Vlag van Nederland
| Vlag van Nederland | ||||
|---|---|---|---|---|
| Details | ||||
| Gebruik | ||||
| Verhouding | 2:3 | |||
| Aangenomen | 1572 (Prinsenvlag beschreven)[1] 1596 (oranje vastgelegd door Staten-Generaal) 1663 (rood verkozen boven oranje) 1937 (rood herbevestigd) 1958 (kleuren genormeerd in NEN3055) | |||
| Ontwerp | Horizontale driekleur | |||
| Kleuren | Helder vermiljoen Wit Kobaltblauw | |||
| Jurisdictie | Nederland | |||
| Overige vlaggen | ||||
Geus van de Koninklijke Marine | ||||
| ||||
De vlag van Nederland staat symbool voor Nederland en de eenheid en de onafhankelijkheid van het gehele Koninkrijk der Nederlanden. Het rood-wit-blauw is zowel te land als ter zee in gebruik als civiele vlag, dienstvlag en oorlogsvlag.
De Nederlandse vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In de vlaginstructie van het Ministerie van Algemene Zaken worden de kleuren benoemd als helder vermiljoen, helder wit en kobaltblauw. In normblad 3055 zijn deze kleuren vastgesteld in Éclairage-coördinaten. Deze kleuren zijn niet direct in Pantone-codering om te zetten, zodat voor de laatste uiteenlopende waarden gebruikt worden.
Over de afmetingen van de vlag zijn geen voorschriften. In de niet-bekrachtigde Vlaggenwet van 1937 werd de verhouding tussen hoogte en lengte vastgesteld als 2:3, en over het algemeen wordt die verhouding nog steeds nagevolgd. De drie banen zijn even hoog.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Nationale vlaggen
[bewerken | brontekst bewerken]Statenvlag (vóór 1572 tot 1795)
[bewerken | brontekst bewerken]
?De Statenvlag, voorheen ook wel de Hollandsche vlag genoemd.Er zijn in de loop der jaren veel theorieën geweest over het ontstaan van de Nederlandse vlag. Zo was er de theorie van de Fransman Dampmartin die beweerde dat de Nederlandse vlag door koning Hendrik IV van Frankrijk zou zijn geschonken. Deze theorie werd door Rijksarchivaris Johannes de Jonge ontkracht in zijn boek 'Over den oorsprong der Nederlandsche Vlag'. Hij meende op zijn beurt dat de kleuren ontleend zouden zijn aan het wapenschild van Willem van Oranje, en dat het ontstaan is aan het begin van de opstand. D.G. Muller was echter van mening dat de Hollandsche vlag al lang voor de opstand bestond. De vlag zou zijn ontstaan in de periode dat het Beierse huis aan de macht was in het graafschap Holland (1354–1433). De kleuren van de vlag zouden namelijk voortkomen uit die van het wapen van de graven van Holland, dat bestond uit het Beierse wapen gecarteleerd met het wapen van graafschap Holland. Dit wapen werd voor het eerst gevoerd door Willem V, wat uit de munten, die in opdracht van de graven voor Holland en Zeeland zijn geslagen, is gebleken.
Uit onderzoek van P.C. Guyot[2] is gebleken dat de penningmeester van de graven van Holland in het jaar 1409–1410 een staatsiekleed aankocht, voor graaf Willem VI van Holland, van "12 ellen graauw laken en tot uitmonstering daarvan van 2 3/4de ellen rood wit en blaauw fluweel [...] Het staatsiekleed, Tabbairt genoemd, was graauw met bont gevoerd, en uitgemonsterd met de kleuren, rood, wit, blaauw."[3]
Wat verder uit het onderzoek van Muller is gebleken, is dat er al vóór de opstand rood-wit-blauwe vlaggen gebruikt werden in Nederland. Het gebruik van de vlag was echter niet officieel vastgelegd. Aan het begin van de opstand werd naast de Statenvlag soms ook op de tweede plaats een oranje vlag of vaandel gebruikt. Doordat men bij het voortduren van de opstand meer en meer hoop is gaan vestigen op Willem van Oranje, hebben de geuzen in deze periode het rood uit de 'volksvlag' vervangen door oranje.
Bij de marine in wording werd de prinsenvlag in gebruik genomen, bij de koopvaardij is de Statenvlag echter nooit vervangen geweest, zo ook zijn de vlaggen van de V.O.C. en de W.I.C. rood-wit-blauw. De geuzenvlag was niet officieel, net als de Hollandsche vlag in de beginjaren van de Republiek. De verandering van vlag bij de marine was dan ook niet tot stand gekomen door toedoen van een staatsbesluit. In 1664 beklaagden de Staten van Zeeland zich over het feit dat in een resolutie van de Staten-Generaal de naam Hollandsche vlag gebezigd werd. Hierop werd de officiële naam van de vlag Statenvlag of Staatsche vlag.[4][5]
Prinsenvlag (1572–1653)
[bewerken | brontekst bewerken]De vroegste voorbeelden van de driekleur stammen uit de 16e eeuw. De voorloper van deze vlag ontstond tijdens de Inname van Den Briel op 1 april 1572. De zogeheten Brielse Geus of Geuzenvlag werd onder andere tijdens een gevecht op een van de Spaanse schepen gehesen, nadat de vlag van Castilië en León werd neergehaald Ook werd de vlag gehesen op de toren van de Grote of Sint-Catharijnekerk na de inname.[6][7] Deze vlag is een veelbanige banier in de livreikleuren van Willem van Oranje (wit en blauw), aangevuld met oranje. De eerste versie die genoemd wordt in 1572 is een veelbanige geuzenbanier in de livreikleuren van Willem van Oranje (wit en blauw), aangevuld met oranje. De oudst bekende gedateerde afbeelding met deze vlag komt uit 2 december 1575 en werd gemaakt door Jan van Hout, stadssecretaris van Leiden, in het album amicorum van Janus Dousa. Echter, een oranje-wit-blauwe vlag met drie banen zoals die later bekend zou worden werd toen nog niet gevoerd.[8] Een verslag over de inname spreekt van een vlag met ""vendelen orangien, wit en blaauw"".[9].
