Vlaamse sportgeschiedenis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sport in Vlaanderen
Tom Goegebuer op de Souvenir Monique Maurice te Villeneuve-Loubet, Frankrijk
Portaal  Portaalicoon   Sport

Het artikel Vlaamse sportgeschiedenis tracht een overzicht te geven van de topprestaties van Vlaamse individuele sporters en teams.

Algemeen[bewerken]

De Vlaamse sportarts Jacques Rogge was voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité van 2001 tot 2013 en in 1920 werden de 7e Olympische Zomerspelen georganiseerd te Antwerpen.

Atletiek[bewerken]

Svetlana Bolshakova op de WK indoor in 2010.

Sprint[bewerken]

De succesvolste Vlaamse sprintster is zonder enige twijfel Kim Gevaert. Haar succes nam een hoge vlucht met winst op het WK indoor van 2004, waar ze vice-wereldkampioene werd op de 60 meter. In datzelfde jaar werd ze tweemaal zesde op de Olympische Zomerspelen 2004 in de disciplines 200 meter en 4 x 100 meter estafette. In 2006 voegt ze hier een bronzen medaille van het WK Indoor (60 meter) en twee gouden van het EK Indoor (100 en 200 m) aan toe. Een jaar later verlengt ze haar Europese titel en behaalt ze een bronzen medaille op de 4 x 100 meter estafette samen met Olivia Borlée, Hanna Mariën en Élodie Ouédraogo. Een jaar later volgt van dit viertal een nog knappere prestatie met zilver op de Olympische Zomerspelen 2008. Acht jaar na datum werd het staal van de Russische atlete Joelia Tsjermotsjanskaja positief bevonden wat tot een diskwalificatie van de Russische 4 x 100 meter ploeg leidde. Zo behaalden de vier Belgische meisjes alsnog een gouden olympische medaille.

Een andere zeer succesvolle Vlaamse sprinter was Fons Brydenbach, tweevoudig Europees kampioen indoor en voormalig houder van het indoorwereldrecord op de 400 meter. Hij behaalde een vierde plaats op de Olympische Zomerspelen 1976 en een vijfde op de Olympische Zomerspelen 1980.

Andere knappe prestatie werden er geleverd door Patrick Stevens die de finale bereikte van de 200 meter tijdens de Olympische Zomerspelen 1996 (als enige blanke) en een bronzen plak veroverde in dezelfde discipline op het EK 1994 en Eline Berings die goud behaalde op het EK 2009 in de discipline 60 meter horden.

(Middel-) Lange Afstand[bewerken]

De beste prestatie op de lange afstand werd gepresteerd door Gaston Roelants die olympisch kampioen werd op de 3000 meter steeple op de zomerspelen van 1964. Twee jaar eerder was hij in dezelfde discipline reeds Europees kampioen geworden. In het veldlopen ten slotte won hij twee medailles op het EK marathon (zilver in 1969 en brons in 1974). Ten slotte won hij ook nog eenmaal brons op het EK 3000 meter steeple in 1966 en liep hij tweemaal een wereldrecord (1966 en 1972, beide op de 20 km).

De Brusselaar Ivo Van Damme maakte faam op de middellange afstand en wordt algemeen beschouwd als een van beste Vlaamse atleten uit de Vlaamse sportgeschiedenis genoemd. Hij was voornamelijk gespecialiseerd in de 800, 1500 en 3000 meter, maar werd enkel Europees indoorkampioen op de 800 meter (1976), daarnaast behaalde hij twee zilveren medailles op de Olympische Zomerspelen 1976 in de disciplines 800 en 1500 meter. Datzelfde jaar verongelukte hij in een autoaccident nabij Orange. Naar aanleiding hiervan wordt er sinds toen elk jaar de Memorial Van Damme georganiseerd in het Heyzelstadion te Brussel.

Ook tijdgenoot Karel Lismont wordt tot de Vlaamse groten van de atletiek gerekend. Zijn eerste grote prijs won hij in 1971, toen hij in Helsinki Europees kampioen werd op de marathon. Tweemaal won hij een medaille op de Olympische Spelen in de discipline marathon, met name in 1972 zilver en '76 brons. Daarnaast behaalde hij ook nog tweemaal brons op een EK (EK's marathon van 1978 en Europees kampioenschap marathon 1982|1982) en en eenmaal op een WK (WK Veldlopen 1974) en won hij de Route du Vin in 1985.

Een vierde grote naam op de lange afstand is die van Miel Puttemans. Deze is maar liefst op 7 disciplines voormalig wereldrecordhouder. Met name op de 2000, 3000, 5000 en 10.000 m en op de 2, 3 en 6 mijl. Hij werd tweemaal Europees kampioen Indoor op de 3000 meter en won hij een zilveren medaille op de Olympische Zomerspelen 1972 in de discipline 10.000 meter.

Bij de vrouwen is Veerle Dejaeghere een bekend loopster. Haar beste prestatie is een vijfde plaats op het EK 3000 meter steeple en twee twaalfde plaatsen op de EK's Veldlopen van 2004 en 2005.

Hoogspringen[bewerken]

Tia Hellebaut veroverde in 2008 op de Olympische Spelen in Peking de olympische titel hoogspringen. Tevens behaalde ze gouden medailles op het EK 2006 en EK Indoor 2007.

Een ander groot talent in het hoogspringen was Eddy Annys, die brons won op het Europese kampioenschappen indoor 1986 met een sprong van 2,28 meter. Met zijn persoonlijk records (die nog steeds de huidige Belgische records zijn) van 2 m 36 (outdoor) en 2 m 31 (indoor) zou hij nog steeds tot de huidige wereldtop behoren. Typerend voor hem was dat hij dit record vestigde op een kleine meeting in Gent, terwijl het hem op grote kampioenschappen niet zo goed verging.

Hink-stap-springen[bewerken]

De van geboorte Russische hink-stap-springster Svetlana Bolshakova, verwierf de Belgische nationaliteit na haar huwelijk met hoogspringer Stijn Stroobants. Tijdens het Europees kampioenschap in 2010 behaalde ze een bronzen medaille en stelde ze het Belgische record op 14,55 m. In datzelfde jaar werd ze uitgeroepen tot Gouden Spike.

Meerkamp[bewerken]

Tia Hellebaut, die bekend verwierf met haar hoogspringprestaties, begon haar sportcarrière aanvankelijk in de zevenkamp en de vijfkamp. In deze laatste discipline won ze een gouden medaille op het WK indoor 2008.

Op de Olympische Spelen in 2016 behaalde Nafi Thiam een gouden medaille in de zevenkamp. Het jaar nadien werd ze in diezelfde discipline ook wereldkampioene op het WK Atletiek in Londen. Ze is de enige Belgische die hier ooit in slaagde.

Paralympisch[bewerken]

Marieke Vervoort werd in 2006 (Laussane), 2007 (Hamburg), 2015 (Doha, 200 m) wereldkampioen. Daarnaast is ze Europees recordhoudster op de 100, 200, 400 en 800 m in de klasse T52. Op de Paralympische Spelen van 2012 in Londen haalde ze zilver op de 200 m en goud op de 100 m.

Autosport[bewerken]

Jacky Ickx in een Ferrari 312P op de Nürburgring in 1973

De belangrijkste piloot uit de Vlaamse autosport is de Brusselaar Jacky Ickx die zijn carrière was begonnen in de motorsport als motorrijder en aldaar onder meer Belgisch kampioen Trial werd met zijn Zündapp, alvorens over te schakelen naar het autoracen. Hij werd Belgisch kampioen toerismewagens in 1965 en won de 24 uur van Francorchamps in 1966 aan het stuur van een BMW 2000TI. In 1967 werd hij met Matra de eerste Europese kampioen Formule 2, en hetzelfde jaar debuteerde hij in de Formule 1 te Monza met een Cooper-Maserati. Datzelfde jaar werd hij derde met zijn Formule 2-wagen tijdens de kwalificaties voor de Grand Prix Formule 1 van Duitsland op de Nürburgring. Tot zijn belangrijkste overwinningen behoren 8 F1-Grand Prixs, met name die van Frankrijk ('68), Duitsland ('69 en '72), Canada ('69, '70), Oostenrijk, Mexico (beide '70), Nederland ('71) en daarnaast de onofficiële Grand Prix' "Rindt Memorial" ('71) en de "Race of the Champions" ('74). Ook behaalde hij verschillende grote overwinningen in de Formule 2, met name de GP van Crystal Palace, GP van Zandvoort en de GP van Rome (allen '67 met een Matra MS - FVA) en de Salzburgring en Langenlebarn (beide '70 met een BMW 270). Ten slotte won hij zesmaal de 24 uur van Le Mans (1969, 1975, 1976, 1977, 1981 en 1982), vijfmaal de 1000 km van Spa-Francorchamps (1967, 1968, 1974, 1982 en 1983), driemaal die van Monza ('72, '73 en '76) en verschillende andere grote races.

Een ander groot Brussels piloot was Thierry Boutsen die via de Formule 3 en de Formule 2 in 1983 in de Formule 1 belandde. Hij debuteerde bij het team van Arrows in de Grote Prijs van België, waarin hij door technische problemen tot opgave werd gedwongen. Hij reed in zijn Formule 1-carrière voor de teams van Arrows, Benetton, Williams, Ligier en Jordan. Hij won in 1989 met Williams zowel in Canada als Australië, telkens in de stromende regen. In 1990 behaalde hij zijn derde en laatste overwinning in Hongarije waar hij van start tot finish de leiding wist te behouden. Behalve in de Formule 1 kwam hij ook meermaals uit in uithoudingswedstrijden zoals de 24 uur van Le Mans, onder andere voor Porsche en Toyota.

Bertrand Gachot was ook een beloftevol Formule 1 piloot van 1989 tot 1995. Maar net als Thierry Boutsen kon hij niet altijd beschikken over een perfomante wagen en motor. Bertrand Gachot won in 1991 de 24 uur van Le Mans met een Mazda787B.


Ook de naam van Patrick Snijers verdient hier vermelding. Hij werd zevenmaal Belgisch kampioen rally (1983, '84, '85, '88, '91, '93 en '94). In 1988 werd hij vice-kampioen en in 1994 kampioen op het EK, daarnaast won hij ook eenmaal het Nederlands ('92) kampioenschap. Het jaar daarvoor behaalde hij zijn beste WK-resultaat met een tweede plaats in de San Remo Rally, achter het stuur van een Ford Escort RS Cosworth. en Freddy Loix.

