeeld van polyfonie in de Lage Landen. Het fragment werd aangetroffen in de schatkamer van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek van Tongeren en behoort tot een Evangeliarium. Belangwekkend hierbij is het feit dat het tevens het eerst bekende voorbeeld is van een polyfone afsluiting van een Lectio in Nativitate Domini (lezing tijdens de kerstnacht) even opmerkelijk is het feit dat het geschreven is volgens het toentertijd nieuwe muzieknotatiesysteem bedacht door Franco van Keulen.[6]

Uit de tweede helft van deze periode dateren eveneens enkele strofische gedichten en mengelgedichten van de middeleeuwse mystica Hadewijch, waarvan voornamelijk de eerst genoemden interessant zijn vanuit muzikaal oogpunt. Recent onderzoek van de Nederlander Louis Peter Grijp toont immers aan dat deze gedichten bedoeld waren als liederen. De strofische gedichten zouden geïnspireerd zijn op bestaande melodieën zoals onder andere de trouvèreliederen. Hierbij verving Hadewijch de hoofse thematiek door de God-mensrelatie. Een nieuw genre was geboren: de minnepoëzie.[7]

Nieuwe Tijd[bewerken]

De 15e eeuw[bewerken]

De Vlaamse muziek kende een summum omstreeks de 15e- en 16e eeuw met de Franco-Vlaamse School, een stijlrichting van polyfone vocale muziek.[8] Met zekerheid kan gezegd worden dat volgende componisten minstens een belangrijke periode van hun leven doorbrachten in wat tegenwoordig Vlaanderen genoemd wordt:

Antoine Busnois, polyfonist en dichter, is een van de beroemdste Vlaamse 15e-eeuwse Renaissancistische componisten van wereldlijke liederen. Vormelijk zijn het meestal rondelen, maar er zitten ook enkele bergerettes tussen; vele van deze composities werden populaire liederen en sommige waren vermoedelijk meerstemmige zettingen van verloren gegane eenstemmige volksliederen. Desondanks componeerde hij ook geestelijke muziek, bewaard gebleven zijn twee missen van het cantus-firmus-type en acht motetten. Ook schreef hij verschillende zettingen van het Maria-antifoon Regina coeli en gold hij, samen met Guillaume Dufay als de voornaamste vertegenwoordiger van de Bourgondische School.[9]

Deze laatstgenoemde Brabander schreef eveneens zowel geestelijke als wereldlijke werken, doch steeds vocalen. Voor zijn meer profane muziek hanteerde hij vormen als de rondeau, de virelai en de ballade. Hij gebruikte wellicht als eerste de term fauxbourdon en zijn werken markeren de overgang tussen de middeleeuwen en de renaissance. Zijn isoritmische motet Nuper rosarum flores is een saluut aan de oude vormen. Een bekend succentor (zangmeester) in diverse kathedralen in de Lage Landen en mogelijks de muzikale leermeester van Desiderius Erasmus was Jacob Obrecht. Tot zijn grootste bewonderaars behoorde de hertog van Ferrera Ercole I d'Este, die hem benoemde tot "maestro di cappella" in 1504, waarmee hij in de voetsporen van Josquin Desprez trad.[10] Voorts verdienen ook Hayne van Ghizeghem, Alexander Agricola, Johannes Ockeghem, Jacobus Barbireau, Johannes Ghiselin, en Heinrich Isaac vermelding.

Uit deze periode stamt eveneens het Brugs processionale, een perkamenten document in handschrift voorzien van miniaturen in Gent-Brugse stijl van de (vermoedelijk) hand van de begijn Agnete Carlier. Het manuscript vervult een bijzondere rol als indicator van de context waarin deze Middelnederlandse gezangen klonken.[11] Een tweede belangrijk muzikaal document is het beroemde perkamenten koorboek van Margaretha van Oostenrijk dat vervaardigd werd in het atelier van Petrus Alamire. Het handschrift bevat zeven missen van de Vlaamse polyfonisten Matthaeus Pipelare en Pierre de la Rue en wordt bewaard te Mechelen.[12]

De 16de eeuw[bewerken]

In de 16e eeuw werd de Mechelaar Philippus de Monte kapellmeister in opdracht van keizer Maximiliaan II en diens opvolger keizer Rudolf II. Hij is het best bekend voor zijn madrigalen, maar componeerde ook missen en motetten. Zijn bekendste werk Super flumina Babylonis wordt nog steeds regelmatig opgevoerd door orkesten en koren.

Het Antwerps Liedboek uit 1544 is een van de oudste opgeschreven verzamelingen van Nederlandse en Vlaamse wereldlijke muziek, zowel volksliederen als kunstliederen. Het belang van het liedboek is dan ook groot, ondanks de melodieën er niet bijgeschreven werden. Een ander belangrijk document uit deze periode is het handschrift Politieke balladen, refreinen, liederen en spotgedichten. Dit meer dan 200 pagina's tellende manuscript uit de tweede helft van de 16e eeuw dat zich in de Gentse Universiteitsbibliotheek bevindt, bevat tal van historieliederen en -gedichten geschreven door een Spaansgezind auteur. Ze hebben betrekking op het calvinistisch bestuur en verschillende ervan zijn ondertekend. Helaas bevat het document geen muzieknotaties, zeventien van de teksten zijn echter contrafacten (gebaseerd op bestaande liederen) en konden bijgevolg gereconstrueerd worden. Het manuscript geldt als tegenhanger van het bekende Geuzenliedboek.[13]

Eveneens tijdens de renaissance was er Tielman Susato, die verschillende bloemlezingen met werk van polyfonisten uit de Nederlanden als Josquin des Prez, Orlando di Lasso, Cypriano de Rore, Adriaan Willaert, Thomas Crecquillon en Pierre de Manchicourt publiceerde. Rond 1543 begon hij in Antwerpen met wat waarschijnlijk de eerste gespecialiseerde muziekdrukkerij in de Lage Landen was, waarna ook onder meer Christoffel Plantijn, Petrus Phalesius en Jan de Laet zich toelegden op het drukken van meerstemmige muziek. Vanaf dan telden de Nederlanden internationaal mee in de muziekdrukkunst.

De 17de eeuw[bewerken]

Gedurende de 17de eeuw werd Europa (en dus ook Vlaanderen), meer verdeeld door de grenzen tussen de standen dan die tussen de landen. Zo was er sprake van een "lage" volkscultuur, een burgerij-, een adellijke en een kerkelijke cultuur. Ondanks de sterke scheiding tussen de verschillende bevolkingsgroepen, vond er toch cultuuruitwisseling plaats. Zo trachtten de boeren en het plebs waar mogelijk de cultuur van de burgerij over (en dus ook hun muziek en dansen) te nemen, terwijl de burgerij zich mat met de adel. Hierdoor gebeurde het dat hoofse muziek en dans uit de renaissance ("hoge cultuur") in volgende eeuwen "afdaalden" naar het gewone volk en geïntegreerd werd in de "lage cultuur" van de 17de eeuw. Hierdoor trad er tevens een vervreemding op van het volk met de volksmuziek en -dans en werd deze geïdentificeerd met "onbeschaafdheid".

De 18de eeuw[bewerken]

Stadsbeiaardier van Leuven Matthias van den Gheyn werd door kroniekschrijvers uit zijn tijd vermeld als de beste orgelspeler uit de 18e eeuw. Dankzij een kopie uit 1862 bleven 15 beiaardwerken bewaard. Met name de 11 preludia behoren nog steeds tot het ijzeren repertoire van de beiaardliteratuur en hebben hem de bijnaam "Bach van de beiaard" opgeleverd.

Binnen datzelfde tijdsbestek was ook barokcomponist Joseph-Hector Fiocco actief te Brussel en Antwerpen waar hij een tijdlang verbonden aan eerst de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (1731-'37) en later de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele (vanaf '37). Tot zijn bekendste werken behoren Lamentations Du Jeudi Saint, Missa Solemnis en Pièces de Clavecin. Zijn twee suites voor het klavecimbel werden opgedragen aan de Hertog van Arenberg en bevatten combinaties van Franse en Italiaanse muziekstijlen, zoals adagio, allegro, andante en vivace.

Moderne Tijd[bewerken]

De 19e eeuw[bewerken]

In de 19e eeuw kende de Vlaamse muziek een tweede summum met de romantische componisten Edgar Tinel, Peter Benoit en August De Boeck. Eerstgenoemde bouwde een succesvolle carrière uit als concertpianist en componist van de opera's Godelieve, Katharina en werken voor orkest zoals het oratorium Franciscus. Opmerkelijk voor Edgar Tinel was dat zijn muziek via de uitgeversfirma Breitkopf und Härtel verspreid werd in het buitenland.[14]

In 1847 werd De Vlaamse Leeuw (sinds 1985 het officiële volkslied van de Vlaamse Gemeenschap) geschreven door Hippoliet Van Peene op muziek van Karel Miry. De toneelschrijver Van Peene liet zich hierbij inspireren door de gelijknamige roman van Hendrik Conscience enerzijds en door het populaire Duitse strijdlied Rheinlied (Sie sollen ihn nicht haben, den freien deutschen Rhein…) van Nikolaus Becker anderzijds. Daarnaast is ook de invloed van Jan van Boendales Leeuwenzang uit het literaire werk de Brabantse Yeesten onmiskenbaar. De componist Miry liet zich van zijn kant dan weer beïnvloeden door Robert Schumanns Sonntag am Rhein. Het lied is geschreven in een gepunteerd ritme en heeft daardoor een marskarakter (net zoals de Marseillaise of de Brabançonne) en draagt bijgevolg dus stijlmatig een Frans-Belgische erfenis mee. De samenwerking tussen beide creatievelingen beperkte zich niet tot deze ene compositie, maar was het product van een jarenlange samenwerking in de schoot van het Gentse amateurtoneelgezelschap Broedermin en Taelyver. Miry was een van de eerste Vlaamse componisten die opera's en libretto's schreef in het Nederlands.

In 1855 behaalde Peter Benoit in de Prix de Rome een eervolle vermelding, twee jaar later werd hij er laureaat met de cantate Le meurtre d'Abel. Tijdens zijn Parijse periode werd zijn pianocyclus Contes et Ballades (1861) uitgegeven, gespeeld en gunstig gerecenseerd. In deze periode schreef hij relatief intimistische muziek. Niet veel later werd hij benoemd tot dirigent van Jacques Offenbachs Les Bouffes Parisiens, een operettegezelschap waarmee hij onder andere optrad in Wenen, Brussel en Amsterdam. Ondertussen werd zijn cyclus Quadrilogie religieuse een succes in Brussel en werd hij genoemd als een van de meest beloftevolle Belgische componisten. Een reputatie die hij kon bevestigen met zijn concerto's voor piano (1864) en voor fluit (1865) en met zijn oratorium Lucifer (1866). Dit werk luidde de nauwe en langdurige samenwerking met de dichter Emanuel Hiel in.[15]

Lucifer werd overigens, net als het oratorium De Schelde (1869) een grote symboolwaarde aangezien Benoit van dat moment af definitief kiest voor de volkstaal als voertaal voor zijn composities.[15] Het nationalisme kwam steeds harder op de voorgrond in zijn muziek, hoewel hij in de jaren 1870 nog enkele zeer persoonlijke werken schreef, zoals Liefdedrama aan Zee (1872) en De Oorlog (1873). Benoit zag de muziek als "een der machtigste wapenen tot propaganda" in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Dit komt sterk tot uiting in de bijvoorbeeld de Rubenscantate (1877, op tekst van Julius De Geyter) Zijn liederen, koren en cantates in deze periode zijn vaak geconcipieerd voor uitvoering in open lucht en brachten hulde aan nationaal-historische figuren, waarvan de Van Rijswijckcantate of de Ledeganckcantate getuigen. Ook bezongen ze vaak de menselijke creativiteit die verantwoordelijk was volgens Benoit voor vrede, geluk en welzijn in het vaderland (voorbeelden hiervan zijn onder meer De Hymne aan de Schoonheid en De Hymne aan de Vooruitgang).[15]

In 1888 zette Pierre De Geyter de tekst van de Internationale op nieuwe muziek (aanvankelijk werd deze gezongen op de tonen van de Marseillaise), een jaar na de dood van tekstdichter Eugène Pottier. Beide hebben elkaar nooit ontmoet. De Internationale werd voor het eerst uitgevoerd op 8 juli 1888, op het jaarfeest van het syndicaat der krantenverkopers, te Rijsel. De 2de Internationale proclameerde het als officieel strijdlied in 1892 op voorstel van Vladimir Lenin en Rosa Luxemburg en van 1918 tot 1944 was het tevens het volkslied van de Sovjet-Unie. Ook de wereldberoemde Ludwig van Beethoven heeft Vlaamse roots, hij stamde immers af van een Mechelse familie.[16] Zelf werd hij echter in Duitsland geboren alwaar hij eveneens opgroeide. Tot zijn bekendste werken behoren zijn 9 symfonieën, waarvan de 3e, 5e, 6e en de 9e wel de bekendste zijn. De laatste heeft een finale waarin voorkomen 4 zangsolisten en koor voor de Ode an die Freude op tekst van Schiller. Andere bekende werken zijn de opera Fidelio en de Missa Solemnis.[17]

In 1877 werd de door Thomas Alva Edison uitgevonden fonograaf tijdens een tentoonstelling in het 'Panopcticum de Monsieur Castan' te Brussel tentoongesteld, een jaar na zijn uitvinding. Rond 1890 speelde altsaxofonist Jean Moeremans in het orkest John Philip Souza. Tevens was de eerste ter wereld om opnames van saxofoonsolo's te maken op grammofoonplaat voor de Victor Talking Machine Company.[18] Omstreeks 1900 ontstond er als gevolg van de koloniale periode in de Belgische geschiedenis belangstelling voor de vrolijke 'negermuziek' en hun blanke imitators. Ook vele nieuwe dansen waaiden over en verdrongen de polka's, polonaises en andere dansen. Vooral in het Antwerpse en Brusselse uitgaansleven had deze aanvankelijk als parodie bedoelde gesyncopeerde muziek veel succes omwille van de sfeer en dansbaarheid.