In juni 1572 werd voor het eerst een vermelding gemaakt van de prinsenvlag in een journaal. Dit geschiedde tijdens een tocht van de watergeus Adriaen van Swieten, waarbij het doel was om de gelegerde Spanjaarden bij Oudewater en Gouda te verrassen. Tijdens een tocht van Zwijndrecht richting Papendrecht riep het schip waarop Van Swieten zat richting een oorlogsschip:"Gij zult op Papendrecht eene Princenvlagge zien waaien."[10] Echter was er toen nog geen sprake van een vaste driekleur; er bestonden prinsenvlaggen met drie, maar ook zes en zelfs negen banen.[11] Ook werden de kleuren wel eens door elkaar gehaald en pas tegen het einde van de 16e eeuw bestond er enige uniformiteit rondom de vlag.[12][13] Bij de inname van Gouda op 21 juli van dat jaar werd tevens vermeld dat de watergeuzen vendelen "Orangien, wit en blau" vertoonden.[14][15][16] Verder werd in een Franstalig stuk van Cleirac (een pleitbezorger voor zeezaken te Bordeaux) in de periode 1572 - 1580 een vermelding over de prinsenvlag gemaakt. Hier werden specifiek de kleuren oranje, wit en blauw benoemd. De tekst luidt als volgt:
Les Provinces unies des Païs bas ont reduit leur deuise à trois grands faces pour les distinquer et reconnoistre mieux sur mer: l'Orange qu'ils ont chargé et pris au lieu de gueulles en honneur et pour l'amour de son Altesse Excellente le Prince d'Orange; le second, argent, et le troisième azur; et pur Orangé se servent en leurs pauillons de combat. Cette deuise de couleurs à faces et bandes est fatale contre la Maison de Bourgogne.
Vertaald naar het Nederlands luidt de tekst als volgt:
De Verenigde Provinciën der Nederlanden hebben hun wapen teruggebracht tot drie grote velden om ze beter te kunnen onderscheiden en herkennen op zee: het oranje veld, dat ze ter ere en uit liefde voor Zijne Excellentie de Prins van Oranje in plaats van het rode veld hebben gekozen; het tweede veld, zilver, en het derde veld, azuurblauw; en puur oranje wordt gebruikt in hun gevechtsvlaggen. Dit wapen met kleuren en banen is fataal voor het Huis van Bourgondië.
Dit toont aan dat de vlaggen met veel strepen (zoals de prinsenvlag met zes of negen banen) uiteindelijk werd versimpeld tot de vlag met de huidige drie banen zodat ze makkelijker kon worden gezien door matrozen op zee.[17]

De eerste tekenen van verzet tegen het gebruik van de prinsenvlag begonnen zichtbaar te worden toen de Staten van Holland in 1596 besloot dat de banen van hun garnizoenen vanaf dan moesten bestaan uit het oranje-blanje-bleu (''...dat de vaandels der compagnieën van enig fatsoen gemaakt zullen worden als oranje, wit en blauw...") met de Generaliteitsleeuw op de witte baan.[18][19][20][21] Op lokaal vlak besloot de Admiraliteit van Amsterdam in 1597 om hetzelfde te doen.[22][16] Uiteindelijk werd de prinsenvlag in hetzelfde jaar door alle staten officieel vastgesteld in de Staten-Generaal van de Nederlanden.[23]
Rond 1630 volgde de allereerste verandering in het gebruik van de primaire vlag binnen de Republiek. De kleuren van de prinsenvlag werden door het nu staatsgezinde Graafschap Holland vervangen door het rood-wit-blauw van de statenvlag. Desondanks bleef de naam 'prinsenvlag' in gebruik en behielden de sjerpen van de krijgsmachten de kleur oranje.[24] Volgens de Rotterdamse schrijver L. Jonker Czn. kwam dit vanwege een veranderde bereidingswijze van de gebruikte verfstof. Deze verandering zorgde ervoor dat de kleur van de bovenste baan van oranje naar rood werd veranderd, zij het toevallig en ongewild. Dit werd algemeen aanvaard vanaf 1664 of mogelijk eerder. Een aantal uitzonderingen op deze regel gold voor een aantal bijzondere vlaggen, zoals die voor de naaste omgeving van de stadhouder waar kosten geen rol speelden.[25][26]
Bij het aanbreken van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk in 1650 was de rinsenvlag nog altijd vrij geliefd onder het Nederlandse volk.[16][20] Toen prins Willem II van Oranje vroegtijdig overleed in hetzelfde jaar, kwam hier enige verandering in. De macht van de prinsgezinden nam als gevolg van zijn overlijden af en dat van de staatsgezinden en regenten nam toe. Uiteindelijk kregen de staatsgezinden het voor het zeggen in het land, met als gevolg dat de prinsenvlag en het gebruik ervan werd beperkt en dat de statenvlag in deze periode prominent werd. Dit werd mede gedaan om het nieuwe Engelse bewind van Oliver Cromwell tegemoet te komen, wiens land na de onthoofding van Karel I van Engeland (de schoonvader van Willem II van Oranje) in 1649 een republiek was geworden. De prinsgezinden wilden de Stuarts weer aan de macht helpen en hoopten hiermee de belangen van de Oranjes te kunnen behartigen. De staatsgezinden wilden vooral de vrede bewaren, aangezien oorlog slecht zou zijn voor de handel. Ze vonden vrede het beste middel om hun invloed en gezag te handhaven en te vergroten. Omdat de Oranjes sterk verwant waren aan de Stuarts en hen ook hadden gesteund tijdens de Engelse Burgeroorlog, waren zij niet geliefd bij het nieuwe bewind.[27] De prinsenvlag werd in 1652 in het gewest Holland verboden en in 1653 werd de vlag bij de marine vervangen door de Hollandsche of "Staatsche Vlag".[28][29] Dit baseerde de Nederlandse politicus en geschiedschrijver Johannes Cornelis de Jonge onder andere op het werk van Lieuwe van Aitzema, een geschiedschrijver uit die tijd. Het verbod en vervanging van de prinsenvlag was naar besluit van de Staten-Generaal van de Nederlanden onder leiding van raadspensionaris Johan de Witt, die destijds voor Dordrecht in de Staten-Generaal zat. De toenmalige voorzitter van de Staten-Generaal, een passievolle orangist, trachtte dit nog tegen te houden door zijn voorstel niet een keer in stemming te brengen, maar dit mocht uiteindelijk niet baten.[30] Rond deze periode werd de statenvlag ook onofficieel de vlag van de Republiek.[31]