Andere bekende namen zijn Max Verstappen en Brusselaar Jérôme d'Ambrosio. d'Ambrosio trad verschillende malen aan in de Formule 1 en was er stand-in voor Kimi Raikkonen en Romain Grosjean van het Lotus F1 Team. Verstappen van zijn kant won verschillende karting en Formule 3-wedstrijden. In 2016 werd hij in zijn tweede formule 1-seizoen winnaar van de Grand Prix van Spanje tijdens zijn debuut in een Red Bull RB12. Hij werd hierdoor de jongste winnaar ooit van een Formule 1 Grand Prix.

De laatste jaren is de Kortrijkzaan Stoffel Vandoorne het aanstormend singleseaters-talent. De jonge Belg maakt deel uit van het prestigieuze McLaren Young-Driver programme. In 2014 trad hij voor het eerste jaar aan in de GP2 de opstapklasse naar de Formule 1. Vandoorne raakte hier terecht nadat hij in de Formule Renault 3.5 knap vice-kampioen werd, hij moest de Deen Kevin Magnussen laten voorgaan. In 2014 werd hij ook vice-kampioen. Op vraag van McLaren kwam hij in 2015 weer in de GP2 aan de start, zijn taak was om wereldkampioen te worden. De titel zou voor hem kans op Formule 1 betekenen. Stoffel Vandoorne deed wat van hem verwacht werd, meer zelfs hij verbrak alle records! Formule 1 zat er toch niet in dus moet Vandoorne dit jaar aan de slag in de Japanse Super Formula.

Op 3 april 2016 mocht Stoffel Vandoorne als eerste Vlaming deelnemen aan een Grote Prijs Formule 1 van Bahrein. Hij won het eerste puntje voor McLaren door het behalen van een 10e plaats.

In Vlaanderen worden de wedstrijden georganiseerd door bij de Vlaamse Autosport Federatie (VAS) aangesloten automobielclubs. Er is onder de VAS een competitie in verschillende categorieën naar moeilijkheidsgraad en naar type rit.

Basketbal[bewerken]

Van de 10 heren-basketbalploegen die actief zijn in de Ethias League zijn er 5 Vlaams. Een zeer succesvolle ploeg is/was Racing Mechelen dat vijftienmaal landskampioen (1965-'67, '69, '74-'76, '80, '87 en '89-'94) werd en negenmaal de Beker van België ('64, '65, '70, '71, '86, '87, '90, '93, en '94) won. Eenmaal was ze verliezend finalist in de Korać Cup ('73). In 1995 fusioneerde de club met Sobabee tot de Antwerp Giants. Eveneens succesvol was BC Oostende dat zestienmaal de titel kaapte (1981-'86, '88, '95, '01, '02, '06, '07, '12, '13, '14 en '15) en evenveel maal de beker ('79, '81-'83, '85, '89, 91, 97, '98, 2001, '08, '10, '12, "13 en '15), ook on de club eenmaal de Benelux-beker (1988).

Daarnaast is ook Brussels A.C. noemenswaardig, dat vooral in de beginjaren van de Belgische basketbalcompetitie succesvol was en vier landstitels (1928, '30, '31 en '33) behaalde. Antwerpse B.C. tenslotte was in de jaren 60 erg succesvol met in totaal 8 titels (1956, '59-'64 en '73) en drie bekers ('61, '72 en '74). Veruit de bekendste Vlaamse basketballer is de Brusselaar Éric Struelens. Hij brak definitief door bij Racing Mechelen en speelde voorts bij Spirou Charleroi, PSG Paris, Real Madrid Baloncesto, CB Girona en Panellinios Athene. Een andere levende legende is René Aerts die er tijdens zijn carrière in slaagde zeven keer landskampioen en twee keer bekerwinnaar te worden. Daarnaast was hij de derde beste schutter op het EK 1963 en tweemaal nationaal topschutter ('61 en '62). In zijn ganse carrière maakte hij 6869 punten.

Van de 12 teams uit de eerste klasse van het damesbasketbal zijn er acht Vlaamse. Veruit de bekendste Vlaamse basketbalspeelster is Ann Wauters. Haar ster begon te rijzen bij Osiris Aalst; vervolgens speelde ze bij onder andere USVO Valenciennes, WBC CSKA Samara, WBC CSKA Moskou, UMMC Jekaterinenburg, Cleveland Rockers, New York Liberty en San Antonio Silver Stars. Ze werd vijfmaal verkozen tot Europese speelster van het jaar en was in 2005 de enige Europese die in de WNBA geselecteerd werd voor het All-Star team. De belangrijkste teams uit de eigen competitie zijn huidig kampioen Waregem BC (driemaal landskampioen) en BC Sint-Katelijne-Waver (eenmaal landskampioen). Belangrijke teams uit het verleden zijn Antwerpse BC (zevenmaal landskampioen) en Kortrijk Sport CB (tweemaal landskampioen).

Biljart[bewerken]

Verschillende Vlamingen domineerden de biljartsport lange tijd, onder hen driebandpionier René Vingerhoedt, Raymond Ceulemans die 35 keer wereldkampioen werd en Ludo Dielis die 9 maal wereldkampioen werd. Meer recent werd Eddy Merckx eveneens wereldkampioen.

Bobsleeën[bewerken]

Elfje Willemsen en Hanna Mariën behaalden in het bobsleeën een 6de plaats op de Olympische Winterspelen 2014 te Sotsji.[2] Op het EK bobslee 2015 in het Franse La Plagne lieten Elfje Willemsen en Annelies Holthof de vierde tijd noteren.[3] Datzelfde jaar werden ze tweemaal tweede in een wereldbekermanche.[4]

Boksen[bewerken]

David Haye vs. Ismaïl Abdoul, 21 juli 2006

De succesvolste Vlaamse boksers tot dusver zijn weltergewicht Sugar Jackson bij de mannen, Daniella Somers en vooral Delfine Persoon bij de vrouwen. Sugar Jackson is tot dusver de enige (mannelijke) Vlaming die erin slaagde een (IBC)-wereldtitel te bemachtigen. Hij deed dit in 2005 tegen Mikhail Krivolapov met KO. In 2007 veroverde hij eveneens de EBU-welterweighttitel tegen Nordin Mouchi. Deze zou hij met succes behouden tot 11 juli 2009 toen hij verloor van Selçuk Aydin. Daniëlla Somers van haar kant werd tijdens haar carrière wereldkampioen kickboksen WKA (1992) en full-contact WAKO ('93). In dat jaar maakte ze haar overstap naar boksen alwaar ze IWBF-wereldkampioene was van 1995 tot 2000. Delfine Persoon veroverde in 2011 haar eerste Europese titel en in 2012 een eerste wereldtitel en werd in 2014 wereldkampioene in alle bonden.

Andere grote namen zijn onder anderen:

Boogschieten[bewerken]

Een sport met (relatief) veel Vlaamse kampioenen is het boogschieten. Zo behaalde onder anderen Hubert Van Innis tijdens de eerste Olympische spelen van 1900 te Parijs een gouden medaille in de disciplines au cordon doré, 33m en au chapelet, 50m en een zilveren in het au cordon doré, 50m. Tijdens de editie van 1920 te Antwerpen behaalde hij goud in de discipline Bewegend vogeldoel, 33m, individueel, het dient echter gezegd te worden dat er slechts twee deelnemers aan deze discipline waren. Dit was eveneens het geval voor het bewegend vogeldoel, 50m, individueel waarin hij zilver behaalde. In het bewegend vogeldoel, 50 m behaalde hij met het Belgische team eveneens een zilverend medaille. In het totaal behaalde hij zesmaal goud en driemaal zilver op de Olympische Spelen, wat hem tot een van de succesrijkste Olympische Vlamingen maakt.

Andere bekende namen zijn die van Edmond Cloetens, Edmond Van Moer, Louis Van Beeck, Edmond De Knibber, Louis Fierens, Joseph Hermans, Louis Van de Perck en Auguste Van De Verre.

Frans Peeters behaalde in 1988 een bronzen medaille op de Olympische Spelen.

Dans[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Dans in Vlaanderen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Kim Dittrich werd in 2007 wereldkampioen buikdansen op het WK te Duisburg.[5]

Darts[bewerken]

Tijdens zowel het EK van 2011, als tijdens het WK 2012 van de PDC-bond slaagde Kim Huybrechts erin om de kwartfinale te bereiken. Reeds eerder dat jaar had hij enkele goede prestaties neergezet tijdens de Pro tour.
Ook slaagde er op het WPDC 2012 van de BDO dat jaar nog een Vlaming genaamd Geert De Vos, in om de 1/8ste finale te bereiken.

Football[bewerken]

American Football[bewerken]

Het American football is relatief jong in Vlaanderen (en België), zo wordt er pas sinds 1987 een competitie op nationaal niveau ingelegd. Twintigmaal werd de landstitel binnengehaald door een Vlaamse club. De reguliere competitie vindt plaats op lokaal niveau, de Flemish American Football League. Vervolgens kwalificeren de drie beste teams van deze competitie zich voor de Belgian Football League. Hierbij komen ze uit tegen de drie beste van de LFFAB uit in een play-off-systeem.

West-Vlaanderen Tribes bracht tot heden het vaakst de titel mee naar het thuisfront (2006, '07, '08, '09, '10 en '11) met acht titels, waarvan twee als Izegem Redskins (2000 en '01). De Brussels Raiders behaalde vijfmaal de titel naar huis (1989, '90, '91 en '94) en de Antwerp Diamonds (2004 en '05) en Brussels Tigers (2002 en '12)) ieders tweemaal. De Leuven Lions (1992) en de Brussels Black Angels (2003) ten slotte ieders eenmaal.

Op Europees vlak wist een Vlaamse club eenmaal een titel te behalen. Zo wonnen de West-Vlaanderen Tribes in 2009 de EFAF Atlantic Cup.

Australian Football[bewerken]

De club Brussels Saints was een Australian football-club uit Brussel die er in 2005 in slaagde om de EU Cup te winnen. Deze vond plaats te Londen.[6]

Gewichtheffen[bewerken]

Serge Reding, Tom Goegebuer

Handbal[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Handbal in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Vlaamse Handbal Vereniging (VHV) beheert de handbalsport in Vlaanderen, samen met haar Waalse tegenhanger vormt ze de Belgische Handbalbond die verantwoordelijk is voor de twee nationale reeksen (ereklasse en 2e nationale). Bij de heren zijn de grootste ploegen Initia Hasselt en Sporting Neerpelt die elks 10x landskampioen werden, Sporting Neerpelt won daarnaast nog negenmaal de Beker van België en Initia Hasselt achtmaal. KV Sasja HC Hoboken werd vijfmaal landskampioen en zesmaal bekerwinnaar en United HC Tongeren ten slotte werd viermaal landskampioen en even vaak won het de Beker van België.