Tenor Ernest Van Dijck, bekend omwille van zijn Wagneriaans repertoire en trad op in tal van trad grote operahuizen in de wereld. Zo trad hij onder meer op in de Covent Garden, Opéra de Paris en de Metropoliton Opera van New York. Voorts nam hij onder andere de rollen van Tristan, Tannhäuser, Siegfried, Werther, Des Grieux en Faust voor zijn rekening.[19]. Een bekende sopraan uit deze periode was Marie Sasse.

De 20e eeuw[bewerken]

1900 - 1909[bewerken]

Omstreeks 1900 ontstond er als gevolg van de koloniale periode in Vlaanderen (en algemener in heel België) een ruime belangstelling voor de vrolijke 'negermuziek' en hun blanke imitators. Ook vele nieuwe dansen waaiden over en verdrongen de polka's, polonaises en andere dansen. Vooral in het Antwerpse en Brusselse uitgaansleven had deze (aanvankelijk als parodie bedoelde) gesyncopeerde muziek veel succes vanwege de sfeer en dansbaarheid. Terwijl in Amerika de termen rag en ragtime populair waren, sprak men in België over 'intermezzo'. Ragtime werd als bonte mengeling van stijlen een rechtstreekse voorloper van de jazz. Van heel wat Belgische componisten bestaan ragtime-partituren uit die periode, maar er zijn geen opnames van bewaard gebleven.

Een van de bekendere muzikale Vlamingen uit het begin van de 20e eeuw was Edward Keurvels, een leerling van Peter Benoit. Hij was orkestmeester bij de Nederlandse Schouwburg, dirigent en (mede-) stichter van de voorloper van de Vlaamse Opera, het Vlaams Lyrische Toneel. Tot zijn bekendste werken behoren het door Richard Wagner beïnvloede lyrisch drama Parisina en de cantate De Dietsche tale. Onder het pseudoniem E. Duward vertaalde hij libretto's van Duitse opera's.[20] In het begin van de 20e eeuw componeerde ook diens leerling Flor Alpaerts zijn eerste werken in een impressionistisch idioom. Een bekender werk uit deze periode was Cyrus (1905), geïnspireerd op werk van Louis Couperus. Hij gold als een vermaard muziekpedagoog en een verdienstelijk dirigent, die plichtbewust de Benoit-traditie voort heeft gezet. Hij was zijn carrière begonnen in 1891 als violist van het huisorkest van het Vlaams Lyrisch Toneel dat toentertijd gedirigeerd werd door voorgenoemde Edward Keurvels.[21]

1910 - 1919[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog was in Brussel het eerste volledig zwarte orkest, The Mitchell's Jazz Kings, te horen. Ze werden al snel het vaste orkest van de Alhambra.

1920 - 1929[bewerken]

In de jaren 20 was in Antwerpen onder andere de Mohak's Jazz Band actief en daarnaast wierpen vele andere groepen zich op de nieuwe muziek, vooral in Brussel en in Antwerpen. Ze modelleerden zich vooral op de Amerikaanse Chicago- of dixielandstijl, met collectieve improvisatie als kenmerk. Tientallen orkesten brachten zo de roaring twenties naar Vlaanderen. Ook de eerste Europese jazzplaat (1927) was gedeeltelijk Vlaams, hoewel ze in Londen opgenomen werd, waren zowel de producer Félix Faecq alsook de uitvoerders Charles Remue en The New Stompers afkomstig uit Brussel. Felix Faecq zorgde daarvoor reeds voor dat de verspreiding van de eerste jazzplaten (van het label Gennett via Chicago over Londen) Vlaanderen (en dus België) binnenkwamen.

Ten slotte was hij eveneens degene die vermoedelijk als eerste (wereldwijd) een muziektijdschrift uitgaf dat ernstig over jazz sprak. Dit tijdschrift, Musique Magazine, gaf hij samen met zijn schoolvriend Paul Mayaert uit vanaf 1924. Het werd later omgedoopt tot "Music" en nog later tot "Actualité Musicale". Na een bezoek aan New Orleans schreef de Brusselaar Robert Goffin hierin de eerste artikelenreeks ter wereld over jazz: "Au frontière du Jazz", dat hij later zou uitwerken tot een gelijknamig boek. Het betekende een doorbraak voor de bekendmaking van de jazz in Vlaanderen, want in het enige andere bestaande tijdschrift "La Revue Musicale Belge" van Marcel Poot en Paul Gilson werd niet over jazz gesproken maar vooral over fanfaremuziek.

De populariteit van de jazz bereikte een hoogtepunt toen Josephine Baker met haar Revue Nègre het Koninklijk Circus aandeed. In datzelfde Koninklijke circus zou in 1931 overigens een danswedstrijd georganiseerd worden in de trend van They Shoot Horses. Een jaar eerder (1930) richtte het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR), haar eigen jazzorkest op, dat geleid werd door Stan Brenders van The New Stompers.

1930 - 1939[bewerken]

In het prille begin van de jaren 30 bracht Jef Maes op 23-jarige leeftijd zijn eerste compositie uit, het betrof een romantische meditatie voor viool en piano. In de daaropvolgende jaren bracht hij verschillende stukken uit voor orkest en muziektheater waaronder zijn bekende Arabeske en scherzo voor fluit en orkest (1935) en schrijft hij de muziek voor het muziektheaterstuk Het raadsel (1938).

Een jaar eerder werd door Eugène Ysaÿe een wedstrijd uitgeschreven voor klassieke viool, een jaar later werd deze ook voor piano ingericht. Deze muzikale competitie zou na de Tweede Wereldoorlog uitgroeien tot de Koningin Elisabethwedstrijd en bouwde doorheen de jaren een sterke internationale reputatie uit in de wereld van de klassieke muziek[22]. De eerste winnaar van de wedstrijd voor viool was David Oistrakh ('37) en voor piano was dit Emil Guilels ('38)[23]. In 1936 waren liefst drie grote bigbands actief: de bands van saxofonist Fud Candrix, Stan Brenders en van Jean Omer behoorden op dat ogenblik tot de top van Europa.[24] Een opmerkelijk jazzsolist uit deze swingperiode was Jean Robert, wiens improvisatievermogen en geluid op de tenorsaxofoon met dat van Coleman Hawkins werd vergeleken.

In 1939 vond de zogenaamde 'band battle' plaats, een uitwisselingsconcert met de bekende Nederlandse band The Ramblers en het orkest van Stan Brenders, waarbij The Ramblers op het NIR in Brussel kwamen spelen en Brenders bij de VARA in Hilversum. Brenders, die stevige swingnummers speelde, won de 'battle' op een overtuigende manier. Brenders zou heel wat opnames realiseren voor de radio en kreeg ook de kans om samen met Django Reinhardt een opname te maken. Hij verwierf ook als componist faam, met nummers zoals So Many People en I envy met Nat King Cole. Ook het "Symfonisch Jazz Orkest van België" - met een bezetting van 40 muzikanten - werd door hem opgericht. Een derde naam die in deze groep thuishoort is de klassiek opgeleide Frank Engelen die behalve een uitstekend gitarist ook een gewaardeerd componist en arrangeur was. Enkele van zijn bekendste composities zijn Badinage, Bagatelle, La Piste, Avondschemering en Studio 24.

Eveneens in de jaren 30 richtte de naar New York geëmigreerde Antwerpse Frédérique Mayer (beter bekend onder de achternaam van haar echtgenoot Peter Petrides wiens familienaam ze overnam na hun huwelijk) het Orchestrette Classique op, een orkest met een exclusief vrouwelijke bezetting. Het Orchestrette gaf een vijftal concenten per jaar in de Carnegie Chamber Music Hall te New York, waarbij er veelal gekozen werd voor minder bekende werken van gevestigde componisten of werk van jonge (Amerikaanse) componisten. Een van hen - Paul Creston - was haar hiervoor zo dankbaar dat hij haar later een stuk in première gaf. Het Orchestrette bleef bestaan tot 1942 toen veel mannelijke muzikanten van de grote symfonische orkesten werden opgeroepen voor het leger om te gaan strijden in de Tweede Wereldoorlog. Mayer was daarnaast de drijvende kracht achter de nieuwsbrief 'Woman in Music' , dat tot in de grootste kranten geciteerd (o.a. New York Times) werd als voornaamste bron over vrouwelijke dirigenten, componisten, muzikanten en door vrouwen geleide orkesten. In 1991 werden deze nieuwsbrieven gebundeld in het boek Evening the score: Woman in Music and the Legacy of Frédérique Petrides.[25]

1940 - 1949[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was jazzmuziek door de bezettende Duitsers verboden.[26] Clandestien bloeide deze muziek echter meer dan ooit en er was zelfs sprake van een stijgend aantal orkesten tijdens de oorlogsjaren.[27] De belangrijkste bigbands zoals Robert de Kers and his Cabaret Kings concerteerden regelmatig in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten en in de zaal van de Antwerpse Dierentuin.

In het spoor van de bevrijding kwam er een nieuwe generatie artiesten op die met veel naoorlogse optimisme de Amerikaanse muziek naar Europa overbracht. Een van de belangrijkste muziekuitgevers in die tijd is de Brusselaar Jacques Kluger, die een groot aantal van de succesvolle artiesten uit de jaren 40 en 50 zal contracteren bij Decca Records en World Music. De eerste populaire Vlaamse deuntjes die onder de term "popmuziek" gerangschikt kunnen worden kwamen van volkszangers zoals Bobbejaan Schoepen. Kluger vroeg hem de Amerikaanse en Canadese troepen te vermaken tijdens de Processen van Neurenberg, in Frankfurt am Main en in het nog in puin liggende Berlijn. Toen een verheugde Kluger plots een vleiend telegram van Majoor Mearker kreeg, werd Schoepen geëngageerd voor een lange tournee door Duitsland. De eerste opnames volgen en de De Jodelende Fluiter werd in 1948 Schoepens eerste hit. Dankzij hem waaide in de jaren veertig de countrymuziek over naar de lage landen. Jef Maes componeerde in deze periode zijn eerste opera, Marise genaamd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog trad La Esterella noodgedwongen in Duitsland op waar ze "die Kanone" werd genoemd. Na de oorlog brak ze door in Europa en trad ze van 1948 tot 1954 gedurende zes maanden per jaar op in schouwburgen van Britse badplaatsen. In 1948 trad La Esterella reeds op in de televisiestudio van de BBC en was aldus de eerste Vlaamse zangeres op tv. Ze brak in datzelfde jaar ook door in andere Europese landen, waaronder Frankrijk, Noorwegen en Tsjechoslowakije, waar ze telkens ook een liedje in de plaatselijke taal zong. Na de oorlog zou Stan Brenders vervolgd worden wegens vermeende culturele collaboratie met de Duitsers, onder meer omdat het Duitse label Telefunken in Brussel opnames had gemaakt van zijn orkest, en vervolgens had uitgebracht in Duitsland. Het toont wel aan dat "Swing tanzen verboten" tijdens de bezetting niet zo streng werd toegepast.[28]

Tenorsaxofonist Jack Sels groeide op in Antwerpen en werd een van de bekendste en invloedrijkste Belgische naoorlogse jazzmusici. Toen in 1948 Dizzy Gillespies Big Band naar Antwerpen kwam, besloot Jack Sels om zijn eigen bigband op te richten, waarvoor hij ook zelf de muziek componeerde. Hij maakte niet veel opnames, maar speelde met internationale grootheden zoals Dizzy Gillespie, Lou Bennett, Kenny Clarke en Lester Young.

1950 - 1959[bewerken]

Met nostalgische liedjes als de evergreen De lichtjes van de Schelde (1952) behoorde Schoepen al gauw tot de populairste artiesten van Vlaanderen. De internationale roem wenkte echter en hij zou als eerste Vlaamse zanger internationaal doorbreken. Zo toerde Schoepen maar liefst door 20 landen, waaronder een tournee voor de Nederlandse strijdkrachten in Indonesië van 127 shows op drie maanden tijd. In 1956 scoorde televisiefiguur Willy Lustenhouwer een bescheiden hit met Zet Je Vanachter ('56). In datzelfde jaar richtte de BRT haar eigen amusementsorkest op, dat onder leiding stond van Francis Bay en onder meer Freddy Sunder omvatte. Zowel Bay als Sunder brachten ook eigen opnames uit. Bay begeleidde jarenlang de Belgische inzending voor het Songfestival. Omstreeks dezelfde periode brak Bob Davidse door via het Antwerpse variété-circuit. Bob Davidse, beter bekend onder zijn artiestennaam Nonkel Bob, zijn bekendste lied is Vrolijke Vrienden uit 1958. Ook de destijds populaire tv-presentator Tony Corsari, slaagde erin te scoren met zijn liedje Waarom Zijn de Bananen Krom? ('59)

In 1953 kreeg La Esterella een platencontract bij Philips Records en begon ze op aangeven van de platenfirma in het Nederlands te zingen. Datzelfde jaar nog zou ze het liedje Oh Lieve Vrouwe Toren uitbrengen dat onmiddellijk een hit werd. Tot 1959 scoorde ze aan één stuk door hits, in dat jaar werd haar echtgenoot ernstig ziek en besloot ze haar zangcarrière op een laag pitje te zetten. Toen haar echtgenoot in 1962 overleed, stopte ze helemaal met zingen. Een andere bekende namen uit deze periode was Jo Leemans die hits scoorde met een Nederlands vertaling van de Doris Day-hit Que Sera, Sera ('56), Heel Mijn Hart ('57), Marjoleintje ('60). Will Ferdy van zijn kant scoorde in deze periode met Ziede gij me gere ('50), Het Regent in de Straten ('54) en Het Schrijverke ('60) naar een gedicht van Guido Gezelle uit 1893. In 1959 nam Bob Benny deel aan het Eurovisiesongfestival te Cannes. Daar werd hij gedeeld zesde met zijn liedje Hou Toch van Mij. Tot op heden is de hoogst behaalde positie voor een Vlaamse inzending bij het Eurovisiesongfestival.