De statenvlag bleek nooit populair onder het leger en de boeren, maar vooral de zeelieden te zijn. Hetzelfde gold bij sommige plaatselijke schutterijen: als teken van protest schoten in 1652 zowel de Haagse als de Haarlemse schutters op de nieuwe vlag, ondanks de straf die daarop stond.[32][20][33] Daarnaast bleven schippers steevast hun sloepen, riemen en vlaggenstokken in de kleuren van de prinsenvlag verven en werden zelfs de vaanborden in deze kleuren besteld. Een jaar later kreeg Oliver Cromwell bericht vanuit de Republiek dat het volk op het land en in de steden "orange, white and blue" liet wapperen als protest tegen de staatsgezinde regering en dat kinderen in Den Haag zelfs in optocht rondliepen met de kleuren van de prinsenvlag.[34] Dit gebeurde in de tijd waarin het Graafschap Holland hoogoplopende meningsverschillen had omtrent de vlag met de andere Generaliteitslanden binnen de Republiek.[34] Hoewel het scheepsvolk niet gediend was van deze verandering en enig verzet toonde tegen het besluit, konden ze uiteindelijk weinig doen, helemaal toen de prinsgezinde Cornelis Tromp werd afgezet.[35] Na 1655 werd de prinsenvlag nog zelden door de marine gebruikt, hoewel sommige scheepsjournalen nog van het tegendeel spraken en beweerden dat oorlogsschepen van de Republiek zelfs tot 1657 nog gebruik maakte van de prinsenvlag.[28][36][37] Ook beval de Staten-Generaal van de Nederlanden in hetzelfde jaar dat de Heer van Wassenaar, toen de Staten hem het bevel over de vloot opdroeg, dat hij de oude vlag en wimpel (dus de prinsenvlag) moest blijven voeren, zonder er iets aan te veranderen.[22] In 1653 werden de Haagse schutters voor hun trouw aan de jonge prins van Oranje beloond door de prins zelve met oranje sjerpen en pluimen van oranje-blanje-bleu, geheel tegen de wil van de toenmalige staatsgezinde regering.[16] In hetzelfde jaar ging de weduwe van prins Willem II, Prinses Stuart, samen met haar zoon Hendrik (de latere prins van Oranje) naar Den Haag. Beiden waren gekleed in oranje en werden opgewacht door twee groepen prinsgezinden die de prinsenvlag lieten wapperen. Later gingen dezelfde groepen echter tegenstanders van de staatsgezinde partij te lijf door stenen door de ruiten van hun huizen te gooien, nadat een van hun trompetten was afgepakt vanwege het feit dat zij op de statenvlag hadden geschoten.[16] Een van de huizen die werd belaagd was onder meer van raadspensionaris De Witt.[22] De politie had de samenkomst van prinsgezinden eerst oogluikend toegestaan, maar greep in toen zij met de stenen begonnen te gooien en werden verjaagd.[30]
De reden voor het terugwijzigen van oranje naar rood is niet zeker. Volgens De Jonge moet de reden in een staatkundige ontwikkeling gezocht worden en kan het te maken hebben met het conflict tussen de staatsgezinden en de orangisten. Dit vond plaats ten tijde van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk, dat intrad bij het vroegtijdig overlijden van prins Willem II van Oranje in het jaar 1650. De macht van de stadhoudersgezinden nam af en die van de staatsgezinden nam toe. Volgens Muller heeft het te maken met het respect dat de oude Statenvlag verdiend had op de wereldzeeën. L. van Aitzema zegt dat de prinsenvlag en de oranje vaandels in 1652 werden veranderd om de Engelsen genoegen te doen.[38] Dit had alles te maken met de aanloop naar de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog, die nog datzelfde jaar begon.
Uit onderzoek naar de aanschaf van vlaggendoek door de hoofdadministratie van de kosten te land en ter zee is gebleken dat de marine tussen 1588 en 1630 altijd onder de Prinsenvlag heeft gevaren en na 1663 altijd onder de Statenvlag. In de periode 1630–1662 werden beide vlaggen gebruikt.[39]

?Vlag van de Bataafse marineBataafse vlag (1796–1807)
[bewerken | brontekst bewerken]Ten tijde van de Fransgezinde Bataafse Republiek werden de voormalige gewesten samengevoegd tot een eenheidsstaat. Daarbij hoorde ook één nationale vlag. Op 9 februari 1795 begonnen de Provisioneele Representanten van het Volk van het Gewest Holland (het latere Departement van de Delf) met het decreteren dat de Bataafse vlag zou bestaan uit "horizontale roode, witte en blauwe strepen" en dat deze vlag voortaan zou worden gebruikt als nationale vlag.[40][41] Dit besluit werd genomen nadat de president had meegedeeld dat hij het met generaal Jean-Charles Pichegru eens was geworden om in de vergadering voor te dragen dat het Hollandse leger weer werd voorzien met een kokarde die overeenkwam met de vlag, die door de schepen in het land zouden worden gebruikt.[42] Per resolutie van 14 februari 1796[43] werd de Bataafse vlag uiteindelijk vastgesteld.[44][45][46] In het decreet stond dat "voortaan en in het toekomende de Nationaale vlag van deezen Staat zal zijn de gewoone en altoos in gebruik geweest zijnde Bataafsche of zogenaamde Hollandsche vlag, bestaande in drie evenwijdige en horizontaale banden, van gelijke breedte, en van welken de bovenste rood, de middelste wit, of ongekleurd, en de benedenste blauw gekleurd is". Ook moest er een bijzondere afbeelding in de rode baan staan, een Jack met een vrijheidsmaagd, leeuw en Romeinse roedenbundel met bijlen.[47][48][49][50][51] De reden die generaal Pichegru gaf voor de vastlegging van de vlag was omdat men de Statenvlag "verkeerdelijk geconsidereert wierd als de Princevlag, maar (welke) is de opregte nationale Fransche."[52][34] Voortaan was het rood-wit-blauw de enige toegestane nationale vlag, het oranje-blanje-bleu van de Prinsenvlag was thans niet langer toegestaan en hetzelfde gold voor oranje wimpels.[22][53] Slechts voor de marine werd een uitzondering gemaakt. De rijen van de vlag bleven exact hetzelfde als die van de Statenvlag, de kleuren waren wel anders. Zowel het rood als het blauw waren donkerder van aard om op die van de Franse driekleur te lijken. De nieuwe regels werden bekrachtigd op 1 maart 1796.[54]