Bij de vrouwen zijn de belangrijkste clubs Initia Hasselt (10x winnaar van de Beker van België en even vaak de landstitel), DHC Meeuwen (3x bekerwinnaar en tweemaal landskampioen), United HC Tongeren (2x bekerwinnaar en eenmaal landskampioen) en huidig landskampioen DHW Antwerpen HC (1x bekerwinnaar en 1x landstitel). Ontstaan uit de damesteams van de grootheden uit de begindagen van de sport: Uilenspiegel Wilrijk (8x landskampioen en 1x bekerwinnaar) en KV Sasja HC Hoboken (1x landskampioen en 1x bekerwinnaar).

Hengelsport[bewerken]

Guido Nullens, wereldkampioen klassiek hengelen op het WK 2005 in Finland, hengelde een indrukwekkend palmares bij elkaar. Zo veroverde hij eveneens tweemaal goud, tweemaal zilver en één keer brons op diverse Europese kampioenschappen.

Hockey[bewerken]

Fernand de Montigny

Judo[bewerken]

Ingrid Berghmans met de Olympische vlam in Brussel

In de jaren 80 kende Vlaanderen succes in het judo met Ingrid Berghmans. Ze behaalde in haar carrière 6 wereld- en 9 Europese titels en behaalde ze een gouden medaille op de Olympische Zomerspelen 1988 waar het vrouwenjudo een demonstratiesport was. Daarnaast werd ze 8 maal tot Sportvrouw van het jaar uitgeroepen.

Ook Ulla Werbrouck slaagde erin om goud te veroveren op de Olympische Spelen (1996). Daarnaast was ze zevenmaal Europees kampioen en behaalde ze tweemaal zilver op een WK. Een andere grote Vlaamse judoka was Gella Vandecaveye. Zij slaagde erin om tweemaal op het olympische podium te staan (zilver in 1996 & brons in 2000, daarnaast werd ze tweemaal wereldkampioen, zevenmaal Europees kampioen en viermaal Europees judoka van het jaar.

Bij de mannen begon het succes aan het einde van de jaren 70 toen de ster van Robert Van de Walle begon te stijgen. Deze Vlaamse wereldtopper won goud op de Olympische Zomerspelen 1980 en brons op die van 1988. Daarnaast werd hij tweemaal tweede en viermaal derde op een WK en werd hij driemaal Europees kampioen.

Andere bekende judoka's zijn Ilse Heylen die onder andere in 2005 het EK won, Ann Simons (brons op de Olympische Spelen van 2000) en Heidi Rakels. Daarnaast is ook Harry Van Barneveld noemenswaardig, die onder andere op de Olympische Zomerspelen van 1996 brons won en daarnaast tal van mondiale en Europese medailles behaalde. Eveneens noemenswaardig is Jean-Marie Dedecker die voornamelijk furore maakte in de sport als coach van onder anderen Ulla Werbrouck, Harry Van Barneveld en Gella Vandecaveye. Onder zijn leiding werden er meer dan 130 medailles gewonnen, waaronder vier olympische (behaald in Atlanta).

Korfbal[bewerken]

België telt circa 70 korfbalclubs en 8000 leden die aangesloten zijn bij de Koninklijke Belgische Korfbal Bond (KBKB). De meeste van deze clubs zijn gevestigd in de provincie Antwerpen, doch er zijn er ook in de Gentse regio en Vlaams-Brabant diverse clubs actief. België kent twee competities, één voor het zaalkorfbal en een voor het veldkorfbal. De hoogste klasse in de zaalvariant is de Topkorfbal League, in de veldvariant is dat de Eerste klasse A.

In de Eerste Nationale Klasse A van het korfbal zijn alle acht ploegen afkomstig uit Vlaanderen. AKC uit Antwerpen slaagde erin het vaakst kampioen te spelen. Ze werden achtmaal landskampioen in de zaal ('28, '29, '37, '57, '85 - '88) en achttienmaal op het veld ('28, '29, '37, '57, '85 - '88, '98 - 2004, '07 en '08). Daarnaast wonnen ze negenmaal de Beker van België ('83, '86, '93, '95, '99, 2000 - '04) en eenmaal de Europa Cup ('86).[7] Royal Scaldis Sporting Club behaalde tienmaal de landstitel op het veld ('22 - '27, '30, '65, '91 en 2009) en viermaal in de zaal ('68 - '70 en 2010).

Een andere grote club uit het korfbal is Kon. Riviera K.C. dat elfmaal landskampioen werd op het veld ('32 - '35, '73 - '75, '77, 2005 en '10) en tweemaal zaalkampioen ('05 en '06). Voort werden ze viermaal bekerkampioen ('88, 2005 - '07) en wonnen ze eenmaal de Europa Cup ('77). Catbavrienden behaalde 6x de landstitel in het veldkampioenschap ('90, '92, '93, '95, '96 en '97) binnen en viermaal het zaalkampioenschap ('91, '93 '96 en '97). Daarnaast wonnen ze viermaal de beker ('94 en '96 - '98), driemaal de Europa Cup ('92, '97 en '98) en waren ze tweemaal verliezend finalist. ('93 en '95). Andere noemenswaardige teams zijn Meeuwen KV (11x veld en 2x beker), huidig zaal- en veldkampioen Boeckenberg KC (7x zaal, 2x veld en 4x beker) en KC Sikopi Leftbank Rabbits (4x zaal, 2x veld, 3x beker en eenmaal de Europa Cup '91).

Twaalfmaal werd de Europa Cup in Vlaanderen georganiseerd, waarbij Antwerpen de absolute voorkeur genoot ('68, '71, '74, '78, '83, '87, '88, '98, 2003, '07). Daarnaast werd dit Europees kampioenenbal ook eenmaal in Ekeren ('81) en eenmaal in Herentals (2010) georganiseerd. Het Wereldkampioenschap korfbal werd tweemaal georganiseerd te Antwerpen ('84 en '91).

Motorcross[bewerken]

Stefan Everts in 2005 in Gaildorf

Een van de eerste Vlaamse succesvolle Vlaamse motorcrossers was René Baeten. Met zijn FN won hij in 1958 het Wereldkampioenschap motercross in de 500cc-klasse. Vervolgens is het wachten op de komst van Roger De Coster en zijn Suzuki in de motorsport alvorens een groot Vlaams kampioen opstaat. Hij werd maar liefst vijfmaal wereldkampioen (1971-1973, 1975 en 1976) in de 500cc-klasse.

Omstreeks dezelfde periode rijdt ook Harry Everts zichzelf met zijn Puch in de aandacht met een wereldtitel in de 250 cc (1975) en drie wereldtitels (1979-1981) met een Suzuki in de 125 cc. Omstreeks 1981 krijgt hij in deze klasse concurrentie van Eric Geboers en zijn Suzuki en komt het tot een machtswissel met twee wereldtitels 125 cc (1982 en 1983) voor Geboers tot gevolg. Later volgt hier nog een titel in de 250 cc (1987, met een Honda) en twee wereldtitels in de 500 cc (1988 en 1990, eveneens met een Honda) bij. Hiermee was hij de eerste die erin slaagde om in de drie categorieën een wereldtitel te behalen, wat hem de naam Mr 875 cc opleverde.

Een jaar later behaalt Stefan Everts zijn eerste wereldtitel met een Suzuki in de 125cc-klasse. Vervolgens behaalde hij drie opeenvolgende wereldtitels in de 250cc-klasse met zowel een Kawasaki (1995) en een Honda (1996 en 1997). Ondertussen behaalden Jacky Martens (1993) met een Husqvarna en Joël Smets met een Husaberg (1995, 1997 en 1998) en een KTM (2000) respectievelijk één en vier wereldtitels in de 500cc-klasse.

In 2001 is Joël Smets rijk in de 500 cc uitgezongen en verovert Stefan Everts 6 opeenvolgende wereldtitels in de 500cc-klasse met zijn Yamaha. Vier hiervan behaalde hij in de MX1-klasse, de opvolger van de 500cc-klasse. Daarnaast behaalde hij 101 Grand Prix-overwinningen, won hij als eerste rijder 3 GP's op dezelfde dag en was hij de enige motorcrosser die wereldkampioen werd op de vier grote Japanse merken (Suzuki, Kawasaki, Honda en Yamaha). Net als Geboers kroont hij zich tot winnaar in de 3 klassen en mag hij zich met zijn 10 wereldtitels eveneens Mr 875 cc noemen. Wel behaalt Smets in 2003 nog een laatste wereldtitel in de MX3-klasse.

De laatste Vlaamse wereldkampioenen tot op heden waren Steve Ramon en Sven Breugelmans. Eerstgenoemde slaagde er tweemaal in om de wereldtitel te winnen, met name in 2003 met een KTM in de MX2-klasse en in 2007 met een Suzuki in de MX1-klasse. Breugelmans werd eveneens tweemaal wereldkampioen, met name in 2005 en 2008) in de MX3-klasse telkens met een KTM.

Paardensport[bewerken]

Daniel Bouckaert

Roeien[bewerken]

Annelies Bredael, Ann Haesebrouck, Rita Defauw, Lucia Focque

Rope skipping[bewerken]

De Vlaamse ropeskipper Lode D'hollander werd Europees kampioen (2011) en vice-wereldkampioen rope skipping in 2010. Andere bekende namen zijn Mathias De Jans (goud op het EK 2002) en Jan De Neve (zilver op datzelfde EK). Bij de dames behaalde Natasja Govarts zilver op het EK 2011 en Debby Verbeeck brons op de editie van 2002.

Schaatsen[bewerken]

Lange baan[bewerken]

Een van de opmerkelijkste Vlaamse schaatsers was de voormalige Nederlander Bart Veldkamp. Alvorens de Belgische nationaliteit te bekomen werd hij in 1988 in Canada de eerste wereldkampioen marathonschaatsen. In 1990 werd hij Europees kampioen in deze discipline en op het WK derde. Daarnaast won hij een gouden medaille op de Olympische Winterspelen 1992 te Albertville op de 10.000 m en twee jaar later behaalde hij een bronzen medaille op dezelfde afstand op de Olympische Winterspelen 1994 te Lillehammer. Na zijn naturalisatie werd hij de eerste Belgisch kampioen allround schaatsen en behaalde hij de eerste Belgische olympische schaatsmedaille (brons op de Olympische Winterspelen 1998 te Nagano op de 10.000 meter).

Andere bekende namen zijn die van Nele Armée, Jelena Peeters en Bart Swings.