Ook Jean Walter schreef Vlaamse muziekgeschiedenis. Zo won hij in 1957 De Grote Prijs van het Nederlands Gezongen Lied te Antwerpen met het lied Twee Blauwe Kinderogen van Hans Flower. Over heel Europa volgden optredens met vermaarde orkesten van Helmut Zacharias en Kurt Edelhagen en stond hij met de allergrootsten uit de showbizzwereld op het podium zoals onder anderen Charles Aznavour, Gilbert Bécaud, Édith Piaf, Juliette Gréco en Bobbejaan Schoepen. Zijn bekendste nummer was Tulpen uit Amsterdam ('56). Ook charmezanger Ray Franky scoorde tezamen met de Nederlandse Jetty Gitari een hit in 1954 met Oh Heideroosje. Een Nederlandse vertaling van Oh Heideröslein van de Duitse componist Gerhard Winkler.

In de internationale jazzwereld werd Vlaanderen (België) vertegenwoordigd door Toots Thielemans. Op het eind van de jaren 40 speelde hij al gitaar bij vermaarde internationale artiesten, en in 1952 emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Daar brak hij door met zijn mondharmonica en scoorde begin jaren 60 een hit met zijn Bluesette. Hij bleef er vele decennia lang positief onthaald worden en met veel internationale artiesten samenwerken. Thielemans zou later uitgroeien tot een van de grootste Belgische muzikanten ooit. Op het einde van het decennium doken ook de eerste rock-'n-rollbands op. Zo scoorde het Brusselse collectief The Cousins met Kili Watch ('60) een monsterhit en mocht de groep gaan optreden in Argentinië en in de studio's van de Franse en Deense televisie.[29] De Antwerpse saxofonist Jack Sels vormde het All Stars Bop Orchestra, geïnspireerd op de Afro-Cubaanse bigbands van Dizzy Gillespie en Stan Kenton. Later zou hij de Jack Sels Chamber Music band oprichten.

1960 - 1969[bewerken]

Zonder het zelf helemaal te beseffen had Rocco Granata in 1959 een wereldhit vast met Marina dat wereldwijd 5 miljoen keer verkocht werd. Er werd in 1960 ook een Marina-film opgenomen. De film was voor Granata het begin van een hele reeks hits in Duitsland zoals onder andere Tango d'Amore ('63), Buona Notte Bambino ('63) en Du Schwarzer Zigeuner ('64). Daarnaast verwierf hij roem als componist en acteur. Zo speelde hij mee in maar liefst acht films en werden zijn composities gebruikt door wereldsterren als Dean Martin, The Four Aces, Marino Marini en Falco.[30]

Sinds 1961 werd er systematisch een hitparade bijgehouden, de eerste Vlaamse groep die hierin opdook was het Antwerpse collectief The Jokers met Cecilia Rock. Het nummer verbleef 8 weken in de hitparade en bereikte als hoogste notering een veertiende plaats.[29] Ook wist de groep te scoren in het buitenland, zo brachten ze een kerstalbum uit in Japan ('65)[31] en zijn ze succesvol in Duitsland en Spanje[32]. Tijdens hun ganse carrière verkochten ze in het totaal 850.000 lp's.[29]

Omstreeks diezelfde periode won ook de keizer van het Vlaamse lied, Will Tura, aan populariteit. Hij had reeds in 1957 een platencontract getekend met de grootste Belgische uitgever van dat ogenblik, Jacques Kluger. Zijn eerste singles waren vertalingen van Amerikaanse successen zoals Bye Bye Love, maar Kluger stimuleerde hem om eigen liedjes te componeren. In 1962 scoorde hij zijn eerste hit met Eenzaam Zonder Jou. De single ging 60.000 keer over de toonbank. Dertig jaar later verkoos een opiniepeiling in een Vlaamse krant dit lied als grootste Vlaamse hit aller tijden[33]. De enige die Will Tura in populariteit moest laten voorgaan was Jimmy Frey, die in 1963 debuteerde met de Franstalige single Soufflé. Hij kreeg de bijnaam "Vlaamse Playboy en scoorde hits met Zo Mooi, Zo Blond en Zo Alleen ('68) en Rozen voor Sandra ('70). In 1963 scoorde Bob Benny zijn grootste hit met Waar en Wanneer, een Nederlandstalige bewerking van Als Flotter Geist, gecomponeerd door Johann Strauß. Het nummer bereikte de derde plaats in de Vlaamse hitparade en zelfs in Nederland werd het een klein hitje. Het leverde hem een gouden plaat op.

In 1967 brachten De Elegasten hun eerste lp The Campground Singers, wat tevens hun toenmalige bandnaam was, uit. Pas toen ze een jaar later een platencontract tekende bij Cardinal Records van Rocco Granata veranderden ze hun naam in De Elegasten, een verwijzing naar het voor-hoofs ridderverhaal Karel ende Elegast. In 1971 brachten ze de lp Kathmandou uit, een opus van 45 minuten met een psychedelische klank. Hun bekendste liedjes zijn Annabel Lee ('66), Wat Heb Je Vandaag Op School Geleerd ('69) en Veronikja ('72). Een andere bijzonderheid vormt de groep rond de Rhodesiërs Brian en Gene Latter die vanuit België opereerden en een aantal hits scoorden. The Shake Spears, zoals ze zichzelf noemde, scoorde twee relatieve hits met Shake It Over ('64) en Summertime ('66). Omstreeks 1968 splitte de band en ging Brian Latter solo verder, hij had een hit met Poinciana dat doorstootte tot een 5de plaats in de Belgische top 30.[34]

The Pebbles stonden in 1965 dicht bij een internationale doorbraak toen ze in contact kwamen met producer Norman Petty (hij deed productiewerk voor Buddy Holly). In 1968 bracht de groep de single Get Around uit die frequent door Radio Veronica werd gedraaid en hun eerste hit werd. De daaropvolgende single Seven Horses in the Sky wordt door velen als de beste Belgische popsong ooit beschouwd.[35][36] en bereikte een vijfde plaats in de top 30 waarin het nummer elf weken verbleef.[29] Daarnaast kreeg de groep een felicitatietelegram van George Harrison[37] voor hun single Incredible George ('69) en werd Mackintosh ('70) een hit in Spanje.[29] Omstreeks deze periode brak ook de Antwerpse groep Roland et les Bémols door, die zich een gedegen reputatie opbouwde als dans- en party- gelegenheidsorkest.

Een ander Vlaams icoon uit deze tijd was Ferre Grignard, die faam verwierf met nummers als Ring, Ring, I've Got To Sing, My Crucified Jesus (beide '66) en Captain Disaster ('69). Miel Cools slaagde er dan weer in het publiek te vertederen met Nederlandstalige liedjes als Boer Bavo ('65) en De Soldaat ('65) en gaf daarmee een aanzet tot het ontstaan van de kleinkunst. In navolging van de zomer van liefde doken er ook protestsongs op in de Vlaamse muziek. Aanvoerders van het genre waren Miek en Roel die tussen 1968 en '70 op het toppunt van hun populariteit waren. Ze scoorden met de liedjes Bert en Bertje (de titelsong van het gelijknamig televisiefeuilleton, '68), Wie Wil Horen ('67) en winst op het Humorfestival van Heist. Daarnaast speelden ze het voorprogramma van Donovan in het Antwerpse Sportpaleis ('69) en ontvingen ze in 1970 een gouden plaat voor hun 50.000 verkochte lp's.[38]

Andere bekende groepen uit deze periode waren het Vlaams-Portugese project Jess & James met hits als Move ('67) en Something For Nothing ('68)[39], New Inspiration dat scoorde met liedjes als You Made A Fool Of Me ('67), Mr Moody ('68) en Rainbow I Love You ('71) en ten slotte de Wallace Collection die hits had met Daydream (12 weken in de hitparade en een eerste Vlaamse eerste positie in de top 30) en in mindere mate met Love ('69) en Serenade ('70).[29]. The Pick-Nicks zijn dan weer het bekendst van hun slow I Am Alone ('64), ondanks het feit dat ze voornamelijk rock-'n-roll speelden.

Daarnaast kwam het in de jaren 60 onder invloed van René Jacobs en Sigiswald Kuijken (en diens broers Wieland en Barthold) tot een heropleving van de oude muziek, waarbij het accent aanvankelijk op de barokperiode lag. Toch liet ook een heropleving van de polyfonie niet lang op zich wachten. Leidende figuren hierin waren Paul Van Nevel, die in 1971 zijn Huelgas Ensemble oprichtte en Philippe Herreweghe met zijn koor Collegium Vocale Gent.[40] Pianist, accordeonist, kerkorganist, klokkenspeler en componist Fred Van Hove pionierde op het gebied van Europese free jazz. Hij staat bekend om zijn werk in de jaren 60 en 70 met de Duitse saxofonist Peter Brötzmann en de Nederlandse drummer Han Bennink. Hiernaast heeft hij gespeeld in verschillende duo's en heeft ook bekendheid verworven als soloartiest. Ondertussen was Toots Thielemans aan het toeren en platen aan het het opnemen in de VS, met Quincy Jones, Paul Simon, Bill Evans en anderen. In Vlaanderen toerde Etienne Verschueren rond met zijn sextet.

1970 - 1979[bewerken]

Omstreeks 1970 werd kleinkunst erg populair. Het was een genre waarbij de teksten centraal stonden en de muziek veelal akoestisch gebracht werd. De eerste hit in het genre was voor Tim Visterin met De Vogel ('70) dat een tweede plaats bereikt in de top 30. Iconen in het genre waren Vuile Mong en zijn Vieze Gasten met Het Apekot ('74), Ivan Heylen met De Werkmens ('72) en De Wilde Boerndochtere ('74), Johan Verminnen met Ieder met Zijn Vlag ('70), Laat Me Nu Toch Niet Alleen ('73), Brussel en In de Rue des Bouchers ('79) en ten slotte Kris De Bruyne die ontdekt werd door Wannes van de Velde tijdens een skiffle-festival te Hove waar hij een bluesversie bracht van Klein, Klein Kleuterke. Hij werd bekend met zijn groep Lamp, Lazarus & Kris en klassiekers als De Peulschil, De Onverbiddelijke Zoener (beide '71) en Amsterdam (solo, '75).[29]. Andere voortrekkers van het genre waren onder anderen Jan De Wilde met liedjes als Joke ('70) en Een Vrolijk Lentelied ('72), Zjef Vanuytsel met De Zotte Morgen ('70), Wannes Van de Velde met Ik Wil deze Nacht in de Straten Verdwalen ('73) , Willem Vermandere met Blanche en Zijn Peird ('71) en Klein Ventje van Elverdinge ('76) en ten slotte Wim De Craene met onder andere de liedjes Tim, Rozane (beide '75) en Mensen van 18 (duet met Della Bosiers '77).

De coryfeeën van de Vlaamse muziek uit deze periode waren Louis Neefs en Ann Christy. Zij werd bekend met nummers als Dag Vreemde Man ('71), Gelukkig Zijn (waarmee ze in '75 deelnam aan Eurosong) en De Roos (cover van Bette Midler, '80). Na haar tournee met Erik Van Neygen werd ze ernstig ziek en stierf op 7 augustus 1984 aan baarmoederhalskanker. Louis Neefs kwam dramatisch om het leven tijdens een autoaccident op kerstdag 1980 te Lier. De eerste hit kwam er in 1960 (het jaar dat Neefs huwde): Ein Kleines Kompliment. Deze single betekende de doorbraak in zijn carrière met vele singles en langspeelplaten. Hij vertegenwoordigde België tweemaal op het Eurovisiesongfestival, in 1967 te Wenen met Oh oh Ik Heb Zorgen en in 1969 te Madrid met Jennifer Jennings. Andere bekende hits waren: Mijn Dorpje in de Kempen ('60), Laat Ons een Bloem ('70), Benjamin ('71), Margrietje ('72) en Martine ('79). Daarnaast was hij presentator van Tienerklanken op de BRT.

Populair In het humoristische genre waren De Strangers en in het populaire genre brak Willy Sommers door met Zeven Anjers, Zeven Rozen (1971). Hij verkocht meer dan 100.000 plaatjes in Vlaanderen en stond negentien weken op nummer één in de hitparade. Ook de Spaanse, Duitse en Franse hitlijsten moesten eraan geloven want Sieben Küsse, Sieben Rosen en Siete Rosas, Siete Besos werden eveneens grote hits. De Strangers van hun kant hadden een hit met Schele Vanderlinden (op de melodie van Dalida's Gigi L'Amoroso in 1974. Twee jaar later parodieerden ze Paloma Blanca door de George Baker Selection als Oh Mijnen Blauwe Geschelpte, een lied over de duivenmelkerij en in 1979 hadden ze hun grootste hit met Bij de Rijkswacht, op de melodie van In the Navy van The Village People. Andere bekende vertegenwoordigers waren Nicole & Hugo met Goeiemorgen, Morgen en Baby, Baby ('73) en Micha Marah, van onder andere Tamboerke (69) en Hasta Mañana ('74). Een van de bekendste nummers uit het genre was ongetwijfeld Eviva España geschreven door Leo Caerts en Leo Rozenstraten en voor het eerst vertolkt door Samantha in 1971. Het nummer werd meer dan 400 maal gecoverd (onder anderen door Imca Marina, Sylvia Vrethammar, James Last en Bob Benny), wat maakte dat er meer dan 40 miljoen versies van werden verkocht. Samantha verkocht er ongeveer 450.000 exemplaren van.