In augustus 1806 brak opstand uit onder het scheepsvolk van het Texels eskader en van de oorlogsschepen voor Amsterdam. De aanleiding hiertoe was dat zij niet meer wilden varen onder de nieuwe vlag. Een aantal van hen weigerde de Eed van Trouw af te leggen aan koning Lodewijk I, die van 1806 tot 1810 koning was van het Koninkrijk Holland, en verklaarden geen bevelen te willen ontvangen van koninklijke officieren. Tegen deze opstand werden strenge maatregelen genomen, een van de muiters werd door de viceadmiraal De Winter zelf ter plekke door het hoofd geschoten. Om de gemoederen tot bedaren te brengen werd de Statenvlag gehesen. Hiermee kwam het oproer ten einde. Na de opstand was de facto de Statenvlag weer in gebruik bij de marine. Ruim een jaar later, op 1 december 1807, werd dit bij koninklijk besluit ook wettelijk geregeld. Wel werd de naam veranderd in Koninklijke Hollandsche vlag. Het bevel om deze oude vlag weer te voeren werd niet door alle marineonderdelen nageleefd. Het Zeeuwse eskader bleef bijvoorbeeld gewoon onder de Bataafse vlag varen.[55]
Vlag van het Koninkrijk Holland (1807–1810)
[bewerken | brontekst bewerken]De Bataafse Republiek kwam ten einde nadat het in 1806 opging in het Fransgezinde Koninkrijk Holland. De derde broer van Napoleon Bonaparte, Lodewijk Napoleon werd aangesteld als Koning van Holland nadat het systeem van de republiek weer werd veranderd in een monarchie. In deze periode was de prinsenvlag net zomin verboden en in 1807 werd het rood-wit-blauw de nationale vlag van het nieuwe Koninkrijk.[22] Een officiële wet volgde op 7 augustus van dat jaar door de Koning van Holland. In artikel 2 werd bepaald dat de vlag dezelfde kleuren zou behouden als de voormalige vlag die gebruikt werd tijdens de Bataafse Republiek ("De voormalige Vlag van den Staat zal behouden worden"). Er werd echter één belangrijke wijziging doorgevoerd, namelijk dat de Jack met een vrijheidsmaagd, leeuw en fasces werd verwijderd om het volk tegenmoet te komen en tevreden te stellen.[56][57][58][59] Verder zou de koninklijke vlag het koninklijke wapen dragen in de witte baan.[60]
Drapeau Tricolore (1810–1813)
[bewerken | brontekst bewerken]
?De Drapeau Tricolore, de vlag van FrankrijkIn 1810 ging het Fransgezinde Koninkrijk Holland op in het Eerste Franse Keizerrijk, waarmee het koninkrijk zijn soevereiniteit verloor en daarmee ook de eigen vlag (het rood-wit-blauw) en de prinsenvlag. De vlag van het Eerste Franse Keizerrijk, de verticale combinatie van rood-wit-blauw, werd tot 1813 gebruikt en werd door de Fransen ook wel de drapeau tricolore genoemd.[61] De prinsenvlag, net als iedere andere vorm van Oranjegezindheid, werd gedurende deze periode stevig onderdrukt.[30]
Rood-wit-blauw of oranje-blanje-bleu? (1813–1937)
[bewerken | brontekst bewerken]Nadat het Franse Keizerrijk van Napoleon werd verslagen, kreeg het Soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden (de voorloper van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815) in 1813 haar onafhankelijkheid terug. Daarop verviel de verplichting van het rood-wit-blauw as officiële vlag van de Nederlanden, evenals het verbod op de prinsenvlag en oranje wimpels. Desondanks koos het vorstendom voor het rood-wit-blauw als natievlag, vergelijkbaar met het rood-wit-blauw die voorheen al door het Koninkrijk Holland in gebruik was. De reactie van het volk op de bevrijding van het land was direct te merken; men was opgelucht dat de Franse bezetter verdwenen was en uitte zijn of haar liefde voor het Huis van Oranje-Nassau door vanuit menig zolderkamer of kelder het rood-wit-blauw of oranje-blanje-bleu uit te hangen.[62][63] Het soeverein vorstendom had dankzij het Congres van Wenen de zuidelijke Nederlanden verkregen, ofwel de grenzen van het gebied dat grofweg aan erfprins Willem I der Nederlanden was toegezegd of waar hij aanspraak op maakte.
Het oudste officiële decreet waarin de term 'Nederlandsche Vlag' (echter zonder verdere uitleg) in voorkomt na het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid, was afkomstig van het Koninklijk Besluit van 16 maart 1816. Dit KB keurde de door de Ministerie van Marine voorgedragen "Regelement op de Eerbewijzen en Saluten aan boord van en door Zijner Majesteits Jachten en Schepen van Oorlog, binnen 's-Lands" goed. Dit regelement ging gepaard met een "Tabel der vlaggen voor Zijner Majesteits jachten". Deze vlaggen hadden allen de kleuren rood, wit en blauw. Het regelement sprak bij artikel 3 van de "ordinaire Nederlandsche Vlag" en bij artikel 5 van "de Nederlandsche Vlag", maar zonder de kleuren te benoemen. Als de Koning zich aan boord van een oorlogsschip bevond, dan bepaalde het regelement bij artikel I dat de "Koninklijke Vlag" met een drijvende "Koninklijken Standaard" van de top moest waaien. De tabel vertoonde de genoemde vlag en standaard met de kleuren rood, wit en blauw, die echter net zomin voor de "Koninklijke" als voor de "Nationale Nederlandsche Vlag" waren vastgesteld. Deze "Koninklijke Vlag en Standaard" waren bij het Koninklijk Besluit van 27 augustus 1908 door de toen recent ingevoerde KB vervangen. Het vroegere door de kleuren rood-, wit- en blauw bestaande verband tussen de "ordinaire Nederlandsche Vlag" en de "Koninklijke Vlag met den Koninklijken Standaard", waarbij de kleur oranje door rood was vervangen, verviel daardoor.[64] In 1965 vond een functionaris van de sectie krijgsgeschiedenis en ceremonieel van de Koninklijke Landmacht bij toeval een vlaggenkaart met een met de hand getekende en geaquarelleerde vlaggen uit 1816 tijdens inventariseringswerkzaamheden. Deze vlaggenkaart was een toenadering op het KB van 16 maart, maar was in de vergetelheid geraakt omdat de kaart enkel werd gebruikt bij de Marine . Deze vlaggenkaart is een sterke indicatie dat het rood-wit-blauw direct na 1813 een voorkeurspositie genoot ten opzichte van het oranje-blanje-bleu, zelfs al waren de kleuren van de Nederlandse vlag nooit vastgesteld.[65][66]