Kunstschaatsen[bewerken]

Kevin Van der Perren, Pierre Baugniet, Micheline Lannoy, Liselotte Landbeck

Rolschaatsen[bewerken]

Annie Lambrechts,

Schermen[bewerken]

Paul Anspach, Victor Willems, Fernand de Montigny

Schietsport[bewerken]

Frans Peeters, Paul Van Asbroeck. Lionel Cox won op de Olympische Zomerspelen 2012 zilver op het onderdeel 50 meter liggen kleinkalibergeweer. Dit was tevens de beste Belgische prestatie op de Spelen van dat jaar.

Skiën[bewerken]

Natasha De Troyer

Tennis[bewerken]

Kim Clijsters op Wimbledon (2006)

In 2000 werd de eerste Vlaamse Olympische medaille behaald in het tennis door Els Callens en (de Waalse) Dominique Monami. Els Callens slaagt erin enkele WTA-finaleplaatsen te behalen. Rond diezelfde periode schrijft Sabine Appelmans Vlaamse tennisgeschiedenis door als eerste Vlaamse ooit een kwartfinale van een grandslamtoernooi te bereiken (Australian Open van 1997). Ze won in haar carrière 7 WTA- en 1 ITF-titel. Haar hoogste positie op de WTA-ranglijst bereikte ze in 1997 met een 16e plaats.

Maar het echte Vlaamse tennissucces komt er pas met Kim Clijsters die erin slaagde drie WTA Tour Championships (2002,'03 en '10), 4 Grand Slams ( 3x US Open en eenmaal de Australian Open), 41 WTA- en 3 ITF-titels te winnen. Daarnaast behaalde ze de eerste plaats in de WTA-ranking van zowel het enkel- als het dubbelspel. In dat dubbelspel won ze 2 grand slams (Roland Garros en Wimbledon beide in 2003), 3 ITF- en 11 WTA-titels.

Triatlon en duatlon[bewerken]

Luc Van Lierde tijdens de Zwintriatlon in Knokke

Ook in de triatlon presteren de Vlamingen sterk met onder andere Marc Herremans, die na een zwaar ongeval nu als rolstoelatleet triatlon beoefent, Rutger Beke, Luc Van Lierde, die tweemaal de Iron Man won en Frederik Van Lierde, die de Iron Man in 2013 won.

In de duatlon korte afstand (kwartduatlon) werd Benny Vansteelant vier maal wereldkampioen, met name in 2000, '01, 03, en '04. Rob Woestenborghs slaagde daar eenmaal in 2008 in, daarnaast werd hij eenmaal tweede ('10) en tevens eenmaal derde ('06). Bart Aernouts werd eenmaal wereldkampioen (2010) op deze afstand en eenmaal derde ('08). Jurgen Dereere werd driemaal tweede (1999, 2006 en '07) en eenmaal derde ('09). Joeri Vansteelant ten slotte werd eenmaal derde (2010).

Op de lange afstand (powerman) werd Benny Vansteelant viermaal wereldkampioen, met name in 2000, '01, '05 en '06. Daarnaast werd hij eenmaal tweede ('03). Joeri Vansteelant werd eveneens viermaal wereldkampioen (2007, '07, '11 en '12), ook was hij eenmaal derde in 2006. Daarnaast waren er nog ereplaatsen voor Koen Maris (2de in 2006 en 3de in '07), Bart Arnouts (2de in 2008), Marino Vanhoenacker (3de in 2000), Jurgen Dereere (3de in 2002), Nico Huyberechts (3de in 2004) en Rob Woestenborghs (2de in 2012).

In 2004 vond het wereldkampioenschap duatlon korte afstand plaats te Geel en in 2008 het Wereldkampioenschap duatlon lange afstand. Daarnaast vindt jaarlijks de IronMan 70.3 Antwerpen plaats, een wedstrijd in het IronMan 70.3-circuit te Antwerpen.

Vliegtuigsport[bewerken]

Jan Olieslagers was naast een luchtvaartheld in de Eerste Wereldoorlog, een pionier in de vliegtuigsport. Zo was hij houder van het wereldrecord afstand in gesloten omloop - 255km, 392km en het 625 km, daarnaast vestigde hij een hoogterecord (1524 meter) en maakte hij de eerste overlandvlucht over Nederland van Rotterdam naar Gouda. Al deze feiten vonden plaats in 1910.

Voetbal[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Voetbal in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
RSC Anderlecht tegen Girondins de Bordeaux in de tweede ronde van UEFA Cup tijdens het seizoen 2007/08
De kampioenenviering bij Club Brugge in 2005

Veruit de populairste sport in Vlaanderen is voetbal.[8] Van de 16 clubs die in de eerste klasse van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) uitkomen zijn er 14 Vlaamse. De landstitel werd 93 keer door een Vlaamse club gewonnen (waarvan 53x door een Brusselse) en de beker 47x (waarvan 13x door een Brusselse). De succesvolste Vlaamse club is RSC Anderlecht, dat 30x landskampioen[9] werd en 9x bekerkampioen[10]. Daarnaast won de club twee keer de Europacup II[11], twee keer de UEFA Super Cup en één keer de UEFA Cup[12].

Andere succesvolle Vlaamse clubs zijn onder andere Club Brugge KV dat 13x landskampioen werd, 10x de Beker van België won en vice-kampioen in de UEFA Cup in 1976 en de Europacup I in 1978 werd.[13] Beerschot VAC dat 7x landskampioen werd en 2x bekerkampioen en in 1999 fusioneerde met Germinal Ekeren tot GBA Antwerp.[14] De oudste club van Vlaanderen (én België) is Royal Antwerp FC, dat bijgevolg stamnummer 1 heeft.[15] De club werd viermaal landskampioen en won tweemaal de Beker. Daarnaast was de club eenmaal vicekampioen in de Europacup II.[16]

De laatste Vlaamse club die een Europese titel in de wacht sleepte was KV Mechelen in 1988 toen de club de Europacup II won[17]. Daarnaast werden ze viermaal landskampioen en wonnen ze eenmaal de UEFA Supercup[18] en de Beker van België. Ten slotte dient ook huidig (2011) landskampioen KRC Genk vernoemd te worden. De ploeg werd driemaal landskampioen en won evenveel maal de Beker van België. In het vrouwenvoetbal zijn 11 van 14 clubs in de eerste klasse van de KBVB uit Vlaanderen. De succesvolste Vlaamse ploegen zijn VC Dames Eendracht Aalst, dat vijfmaal landskampioen en tweemaal bekerkampioen werd. Sint-Truidense VV, dat eveneens vijfmaal landskampioen werd en zesmaal de Beker van België won. En ten slotte RSC Anderlecht, dat viermaal landskampioen speelde en negenmaal bekerkampioen was.

Vlaamse topschutters zijn Jules Van Craen en Arthur Ceuleers met beide 41 goals in het seizoen 1942/'43 voor resp. Liersche SK en Beerschot VAC, op de derde plek Albert De Cleyn met 40 goals in het seizoen 1945/'46 voor FC Malinois (het huidige KV Mechelen), en op een gedeelde 4e plaats Erwin Vandenbergh en Jef Mermans met beide 39 goals. Vandenbergh presteerde dit in het seizoen 1979/'80 voor SK Lierse en Mermans in het seizoen 1946/'47 voor RSC Anderlecht. Albert De Cleyn heeft daarnaast ook nog het recordaantal doelpunten in één wedstrijd (7 tegen Racing de Bruxelles). Andere memorabele voetballers zijn onder andere:

  • Bernard Voorhoof, een uitmuntende spits, die derde is op de lijst van all-time topscorers in de Belgische competitie en aanvoerder van een soortgelijke lijst van het Belgische elftal. Daarnaast is hij ook recordhouder betreffende het aantal goals in een wedstrijd (8 tegen SC Eendracht Aalst in het seizoen 1939/40). Hij speelde het leeuwendeel van zijn carrière voor Lierse SK.
  • Victor Mees, die zijn hele carrière bij de Great Old voetbalde wordt voornamelijk herinnert voor zijn positie van kapitein van de Rode Duivels.
  • Rik Coppens voetbalde onder andere bij Beerschot VAC, Berchem Sport en Club Brugge. Hij stond bekend als balkunstenaar met een neus voor doelpunten en werd in 1954 als allereerste verkozen tot Gouden Schoen. In 389 competitiewedstrijden scoorde hij 258 maal en in 1954 werd hij door L'Équipe verkozen tot beste spits.
  • Paul Van Himst die 8x landskampioen en 4x bekerkampioen werd. Daarnaast won hij 4x de Gouden Schoen en was hij driemaal topschutter. In 1995 werd hij uitgeroepen tot Gouden Schoen van de Eeuw. Het leeuwendeel van zijn carrière speelde hij voor RSC Anderlecht. Na zijn voetbalcarrière was hij onder andere trainer van de Rode Duivels en RSC Anderlecht. Deze laatste ploeg coachte hij naar de overwinning in de UEFA Cup in 1983 en in 1984 werden ze vice-kampioen. Twee jaar later veroverde hij zijn eerste (en enige) Belgische titel.
  • Jan Ceulemans, die het grootste deel van zijn carrière voor SK Lierse en Club Brugge uitkwam, werd vier maal Belgisch kampioen en won 2x de beker, daarnaast werd hij driemaal tot Gouden Schoen en Profvoetballer van het jaar gekozen en was hij lange tijd kapitein bij de Rode Duivels. Na zijn carrière als voetballer werd hij trainer bij onder andere Club Brugge en KVC Westerlo.
  • Wilfried Van Moer wordt algemeen beschouwd als een van de aller succesvolste Vlaamse voetballers. Hij werd geroemd voor zijn spelinzicht, loopvermogen en inzet. Hij kreeg hiervoor drie keer de Gouden Schoen en werd in 1980 vierde in een referendum betreffende Europees voetballer van het jaar. Hij werd driemaal Belgisch kampioen en speelde onder andere als verdedigend middenvelder voor Antwerp FC en Standard Luik.
  • Eric Gerets, die steevast rechtsachter speelde en een goede aanvallende kwaliteit had maakte furore bij onder andere Standard Luik, AC Milan en PSV Eindhoven. Hij won eenmaal de Europacup I ('88) en werd tweemaal Belgisch en zesmaal Nederlands landskampioen. Daarnaast won hij eenmaal de Belgische en driemaal de KNVB beker en werd hij in 1982 verkozen tot Gouden Schoen. Na zijn carrière als voetballer ging hij aan de slag als trainer bij onder andere SK Lierse, Club Brugge, PSV Eindhoven, Galatasaray SK, Olympique Marseille en het Marokkaans voetbalelftal. Als trainer werd hij tweemaal Belgisch en Nederlands kampioen en telkens eenmaal Turks en Saoedi-Arabisch landskampioen.
  • Ludo Coeck begon zijn carrière bij Berchem Sport maar verhuisde al snel naar RSC Anderlecht, waar hij elf seizoenen speelde. Met deze club werd hij twee keer landskampioen, won drie keer de Beker van België, twee keer de Europacup II en één keer de UEFA-Cup. In 1983 trok Coeck naar Internazionale, waar hij echter niet vaak aan spelen toe kwam. Hij kwam op 30-jarige leeftijd om het leven tijdens een autoaccident.
  • Jean-Marie Pfaff werd in de jaren 80 vaak gelauwerd als 'Beste keeper ter wereld'. Hij speelde onder andere voor Bayern München, SK Lierse en Trabzonspor. Hij werd driemaal landskampioen in Duitsland en tweemaal in België. Daarnaast won hij tweemaal de Duitse en eenmaal de Belgische beker. In 1987 werd hij vice-kampioen in de Europacup I.
  • Franky Van der Elst, die zijn volledige carrière doorbracht bij RWDM en Club Brugge, was lange tijd een bepalende speler bij de Rode Duivels (86 A-Caps). Hij speelde zesmaal kampioen en won drie keer de Beker van België. Daarnaast werd hij tweemaal tot Gouden Schoen gekozen. Na zijn voetbalcarrière was hij een tijdlang trainer.
  • Marc Degryse speelde voornamelijk als aanvallende middenvelder. Hij speelde achtereenvolgens bij Club Brugge, RSC Anderlecht, Sheffield Wednesday, PSV Eindhoven, AA Gent en Germinal Beerschot. Hij speelde 4x Belgisch kampioen en eenmaal Nederlands kampioen. Daarnaast won hij driemaal de Beker van België, speelde hij 63 interlands voor de Rode Duivels en werd hij viermaal uitgeroepen tot Profvoetballer van het Jaar.
  • Lorenzo Staelens was een verdedigend middenvelder die onder andere bij Club Brugge, RSC Anderlecht en de Japanse club Oita Trinita. Hij behaalde vijf landstitels en won driemaal de Beker van België. Hij speelde 70 interlands met de Rode Duivels en won eenmaal de Gouden Schoen.
  • Luc Nilis was tijdens zijn professionele voetbalcarrière spits. Hij speelde onder andere voor FC Winterslag, RSC Anderlecht, PSV Eindhoven en Aston Villa FC. Tijdens zijn carrière werd hij viermaal landskampioen in België en tweemaal in Nederland en won hij driemaal de Beker van België en eenmaal de KNVB beker. Daarnaast werd hij in 1995 uitgeroepen tot Nederlands speler van het jaar en werd hij tweemaal topscorer in de Nederlandse competitie.
  • Gilles De Bilde speelde voornamelijk als spits. Hij speelde onder andere voor Eendracht Aalst, RSC Anderlecht, PSV Eindhoven, Sheffield Wednesday, Aston Villa FC. Nasst zijn sportieve prestaties staat De Bilde ook bekend voor zijn agressie, zo gaf hij Krist Porte een vuistslag in het aangezicht. Onder andere hierdoor haalde hij slechts 24 caps bij de Rode Duivels. Tijdens zijn carrière won hij één Nederlandse landstitel en twee Nederlandse Supercups. Eenmaal werd hij verkozen tot Belgische Gouden Schoen.
  • Timmy Simons is een verdediger die onder andere aantrad voor SK Lommel, Club Brugge, PSV Eindhoven en 1. FC Nürnberg. Hij werd tweemaal Belgisch en driemaal Nederlands landskampioen. Ook won hij tweemaal de Beker van België en eenmaal de Johan Cruijff Schaal. Hij speelde reeds 83x in het shirt van de Rode Duivels.
  • Wesley Sonck is een aanvallend voetballer die onder andere bij RWDM, Germinal Beerschot, KRC Genk, Ajax Amsterdam, Borussia Mönchengladbach, FC Club Brugge en SK Lierse speelde. Gedurende zijn carrière werd hij eenmaal Belgische en tevens eenmaal Nederlands kampioen, daarnaast was hij tweemaal topschutter in de Belgische competitie en werd hij telkens eenmaal profvoetballer van het jaar en Gouden Schoen. Hij speelde 55 interlands met de Rode Duivels.
  • Romelu Lukaku is een spits en de grote belofte van het Vlaamse en Belgische voetbal. Hij speelt bij RSC Anderlecht en werd met deze ploeg reeds eenmaal landskampioen en tevens topscorer.

De EK's Voetbal van 1972 en 2000 gingen onder andere door in de Vlaamse steden Antwerpen ('72), Brussel ('72 en '00) en Brugge ('00). Het Heyzelstadion (het huidige Koning Boudewijnstadion) was viermaal het toneel van de Europacup (1958, '66, '74 en '85) en Europacup 2 ('64, '76, '80 en '96). Tijdens de finale van het Europa Cup 1985 (Liverpool FC - Juventus FC) vond het Heizeldrama plaats, waarbij 39 mensen het leven lieden en 400 gewond werden.

Volleybal[bewerken]

Van de 10 Heren-volleybalploegen die actief zijn in Liga A zijn er 9 Vlaams. De succesvolste ploegen zijn Noliko Maaseik en Knack Randstad Roeselare. Zo werd Maaseik 13x landskampioen en won het 13x de Beker van België, daarnaast waren ze tweemaal Europees Vice-kampioen (1997 en 1999) in de Champions League en eenmaal derde. In 2008 waren ze vice-kampioen in de CEV Top Teams Cup. Bekende (oud-) spelers zijn Matias Raymaekers, Kristof Hoho en Wout Wijsmans. Roeselare werd 6x landskampioen en won 8x de Beker, daarnaast wonnen ze in het seizoen 2001/'02 de CEV Top Teams Cup waarmee ze een unicum behaalde in het Vlaamse herenvolleybal. Eerder waren ze tweemaal finalist geweest in de CEV Challenge Cup (1998 en '99). Bekende (oud-) spelers zijn Frank Depestele, Hendrik Tuerlinckx en Kristof Hoho. De eerste Vlaamse topprestatie in de Champions League werd geboekt door Maes Pils Zellik met een derde plaats in 1994. Andere belangrijke Vlaamse ploegen uit het verleden waren Brabo Antwerpen en Ibis Kortrijk die respectievelijk elf- en zevenmaal landskampioen werden.

In het vrouwenvolleybal zijn 9 van de 10 ploegen die actief zijn in de Eredivisie Vlaams. De succesvolste clubs uit het verleden en heden zijn/waren Hermes Volley Oostende dat dertienmaal kampioen speelde, Brabo Antwerpen (10x kampioen), VC Antonius / VT Herentals (8x kampioen), VC Tongeren (7x kampioen), VOG Oostende (6x kampioen) en huidig landskampioen Asterix Kieldrecht (6x kampioen en 10x de Beker van België). Deze club was in 2010 tevens finalist van de CEV Challenge Cup, een unicum in het Vlaamse vrouwenvolleybal.

Naast de competitie is een van de belangrijke volleybalevents het Flanders Volley Gala te Sint-Niklaas. Eenmaal vond het EK plaats op Vlaamse bodem, met name in 1987 te Gent.

Wielrennen[bewerken]

Eddy Merckx wordt op 25 augustus 1974 wereldkampioen in Canada
Johan Museeuw in de regenboogtrui in 1997
Lucien Buysse in de Tour van 1926
Freddy Maertens tijdens het WK op de weg 1974

Een andere erg populaire sport in Vlaanderen is het wielrennen en dan meer bepaald het wegwielrennen en het veldrijden. Naast een heleboel koersen die in beide disciplines georganiseerd worden zijn er ook tal van kampioenen uit de Vlaamse landstreek afkomstig.

Wegwielrennen[bewerken]

De allergrootste Vlaamse wegwielrenner is zonder twijfel Eddy Merckx, hij werd driemaal wereldkampioen (1967, '71 en '74) en was daarnaast 5x eindwinnaar van de gele trui in de Tour de France ('69, '70, '71, '72 en '74). Ook won hij in de Tour 34 ritten, driemaal het puntenklassement (de groene trui, in 1969, '71 en '72) en 2x het bergklassement (de bolletjestrui, in 1969 en '70). Daarnaast won hij vijfmaal de Ronde van Italië ('68, '70, '72, '73 en '74), driemaal Parijs-Nice ('69-'71) en eenmaal de Ronde van Spanje ('73), de Dauphiné Libéré ('71) en de Ronde van Zwitserland ('74). Verder won hij tal van klassiekers waaronder 7x Milaan-San Remo (1966, '67, '69, '71, '72, '75 en '76), 5x Luik-Bastenaken-Luik ('69, '71-'73, '75), 3x Parijs-Roubaix ('68, '70 en '73), 2x de Ronde van Vlaanderen ('69 en '75) en 2x de Ronde van Lombardije ('71-'72).

Een andere legendarische Vlaamse coureur was Rik Van Looy, die als enige wielrenner ooit de 6 klassiekers buiten categorie wist te winnen: de Ronde van Vlaanderen ('59 en '62), Luik-Bastenaken-Luik ('61), Parijs-Roubaix ('61-'62), Parijs-Tours ('59), Milaan-San Remo ('58) en de Ronde van Lombardije ('59). Hij was prof van 1953 tot 1970. Hij won ritten in de 3 grote rondes, in de Ronde van Italië het bergklassement ('60) en in zowel de Ronde van Frankrijk ('63) als de Ronde van Spanje ('65) het puntenklassement. Daarnaast werd hij 2x wereldkampioen (1960 en '61) en was hij de eerste die in één seizoen "keienklassiekers"-trilogie (Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem, Parijs-Roubaix) won (1962). Tom Boonen deed hem dit na in 2012. In totaal behaalde Rik Van Looy 493 overwinningen.

André Noyelle was de eerste Vlaamse winnaar van olympisch goud in de discipline wegwielrennen (1952 te Helsinki). In datzelfde jaar won hij samen met Robert Grondelaers en Lucien Victor ook olympisch goud in de wegwedstrijd voor teams. Vier jaar eerder (te Londen 1948) was het trio Léon De Lathouwer, Eugène Van Roosbroeck en Lode Wouters daar ook in geslaagd.