Op een bescheiden internationaal succes kon het op-en-top Belgische bossa-nova-trio Two Man Sound, van de Vlaming[41] Sylvain Vanholme (voormalig Wallace Collection- en The Seabirdslid) en de Walen Lou Deprijck en Yves Lacomblez, zich beroepen. Ze scoorden hun grootste hit met Charlie Brown ('75), maar ook het liedje Copacabana ('72) kon op bijval rekenen.[29]. Daarnaast prijkten It Must Be a Dream ('74)[42] van Ignace en América ('73), Sing, Sing en Angela (beide '74) van Lester & Denwood met wisselend succes in de hitparade.[29][43]. Zo stootte laatstgenoemde duo (eenmalig) door in de Billboard Hot 100 met als hoogste ranking een 35e plaats. In 1978 was het liedje van Lester & Denwood echter uitgezongen en ging ieders zijn eigen weg. Zo ging Koekelarenaar Charles Dumolin samenwerken met Marvin Gaye en schreven ze samen de wereldhit Sexual Healing ('82)[44], waarvan de videoclip overigens werd opgenomen in het Casino-Kursaal van Oostende en Gaye in 1982 een Grammy Award voor in ontvangst mocht nemen. Daarnaast schreef Dumolin ook enkele succesnummers voor de Brusselaar Art Sullivan en was hij actief in Demsey & Dover.[44] Kortstondig succes was er ook voor Mad Curry met hun single Antwerp.

In 1974 zag het muziekfestival Rock Werchter van Herman Schueremans en Hedwig De Meyer[45] het levenslicht. De eerste editie bracht een duizendtal muziekliefhebbers op de been[46] en de acts in dat eerste jaar waren de Leuvenaar Big Bill en de Nederlandse bands Bintangs, Kayak en Overload.[47] Een jaar later werd het festival ook in Torhout georganiseerd, met de steun van Noel Steen uit Koekelare[45].

Een andere artiest die rond deze periode doorbrak was Raymond van het Groenewoud met zijn album Nooit Meer Drinken (1977), met daarop zijn eerste hit Meisjes. De hit leverde hem een optredens op het podium van Torhout-Werchter in 1978 en 1979 en NEKKA in 1978 op. In 1980 brak hij ook in Nederland door met een optreden op het Pinkpopfestival en de hit Je veux de l'amour.

Ook de Laarnese Emly Starr kende enig succes met bescheiden hits als No No Sheriff ('79), Mary Brown (Waarmee ze samen met haar discoformatie Emly Starr Explosion in 1980 deelnam aan het 11e World Popular Song Festival te Tokio en in de finale achtste werd) en Samson (waarmee ze deelnam aan het Eurovisiesongfestival te Dublin in 1981 en 13de werd).[48] Ook Dream Express (met onder anderen Luc Smets) had twee disco-hits met het gelijknamige Dream Express ('76) en A Million in One, Two, Three ('77) de Belgische Eurovisiesongfestivalinzending van 1977 dat elf weken in de hitlijst stond met een derde plaats als hoogste ranking.[29] In 1978 brak de punk los in Vlaanderen met Rock over Belgium van de The Kids en in hun zog volgden experimentele groepen als Rick Tubbax & The Taxi's, De Brassers, The Employees, The Singles (met Ben Crabbé) etc.

Over deze periode zal minister Luc Martens later in zijn beleidsbrief voor muziek van 10 juli 1996 zeggen:

Aanhalingsteken openen

In de jaren 70 werd aan de zangerstaal in volle groei stevige modern klinkende muziek toegevoegd en tekenen zich de resultaten af van de verspreiding van het muziekonderwijs, waar talrijke jongeren een basiskennis van muziek hebben opgedaan. Sedertdien gaat Vlaanderen stevig mee in de internationale rockscene.

Aanhalingsteken sluiten

Postuum kwam er in 2017 internationale erkenning voor Abortus vrij, de vrouw beslist ('78) van Basta toen het nummer door de Amerikaanse muzieksite Pitchfork werd opgenomen in een lijst van invloedrijke antifascistische punksongs.[49] De band bestond uit Peter Vermeersch op sax, Marc Mijlemans (later actief bij Humo) op gitaar en frontman Eric Goeman.[50]

1980 - 1989[bewerken]

Op het vlak van de new wave weet Vlaanderen zich rond deze periode zelfs een voortrekkersrol aan te meten. Zo wist Nacht und Nebel 150.000 stuks van hun single Beats of Love ('84) in Nederland en Frankrijk aan de man te brengen en werden Polar Club en de bijtende aanklacht aan de burgerlijkheid I Can't Live in a Living Room ('80) beide van Red Zebra, zelfs internationale successen (in hun genre). Op 15 maart 1986 kwam er een abrupt einde aan het succesverhaal van Nacht und Nebel toen de muziekwereld werd opgeschrikt met de onverwachte dood van Patrick Nebel, het brein achter nummers als Étoile du Nord ('84), Ready To Dance ('85) en Victoria 2000 ('85), die het succes van hun hit uit 1984 bevestigde.[29]

Een andere groep die op Europees succes kon rekenen met hun elektronische muziek was Front 242. De groep was toonaangevend in zijn type muziek en ontwikkelde een eigen genre: Electronic Body Music genaamd. Het bekendste nummer van de groep is Headhunter (1988). In hetzelfde genre waren ook A Split-Second van Marc Ickx en Peter Bonne en de Leuvense band The Neon Judgement populair. Won Ton Ton, de opvolger van het New Waveproject Chow-Chow van Bea Van der Maat, had een hit met I Lie and I Cheat ('87). Arbeid Adelt!, het muzikaal experiment van Marcel Vanthilt en Jan Van Roelen, scoorde dan weer op controverse. Hun doorbraak met De Dag Dat Het Zonlicht Niet Meer Scheen ('82), leidde al meteen tot een conflict met John Terra die een schlager met dezelfde titel had uitgebracht. Niet veel later komen ook Luc Van Acker (tijdelijk), Willy Willy en Dani Klein de groep versterken, bekende nummers van de band waren Lekker Westers, Death Disco (beide '83) en Stroom ('85).[51]

Voorts zijn in dit genre en deze tijdsgeest ook Lavvi Ebbel, de groep rond Luckas Vander Taelen met onder meer hun hit Victoria ('82), Aroma di Amore, de band van Elvis Peeters die scoorden met vlijmscherpe politiek geïnspireerde teksten als Voor De Dood ('84)[52] en 2 Belgen noemenswaardig. Deze laatstgenoemde hun succesvolste nummers waren Opération Coup de Poing ('84), Queen Of Mine ('85) en Lena ('85). Luc Van Acker had samen met Anna Domino een wereldhit met het duet Zanna uit 1984.

T.C. Matic, de groep rond Jean-Marie Aerts en zanger Arno Hintjens, was net een jaar eerder internationaal doorgebroken met hun hit Oh La La La ('81). De groep bracht een eigen mix van new wave, blues, funk, hardrock, avant-garde en zelfs Frans chanson. De groep was de openingsact op Torhout/Werchter 1981 en verkocht 20.000 stuks van het debuutalbum TC Matic. Met het album L'Apache overtuigde de band Scandinavië en Nederland en Choco ten slotte deed Frankrijk en Duitsland zwichten. Daarnaast leverde het album hun een optreden in de Londense Marquee op.[29]

Even rebels maar dan op een humoristische manier is de hit Bakske vol met stro (1979) van Urbanus. Andere hits van zijn hand zijn Madammen met een bontjas (1980) en Hittentit (1982). Rond dezelfde periode waren ook de in het Nederlands zingende groep De Kreuners populair. Ze hebben hits met onder andere Nummer 1 ('80), Layla, Zij heeft stijl, Ik dans wel met mezelf (alle drie '82), Jongens hebben geluk ('86), Verliefd op Chris Lomme ('89), Zo jong, Ik wil je (beide '90) en Maak me wakker ('91). Daarnaast bracht Walter Grootaers in 1982 samen met Raymond van het Groenewoud en Jean Blaute de bescheiden hit Geef Me Werk uit voor de jongerenmars. In het Antwerps dialect zong het anarchistisch en atheïstische Katastroof een repertoire liederen bijeen over de hypocrisie van de toenmalige CVP, de katholieke kerk en nummers die kritiek uiten op kernwapens en de politie. De band experimenteerde met tal van genres (rap, reggae en rock-'n-roll), maar vooral met folk. Ze werden bekend met nummers als Zuipe! ('79), De Paterkesdans, Den bazepoeper (beide '80), De Man Is Minderwaardig ('86), Met De Wijven Niks As Last ('90) en Ikkekannekik (a schaamhaar zien) ('90).

Omstreeks het begin van de jaren 80 kwam ook de minimalistische musicus Wim Mertens op het voorplan en componeerde hij verschillende muziekstukken in verschillende vormen en formaten: van korte en simpele liederen tot lange, complexe stukken, van solo's op de piano tot grootse ensembles. Mertens muzikale stijl wordt ook wel aangeduid met ambient of experimentele muziek. Zijn muziek evolueert steeds, maar behoudt haar melodische fundament. Een voorbeeld van een werk met minimalmusickenmerken is Maximizing the Audience uit 1984, dat Mertens componeerde voor het toneelstuk De Macht der Theaterlijke Dwaasheden van Jan Fabre.

Eveneens in het prille begin van de jaren 80 vindt het wereldmuziekfestival Sfinks te Boechout zijn oorsprong. Hoewel de allereerste editie reeds in 1976 werd georganiseerd, schoot het festival pas in 1980 echt uit de startblokken. Bekende artiesten die er tijdens die editie bij waren zijn onder anderen de Folkie Schotten van The McCalmans, de Ieren van Stockton's Wing en Vlaamse vrouwenliefhebbers van Rum, bekend van onder andere Roza Willen We Dansen ('72) en Ik Hou van Alle Vrouwen ('74). Het collectief bestond in haar hoogdagen uit onder meer Vera Coomans, Dirk Van Esbroeck, Paul Rans en Wiet Van de Leest. De voornaam van laatstgenoemde doet dan weer denken aan dat andere festival dat in deze periode zijn oorsprong vindt: Reggae Bel. Dit festival begon zijn bestaan als openluchtfuif in 1978. Enkele jaren later worden dit optredens, maar het is wachten tot het aanbreken van de jaren 90 voor het voor de eerste echte Geelse reggae-hoogdag plaats vond. Funky Fun Productions, de Belse organisatoren, mochten in de jaren 80 onder andere optredens organiseren van de Jamaicaanse grootheden Desmond Dekker ('88) en Macka B ('89).

Op 1 april 1983 werd de BRT-zender Studio Brussel opgericht als regionale Brusselse radio-omroep. Er waren aanvankelijk enkel uitzendingen tijdens de spitsuren en de twee eerste presentatoren waren Paul De Wyngaert en Jan Hautekiet. Geleidelijk aan werden de zenduren uitgebreid en programmeerde de zender alternatievere en zwaardere muziek die niet aan bod kwam op de andere zenders. Zo konden luisteraars er in de beginperiode onder andere terecht voor een portie alternatieve rock, hardrock, heavy metal, punk of new wave. Op de televisiezender van de openbare omroep won Hitring, het muziekprogramma van Kurt Van Eeghem, ondertussen sinds 1980 aan populariteit en won in datzelfde jaar nog de allereerste De HA! van Humo. Het succes zette hem aan om in '82 samen met Jean-Marie Aerts het nummer Cool Hé, Jongen? op te nemen. Andere muziekprogramma's op de televisie rond diezelfde periode waren Celluloid Rock, een tv-reeks over rockfilms van Roel Van Bambost en Elektron, een wetenschappelijk jeugdprogramma van Bart Peeters met een poprubriek en beelden van live-concerten.

In 1985 vond voor de eerste maal Pukkelpop plaats op het voetbalveld van Excelsior Heppen te Leopoldsburg. Het festival van de Humanistische Jongeren (met Chokri Mahassine als uithangbord), trok reeds van de begindagen de alternatieve kaart, zo waren de eerste bands die op het festival optraden Ostrogoth, La Cosa Nostra, Anna Domino, The Neon Judgement, Anne Clark, Front 242 en Jah Music International. De presentatie van die eerste editie was in handen van Dré Steemans en het muzikaal festijn lokte 2500 bezoekers.[53] In 1988 verhuisde de locatie tijdelijk naar het vliegveld Sanicole te Hechtel[54] en de terreinen van een kinderboerderij ('91).[55] Vanaf 1992 vond het festival op haar huidige locatie aan de Kempische Steenweg te Kiewit bij Hasselt plaats.[56][57] Een jaar later ('86) vond ook Graspop voor de eerste maal plaats, met op het podium voornamelijk lokale acts. Het festival was toen echter nog niet de metalmeeting van vandaag, maar eerder georiënteerd als familiefestival. Het succes van de edities 1993 en 1994, toen er "harder" werk op het programma stond met bands als Motörhead, The Ramones, Paradise Lost en Biohazard, deed de organisatie besluiten om drastisch in te grijpen en het festival definitief de heavymetal-richting op te sturen. In de tweede helft van de jaren 80 kende de Vlaamse rockband The Scabs succes. Deze groep "angry young men" rond Guy Swinnen wist de internationale muziekwereld te overtuigen van hun kunnen en ze mochten vaak optreden als voorprogramma van The Clash. Hoogtepunt hierin was een plaatsje op de affiche van Torhout/Werchter. Voor hun tweede album wisten ze dan weer Bollock Brothers-producer Ian O'Higgins te strikken. Toch resulteerde al dit talent niet in een internationale doorbraak. Later kwam Willy Willy gitarist Francis Vangeel vervangen, die op zijn beurt opgevolgd werd in '94 door voormalig Clouseau'er Tjenne Berghmans. Twee jaar later hield de groep op te bestaan. Tot hun bekendste nummers behoren de atypische ballads Crystal Eyes ('88) en Stay ('88) en de rocknummers Matchbox Car ('83), Robbin' the Liquor Store ('91) en She's Jivin ('93). Ook The Wolf Banes bereikten rond deze periode het hoogtepunt van hun succes. De groep rond Wimmeke Punk scoorde een relatieve hit met As The Bottle Runs Dry ('88) dat geproducet werd door George Kooymans van de Nederlandse band Golden Earring.