De precieze reden voor de keus van het rood-wit-blauw boven de prinsenvlag door prins Willem Frederik (de latere Koning Willem I) is onduidelijk. Er woedde in deze periode wel een vlaggenstrijd, maar gespeculeerd wordt dat de nieuwe koning verdere vetes tussen de prins- en staatsgezinden wilde voorkomen en politieke stabiliteit wilde creëren, en zo toch de rood-wit-blauwe vlag had verkozen als nationale vlag. Als toelaatbaar alternatief stond hij toe dat men een oranje wimpel boven de vlag kon bevestigen om zijn of haar liefde voor het Koninklijk Huis te tonen.[67] Dit is echter nooit met zekerheid vastgesteld.[68] In de vroege twintigste eeuw verschenen meerdere theorieën rondom de vlaggenkeuze van prins Willem Frederik. Volgens de krant De Grondwet was de reden voor de keuze van het rood-wit-blauw boven het oranje-blanje-bleu "onkunde en onkunde alléén, schoon het onbegrijpelijk blijft, dat onder de duizenden, die toch onze vlag van vóór 1796 gekend hebben, niemand de aandacht op dat verschil van kleur gevestigd heeft". Pas in 1831 werd hier door de Nederlandse politicus en geschiedschrijver Johannes Cornelis de Jonge aandacht aan gevestigd middels zijn publicatie.[69][70] Een artikel van het reformatorische dagblad De banier uit 1937 stelde dat de reden waarom men toen voor het rood-wit-blauw koos in plaats van de prinsenvlag, te wijten viel aan het liberalisme dat toentertijd de overhand had en het niet kon vinden met de "oude vlag".[71] Een andere theorie was dat de zuidelijke Nederlanden, die meer katholiek gezind waren, toentertijd minder ophadden met Willem van Oranje en de noord-Nederlandse monarchie en om die reden een wijziging van de vlag niet zouden zitten.[72]
Na het uitbreken van de Belgische Revolutie in 1830 als gevolg van de ontevredenheid die er in het zuiden heerste over het despotisme van Koning Willem I, verloor het Koninkrijk de zuidelijke Nederlanden, het huidige België, en het Groothertogdom Luxemburg. Hierdoor krompen de landsgrenzen aanzienlijk. Ook het Hertogdom Limburg was voor een periode geen onderdeel van het land, maar schaarde zich na 1866 alsnog bij Nederland, waardoor de landsgrenzen groeiden naar het niveau zoals het vandaag de dag bekend staat. Al kort na de opsplitsing ontstond er een heropleving van het gebruik der prinsenvlag. Al rond 1830 was dit merkbaar: het kort bestaande tijdschrift De oude Tijd meldde dat rond deze periode men af en toe het rood-wit-blauw verving met het oranje-blanje-bleu en dat dit, in de loop der tijd in enkele Nederlandse steden, steeds vaker begon te gebeuren.[73] In de jaren zestig van de negentiende eeuw bestond er verwarring over welke vlag de 'officiële' vlag van het land was. In de Delftsche courant van 13 november 1863 werd een artikel ingezonden waarin duidelijkheid werd geschapen over de 'vlaggenkwestie', die rond deze periode was ontketend tussen voor- en tegenstanders van het idee om de prinsenvlag de officiële vlag van Nederland te maken en zou uitgroeien tot een nationale kwestie die jarenlang voortduurde.[74] Een boek van Jan ter Gouw uit 1863, lid van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en het Historisch Genootschap te Utrecht, benoemde dat er ten tijde van de Spaanse Nederlanden geen nationale vlag bestond. Nadat de provinciën zich verenigden onder de Verenigde Provinciën, verkozen ze de prinsenvlag vanwege de verwantschap met Willem van Oranje. Vanwege de Fransgezindheid van de Patriotten ten tijde van de Bataafse Republiek had het graafschap Holland de prinsenvlag met het rood-wit-blauw vervangen en zelfs na de bevrijding van de Nederlanden werd het rood-wit-blauw door prins Willem Frederik (de latere koning Willem I) verkozen boven het oranje-blanje-bleu. De auteur eindigde het stuk door, vanwege het vijftigjarige jubileum van de bevrijding van het land op de Franse bezetter, zelf vóór de prinsenvlag te pleiten en "de bastaard kleur rood, voor goed uit onze vlag te bannen, wat onze ouders voor vijftig jaar verzuimd hebben".[75]
Vaststelling van het rood-wit-blauw (1937–1940)
[bewerken | brontekst bewerken]In de jaren dertig van de twintigste eeuw kwam de Vereeniging De Princevlag op die voor de oranje-witte-blauwe vlag pleitte. Ook de NSB ging naast rood-wit-blauw oranje-blanje-bleu als vlag voeren. De discussie over de kleuren van de vlag leidde ertoe dat de regering onder aanvoering van Hendrikus Colijn de kleuren rood-wit-blauw officieel wilde vastleggen. Op 19 februari 1937 tekende koningin Wilhelmina tijdens haar wintervakantie op het vakantieverblijf in Zell am See het kortste koninklijk besluit ooit, luidend: "De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw."[76][77][78][79] Daarmee werden de kleuren van de vlag voor het Koninkrijk der Nederlanden dat al sinds 1813 bestond pas in 1937 officieel per koninklijk besluit vastgelegd.
Tweede Wereldoorlog (1940–1945)
[bewerken | brontekst bewerken]
Een propagandaposter van het Vrijwilligerslegioen Nederland, waarbij expliciet gebruik werd gemaakt van de prinsenvlag. |
Het rood-wit-blauw werd door de Nederlandsche Unie tot het Duitse verbod in november 1941 altijd gehanteerd. |
Op 1 september 1939 begon de Tweede Wereldoorlog officieel toen Nazi-Duitsland de Tweede Poolse Republiek aanviel. Het zou echter tot 10 mei 1940 duren voordat Nederland direct betrokken raakte bij de oorlog toen Duitsland Nederland binnenviel. Na vier dagen van verzet door het Nederlandse leger, capituleerde het land op 14 mei 1940 nadat Rotterdam op dezelfde dag werd gebombardeerd. Op dezelfde dag vluchtte ook Koningin Wilhelmina naar Engeland en was Nederland zonder vorst van het Huis van Oranje-Nassau, de eerste keer sinds de restauratie van het land in 1813. Dit luidde het begin in van het Reichskommissariat Niederlande, een vazalstaat die feitelijk door het Duitse bestuur en de Duitsgezinde collaborateurspartij NSB werd geregeerd. Tijdens het dieptepunt van de oorlog waren alleen nog Suriname en het Gebiedsdeel Curaçao niet bezet door Nazi-Duitsland of het Japans Keizerrijk.