Andere grote Vlaams wegwielrenners zijn onder anderen:

  • Odiel Defraeye die de eerste Belg en tweede niet-Fransman was die de Ronde van Frankrijk (1912) won. Daarnaast zegevierde hij ook in drie ritten van deze ronde en won hij de Ronde van Vlaanderen voor amateurs (1908) en de Ronde van België (1912) beide eenmaal.
  • Philippe Thys, die als eerste wielrenner de Ronde van Frankrijk driemaal wist te winnen, met name in 1913, 1914 en 1920. Daarnaast won hij onder andere ook tweemaal Parijs-Tours ('17 en '18) en de Ronde van Lombardije ('18).
  • Lucien Buysse won eenmaal de Ronde van Frankrijk (1926), nadat hij er al een keer tweede ('25) en derde ('24) in was geworden. Zijn tourwinst in 1926 dankt hij aan een demarrage in de tiende etappe tijdens een geweldige sneeuwstorm op de Col d'Aspin in de Pyreneeën. Hiermee behaalde hij een uur tijdwinst op zijn kopman Ottavio Bottecchia. Daarnaast behaalde hij ereplaatsen in Luik-Bastenaken-Luik (2e in '20) en de Ronde van Italië (4e, '21).
  • Maurice De Waele won eveneens eenmaal de ronde van Frankrijk (1929), nadat hij reeds een keer tweede (1927) en derde (1928) was geworden. Daarnaast won hij onder andere het eindklassement van de Ronde van het Baskenland (1927), verschillende Tour-etappes en behaalt hij verschillende ereplaatsen in de Ronde van Vlaanderen (onder andere 3de in '27), twee tweede plaatsen in Parijs-Brussel ('23 en '29) en eenmaal een derde plek ('27) in die wedstrijd.
  • Georges Ronsse die actief was als prof tussen 1926 en 1938. In deze periode werd hij tweemaal wereldkampioen (1928 en '29) op de weg, won hij Luik-Bastenaken-Luik ('25), de Ronde van België (1925), Parijs-Roubaix ('27), de Ronde van Vlaanderen ('27), Parijs-Brussel ('28) en driemaal Bordeaux-Parijs ('27, '29-'30).
  • Romain Maes die eenmaal de Ronde van Frankrijk won (1935) en verschillende ereplaatsen in klassiekers pakte zoals enkele tweede plaatsen in de Ronde van Vlaanderen ('39), Parijs-Roubaix ('36) en Parijs-Brussel ('38), aldaar werd hij ook eenmaal derde ('34). Hij wordt echter vooral herinnerd als een van de verstrooidste renners in het peloton. Zo was hij in '38 goed op weg om Parijs-Brussel te winnen, hij had immers nog slechts één ronde te gaan met ruim honderd meter voorsprong. Hij stapte echter een ronde te vroeg af. Toen hij zijn vergissing door had, was het reeds te laat en wist Marcel Kint onverwachts te winnen.
  • Sylvère Maes, die tweemaal de Ronde van Frankrijk (1936 en '39) won en aldaar eenmaal de eindoverwinning in het bergklassement ('39) kaapte en in het totaal negen ritten won. Daarnaast won hij onder andere Parijs-Roubaix ('33) en werd hij tweede in zowel de Ronde van Vlaanderen ('38) als de Waalse Pijl ('38).
  • Briek Schotte, die tweemaal wereldkampioen werd op de weg ('48 en '50), was prof tussen 1940 en 1959. Ook won hij tweemaal de Ronde van Vlaanderen ('42 en '48), Parijs-Tours ('46 en '47) en Parijs-Brussel ('46 en '52). Eenmaal werd hij tweede in de Ronde van Frankrijk ('48). Daarnaast won hij nog tal van koersen waarvan Nokere Koerse ('45), Gent-Wevelgem ('50), de Scheldeprijs ('55) en Dwars door Vlaanderen ('53) de bekendste zijn en behaalde hij menig ereplaats in de klassiekers. Daarnaast was hij in 1948 aanvoerder van de allereerste Challenge Desgrange-Colombo.
  • Veelvraat Rik Van Steenbergen die onder andere 3x wereldkampioen op de weg ('49, '56 en '57) werd en daarnaast onder andere tweemaal de Ronde van Vlaanderen ('44 en '46), Parijs-Roubaix ('48 en '52) en de de Waalse Pijl ('49 en '58) won en telkens eenmaal Parijs-Brussel ('50) en Milaan-San Remo ('54). In het totaal behaalde hij 1645 triomfen en draaide tot zijn 43ste mee aan de top. Daarnaast is hij de succesvolste Nationaal kampioen (3x) na Tom Steels die de titel 4x kaapte.
  • Stan Ockers die onder andere tweemaal tweede werd in de Ronde van Frankrijk ('50 en '52) en aldaar tweemaal de groene trui ('55 en '56) wegkaapte. Daarnaast won hij onder andere de Waalse Pijl ('55), Luik-Bastenaken-Luik ('55) en het wereldkampioenschap wielrennen van '55. Daarnaast was hij in 1955 aanvoerder van de Challenge Desgrange-Colombo. In 1956 kwam de spurtbom echter zwaar ten val tijdens een baanwielerwedstrijd in het Antwerpse Sportpaleis en overleed kort daarna aan zijn verwondingen.
  • Fred De Bruyne die vooral uitblonk in heuvelachtige klassiekers. Zo won hij onder andere driemaal Luik-Bastenaken-Luik ('56, '58 en '59) en telkens eenmaal Milaan-San Remo ('56), de Ronde van Vlaanderen ('57), Parijs-Roubaix ('57) en Parijs-Tours ('57). Daarnaast was hij driemaal aanvoerder van de Challenge Desgrange-Colombo ('56,'57 en '58).
  • Yvonne Reynders, die viermaal wereldkampioen wielrennen op de weg bij de vrouwen (1959), '61, '63 en '66). Daarnaast behaalde ze in 1962 (zilver) en in 1976 (brons). Ze was jarenlang recordhoudster van het aantal wereldtitels bij de vrouwen.
  • Rosa Sels die driemaal op het podium stond tijdens een wereldkampioenschap. Zo werd ze tweemaal tweede (1960 en '63) en eenmaal derde ('64) in het wegwielrennen voor vrouwen.
  • Walter Godefroot die eenmaal de groene trui (1970) in de Ronde van Frankrijk kaapte en daarnaast tal van wedstrijden won waaronder verschillende etappes in de grote rondes, de Ronde van Vlaanderen ('68 en '78), Parijs-Roubaix ('69), Luik-Bastenaken-Luik ('67) en Gent-Wevelgem ('68), daarnaast verzamelde hij tal van ereplaatsen in deze en andere wedstrijden. Zo behaalde hij in 1964 onder andere brons op de Olympische Spelen. In 1975 won hij als eerste de befaamde spurt op de Champs Elysées tijdens de laatste rit van de Tour. Na zijn profcarrière was hij onder andere sportief leider van de wielerploegen IJsboerke en Team Telekom en adviseur van Astana. Na beschuldigingen van Jörg Jaksche over betrokkenheid bij dopingpraktijken heeft Godefroot in juni 2007 deze functie neergelegd. Later kwamen er ook klachten over zijn betrokkenheid bij systematisch dopinggebruik bij Team Telekom[19].
  • Lucien Van Impe die actief was als prof van 1969 tot 1987. Van Impe was bovenal een vermaard klimmer, de beste van zijn generatie en een der besten uit de geschiedenis. Hij blonk vooral uit in meerdaagse wedstrijden zoals de Ronde van Frankrijk, die hij in 1976 won en waarvan hij zesmaal het bergklassement ('71, '72, '75, '77, '81 en '83) won, een aantal dat hij deelt met Federico Bahamontes. Maar liefst 15 maal kwam hij aan de start en haalde telkenmale de finish op de Avenue des Champs-Élysées te Parijs. Hij is hiermee recordhouder voor Vlaanderen. Daarnaast werd hij driemaal derde ('71, '75 en '77) in de eindstand en eenmaal tweede ('81). Daarnaast werd hij tweemaal bergkoning in de Ronde van Italië ('82 en '83) en de Dauphiné Libéré ('76, '77) en won hij het eindklassement van de Ronde van Navarra ('69).
  • Roger De Vlaeminck die driemaal de rode trui ('72, '74 en '75) in de Ronde van Italië kaapte, er 22 etappes won en eenmaal vierde werd in het eindklassement ('75) van deze ronde. Daarnaast won hij tal van klassiekers als Milaan-San Remo ('73, '78 en '79), de Ronde van Vlaanderen ('77), Parijs-Roubaix ('72, '74, '75 en '77), Luik-Bastenaken-Luik ('70), de Ronde van Lombardije ('74 en '76) en de Waalse Pijl ('71) en verzamelde hij tal van ereplaatsen in deze wedstrijden. Eenmaal was hij tweede op het wereldkampioenschap wegwielrennen ('75). Vier jaar was hij vice-aanvoerder van de Super Prestige Pernod ('74, '75, '77 en '81). Ten slotte behaalde hij onder andere zevenmaal de eindzege in Tirreno-Adriatico ('72-'77) en telkens eenmaal in de Ronde van Zwitserland ('75) en de Vierdaagse van Duinkerke ('71).
  • Nicole Van den Broeck, die wereldkampioene werd in 1973 en eveneens vijfmaal Belgisch kampioene ('69, '70, '73, '74 en '77), daarmee is ze de tweede succesvolste Vlaamse wielrenster.
  • Herman Van Springel die eenmaal de groene trui (1973) won in de Ronde van Frankrijk en er eenmaal tweede ('68) werd in de eindstand. Ook in de Giro (2de in '71) en de Vuelta (3de, '70) stond hij op het podium. Daarnaast won hij de Ronde van Lombardije ('68), Gent-Wevelgem ('66) en Parijs-Tours ('69) telkens eenmaal en werd hij tweede op het wereldkampioenschap in 1968. In datzelfde jaar was hij aanvoerder van de Super Prestige Pernod, het jaar daaropvolgend 3de en in 1970 tweede. In totaal won hij 136 wegwedstrijden, waaronder zevenmaal Bordeaux-Parijs ('70, '74, '75, '77, '78, '80 en '81).
  • Freddy Maertens die tijdens zijn profcarrière driemaal de groene trui kaapte in de Ronde van Frankrijk ('76, '78 en '81) en eenmaal de visjestrui in de Ronde van Spanje ('77), alwaar hij in hetzelfde jaar tevens de eindoverwinning behaalde. Daarnaast won hij in totaal 15 ritzeges in de Ronde van Frankrijk, waarvan 8 in 1976, waardoor hij samen met Eddy Merckx mede recordhouder is van het hoogste aantal ritoverwinningen tijdens één Ronde van Frankrijk. Ook won hij 13 ritten in de Vuelta. Hij werd tweemaal wereldkampioen ('76 en '81) en won klassiekers zoals onder andere de Amstel Gold Race ('76), Gent-Wevelgem ('75 en '76) en Parijs-Tours ('75). Daarnaast behaalde hij nog tal van ereplaatsen.
  • Eddy Planckaert die in '88 de groene trui won in de Ronde van Frankrijk. Tot zijn grootste successen behoorden twee zeges in de Omloop Het Volk ('84 en '85), de Brabantse Pijl ('82), Ronde van Vlaanderen ('88) en Parijs-Roubaix ('80). Verder won hij een etappe in de Tour de France, tien in de Vuelta en een in de Giro d'Italia. Na zijn carrière heeft hij doping gebruik toegegeven.
  • Eric Vanderaerden die eenmaal de groene trui won in de Ronde van Frankrijk ('86) en aldaar zes ritzeges pakte. Daarnaast won hij tal van etappes in rondewedstrijden en enkele klassiekers zoals onder andere de Ronde van Vlaanderen ('85), Parijs-Roubaix ('87), Gent-Wevelgem ('85) en Parijs-Tours ('84). Ook verzamelde hij tal van ereplaatsen.
  • Rudy Dhaenens was geen veelwinnaar, maar slaagde er toch in om wereldkampioen te worden in '90 na een lange ontsnapping met Dirk De Wolf. Daarnaast verzamelde hij tal van ereplaatsen in onder andere De Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en Gent-Wevelgem.
  • Johan Bruyneel die erin slaagde om derde te worden in de Ronde van Spanje (1995). Zijn grootste succes behaalde hij echter als ploegleider bij US Postal waar hij met Lance Armstrong onder andere zevenmaal de Tour de France (1999 - 2007) won en met Roberto Heras de Vuelta in 2003.
  • Johan Museeuw, die in de kasseiklassiekers uitblonk. Zo won hij onder andere driemaal de Ronde van Vlaanderen ('93, '95 en '98) en Parijs-Roubaix ('96, 2000 en '02) de Amstel Gold Race ('94) en werd hij wereldkampioen ('96). Daarnaast verzamelde hij tal van ereplaatsen in de klassiekers. Hierdoor was hij twee jaar aanvoerder van de UCI Wereldbeker ('95 en '96) en bekleedde hij twee jaar de tweede plaats ('93 en '94) in dit klassement. Op het einde van zijn carrière kwam hij in opspraak wegens dopinggebruik.
  • Peter Van Petegem boekte eveneens succes in de kasseienklassiekers. Zo won hij onder andere tweemaal de Ronde van Vlaanderen ('99 en 2003) en werd hij er tweemaal derde (''02 en '05). Won hij Parijs-Roubaix (2003) en was hij er eenmaal tweede ('00) en werd hij in 2000 eveneens tweede in Gent-Wevelgem. Daarnaast werd hij eenmaal vice-wereldkampioen ('98) en eenmaal derde ('03).
  • Axel Merckx die brons won tijdens de wegrit op de Olympische Spelen van 2004 was geen veelwinnaar. Toch reed hij een fraai palmares van ereplaatsen bij elkaar, zo werd hij derde in de Ronde van Lombardije ('96), en tiende in het eindklassement van de Ronde van Frankrijk ('98).
  • Tom Boonen die de groene trui won in de Ronde van Frankrijk in 2007. Hij blonk echter vooral uit in de klassiekers en de sprint. Zo won hij viermaal Parijs-Roubaix ('05, '08, '09 en '12), driemaal de Ronde van Vlaanderen ('05, '06 en '12) en Gent-Wevelgem (2004, 2011 en 2012) en was hij wereldkampioen in '05. Daarnaast won hij tal van etapes in rondes, waaronder zes in de Ronde van Frankrijk. In 2005 was hij vice-aanvoerder van de Wereldranglijst.
  • In 2017 behaalde Victor Campenaerts goud op het EK Tijdrijden te Herning.[20], het jaar voordien behaalde hij te Plumelec de zilveren medaille.[21] Bij de vrouwen kroonde Ann-Sophie Duyck zich in 2017 tot vice-Europees kampioene tijdrijden.[22]
  • Een opmerkelijk resultaat was er voor Wim Vansevenant die recordhouder is van de rode lantaarn van de Ronde van Frankrijk. Hij werd er driemaal laatste met name in 2005, '06 en '07. Andere Vlaamse rode lantaarns in de Tour waren Hans De Clerq ('03), Edwig Van Hooydonck ('93), Dirk Wayenberg ('88), Marcel Laurens ('83), Roger Loysch ('77) en Willy Derboven ('63).