Omstreeks 1986 ontstond de New Beat-muziek, waarvan Vlaanderen het centrum was. Kenmerkend voor dit op en top Vlaamse genre was het trage tempo, de zware bassen en de vaak seksueel getinte teksten. Het genre was toevallig ontstaan toen verschillende toonaangevende dj's, die voorheen in de Belgische Popcorn-dancescene de routine hadden om platen extreem te pitchen om ze zo in een set te laten passen, deze techniek ook op de toen nieuwe pop, rock en electropop toepasten. Een bekend voorbeeld is dj Marc Grouls, die in de club Boccaccio in Destelbergen de 45 toerenplaat Flesh van A Split-Second draaide op 33 1/3 toeren en met de pitch-control op +8. Andere clubs die een belangrijke rol speelden in het genre waren de Ancienne Belgique in Brussel en Happy House in Aarschot waar Maurice Engelen omstreeks 1985 dj was. Het trendsettende nummer in het genre was The Sound of C ('88) van de Confetti's. Andere bekende groepen waren de Erotic Dissidents met Move Your Ass and Feel the Beat en Shake Your Hips (beide '88), Amnesia met Ibiza ('88) en Hysteria ('89). Internationaal succes in het genre was er voor Technotronic met onder andere Pump up the Jam ('89). De single deed het uitstekend in bijna de ganse wereld en werd bijna overal nummer 1 in de hitparades. In de VS bleef net nummer evenwel steken op een tweede plaats. In totaal werden van het debuut van Jo Bogaert en Manuela Kamosi wereldwijd meer dan 3,5 miljoen exemplaren verkocht.[1] Het commerciële succes van het genre, leidde echter al snel tot een kwaliteitsverlies, waardoor Belgische muziek zowat synoniem werd met Eurodance.[58] In 1983 bracht multi-instrumentalist Jo Bogaert in de marge van de New Wave de lp None of Them are Green uit, daarnaast is hij actief in de Cold wave-formatie White Light, Acts of Madmen en Nux Nemo. Met deze laatste formatie bracht hij in 1987 de eerste New Beat full LP uit, China Town en met de single Hiroshima halen ze in 1987 de BRT Top 30. Voor deze releases liet Bogaert zich inspireren door de Duitse ‘Frankfurter Sound’ van Off en 16 BIT én de AB Sound waarmee hij kennis maakte in de Carrera in Destelbergen. In 1986 richtte Play It Again Sam het sublabel Who´s That Beat, waarop ruim 100 New Beat platen worden uitgebracht, voor de overgrote meerderheid projecten van Patrick De Meyer. Na een valse start in 1987, reeg hij tussen '88 en '92 het ene succes na het andere aan elkaar. Zijn eerste project was T99, waarmee hij eerst enkele popdeuntjes uitbracht in 1987. Vanaf 1988 legde hij zich toe op New Beat, en eerste demo met de naam Fatal Error werd zonder zijn toestemming uitgebracht op R&S records. Iets later bracht hij de afgewerkte versie uit als Luhaha onder de licht gewijzigde groepsnaam Tragic Error op Who´s That Beat. In 1989 schoorde de groep ook internationaal met Tanzen en Klatche in die Hande. Andere projecten van hem waren Jarvic 7 en The Concrete Beat.[59]

Ook Soulsister, de groep rond Jan Leyers en Paul Michiels, ving internationaal succes met hun hit The Way to Your Heart (1988). In diverse Europese landen werd het nummer een superhit en klom in de Billboard Hot 100 tot de 41ste plaats. Datzelfde jaar kwam hun eerste album uit, It Takes Two. Wereldwijd werden er ruim 700.000 verkocht en ze toerden door heel Europa en de Verenigde Staten ('89). In 1990 volgde het tweede album genaamd Heat, waarvan er in België meer dan 100.000 werden verkocht. Dit resulteerde in het feit dat het album een jaar lang in de top 50 verbleef. In 1987 werd Clouseau ontdekt door het publiek van Marktrock in Leuven. Hun eerste single Brandweer verkocht 427 stuks. Een jaar later scoorde ze hun eerste hit met Alleen Met Jou en nog een jaar later namen ze deel aan de Belgische voorronde voor het Eurovisiesongfestival met het lied Anne. Clouseau werd tweede, maar Anne werd een enorme hit in België en een bescheiden hit in Nederland. De populariteit van Clouseau in België steeg naar enorme hoogte en in 1989 brachten ze hun eerste album Hoezo? uit. Met de komst van de commerciële televisie VTM en het programma Tien Om Te Zien kwam er ook een revival van het Vlaamse (schlager-) lied, met onder andere De Marie-Louise ('89) en Zeil Je Voor het Eerst ('90) van Bart Kaëll en Zeg 'ns Meisje ('91) van Paul Severs. Ook Willy Sommers ging het voor de wind, met onder meer de liedjes Vlaanderen De Leeuw ('84), Als een Leeuw in een Kooi ('89), Mooie vrouwen lopen nooit in de schaduw ('90) en het duet met Wendy Van Wanten Kijk Eens Diep in mijn Ogen ('91). Will Tura van zijn kant scoorde in deze periode met onder meer De Rode Duivels gaan naar Spanje ('82) en Mooi, 't leven is mooi ('88). Voorts hadden Erik Van Neygen en Sanne samen een hit met Veel te mooi en Luc Steeno & Sandra Kim met Bel Me, Schrijf Me (beide '89). Voorts brak Ingeborg datzelfde jaar door in Vlaanderen met haar Eurovisiesongdeelname Door de Wind.

Jazzcritici spreken over de jaren tachtig als de "gouden generatie"[60] voor de Belgische jazzmuziek, met muzikanten als Bert Joris, Kris Defoort, het BJO, Frank Vaganée, en Jeroen Van Herzeele. Die generatie oefende een blijvende invloed uit en bleef platen maken van hoog niveau. Het is ook deze generatie die, nadat jazz in het curriculum van de conservatoria werd opgenomen, de meeste docenten voortbracht die jongere muzikanten zouden initiëren in de jazzmuziek.

1990 - 1999[bewerken]

Enkele jaren later is er ook mondiaal succes in het eurodance-genre voor 2 Unlimited met onder andere No Limit (1993), The Real Thing ('94) en Jump For Joy ('96). Een andere succesvolle groep in dit genre was Def Dames Dope die hits scoorde met It's Ok, All Right en Don't Be Silly. Deze meidengroep werd onder meer uitgenodigd om in Zuid-Afrika te toeren in het voorprogramma van La Toya Jackson en haalde de hitlijsten in Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada en Israël. Op de Belgische markt deed 2 Fabiola het goed. Dit collectief rond Pat Krimson, Olivier Adams en Zohra Aït-Fath scoorde hits met I'm On Fire ('96), Freak Out ('97) en Flashback ('98). Ook Fiocco kon enkele malen de hoogste regionen van de Vlaamse Ultratop 50 bekleden, zo werden zowel The Spirit ('97) als Spread the Word Around ('98) nummer 2-hits.

Lords of Acid, het gezelschap rond Maurice Engelen, kende dan weer succes in de Verenigde Staten met I Sit On Acid ('88). Het album dat op dit succes volgde, Lust ('90), ging maar liefst 750.000 maal over de toonbank aan de overkant van de Atlantische Oceaan. Ook Engelens andere muzikaal project, Praga Khan, kon op internationaal succes rekenen. De danceact brak door met de wereldhit Injected with a Poison ('93) en trad in onder meer Tokio en New York op. In 2000 waren ze de eerste Belgische act die headliner was van Rock Werchter. Daarnaast werd hun muziek gebruikt in de soundtracks van onder andere de films Basic Instinct ('92) en Austin Powers: The Spy Who Shagged Me ('99) en Mortal Kombat ('95). In het clubcircuit waren Mo & Benoelie veelgevraagde dj's, de latere grondleggers van Eskimo Recordings bij platendistribiteur N.E.W.S.[61]

T99 had een Vlaamse en Britse hit met hun nummer Anasthasia ('91), Scoop had een Vlaamse en Nederlandse nummer 1-hit met de single Drop It ('99) en X-Session kende een bescheiden succes met nummers als On and On ('99) en Welcome to my World (2000). In de techno groeide het muziekfestival I Love Techno uit tot een evenement met tienduizenden bezoekers. Ook een van de eerste en meest toonaangevende pioniers van het genre, C.J. Bolland, heeft Vlaamse roots. Hoewel hij geboren werd te Middlesbrough, verhuisde deze muzikale duizendpoot reeds op driejarige leeftijd met zijn familie naar Antwerpen. Zijn grootste bekendheid verwierf hij met de single Sugar Is Sweeter, dat op een eerste plaats stond in de Amerikaanse dancecharts van 1996. Op deze plaat is ook The Prophet te vinden, een nummer dat uitgroeide tot een wereldwijde clubhit. Daarnaast wordt hij internationaal geroemd voor zijn remixen van onder andere songs van Orbital, Depeche Mode, Moby, The Prodigy en Tori Amos.

Johan Gielen, een tot Nederlander genaturaliseerde kempenzoon is dan weer een pionier van de trance. Deze dj en producer werd erg succesvol in Japan waar hij wekelijks optrad in de grootste clubs, hieraan voorafgaand was hij resident-dj van de Hasseltse discotheek Dockside. Het bekendst werd hij echter door zijn samenwerking met DJ Svenson met wie hij optrad op onder meer het Utrechtse Dancefestival Trance Energy. Samen brachten zij als Body Heat de single Gonna Make U Feel uit, die meteen een clubhit in Nederland werd. Ook de dj's Marco Bailey en Yves Deruyter bereikten de absolute top in hun genre.

De Brusselse band Channel Zero debuteerde sterk in 1991 met het gelijknamige album en bouwde een stevige live-reputatie op. Zo mocht de metalband al snel in het voorprogramma van groepen als Napalm Death, Biohazard, Megadeth en KISS spelen. Met hun album Unsafe ('94), met daarop het nummer Bad to the Bone (ft. Richard 23 van Front 242) brak de groep door. Zo werden er 60.000 examplaren verkocht van de cd, waarvan ongeveer de helft in België. Volgend op dit succes werd de groep uitgenodigd op enkele vermaarde Europese festivals en ondernamen ze een tour in Australië. Na hun vierde album ('97) en een Europese tournee met Body Count kondigde Franky De Smet-Van Damme de split van de groep aan.

Een andere succesvolle band in het hevige genre was Ashbury Faith, de groep rond Axl Peleman. De groep nam deel aan de rockrally van 1990, maar brak pas een jaar later echt door met zilver op de Yamaha Band Explosion. Met hun single She's an Alien wekte ze de interesse van MTV op, wat dan weer de deuren opende richting Europa en een tour in Canada. Op het podium viel de groep op door het poedelnaakte verschijnen van Axl Peleman en zijn basgitaar.[62] De groep staat op non-actief sinds 1998. Een jaar later dook Peleman op in de heropgerichte garagerockband The Paranoiacs. Deze band rond Hans en Raf Stevens en Erik Van Biesen had een stevige reputatie en "Rafke van de Paranoiacs" groeide uit tot een begrip, dat onder andere vaak aan bod kwam in Het Leugenpaleis. De samenwerking resulteerde in onder andere de single Back From Nowhere ('99). Het mini-album We're the Teenage Lovers ('87) is een vroeger werk van de groep.

Hugo Matthysen en zijn begeleidingsband De Bomen staan dan weer garant voor humoristische nummers als Blankenberge ('90) en Alaska ('93). Ook later met de rockband The Clement Peerens Explosition van zijn alter ego Clement Peerens speelt die humor een belangrijke rol. Samen met Bart Peeters (als Vettige Swa) en Ronny Mosuse (als Sylvain Aertbeliën) bracht CPeX nummers als Dikke Lu ('94), Foorwijf ('95) en het album Vindegij Mijn Gat ('99) uit. Een eerdere samenwerking met Bart Peeters (en Marcel Vanthilt) had het one-hit-wonder The 7 Kings of Rock & Roll ('86) als The Yéh-Yéhs tot gevolg. In Vlaanderen en Nederland scoorden ook The Radios, die andere groep met Bart Peeters en Ronny Mosuse een relatieve hit met She Goes Nana ('92). Eveneens noemenswaardig zijn De Lama's, de band met onder meer Kloot Per W, Mies Meulders, Peter Slabbynck en Karel Theys. De band speelde rockmuziek met controversiële teksten, hun bekendste nummers zijn De Ideale Penis ('94), Elke Centimeter ('95) en Breinstorm ('95).