Aanvankelijk was de bezettende macht nog vriendelijk opgesteld tegenover het Nederlandse volk wat betreft het gebruik van vlaggen, maar hier kwam al vrij snel verandering in. Al in juni 1940 vervaardigde de Duitse bezetter dat men vanaf openbare gebouwen geen nationale vlaggen meer mochten worden geplaatst, uit angst voor protesten waar de Duitsers voor vreesden vanwege de aanstaande verjaardag van prins Bernhard op 29 juni. Sommigen gingen echter nog verder, zoals de Wageningse burgemeester Mattheus Johannes IJzerman op 20 juni 1940. Ze verboden de hele plaatselijke bevolking om de vlag uit te steken. Andere burgemeesters maakten gebruik van de door de uit Den Haag aangereikte model-instructie met de naam 'Verbod tot vlaggen', waarin expliciet stond dat op 29 juni "het uitsteken, hetzij van de nationale vlag, hetzij van de oranje-wit-blauwe vlag, dan wel van de oranje vlag op dien dag uitdrukkelijk verboden" was. In de Betuwe moesten die dag de vlaggen die de kersenboomgaarden markeerden zelfs worden verwijderd. De bevolking reageerde door op die dag witte anjers te dragen in knoopsgaten. Dit omdat de bloem het handelsmerk van de prins was. Deze dag zou bekend komen te staan als Anjerdag.[44] Op 24 juli 1940 werd tevens de Nederlandsche Unie opgericht, die tussen juni 1940 en het vlagverbod in november 1941 altijd het rood-wit-blauw hanteerde. Het gebruik van het rood-wit-blauw door de NSB-kritische beweging was opvallend omdat de NSB zelf expliciet het oranje-blanje-bleu hanteerde en de Duitse bezetter er evenmin van gediend was dat de 'Nederlandsche volksvlag' op politieke wijze werd gebruikt. Zo schreef de Hoogere S.S. en Polizeiführer Hanns Albin Rauter halverwege november 1940 aan de secretaris-generaal van Justitie het volgende hierover: "Ik heb geconstateerd, dat de Nederlandsche nationale vlag door de "Nederlandsche Unie" als partijvlag gevoerd en in haar samenstel van kleuren voor propaganda-doeleinden gebruikt wordt. De Nederlandsche nationale vlag is echter symbool van het Nederlandsche volk in zijn geheel en staat buiten den strijd der politieke partijen".[80] De secretaris-generaal kreeg van Rauter de opdracht om dit 'misbruik' te stoppen. Verder bekritiseerde de Nederlandsche Unie in hun weekblad De Unie de NSB fel in januari 1941. Dit omdat de partij de prinsenvlag zonder problemen van de Duitse bezetter kon blijven gebruiken als propagandistisch middel. "Geen enkele mogelijkheid voor propaganda en politieke activiteit blijft hun immers ontzegd. Alles staat hun werkelijk ten dienste om te trachten, ons volk voor hun denkbeelden te winnen. …[Wij wijzen] op het feit, dat de N.S.B. nog steeds de Oranje-blanje-bleu vlag voert, terwijl ons het rood-wit-blauw verboden is", schreef de beweging. In november 1941 volgde voor de Nederlandsche Unie een verbod op het gebruik van het rood-wit-blauw als 'partijvlag' en een maand later werd de beweging, die zei met de Duitsers te willen samenwerken maar dat in werkelijkheid lang niet altijd deed, door de bezetter verboden.[44]
Op 2 mei 1941 verscheen een artikel in alle collaborerende kranten, waarin werd medegedeeld dat bijna alle Oranjegezinde symbolen met onmiddellijke ingang waren verboden. Specifiek werd bedoeld het openbaar dragen en tonen van afbeeldingen van levende leden van het Huis van Oranje-Nassau, op welke wijze en in welke vorm dan ook. Hetzelfde gold voor het demonstratief dragen van en tonen van de kleuren van het koningshuis en het verder verspreiden van dergelijke objecten. Eenieder die hier weigering aan gaf en op heterdaad betrapt werd, zou worden bestraft. De reden voor dit besluit kwam na een reeks van 'verschillende incidenten' die zich hadden voorgedaan, waarbij de symbolen van het koningshuis werden gebruikt als manier om te protesteren tegen de Duitse bezetter. Dit kon in hun ogen niet omdat zij, met het verlaten van het land en de vlucht naar Engeland, als een 'demonstratie' moest worden opgevat. Volgens het stuk ging dit vooral om 'kleine groepen uit het Sociaal Democratische en Roomsch-Katholieke kamp'. Wel werd duidelijk gemaakt dat dit verbod niet de erkenning van de verdiensten van de vroegere leden van het Huis van Oranje-Nassau teniet deed en zij hiervoor waardering hadden. Een opmerkelijke uitzondering op deze regel was dat het gebruik van de prinsenvlag niet onder het verbod zou gelden omdat de bezetter dit 'een uitdrukking van den volkschen wil' beschouwde. Over het rood-wit-blauw stond niks vermeld in het artikel. Een misvatting die vaak gedacht wordt is dat de NSB deze regels had opgesteld, maar de orders kwamen direct van Adolf Hitler ('op grond van paragraaf 5 van het Besluit van den Führer') en werden bekendgemaakt door de Nederlandse Hoogere S.S. en Polizeiführer Hanns Albin Rauter, die hierop mede zou toezien.[81][82][83][84] Dit ambigue besluit gaf de NSB de mogelijkheid om de prinsenvlag veelvuldig te gebruiken tijdens officiële gelegenheden gedurende de gehele bezetting, in combinatie met hun zwart-rode partijvlag, al bleven de officiële kleuren van de Nederlandse vlag nog altijd rood-wit-blauw. Op dit besluit kwam al op 28 mei flinke kritiek in het Surinaamse blad De West, dat niet onder controle van de Duitsers stond. De krant beschuldigde de bezettende macht voor het gebruiken van 'oneerlijke argumenteering' omtrent de dode en levende leden van het Huis van Oranje-Nassau en hun acties. Ook werd benoemd dat de prinsenvlag nog werd 'getolereerd' vanwege de eerder benoemde reden.[85] Een paar maanden later kwam er op 12 augustus wat meer duidelijkheid over deze regels in de regionale Leeuwarder Courant. Tijdens de Sneekweek van 1941 verwachtte de zeilverenigingen Sneek, Sneeker Zeilclub en V.V.V. dat er gevlagd zou worden door de bevolking. Volgens de Duitse bezetter bestond hier geen bezwaar tegen, mits dit niet tot demonstraties zou leiden. De vlaggen die waren toegestaan waren de nationale (rood-wit-blauwe) vlag, de prinsenvlag, de vlag van Friesland en de vlag van Sneek. Oranjewimpels waren echter niet toegestaan.[86] Op lokaal vlak probeerde NSB-burgemeesters zoals Marius van Lokhorst in Nijmegen straatnamen te wijzigen naar kleuren van de prinsenvlag; zo werden de straten Volksbelang I, II en III omgedoopt tot Oranjestraat, Blanjestraat en Bleustraat per 21 juli 1943. Dit zou uiteindelijk van korte duur blijken toen de straten weer werden veranderd in de vooroorlogse namen.[87]