Andere bekende figuren in het wielrennen zijn onder andere ploegleiders Lomme Driessens (die onder andere Rik van Looy, Eddy Merckx en Roger De Vlaeminck coachte bij onder andere Faema en Flandria), Patrick Lefevere (die onder andere Tom Boonen en Johan Museeuw coachte bij Mapei en Quickstep ), Wilfried Peeters (eveneens bij Quick Step) en Marc Sergeant (Cadel Evans, Philippe Gilbert en Jurgen Van den Broeck) bij Omega Pharma-Lotto. Allemaal zijn ze ook actief geweest als wielrenner.

De bekendste wielerwedstrijden op Vlaamse bodem zijn de Ronde van Vlaanderen, Brabantse Pijl, Gent-Wevelgem, Kuurne-Brussel-Kuurne, Omloop Het Nieuwsblad, Dwars door Vlaanderen, E3 Harelbeke, de Scheldeprijs en de Memorial Rik Van Steenbergen. Daarnaast passeerde onder andere De Ronde van Frankrijk door Vlaanderen. Slechts één Vlaamse stad mocht een Tourstart organiseren, met name Brussel in 1958. 21x werd een Vlaming wereldkampioen en zesmaal vond het WK wielrennen plaats in Vlaanderen, met name in Moorslede ('50), Waregem ('57), Ronse ('63 en '88) en Zolder ('69 en 2002).

Baanwielrennen[bewerken]

Ook in het baanwielrennen behoorde Eddy Merckx tot de absolute wereldtop. Zo was hij 12 jaar houder van het werelduurrecord (49,431 km van 1972 tot 1984). Daarnaast won hij 17 zesdaagsen, werd hij vier keer nationaal kampioen, Zo Ook Rik van Steenbergen was erg succesvol op de baan. won hij viermaal achtereenvolgens het Europees kampioen koppelkoers (samen met Emile Severeyns, 1958-'61), 2x het Europees kampioen Puntenkoers en 1x het Europees kampioenschap omnium en 40 zesdaagsen (dat tot februari 1968 een record was) waaronder onder andere die van Brussel, Antwerpen, Parijs, Gent en Dortmund Daarnaast behaalde hij verschillende nationale kampioenstitels op de baan ('44, '55, '59, '61, '62 en '65). Een ander groot talent in het baanwielrennen was Achiel Bruneel die van de 42 zesdaagsen die hij reed er 12 won.

Andere grote namen zijn:

  • Jef Scherens, die zevenmaal wereldkampioen sprint op de baan (1932-'37 en '47), en op een op een bepaald moment alle sprint- en ronderecords van alle grote wielerbanen in Europa bezat.
  • Adolph Verschueren, die onder andere driemaal wereldkampioen stayeren (1952, '53 en '54) werd.
  • Yvonne Reynders, die driemaal wereldkampioen achtervolging (1961, '64 en '65) werd bij de vrouwen.
  • Paul Depaepe, die driemaal Europees kampioen (1961,'62 en '63) en eenmaal wereldkampioen stayeren ('57) werd.
  • Leo Proost, die driemaal wereldkampioen stayeren werd in 1963, '67 en '68. Ook werd hij eenmaal 2de ('64) en eenmaal 3de ('66) op het WK. Daarnaast won hij twee EK's ('64 en '65) en won hij zowel Europees zilver en brons ('63) op de discipline. Ten slotte werd hij ook nog tweemaal tweede ('66 en '68) en eenmaal derde ('69) op een EK Derny. Slechts eenmaal won hij een zesdaagse.
  • Theo Verschueren, die vijfmaal Europees kampioen derny (1968, '71, '72, '73 en '74), tweemaal wereldkampioen stayeren ('71 en '72) en eenmaal Europees kampioen stayeren ('71) werd, daarnaast behaalde hij driemaal zilver op het EK Derny ('65, '69 en '70) en beide eenmaal op het EK en WK stayeren.
  • Ferdinand Bracke, die tweemaal wereldkampioen achtervolging (1964 en '69) en in 1967 een nieuw werelduurrecord vestigde. Hij was de eerste die de grens van de 48 km/u verbrak.
  • Patrick Sercu, die tussen 1964 en 1983 het recordaantal van 88 zesdaagsen op zijn naam wist te schrijven. Zijn grootste triomf kende hij in 1964, toen hij goud behaalde tijdens de Olympische Spelen in Tokio op de 1-kilometer met vliegende start. Daarna zou hij nog twee keer goud en twee keer zilver behalen tijdens de wereldkampioenschappen sprint. Hij vestigde ook drie wereldrecords: nl op de 1-kilometer met vliegende start (indoor) (1967, 1:01,23 min), op de 1-kilometer zonder vliegende start (indoor) (1972, 1:07,5 min) en op 1-kilometer (outdoor) (1973, 1:02,6 min).
  • Dirk Baerts grootste succes was de wereldtitel in de achtervolging in 1971. In deze discipline werd hij eveneens zesmaal Belgisch kampioen.
  • Michel Vaarten, die eenmaal wereldkampioen keirin (1986) en eenmaal Europees kampioen Ploegkoers (met René Pijnen, '80) werd. Daarnaast behaalde hij zilveren medailles op de Olympische spelen (1 km tijdrit, '76), EK Sprint ('80), WK Puntenkoers ('86) en WK Keirin ('90). Ten slotte behaalde hij ook tweemaal brons, met name op het WK Sprint ('79) en het WK Keirin ('88).
  • Etienne De Wilde, die deelnam aan maar liefst 197 zesdaagsen deel en 38 overwinningen op zijn naam heeft staan. Hiermee neemt hij een gedeelde 7e plaats in op de ranglijst aller tijden. Van deze 38 overwinningen won hij er 13 samen met de Duitser Andreas Kappes. Daarnaast behaalde op de Olympische Zomerspelen 2000 als koppelgenoot van Matthew Gilmore een zilveren medaille in het baanwielrennen op het nummer ploegkoers en werd hij tweemaal wereldkampioen. Eenmaal in de puntenkoers (1993) en eenmaal in de Koppelkoers (baan) (eveneens met Matthew Gilmore, 1998) met wie hij tevens tweemaal het EK Koppelkoers (2000 en '01) won.
  • Matthew Gilmore, die eenmaal wereldkampioen werd en een zilveren medaille won op de Olympische Spelen van 2000 (beide in de discipline koppelkoers en samen met Etienne De Wilde). Daarnaast werd hij viermaal Europees kampioen. Tweemaal Ploegkoers (2000, Etienne De Wilde en 2005 met Iljo Keisse), eenmaal Derny (2001) en eenmaal Derny 30 km (2002). Daarnaast won hij 15 zesdaagsen.
  • Iljo Keisse van zijn kant maakte een enorme indruk tijdens zijn debuut als profrenner door in 2001 onmiddellijk Belgisch kampioen puntenkoers te worden. In 2005 won hij samen met Matthew Gilmore het EK Ploegkoers en het jaar daarop volgend het EK Stayeren. In 2007 werd hij vice-wereldkampioen puntenkoers. Na zijn zege in de Zesdaagse van Vlaanderen-Gent van 2008 werd bekend dat Keisse positief had getest op zowel het stimulerend middel cathine als het maskeermiddel hydrochloorthiazide (HCT). Hij werd hier echter van vrijgesproken.
  • Dominique Cornu die onder andere Europees kampioen individuele achtervolging op de baan werd in 2007 en brons behaalde op het WK in dezelfde discipline in 2009.
  • Kenny De Ketele die in 2007 het EK Puntenkoers won. Het jaar daaropvolgend won hij samen met Iljo Keisse het EK ploegkoers, wat ze in 2011 nog eens herhaalden. In 2009 won hij het EK derny en in 2012 slaagde hij erin een bronzen medaille te winnen op het WK puntenkoers en een gouden medaille - samen met Gijs Van Hoecke - in de ploegkoers.
  • Guy Culot, een mindervalide baanwielrenner (CP2-klasse) die goud behaalde op de paralympics van 1992 op de discipline 1500 meter tijdrijden in een wereldrecord-tijd van 2:47.42. Op de paralympics van Atlanta 1996 behaalde hij wederom goud op de 1500 meter en zilver op de 5000 meter.