De groep rond Dani Klein, Vaya Con Dios, slaagde erin grote delen van Europa (voornamelijk Duitsland, Frankrijk en Scandinavië) warm te maken voor hun soulvolle muziek met Latijns-Amerikaanse invloeden. Reeds van in het begin raasde de groep (toen nog met Willy Willy als gitarist) als een wervelwind over iedereen heen, zo namen ze deel aan de Baccarabeker en wonnen hem met het liedje Just a Friend of Mine. Hun eerste monsterhit was What's a Woman (1990) van het met platina bekroonde album Night Owls, ook de beide daaropvolgende albums Time Flies ('92) en Roots and Wings behaalden respectievelijk platina en goud. Kort voor het verschijnen van Time Flies stierf Dirk Schoufs, op 24 mei 1991, ten gevolge van aids. Zijn hiv-infectie had hij opgelopen door van zijn heroïne-verslaving.[63] Bekende nummers zijn Nah Neh Nah, Night Owls (beide '90), Time Flies, So Long Ago en Heading for a Fall (allen '92).

In 1995 brak K's Choice, de groep rond Sarah Bettens, door met de hit Not an Addict van het album Paradise in Me, nadat een jaar eerder ook dEUS internationaal applaus had geoogst met hun debuutalbum Worst Case Scenario ('94). Het succes van dEUS is een blijver en nummers als Suds & Soda, Via en Hotellounge (Be the Death of Me) worden instant klassiekers. Ook het vervolgalbum In A Bar, Under The Sea ('96) werd positief onthaalt door het internationale publiek. Wanneer Stef Kamil Carlens (A Beatband) en Rudy Trouvé (Dead Man Ray) in 1996 de groep verlaten om zich te wijden aan hun eigen projecten, lijkt het einde van dEUS nabij. Tom Barman weet echter Danny Mommens en Craig Ward te overtuigen de band te komen versterken met het album The Ideal Crash ('99) tot gevolg. De hiervoor genoemde voormalige dEUS-nevenprojecten waren eveneens succesvol. Zo werd A Beatband, het project van Carlens met Tom Pintens, omgevormd tot Moondog Jr (en later Zita Swoon) en mocht de band de score schrijven van de film Sunrise ('97) en het theaterstuk Plage Tattoo / Circumstances (2000). Het album I Paint Pictures on a Wedding Dress ('98) leverde de band onder andere een Edisonnominatie en optredens op Pinkpop en Rock Werchter op. Kiss My Jazz (met onder anderen Rudy Trouvé, Mauro Pawlowski en Stef Kamiel Carlens) bracht drie albums en twee ep's uit en Dead Man Ray (Rudy Trouvé en Daan Stuyven) schreven begeleidende muziek voor At the Drop of a Head, de Engelstalige versie van de film De Ordonnans/Café Zonder Bier uit 1962, met Bobbejaan Schoepen in de hoofdrol.

Omstreeks dezelfde periode maakte de Evil Superstars van Mauro Pawlowski en de jonge Tim Vanhamel de Vlaamse podia onveilig. De winnaars van Humo's Rock Rally 1994 brachten twee albums uit Love Is Okay ('96) en opvolger Boogie-Children-R-Us ('98). Ook Soulwax surfte mee op het succes van de Belpop en verwierf in 1998 wereldwijde bekendheid met hun tweede album — Much Against Everyone's Advice. De band stond dat jaar op onder meer Pinkpop, Lowlands en Parkpop en scoorde enkele bescheiden hitjes, zoals de nummers Kill Your Darlings ('96), Too Many DJ's en Conversation Intercom (beide 2000). Tegelijkertijd presenteerden de Dewaele-brothers het tv-programma Alter8 op TMF en vormden ze het dj-duo 2 Many DJs. Ook Hooverphonic van Alex Callier, Raymond Geerts en Geike Arnaert was populair rond deze periode. Zo bereikten hun debuutalbum A New Stereophonic Sound Spectacular ('96) een 17 plaats, Blue Wonder Power Milk ('98) een zevende en The Magnificent Tree (2000) een tweede plaats in de Ultratop 50.

In het Vlaamse rockwereldje groeiden de Mechelaars van Belgian Asociality uit tot lokale sterren van de punkrock met humoristische teksten als Morregen, De Gefrustreerde Automobilist (beide '95) en Bompa Punk ('97) van het album Cut!. The Boerenzonen op Speed uit Kessel-Lo scoorden dan weer met hun mengeling van triphop en punk. Hun meest succesvolle nummers waren Vliegtuig ('k Ga u komen halen) ('96) en Vel tegen vel ('97). Daarnaast oogsten ook Noordkaap en Gorki succes met hun Nederlandstalige rock. In 1990 werd de band rond Luc De Vos derde in Humo's Rock Rally, de eerste plek dat jaar was voor Noordkaap. Deze formatie rond Limburgers Stijn Meuris en Lars Van Bambost had enkele grote hits met Satelliet Suzy ('96), Wat is Kunst? ('93) en Ik Hou van U ('94). Dit laatste nummer was geschreven voor de soundtrack van de film "Manneken Pis". De groep raakte er bekend door bij een breder publiek en de single stond wekenlang in de hitparade. Gorki van hun kant scoorden met Anja ('91), Lieve Kleine Piranha ('92) en de klassieker Mia ('92). Dit nummer stond in 2003, '04 en '05 op 1 in de Tijdloze 100 van Studio Brussel. Ook stond het nummer in de 100 op 1 van Radio 1 en was het tweede en beste Belgische song in de Donna Top 2006. De Mens, de groep rond Frank Vander linden, scoorde meteen hoge toppen met hun debuutsingle Dit is mijn Huis ('92) in De Afrekening. Andere bekende nummers waren Irene, Jeroen Brouwers (Schrijft een Boek) (beide '92), Lachen en Mooi Zijn ('94), Sex Verandert Alles ('99) en Ergens Onderweg (2001).

Vanaf 1999 werd Vlaanderens grootste muziekhappening Torhout-Werchter om organisatorische en structurele redenen herleid tot Rock Werchter en bijgevolg enkel nog in Werchter georganiseerd.[64] Voorts was er de Antwerpse band Flowers For Breakfast met hun unieke sound. De groep bestond echter uit te veel talent en viel na haar derde album ('98) uit elkaar. Tom Pintens is te druk bezig met Zita Swoon, Tine Reymer met haar televisiewerk, Roel Porieu is in de weer met Think Of One, terwijl Stoffel Verlackt opnieuw optrad met Metal Molly. Benjamin Boutreur ten slotte had de groep reeds eerder ingewisseld voor de mamboband El Tattoo del Tigre. In Mechelen was dan weer de punkrockformatie Dildo Warheads actief. Ze verwierven relatieve faam met hun single Scared uit '94. Fifty Foot Combo creëerde een eigen stijl "Monstrophonic" genaamd, die geïnspireerd was op de rockabilly & surf en bereikten een iconische status in het genre. Ze debuteerden met het album Go Hunting! in ('97).[65] Betty Goes Green bracht dan weer pretentieloze rock en brak door met de radiohits Cold by the Sea en Life Long Devotion van het album Hunalaria ('93). Vunzige teksten, meerstemmige zangpartijen en een rauw en ietwat amateuristisch groepsgeluid was dan weer het handelsmerk van De Bossen bestaande uit Lara Dhondt, Ingrid Veerman en Wim De Beuckelaer. De groep scoorde met nummers als Speed Queen, G-Shirt (beide '98) en Diver! (2000). Eden, de groep rond Roos Van Acker en Sofie Buyck, ten slotte had enkele hits zoals Morning Bear ('97), Party Girl ('99) en Into the Night ('02).

Ook de Vlaamse folk kon in deze periode op veel bijval rekenen. Veruit de bekendste groep in het genre was Laïs. De groep is vooral bekend om haar samenzang, waarbij de zangeressen onder meer oude teksten — die tot de middeleeuwen teruggaan — op zelf geschreven melodieën zingen. Daarbij werd gebruikgemaakt van zowel moderne instrumenten als oude, zoals hakkebord, draailier en nyckelharpa. De doorbraak kwam er na hun optreden op het folkfestival van Dranouter in 1996 en bekende nummers waren 't Smidje ('98), Dorothea (2001) en Le Renard et la Belette ('02). Hun titelloze debuutalbum deed het erg goed en stond bijna een jaar lang in de album top 50 (in totaal meer dan 50.000 exemplaren verkocht). In 1999 verzorgden ze enkele voorprogramma's van Sting tijdens diens tour in Frankrijk, met een verkoop van 7.000 exemplaren van dit grotendeels Vlaamstalige album aldaar.[66] Tezelfdertijd kwamen ook een aantal andere jonge folkgroepen op het voorplan zoals Fluxus en Ambrozijn bij het platenlabel "Wild Boar Music" van Kadriller Erwin Libbrecht. Samen met de meisjes van Laïs traden de leden van deze groepen ook op onder de naam Bouquet Garni. Ook Troissœur kon op veel bijval rekenen en 't Hof van Commerce ten slotte zette een trend met hun West-Vlaamse rap. Later zal de frontman van de groep, Flip Kowlier een succesvolle solocarrière beginnen. Andere vertegenwoordigers van het genre waren ABN en het Aarschotse KIA dat hits had met onder meer Zaterdag en 1,2,3,4,5,6,7. ABN's single Algemeen Beskaafd Nederlandz ('98), een samenwerking met de Nederlandse Nederhoppers van Osdorp Posse scoorde goed in de Afrekening en hun debuutalbum ABNornaal ('98) werd positief onthaalt. Andere bekende nummers zijn Vet en Fonky ('99) en Breekpunt (2001). In 1999 verliet Pita de groep.

De bluesgroep El Fish rond Steven De Bruyn kon reeds van het prille begin rekenen op waardering. Hun plaat Blue Coffee ('96), nochtans in eigen beheer uitgebracht, werd in de Harp-Archives besproken en "een absoluut juweeltje" genoemd. Vanaf hun tweede album ('98) verliet de groep het pad van de pure blues met een opmerkelijke waardering in De Afrekening op Studio Brussel tot gevolg. In 2000 verlaat Filip Casteels de groep en een jaar later sluit Roland Van Campenhout zich aan. Het resultaat is te horen op hun album Waterbottle ('01).

In het populaire genre deden de boysbands hun intreden. Zo werd Get Ready! populair in eigen land en hadden ze hits met Diep (Zo Diep), Laat (beide '96) en Marjolijn ('97). De eerste Vlaamse boysband was echter Leopold 3, de groep rond Pat Krimson en Erik Goossens. Ze hadden verschillende hits zoals Ik ga zweven ('91), OMD-cover Volle maan, Vergeet-mij-nietje (beide '93) en Vrij zijn ('94). De populairste was dan weer Good Shape wier nummer Give Me Fire ('94) verkozen werd tot Radio 2 Zomerhit en de top van de hitlijsten haalde. Andere hits waren Take My Love ('93) en I Can Love You ('95). In 1996 verliet Koen De Beir de band, wat zo goed als het einde van Good Shape betekende.

Een ander fenomeen uit deze periode was die van de kind- en puberzangeresjes. Zo scoorde Silvy Melody een ware hit met de Nederlandstalige Michael Jackson-cover Ben ('91), een nummer waarmee ze op negenjarige leeftijd had deelgenomen aan Walter Capiaus televisieshow De Kinderacademie. Voorts deden ook Waar Ben Je Nu ('91) en Hey, hey Sprinklie ('93) het goed in Tien Om Te Zien evenals haar Claude François-cover De Telefoon huilt Mee (Le Téléphone Pleure) met Danny Fabry uit 1990. Isabelle A van haar kant werd drie jaar eerder (op twaalfjarige leeftijd) eveneens ontdekt tijdens een talentenjacht van Capiau. Op haar 16 had ze een megahit te pakken met Hé, Lekker Beest ('90) en ook Blank of Zwart ('91) en Zeventien ('92) konden op succes rekenen. Bij de doelgroep kindermuziek waren de albums van televisie-iconen Samson & Gert populair, ze brachten maar liefst 16 albums uit tussen 1991 en 2008 met menig hit tot gevolg. Bekende nummers zijn Samsonrock ('91), Ik ben verliefd ('93), Wij gaan beginnen ('93) en Er zit meer in een liedje ('95). In hetzelfde genre breekt in 1999, na hun deelname aan de preselecties voor de Belgische inzending naar het Eurovisiesongfestival met het nummer Heyah mama, K3 door. Het nummer werd hun eerste grote hit, het bereikte de tweede plaats in de Ultratop 50 en bleef er 25 weken in aanwezig.