In augustus 1942 deed zich een opmerkelijk voorval voor rond de aanschaf van prinsenvlaggen door de financieel noodlijdende gemeente Steenwijk. Zij wou twee oranje-blanje-bleu vlaggen aanschaffen, één voor het raadhuis en de andere voor de gemeentetoren. Verder wou NSB-burgemeester Johannes Pieter de Lang ook zeven NSB-vlaggen kopen. De totale kosten voor de negen vlaggen kwamen uit op 150 gulden. De Lange vroeg de Commissaris van Overijssel toestemming om de gemeentebegroting te mogen wijzigen. Waarnemend Commissaris Vogt vond het goed, maar wou wel weten wat de secretaris-generaal Karel Johannes Frederiks van Binnenlandse Zaken ervan vond. Op zijn beurt legde deze de vraag voor aan Seys-Inquart, die op 26 oktober 1942 antwoorde met de volgende repliek: "Bis auf weiteres soll von der Anschaffung von Fahnen in den Farben "Oranje-Blanje-Bleu" oder von Fahnen der NSB aus Gemeindemitteln abgesehen werden". Naar het Nederlands vertaalt dit als volgt: "Tot nader order wordt afgezien van de aanschaf van vlaggen in de kleuren "Oranje-Blanje-Bleu" of vlaggen van de NSB uit gemeentelijke middelen". Frederiks stuurde 30 oktober een rondschrijven aan alle provinciebesturen waarin hij het Duitse besluit meedeelde en de provinciebesturen moesten op hun beurt het besluit delen met de gemeentebesturen. De provincie Noord-Holland deed dat op 26 november 1942. De grifer liet aan alle gemeenten die inmiddels een oranje-wit-blauwe vlag hadden aangeschaft ten laste van de gemeentekas weten: "Het komt mij redelijk voor, dat in die gevallen tegen de reeds gedane uitgaven geen bezwaar wordt gemaakt". Tot oktober 1944 zou de bekostiging van de prinsenvlag nog regelmatig terugkomen op het departement van Binnenlandse Zaken, maar er werd steeds verwezen naar het nee-besluit van Seyss-Inquart.[44]
Rond 1943 werkte de NSB op het partijkantoor aan de Maliebaan in Utrecht aan een voorstel voor een 'Vlag-wet'. Artikel 1 van het wetsontwerp omschreef de nationale kleuren als oranje, wit en blauw, artikel 2 gaf een toelichting op het eerste artikel: "De Nationale en Handelsvlag is een rechthoek, welke in drie gelijke horizontale banen verdeeld is, als aangegeven in figuur 1 van de bij deze Wet behoorende plaat. De kleuren dezer banen zijn achtereenvolgens oranje, wit en blauw, overeenkomstig die de voormalige Princevlag. De hoogte der vlag verhoudt zich tot haar lengte gelijk 2:3". In artikel 4 werd voorgesteld particulieren te verbieden "de vroegere nationale vlag (het rood-wit-blauw) en andere voormalige vlaggen" te hijsen of te voeren. Tot slot wilde de NSB ook zes herdenkingsdagen instellen waarop de vlag "door alle openbare diensten en door alle ingezetenen van 8 uur ’s morgens tot zonsondergang" verplicht moest worden gehesen. De zes vlaggendagen moesten worden; een nog vast te stellen "Feestdag van het Nederlandsche Volk"; de verjaardag van Adolf Hitler (20 april), de Dag van de Arbeid (1 mei); de verjaardag van NSB-leider Anton Mussert (11 mei); de sterfdag van Willem van Oranje (10 juli) en de Nederlandse Onafhankelijkheidsdag (17 november).[88][44] Deze wet is er uiteindelijk nooit gekomen. De NSB poogde gedurende de oorlog eveneens om meermaals het rood-wit-blauw te verbieden, maar was hierin niet succesvol omdat de Duitsers niets voelde voor een verbod.[89][90] Wel werd het gebruik ervan sterk beperkt door diezelfde bezetter.[91] Het ontwerp van de vlagwet lag misschien ook in relatie tot het feit dat de Duitse bezetter op 13 februari 1943 een verordening uitgaf waarin onder meer werd voorgeschreven hoe een Nederlands koopvaardijschip zich moest identificeren: "Een Nederlandsch schip (…) dient aan de achtersteven aan de vlaggestok (…) de nationale vlag te vertoonen:". In deze verordening werd echter niet gesproken over de kleuren van de Nederlandse 'nationale vlag', een teken dat de Duitsers het gebruik van zowel rood-wit-blauw als oranje-blanje-bleu toestonden.[44]
Een NSB-lid uit Maastricht met de afkorting J.H.P. vroeg via een ingezonden vraag op 5 mei 1944 in Volk en Vaderland of "leden der N.S.B. naast de vlag der Beweging in plaats van oranje-blanje-bleu de rood-wit-blauwe mogen gebruiken". Hij kreeg hierop als antwoord dat Mussert zelve in een Volk en Vaderland-artikel van 29 april 1938 de voorkeur gaf aan de prinsenvlag om vier redenen; het 'zelfstandig karakter der natie', de 'samenwerking van allen, die zijn van Neerlands stam', de 'historische volkswil' en de 'historische opofferingen van de Oranjes'. Hierin werd nog diepgaand ingegaan op alle vier de redenen en hoewel de NSB voor het rood-wit-blauw de 'vollen eerbied' had, omdat onder deze kleuren 'door Nederlanders groote daden zijn gedaan'en er 'veel geleden en gestreden is', zou toch de prinsenvlag boven het rood-wit-blauw verkozen 'op grond van onze beginselen voor den komenden Nederlandschen Nationaal-Socialistischen Staat'.[92][44]
Het gebruik en vertoon van Nederlandse vlaggen was Rijkscommissaris Seyss-Inquart van welke aard dan ook zat geworden in 1944. Op 1 juni vaardigde hij een totaal vlagverbod uit. Artikel 1 van de verordening luidde: "Het vertoonen en hijschen van vanen, vlaggen en wimpels van iedere soort is (…) verboden". Deze keer ontkwam ook de door de NSB gepropageerde prinsenvlag niet aan een verbod. Het totale vlagverbod gold echter niet voor de vlaggen van de Duitse Wehrmacht, de Waffen-SS, de Duitse politie, de Reichsarbeitsdienst en voor het Rode Kruis. Nog geen week nadat de verordening op 2 juni van kracht werd, vond de geallieerde opmars om west-Europa te bevrijden plaats. Via Frankrijk en België trokken de Amerikanen op 12 september Zuid-Limburg binnen en werden Eijsden, Mesch, Mheer en Noorbeek bevrijd. Een dag later was Maastricht tevens bevrijd. Overal werden Nederlandse vlaggen gehangen. Het gros van deze vlaggen waren rood-wit-blauw, maar er hingen ook prinsenvlaggen tussen, een teken dat het oranje-blanje-bleu bij sommigen nog altijd geliefd was ondanks het gebruik ervan van de NSB. De bevrijde gebieden vielen vervolgens onder geallieerd militair bestuur, ofwel de Civil Affairs. In het Field Handbook dat de geallieerden meebrachten, werd ook een vrij specifieke vlaginstructie opgenomen. Hierin stond het volgende: "The Netherlands, U.S. and British flags will be displayed on all buildings which U.S or British personnel are using for the administration of CA, the Netherlands flag flying in the centre. The last mentioned will be the red, white and dark blue flag, never the orange, white and light blue. All three flags should be as nearly as possible 8½ x 4 ft. in size".[44] De bevrijding van Zwolle door de Canadezen op 13 en 14 april 1945 werd door de bevolking aldaar op 30 april 1945 opvallend genoeg gevierd met het vlaggen van de kleuren van de prinsenvlag.[44][93]