De bekendste baanwielerwedstrijden van Vlaanderen zijn de Zesdaagsen van Antwerpen, Brussel, Gent en Hasselt. De bekendste wielerbanen van Vlaanderen zijn 't Kuipke te Gent, het sportpaleis te Antwerpen en de Velodroom te Hasselt. Achtmaal vond er een WK baanwielrennen plaats in Vlaanderen, met name te Antwerpen (1894, 1905, '20, '69 en 2001), te Brussel (1910, '30 en '35) en te Gent (1988).

Veldrijden[bewerken]

Sven Nys tijdens de Noordzeecross 2007 in Middelkerke
Bart Wellens tijdens de Noordzeecross 2007 in Middelkerke

Het veldrijden (ook wel cyclocross genoemd) is een sport die momenteel grotendeels gedomineerd wordt door Vlamingen. Deze hegemonie begon op het Wereldkampioenschap van 1966 toen Erik De Vlaeminck als eerste Vlaming wereldkampioen werd in de discipline. Deze overwinning was echter verre van een toevalstreffer, Erik De Vlaeminck mocht de eretitel immers zeven keer op zijn conto schrijven. Daarnaast werd hij viermaal Belgisch kampioen.

Een andere zeer begenadigde veldrijder was Sven Nys, die soms ook wel "De Kannibaal Van Baal" en "De Keizer van het veldrijden" genoemd wordt.[bron?] In zijn carrière behaalde hij 289 overwinningen. Hij won dertien keer de Superprestige (1999, 2000, 2002, 2003, 2005-2009, 2011-2014), zeven keer de wereldbeker (2000, 2002, 2005-2009) en negen keer de Trofee Gazet van Antwerpen (2003, 2005-2011, 2014). Hij werd ook negen keer Belgisch kampioen (2000, 2003, 2005, 2006, 2008-2010, 2012, 2014) en twee keer wereldkampioen, in 2005 en in 2013. In het seizoen 2004-2005 vervolledigde Nys als eerste veldrijder ooit de befaamde Grand Slam: hij won het Belgisch en wereldkampioenschap, bezette de eerste plaats op de UCI-ranglijst, won de Trofee Gazet van Antwerpen, de wereldbeker en de Superprestige. Geen enkele professionele veldrijder deed hem dat ooit voor of na. In het seizoen 2006-2007 brak Nys opnieuw een record door alle acht Superprestige-wedstrijden te winnen.

Andere begenadigde Vlaamse veldrijders waren/zijn:

  • Roger De Vlaeminck die driemaal Belgisch kampioen en eenmaal wereldkampioen (1975) werd. Daarnaast was hij tweemaal tweede op de WK's van 1969 en '74.
  • Roland Liboton die 156 wedstrijden won waarvan 21 wedstrijden voor de Superprestige. Hij won dit klassement driemaal (1985, '86, '88) en Tevens werd hij viermaal wereldkampioen (1980,'82,'83 en '84) en tienmaal opeenvolgend Belgisch kampioen (1980-1989).
  • Danny De Bie die 34 veldritten won. Op zijn palmares prijken 3 Belgische titels (1990,'91 en '92) en een wereldtitel (1989). Daarnaast werd hij in 1987 vice-wereldkampioen en won hij hij het eindklassement van de Superprestige in 1990.
  • Paul Herygers die 56 zeges behaalde. Zo werd hij tweemaal Belgisch kampioen (1993 en '97) en eenmaal wereldkampioen (1994). Daarnaast won hij vijfmaal het eindklassement van de GvA Trofee en eenmaal dat van de wereldbeker (1994).
  • Erwin Vervecken die bekend stond als sterke zandcrosser. Hij blonk voornamelijk uit op de WK's, alwaar hij acht podiumplaatsen behaalde: in 2001, 2006 en 2007[23] won hij de wedstrijd. In 1998, 1999 en 2005 behaalde hij zilver en in 1994 en 2003 veroverde hij het brons. Hij won verder naast talrijke kleinere wedstrijden nog 9 Superprestige- en 6 Wereldbekerwedstrijden. Hij werd slechts eenmaal Belgisch kampioen (1996).
  • Bart Wellens die in de jeugdreeksen de grote uitdager was van Sven Nys. Hij werd tweemaal Belgisch- (2004, '07) en wereldkampioen ('03 en '04) en won de Superprestige en GVA Trofee in 2004.
  • Niels Albert behaalde 79 overwinningen. Hij werd Belgisch kampioen en won het eindklassement van de Superprestige in 2011. Hij werd 2 keer wereldkampioen (in 2009 en 2012). In 2014 moest hij stoppen vanwege hartproblemen.[24]

De belangrijkste wedstrijden op Vlaamse bodem zijn voor de wereldbeker veldrijden: de Cyclocross Kalmthout, de Duinencross te Koksijde en GP Eric De Vlaeminck te Heusden-Zolder. Voor de Superprestige veldrijden zijn dit: de Cyclocross Ruddervoorde, de Bollekescross te Hamme-Zogge, de Cyclocross Asper-Gavere, de Cyclocross Diegem en de Vlaamse Aardbeiencross te Hoogstraten. Reeds zevenmaal werd het wereldkampioenschap in Vlaanderen gereden, met name in Edelare (1957), Overboelare (1964), Zolder (1970 en 2002), Lembeek (1986), Koksijde (1994) en in Hooglede-Gits (2007). Ondertussen werd er al 26 maal een Vlaming wereldkampioen in deze sport.

Mountainbike[bewerken]

De bekendste Vlaamse mountainbikers zijn ongetwijfeld Filip Meirhaeghe en Roel Paulissen. Eerstgenoemde werd in 2000 Europees kampioen, in 2002 won hij de wereldbeker en in 2003 werd hij wereldkampioen . Daarnaast haalde hij de zilveren medaille op de Olympische Zomerspelen 2000 en het WK van 2002. In het totaal won hij 11 WB-manches Mountainbike. In 2004, vlak voor de Olympische spelen, werd Meirhaeghe betrapt op het gebruik van epo. Hij werd hiervoor 15 maanden geschorst. Roel Paulissen van zijn kant behaalde zijn grootste succes in 2004 toen hij vierde werd op zowel de Olympische spelen als het WK. In 2008 en 2009 slaagt hij erin om de loodzware dubbelslag Roc Marathon- en Roc d'Azurwedstrijd te winnen, daarnaast werd hij tweemaal wereldkampioen ""marathon" (2007 en 2009) en behaalde hij een bronzen medailles op de EK's van 2000 en '02. In 2010 werd hij betrapt op het gebruik van clomifeen en vervolgens geschorst voor 24 maanden. Daarnaast maakt ook veldrijder Sven Nys (onder andere brons op EK 2009) af en toe een zijsprongetje naar de mountainbike. De eerste Vlaamse medaillewinnaar op een internationaal kampioenschap was Benny Heylen die brons behaalde op het EK van 1994.

Trialbike[bewerken]

In het trialbiken scheert Kenny Belaey hoge toppen. Zo werd hij reeds viermaal wereldkampioenschap (2002, '05, '06, '10) [25][26] en tweemaal Europees kampioen ('05, '06 en '11)[27] en won hij maar liefst zes wereldbekers ('00, '03, '04, '05, '07 en '09). Daarnaast is hij wereldrecordhouder op de discipline 180°-rotatie met 35 rondjes in één minuut[28] en behaalde hij ook nog één zilveren ('09) en twee bronzen medailles ('03 en '07) op een WK.

Windsurfen[bewerken]

Veruit de bekendste Vlaamse windsurfer is Steven Van Broeckhoven. Hij werd wereldkampioen in de discipline freestyle in 2011, waar hij drie van de zes manches won en tweemaal tweede werd. Daarnaast won hij drie PWA-wedstrijden en werd hij verschillende malen tweede en derde.

Zeilen[bewerken]

Sébastien Godefroid, Jacques Rogge, Evi Van Acker

Zeilwagenracen[bewerken]

In het zeilwagenracen heeft Vlaanderen twee kampioenen, met name Egon Plofier die in 2008 wereldkampioen werd en Yann De Muysere die dezelfde prestatie neerzette in 2010 in de standaard-klasse.

Zwemmen[bewerken]

Brigitte Becue, Frédérik Deburghgraeve, Carine Verbauwen.

Jasper Aerents, Dieter Dekoninck, Emmanuel Vanluchene en Pieter Timmers plaatsten zich tijdens de Olympische Spelen van 2012 voor de finale van de 4x100m vrije slag. Daarnaast zette ze op de 4x100- en 4x200 meter vrije slag een sterke prestatie neer op het EK Langebaanzwemmen 2012 met telkens een 4e plek. Op het EK Kortebaanzwemmen te Chartres in 2012 slaagden Pieter Timmers en Kimberly Buys erin om ieders een zilveren medaille te winnen. Timmers realiseerde dit op de 200 meter vrije slag en Buys op de 100 meter Vlinderslag. Op de 4x50m vrije slag behaalden Timmers, Aerents en Vanluchene en de Waal Yoris Grandjean een bronzen medaille met een prestatie van 1'25"60.[29]

Externe links[bewerken]