Heden[bewerken]

De 21e eeuw[bewerken]

2000 - 2009[bewerken]

Vanaf de eeuwwisseling voert de dance het voorwoord op muzikaal vlak in Vlaanderen. Zo scoorde Milk Inc. in het nieuwe millennium bij een breed publiek en groeide uit tot een commercieel succes. De groep rond Regi Penxten en Linda Mertens scoorde haar grootste hits met Walk on Water (2000), Whisper ('04), Blackout ('09) en Storm ('10). De productie van commerciële housevarianten gaat al snel internationaal. In 2005 pronken zangeres Edmée Daenen en producer Flor Theeuwes van DHT met hun Roxette-cover Listen to Your Heart op 1 in de Amerikaanse Billboard Hot 100. Een andere succesformule blijkt dance-act Lasgo van Peter Luts, Dave McCullen en Evi Goffin. De groep had in 2001 haar eerste grote hit met Something. Het nummer deed het goed in de hitlijsten, werd bekroond met goud en was een van de meest gedraaide nummers van 2001 in de VS. In Groot-Brittannië vertoefde de single wekenlang in de UK Singles Chart. In 2003 opende de groep, samen met Milk Inc. en Sylver, de TMF Awards met een eigen vertolking van Insomnia van Faithless. De act werd zo populair dat TMF het nummer uitriep tot Superclip, het nummer werd echter nooit uitgebracht op single. In 2004 won Lasgo een EBBA, andere bekende nummers zijn Gone en Lost (beide '09). In het dance- en goawereldje boomt daarnaast ook Tomorrowland te Boom. Dit muziekfestival groeide op zeven jaar tijd uit tot een megahappening met in 2011 een 180 000-tal bezoekers[67]. In de dancescene gooit David Foucquaert hoge ogen als deel van het dj-duo The Glimmer Twins en werkte hij over de jaren heen mee aan meer dan 20 dj-mix-compilaties voor zowel binnen- als voor buitenlandse labels, zoals de Eskimo-verzamelaars, de allereerste door Belgische dj's gemixte jazz verzamelaar voor Blue Note Records (Blue Note Sidetracks Volume 1) en ook de eerste twee dj-mixalbums voor de toen pas opgerichte Gentse Culture Club. In 2003 werd het duo gedwongen hun naam te veranderen in The Glimmers, omdat hun oude naam vaak gebruikt werd door Jagger & Richards of the Rolling Stones.[68] In 2004 kende het dj-duo hun internationale doorbraak en reisden van de ene wereldstad naar de andere. Over de jaren heen werden een hele hoop remixen gerealiseerd voor heel uiteenlopende artiesten zoals onder meer The Killers, Chemical Brothers, Shirley Bassey, New Order, Roxy Music, Snow Patrol, Phoenix en Aeroplane.[61] Andere noemenswaardige dj-projecten zijn laatst genoemde, The Magician & 2 Many DJs.[58]

Eveneens succesvol in de internationale hitlijsten was het collectief Ian Van Dahl - aka AnnaGrace - die doorbraken met Castles in the Sky ('98) in 2001. Het nummer werd een grote hit in tal van landen en bereikte in onder meer het Verenigd Koninkrijk de derde plaats in de UK Singles Chart. Ook opvolgers Will I? en Reason bereikten er de top 10 en hun debuutalbum Ace ('02) leverde er reeds enkele weken na de release een gouden plaat op. In Vlaanderen, Spanje, Finland en Brazilië bereikten de hits Movin' On en Just a Girl de hitlijsten in respectievelijk 2005 en 2006. Sylver ten slotte - met achter de microfoon ex-kindsterretje Silvie Melodie, producer Wout Van Dessel en gitarist John Miles Jr - wisten eveneens internationaal door te breken. De groep werd onder meer in Duitsland erg populair, wat resulteerde in een tweede plaats met Turn The Tide (2000) en een tiende plaats met Forever in love ('01) in de hitlijsten aldaar. Andere (bescheidenere) hits had de groep met Livin' My Life, de ABBA-cover Lay All Your Love on Me (06) en Foreign Affair ('09). Binnenlands succes was weggelegd voor de meidengroep K3, die eind van de jaren 90 nog de intentie hadden een soort Vlaamse Spice Girls te worden. In tegenstelling daarvan scoorden ze voornamelijk hoge toppen in de doelgroep jonge kinderen met dank aan productiebedrijf Studio 100. Bekende nummers zijn Heyah mama (1999), Alle Kleuren (2000), Tele-romeo ('01), Oya Lélé ('03), Kuma He ('05) en MaMaSé! ('09). In 2009 splitste de wegen van enerzijds Kristel Verbeke en Karen Damen en anderzijds Kathleen Aerts. Deze laatste werd vervangen door Josje Huisman die deel had genomen aan de talentenjacht K2 zoekt K3 ('09).

Die talentenjachten vormden overigens een waar fenomeen op commerciële tv-zenders in deze periode met programma's als Idool en X Factor tot gevolg. Een bekend product hiervan is Natalia, bekend van onder andere de nummers Higher Than the Sun ('04), Sisters Are Doing It for Themselves ('05), Heartbreaker ('09) en het duet met Anastacia Burning Star ('10) . Ook Hadise startte haar carrière als deelneemster aan Idool 2003, ze haalde toen echter de finale niet. In 2009 vertegenwoordigde ze Turkije op het 54e Eurovisiesongfestival met het nummer Düm Tek Tek en met 177 punten vierde eindigde. Andere bekende nummers van haar zijn Sweat ('04), Milk Chocolate Girl ('05) en My Body ('08). En ook Sandrine - de achternicht van In Dulci Jubilo-dirigent Dieter Van Handenhove - maakte haar debuut in dit programma, in de editie van 2004 werd de derde. Haar debuutalbum That's Me ('05) kon op veel bijval rekenen en steeg tot een zesde plaats in de Utratop 50. Bekende hits waren Goosebumps ('05) en I Feel the Same Way ('08). Op internationaal niveau scoorde Kate Ryan met verschillende danceversies van bekende Franstalige nummers. Haar doorbraak had ze in 2001 met Scream for More - de bestverkochte dancesingle in België - voorts scoorde ze hoge toppen met Désenchantée ('02, origineel van Mylène Farmer) en Voyage Voyage ('07). In 2006 nam ze deel aan het Eurovisiesongfestival. Ondanks het feit dat ze niet won, werd haar lied Je t'adore een hit in België, Polen en de rest van Europa. Met de remake van The Promise You Made van Cock Robin brak ze vervolgens verder door en haalde ze de top 10 van de Billboard Hot Dance-hitlijst. Internationale erkenning in Duitsland en Nederland was er daarnaast ook voor de Spaans-Vlaamse diva Belle Pérez die bekend was geworden via het programma Eurosong op Eén, een reeks preselecties voor het Eurovisiesongfestival. Ze won vijf jaar op rij, de Radio 2 Zomerhit met respectievelijk Me And You, Light of My Life, Enamorada, Ave Maria en het nummer Que Viva la Vida (dat op de Benelux-soundtrack van de animatiefilm Madagascar stond). De twee laatst genoemde liedjes werden tevens verkozen tot publiekslieveling van de Radio 2-luisteraars.

Datzelfde radiostation startte in 2000 in samenwerking met SABAM met de Eregalerij van het populaire lied in Vlaanderen. Elk jaar krijgen 2 artiesten de Trofee Een leven vol muziek. In 2000 waren dat Bobbejaan Schoepen en La Esterella, in 2001 Jo Leemans en Will Ferdy en een jaar later Bob Benny en Jean Walter. In de periode 2003 - 2008 kreeg nog slechts één artiest de trofee, met name Will Tura ('03), Liliane Saint-Pierre ('04), Johan Verminnen ('05), Paul Michiels ('06), De Kreuners ('07) en Rocco Granata ('08). In 2009 werden er verschillende artiesten met de trofee gehuldigd. Zo ontvingen Willem Vermandere en de familie Dex (Marc Dex, Juul Kabas, Barbara Dex) een exemplaar om thuis op de schouw te zetten. Postuum kregen ook Yasmine en Wannes Van de Velde de trofee. In 2010 ten slotte ontvingen Willy Sommers en Raymond van het Groenewoud een exemplaar. Het schlagergenre kende overigens in de noughties een heropleving met onder meer succes voor Laura Lynn. De schlagerkoningin scoorde verschillende nummer 1-hits, waaronder Jij Bent de Mooiste ('06) Dans Je De Hele Nacht Met Mij ('07) en Al Duurt De Nacht Tot Morgenvroeg ('08). Een andere nieuwkomer in het genre was Christoff, die faam maakte met nummers als Als Ik In Je Blauwe Ogen Kijk ('07), Zaterdagavond ('09) en Niemand Laat Zijn Eigen Kind Alleen ('11). In snel tempo veroverde K3 Vlaanderen en een jaar later ook Nederland met nummers als Alle kleuren, Oma's aan de top (beide 2000), Tele-Romeo ('01), Toveren ('02), Oya lélé ('03), Kuma He ('05) en Ya Ya Yippee ('06) waren grote hits. Ook brachten ze negen albums uit en brachten ze drie musicals, met name Doornroosje ('02), De 3 biggetjes ('03) en Alice in Wonderland ('11). In 2009 verliet Kathleen Aerts de groep, ze werd vervangen door de Nederlandse laureaat van de talentenjacht K2 zoekt K3 Josje Huisman.

Ook de kleinkunst werd nieuw leven ingeblazen. Zo brak Yevgueni door na het winnen van de Nekka-Wedstrijd 2002. Een eerste kleine hit hadden ze met Als Ze Lacht waarmee ze 10 weken op nummer 1 vertoefden in de Radio 1-lijst Carte Blanche. Andere bekende nummers zijn Spijt ('09) en Was Er Maar Iemand ('11). Mira - een voormalig studente van Studio Herman Teirlinck te Antwerpen - kwam in de belangstelling door haar deelname aan het een-programma Zo is er maar één, waar ze het nummer De Onverbiddelijke Zoener van Lamp, Lazarus & Kris coverde. In 2007 had ze haar eerste grote hit met In De Fleur dat uit het niets op de eerste plaats kwam in de hitlijst Puur Belgisch op JIMtv belandde. Andere bekende nummers zijn Openbare Weg ('05), En Uwe Maat ('06) en In De Daluren ('06). Eveneens van deze school afkomstig was Eva De Roovere die in 1996 Patrick Riguelle kwam vervangen bij de folkformatie Kadril. In 2004 verliet ze deze groep en legde zich toe op haar solocarrière. Zo bracht ze in 2006 het album De Jager uit met daarop de singles Slaap lekker (Fantastig Toch) en Anoniem. Daarnaast werkte ze samen met tal van artiesten, onder meer met Kris De Bruyne, Liesbeth List en Lucas Van den Eynde voor de liedjescarrousel 'Kleinkunsteiland' en met Roland Van Campenhout, Nathalie Delcroix en Tine Reymer voor de Country Ladies - A tribute-tournee. Een ander bekend nummer is Laat Me Je Lied Zijn (2006). Een vierde nieuwe naam - eveneens een product van dezelfde school - in het genre is Hannelore Bedert. Ze kwam in de picture nadat ze in 2007 de Nekka-prijs won en de belangstelling kreeg van onder meer Bart Peeters en Raymond van het Groenewoud. Beide gaven haar een duwtje in de rug, de ene met een liveversie van Zonder Woorden op het album De Hemel In Het Klad ('08) en de andere als backing vocal in het nummer Imaginaire op haar debuutalbum Wat Als ('08). Een buitenbeentje in het genre vormt Lady Angelina, stadsboerin in hart en nieren en de zus van dEUS-violist en toetsenist Klaas Janzoons. Voor haar solocarrière was ze onder andere actief in Antifare La Familia en Maskesmachien. Ze trad op met Roland Van Campenhout, Rony Verbiest en Antje De Boeck en werkte mee aan een Derroll Adams-hommage van Wiet Van de Leest en Vera Coomans. Ook maakte ze deel uit van Guido Belcanto's Balzal der Gebroken harten. In 2006 verscheen haar debuutalbum C'est quoi l'amour met daarop beklijvende nummers als Jalousie en Adieu le Monde. In 2010 volgde een tweede album met de naam Amor y Coraçon ('10). De Fixkes ten slotte hadden een monsterhit met Kvraagetaan in 2007. Het is het nummer dat het langst (16 weken) de nummer 1-positie innam van de Ultratop 50 en tevens het langst in deze lijst verblijvende Vlaamse nummer.

Het Jef Neve Trio, het jazzcollectief rond Jef Neve, bracht drie opmerkelijke cd's uit: met name Blue Saga [69] (2003), It's Gone [70] ('04) en Nobody is Illegal ('06).[71] Deze laatste cd golft van energetische grooves naar verstilde romantiek, ondersteund door blazers en kreeg tal van lovende perscommentaren.[72] Daarnaast verzorgde het trio de soundtrack voor de film Dagen Zonder Lief onder regie van Felix Van Groeningen en stonden ze in 2007 geprogrammeerd op belangrijke jazzfestivals zoals het Montréal Festival, Vancouver Jazz, Parc Floral te Parijs en het Antwerpse Jazz Middelheim. Op de grens van jazz, soul en pop balanceren Lady Linn and Her Magnificent Seven met hun bewerkingen van jazz- en swingnummers uit de jaren 1930 tot 1950. Ze scoorden verschillende hits zoals A Love Affair en That's Allright van het album Here We Go again ('08). Van dit album verkocht ze15.000 exemplaren, goed voor goud. Daarnaast stond ze twee weken op de hoogste plaats in de Hotlist van Studio Brussel met de Eddy Grant-cover I Don't Wanna Dance. Ze kreeg hiervoor de MIA 2008 in de categorie beste vrouwelijke artieste.

De Vlaamse muziekscene blonk in de "Noughties" uit in muzikale diversiteit en bij vlagen sublimiteit. Zo was er El Tattoo del Tigre, een mambo bigband met Antwerpse roots met onder anderen Nele Bauwens, Tine Embrechts, Pieter Embrechts, Tine Reymer en Theo Mertens die voornamelijk in het Spaans musiceerde. Ze oogsten internationaal succes en mochten onder meer op Lowlands optreden in 2002. Representatieve nummers zijn hun variatie op De vlucht van de hommel van Nikolaj Rimski-Korsakov (Beerebee cum bee uit 2001) en Mucha Emocion ('03). Think Of One van hun kant gingen op muzikale wereldreis en namen cd's op in samenwerking met Inuit-keelzangeressen, Gnawa-muzikanten (Marrakech Emballages Ensemble I ('98), II (2000) & III ('03)), Braziliaanse virtuozen (Chuva em pô ('04) en Tráfico ('06)) tal van andere muzikanten, wat steevast in een eclectisch geluid resulteerde. De groep won een ZAMU Award in de categorie "Roots" (2000) en een BBC 3 Worldmusic-award ('07) in de categorie "Culture crossing". Een ander muzikaal buitenbeentje vormde Wawadadakwa die vier atypische albums produceerde vol exotische feest- en dansmuziek. Winok Seresia zorgden voor vertier met uiterst dansbare nummers met absurde titels en teksten als Koken met Rachida, Broodje Préparé (beide 2000), Verse Koffie, Elke Morgen ('02) en Hete Hettie ('05). In 2009 kwam de groep eenmalig opnieuw samen voor het duet Er Was een Vogeltje dat niet meer kon kakken met Guy Mortier, dat verscheen op het Kapitein Winokio-compilatiealbum Berengoed.[73] Een overigens uiterst boeiend muziek/theater-project voor kinderen waaraan tal van bekende (en minder bekende) Vlaamse artiesten meewerkten zoals Vive la Fête, Eva De Roovere, Laïs, Think Of One, Axl Peleman, Stijn, Kamagurka, Luc Van Acker, Lady Angelina, Flip Kowlier, Gabriël Rios, Peter Van Den Begin & Stany Crets en ga zo maar door. Singer-songwriter Ozark Henry werkte van zijn kant mee aan de muzikale en visuele kunstvoorstelling A Change Of Light van Audrey Riley als componist en schreef onder meer de soundtrack van Sedes & Belli en die voor de verfilming van Thea Beckmans Kruistocht in Spijkerbroek ('06). Daarnaast verleende hij zijn medewerking aan de Dries van Noten-modeshow in Parijs, waarvoor hij een speciale versie van La Donna È Mobile componeerde voor de mannencollectie en het nummer Every Breath You Take - met de originele zang van Sting - herwerkte voor de vrouwelijke lijn. Hij brak definitief door met zijn derde album Birthmarks ('01), waarop de succesvolle singles Rescue en Sweet Investigator stonden, die beide lange tijd in de hoogste regionen van de hitparade stonden. Naast zijn solowerk is hij daarnaast samen met Richard 23 actief in Sunzoo Manley, ze hadden een bescheiden hit met If This Is Love. Ook schreef hij mee aan de arrangementen van de Arid-single Believer ('99) en het Novastar-abum Another Lonely Soul ('04).

Daarnaast bracht het nieuwe millennium een resem (beloftevolle) Vlaamse rockgroepen aan de oppervlakte waarvan de meeste ooit Humo's Rock Rally wonnen, of er ten minste de finale van behaalde. Zo was Zornik - goed voor tien radiohits, dertien TMF Awards, één platina en drie gouden albums en drie passages op Rock Werchter en andere grote festivals zoals Marktrock, Eurorock, Pukkelpop en Suikerrock - finalist in de editie van 2000. Bekende nummers van hun hand zijn Hey Girl (dat wekenlang op nummer 1 in de De Afrekening of Studio Brussel stond) en Scared of Yourself (05). In maart 2006 werd dit nummer gecoverd door de Slowaakse Martina Schindler en groeide uit tot een lokale hit. Das Pop - winnaar in 1998 - brak door in 2000 met singles als The One, The Love Program ('01) en Forever ('01). Om de Duitse markt te charmeren werd er exclusief een eigen vertolking ('01) van Dreiklangsdimensionen van Rheingold uitgebracht. Later volgden nog successen met You ('02), Telephone Love ('03) en Fool for Love ('08). Daarnaast verscheen er - wederom voor de Duitse markt - Du '04). The Black Box Revelation brak kort na hun tweede plaats in de Humo's Rockrally 2006 na The Hickey Underworld door. Hun uniek concept, uitstekende Amerikaanse contacten als Greg Gorden en Peter Afterman, gecombineerd met aandacht in The New York Times resulteerde voor deze tweemansformatie - Jan Paternoster en Dries Van Dijck - al snel in een relatieve doorbraak in de Verenigde Staten. Zo werd hun videoclip van I Think I Like You voor en na elke match van The Pittsburgh Pirates in de Major League Baseball getoond. In 2008 volgde een heuse Amerikaanse tournee met optredens in onder andere Los Angeles, San Francisco en New York. Ze stonden voorts in het voorprogramma van Eagles of Death Metal, The Raveonettes, Iggy Pop, The Death Weather, Ghinzu en Anouk en deden tal van optredens op toonaangevende festivals. Bekende nummers zijn Never Alone / Always Together ('08) en Do I Know You ('09). DAAN-frontzanger Daan Stuyven sleepte verschillende prijzen op de ZAMU Awards / MIA's in de wacht en scoorde hits met Housewife ('04), The Player ('06) en Icon ('09). Ook de elektronische muziek van Stijn slaagt aan, bekende nummers zijn Ziek en Sexjunkie. Een andere populaire popartiest is Stan Van Samang die scoort met nummers als Poison ('07), Hang On ('10 met Regi) en de BLØF-cover Alles is Liefde ('11) dat de zesde plaats haalde in de Radio 2 Top 30.

De reeds eerder aangehaalde Brusselse formatie Ghinzu vond de weg naar het buitenland en is erg populair in Wallonië en Frankrijk. Hun nummer Blow werd gebruikt in de verfilming van Herman Brusselmans' Ex Drummer door Koen Mortier ('07) en Dragster-Wave werd gebruikt in Taken ('08). Tevens schreef de band de soundtrack van Irina Palm van Sam Garbarski en werden er meer dan 90.000 exemplaren van het album Blow verkocht. Iggy Pop loofde de band ooit met de woorden "You guys rock!". Absynthe Minded - begonnen als de eenmansband van Bert Ostyn - nam in 2002 deel aan de Humo's Rockrally en moest enkel de duimen leggen voor The Van Jets. Met de komst van drummer Jakob Nachtergaele werd de sound gefinetuned met het album Acquired Taste ('04) - geproducet door Geoffrey Burton - tot gevolg. Een jaar later volgde het door Jean-Marie Aerts geproducet album New Day waarmee de groep doorbrak in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Ook in Polen en Portugal geniet de band een stevige reputatie. Bekende nummers zijn My heroics, Part one ('05), Moodswing baby ('10) en de hommage aan Hugo Claus Envoi ('09). Daarnaast zijn ook Gabriel Rios, Sioen, Novastar, Psy'Aviah, Milow, Admiral Freebee, Triggerfinger en Geppetto & The Whales noemenswaardig. Ze kennen succes in het buitenland en/of stonden op de podia van grote binnenlandse festivals als Pukkelpop en Rock Werchter. Dit laatst genoemde festival bleef ook in dit nieuwe millennium boomen en groeide uit tot een vier dagen durend muziekfestival met verschillende podia en ± 83 000 festivalbezoekers per dag[74]. Toots Thielemans bleef tot op hoge leeftijd actief. In 2009 was hij een van de publiekstrekkers tijdens de Night of the Proms in Antwerpen en in maart 2010 speelde hij nog acht shows op het Blue Note Festival in New York. Toonaangevende jazztijdschriften zijn Jazz'halo en Jazzmozaïek dat gesponsord wordt door de Vlaamse overheid.

In 2010 ontroerde Tom Dice het Vlaamse publiek en de Eurovisiesongfestivalkijkers met zijn nummer Me and My Guitar.

2010 - heden[bewerken]

Toen Studio Brussel in het programma Volt op zoek ging naar de toekomst van de Belgische muziek, stelden tal van gevestigde waarden hun protegé voor. Milow presenteerde soulzangeres Selah Sue, bekend van haar covers van Erykah Badu en Amy Winehouse. Bekende eigen nummers zijn het akoestische Raggamuffin ('10) en Black part love. Deze laatste werd in december 2008 als haar eerste single uitgebracht. In 2009 trad ze op op het North Sea Jazz Festival en bij Lowlands en in 2010 verzorgde ze het voorprogramma van Prince in het Sportpaleis in Antwerpen. In oktober 2011 ontving ze een European Border Breakers Award (EBBA), een prijs die jaarlijks door de Europese Commissie toegekend wordt aan tien Europese artiesten die grensoverschrijdend succes hebben met hun eerste Europese release. Bovendien ontving ze de EBBA-publieksprijs. Haar grootste hit tot op heden had ze met een cover van Zanna ('11) dat ze in duet bracht met Tom Barman. Het nummer stond vier weken op nummer één in de Ultratop 50.

Dubstep / drum and bass-artiest Netsky maakte in 2010 zijn debuut met een remix van het nummer Everyday en brak in 2012 door met de hit Come Alive en zijn tweede album 2. Later volgden de hits Love Has Gone en We Can Only Live Today (Puppy). In 2012 scoorde Coely, een Antwerpse met Congolse roots met Ain't Chasing Pavements haar eerste radiohit. Ze werd door MNM-presentator Peter Van De Veire omschreven als de Nicki Minaj van Vlaanderen.[75] Eveneens populair in het Antwerpse reggae/hiphop-milieu is Halve Neuro. Ze brengen eigenzinnige versies van befaamde hiphopnummers, hun bekendste nummer is Fritkot, een impressie van Candy Shop van 50 Cent. Sidekick van den Halve - Slongs Dievanongs - bracht in het voorjaar van 2013 haar eerste solosingle uit met Goeiemorgend Goeiendag. Het idee voor deze single kwam voort uit een bewerking van Nicole en Hugo's Goeiemorgen, morgen voor het Eén-programma In de mix.[76] Voorts scoorde ze bescheiden hits met Lacht Nor Mij, Ik Zen Ni De Bank en iFoon. Samen met Halve Neuro bracht ze de ep Moeder, waarom leven wij? uit als eerbetoon aan Lode Zielens. Andere populaire formaties in het genre zijn Wahwahsda, Johnny Den Artiest en Young Gun Superior. In de reggaescene zijn daarnaast ook de soundsystems Civalizee Foundation en Turntable Dubbers erg populair. Een andere erg populaire dj is Murdock (Hans Machiels) die tevens actief is op Studio Brussel waar hij wekelijks dubstep en drum 'n' bass-platen draait in zijn programma Jungle Fever. Hij is bijna jaarlijks actief op Dour en Pukkelpop en was tevens de enige artiest die tweemaal op Laundry Day 2012 optrad. Daarnaast is hij de organisator van het grootste Europese drum 'n' bassevent Rampage.[77] In het Brusselse gooien de naar Berlijn uitgeweken Lady Jane met haar periodieke Catclub-feestjes, LeFtO en dj Gratts & Kong hoge ogen. Veruit de belangrijkste club blijft Fuse met daarnaast Bloody Louis, Bodega, Bazaar en Recyclart.[78]

In 2011 had de in Brugge geboren, maar naar Australië geëmigreerde zanger en producer Gotye een wereldhit met Somebody That I Used To Know, een duet met de Nieuw-Zeelandse zangeres Kimbra. Het nummer schoot ook naar de top van de hitlijsten in Nederland, Polen, Duitsland, Ierland en de Verenigde Staten. Datzelfde jaar doken hardstyle-dj Coone en het houseduo Dimitri Vegas & Like Mike op in de DJ Mag top 100 na lange afwezigheid van Belgische dj's in deze ranking. In 2013 stootte het laatstgenoemde duo zelfs door tot de 5de plaats in deze ranking en sleepte ze in 2015 de prestigieuze Mexicaanse EMPO-awards binnen in de categorieën 'best track' (met Tremor), 'Best EDM dj', 'Best duo' en 'Best International dj'. Ook Tomorrowland viel in de prijzen, met name de trofee voor 'Best international festival' en 'Best compilation'.[79] In de techno gooide dj Raving George (Charlotte de Witte) hoge ogen. Ze stond onder meer op I Love Techno, Tomorrowland (5x), Pukkelpop (6x) en Laundry Day.[80], daarnaast is ze resident-dj bij Studio Brussel in het programma Playground.

In de pop brak Ian Thomas door in 2011 - hij was toen 14 - via YouTube met zijn covers van hits van Justin Bieber zoals Baby ('11). Andere hits waren Rain ('13) en Slow down ('14) Datzelfde jaar breken ook De Romeo's definitief door met hun album In't Wit ('11). De daaropvolgende jaren halen ze verschillende Anne Awards, krijgen ze tweemaal een MIA in de categorie Vlaams Populair en worden ze een vaste waarde in de Vlaamse hitparade met nummers als Naar de Kermis! ('11 met Laura Lynn), Ondersteboven ('12), Zingen Lachen Dansen ('12 met Jan Smit) en Jij Bent zo Mooi ('14 met Willy Sommers). De groep vond zijn ontstaan nadat in 2003 het doek was gevallen over de musical Romeo en Julia, van Haat tot Liefde waarin Chris Van Tongelen en Davy Gilles een rol in hadden, even later sloot ook Gunther Levi aan. In 2015 stootte de 16-jarige Emma Bale - een voormalige deelneemster van The Voice Kids - door naar de hoogste regionen van de ultratop met een cover van All I Want van de Ierse band Kodaline. Het VTM-programma Liefde voor Muziek ('15) waarin Kate Ryan, Tom Helsen, Christoff, Guy Swinnen, Stan Van Samang en Slongs Dievanongs elkaars en andere nummers coverden, resulteerde in verschillende hitnoteringen. Een jaar eerde, in 2014, brak de electropopact Oscar and the Wolf door met hun singles Princess, Undress en Strange Entity van het album Entity. Manager Alexander Vandriessche speelde een belangrijke rol in hun opkomende succes.[81]

Eveneens in 2015 liep op VTM en het Nederlandse SBS6 het muziekprogramma K3 zoekt K3. In de talentenjacht werd er gezocht naar drie nieuwe zangeressen voor in de meidengroep K3. Er schreven zich ruim 6000 meisjes uit Vlaanderen en Nederland in om lid te worden van de zanggroep.[82] Op 6 november 2015 werden Hanne Verbruggen, Marthe De Pillecyn en de Nederlandse Klaasje Meijer verkozen tot nieuwe K3.[83]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]