Verdere vaststelling rood-wit-blauw (na 1945)
[bewerken | brontekst bewerken]Na de Tweede Wereldoorlog werd het rood-wit-blauw veelvuldig gebruikt door het Nederlandse volk als symbool van de bevrijdiging. In de daaropvolgende jaren zijn preciezere tinten voor de kleuren rood, wit en blauw vastgesteld. De kleuren van de Nederlandse vlag kunnen sindsdien meer precies worden benoemd als helder vermiljoen, helder wit en kobaltblauw. Dat blauw verschilt van het lichtere Nassaus blauw. In november 1958 verscheen het normblad NEN 3055 waarin de kleuren werden vastgesteld als coördinaten in de CIE-1931 kleurruimte.[94][95] Als gevolg van dit besluit worden de volgende kleuren door de overheid in haar vlaginstructie gehanteerd:[96]
| Codering | Helder vermiljoen | Wit | Kobaltblauw |
|---|---|---|---|
| Chromatisch | X=18,3 Y=10,0 Z=3,0 | n.v.t. | X=7,5 Y=6,6 Z=25,3 |
| CMYK | 0.83.78.32 | 0.0.0.0 | 77.46.0.48 |
| RGB 0-1 | 0,6782566; 0,1155721; 0,1470329 | 1; 1; 1 | 0,1193532; 0,2796942; 0,5234431 |
| RGB 0-255 (hexadecimaal) | 173,29,37 (#AD1D25) | 255,255,255 (#FFFFFF) | 30,71,133 (#1E4785) |
| RAL | 2002 | 9010 | 5013 |
In deze definitie wordt er gebruik gemaakt van een Standaard Lichtbron C (ook gedefinieerd door de CIE-1931 kleurruimte), invallend onder een hoek van 45°.[97]
Het status en het gebruik van de prinsenvlag in de eerste jaren na de oorlog was gecompliceerd en opvallend te noemen. Direct na de bevrijding werden veel NSB'ers, waaronder de moffenmeiden, publiekelijk vernederd. In tegenstelling echter tot wat veelal wordt beweerd, bleven de grootscheepse vlaggenverbrandingen uit. Slechts sporadisch was er in deze periode sprake geweest van verbrandingen van prinsenvlaggen.[44] Met de terugkeer van de Oranjes in Nederland werden alle eerder uitgegeven decreten van de Duitse bezetter eveneens nietig verklaard. Dit gold ook voor de bepaling waarin alle Oranjegezinde symbolen verboden werden verklaard. Ondanks dat de prinsenvlag uitvoerig werd gebruikt door de NSB ten tijde van de bezetting, werd de vlag kort na de oorlog niet verboden door koningin Wilhelmina of het kabinet-Schermerhorn-Drees, waarschijnlijk omdat de status als historische vlag zwaarder woog tegenover het gebruik ervan door de onpopulaire NSB. Bovendien werd de vlag gedurende de bezetting ook nog altijd door personen gebruikt die simpelweg vaderlandslievend waren en niks op hadden met de NSB. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, bestond er kort na de bevrijding geen stigma op het gebruik van de prinsenvlag of verwijten dat de prinsenvlag een 'NSB-vlag' zou zijn.[44] De eerste berichten over 'vele trouwe vaderlanders' die de oranje baan van hun prinsenvlaggen rood zouden hebben geverfd of hadden verknipt, verschenen pas begin jaren 60.[98][99] Hoewel sommige Nederlanders zich wel stoorden aan hen die de prinsenvlag uithingen zo kort na de bevrijding, werd de vlag nog altijd gebruikt en verdedigd in de kranten door personen die vonden dat het oranje-blanje-bleu ten tijde van de bezetting door de NSB was misbruikt, en dat het Nederlandse volk juist de taak had de vlag in ere te herstellen en te laten wapperen als dienstbetoon aan het koningshuis.[100][101][102] In juli van dat jaar stelde ene A.S. in de krant De Nieuwe Nederlander zelfs voor om de toenmalige rood-wit-blauwe vlag te 'zuiveren' en terug te brengen tot haar oorspronkelijke kleuren, zijnde het oranje-blanje-bleu. Volgens hem was het argument dat de 'landverraderlijke' NSB de kleuren had 'ontheiligd' onhoudbaar omdat de NSB, behalve de prinsenvlag, ook het prinsenlied en Wilhelmus hadden gebruikt en de Nederlanders beide na de oorlog ook bleef gebruiken. Verder benoemde hij het feit dat de 'landverraderlijke elementen' in de Franse periode tussen 1795 en 1813 het rood-wit-blauw hanteerden en men dit feit nooit als motief tegen het (gebruik van het) rood-wit-blauw had gevoerd.[103]
In recentere tijden wordt in bepaalde kringen in Nederland het oranje-wit-blauw als vlag gebruikt, bijvoorbeeld in 2018 bij een demonstratie van de PVV.[104] en bij Vlaamse nationalisten zoals het Vlaams belang.[105] Het algemeen gebruik is echter om de Nederlandse verbondenheid met het koninklijk huis te tonen door boven de vlag een oranje wimpel te hijsen en niet door een oranje kleur van een van de banen van de vlag.
Vlaginstructie
[bewerken | brontekst bewerken]Voor de Nederlandse vlag bestaat een vlaginstructie van de Nederlandse overheid voor aan de overheid gerelateerde instellingen, die aangeeft wanneer de Nederlandse vlag gehesen wordt, en op welke manier.
De data waarop de vlag gehesen wordt van rijksgebouwen liggen vast in een instructie van de minister-president van 22 december 1980. Aan particulieren, bedrijven en instellingen wordt gevraagd deze instructie, zo veel als mogelijk is, te volgen. Dit laatste is echter niet verplicht. Een bespreking van de instructie uit 1980 volgt hieronder. De instructie is inmiddels een aantal keer herzien, het recentst op 17 mei 2013.[106]
Bij het uitsteken van de Nederlandse vlag wordt onderscheid gemaakt tussen "uitgebreid vlaggen" en "beperkt vlaggen". Uitgebreid vlaggen wil zeggen dat de vlag wordt uitgestoken van alle rijksgebouwen, zoals gebruikelijk is op Koningsdag. Bij "beperkt vlaggen" steekt men de vlag alleen uit van de hoofdgebouwen van de departementen en van de hoofdgebouwen van de instellingen die niet (rechtstreeks) onder de departementen vallen. Dit zijn de Kamers der Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, het Kabinet van de Koning en de Hoge Raad der Nederlanden.
Vaste data voor het vlaggen
[bewerken | brontekst bewerken]Er is een aantal vaste data waarop van de gebouwen van de Rijksoverheid gevlagd moet worden. Bij uitgebreid vlaggen wordt gevlagd van alle gebouwen, bij beperkt vlaggen alleen van:
- de hoofdgebouwen van ministeries;
- de Eerste en Tweede Kamer;
- de Raad van State;
- de Algemene Rekenkamer;
- de Nationale Ombudsman;
- het Kabinet van de Koning;
- de Hoge Raad der Nederlanden.
Als een datum op een zondag of op een algemeen erkende christelijke feestdag valt, wordt op de tussen haakjes vermelde datum gevlagd. Bij verjaardagen van leden van het koninklijk huis mag de vlag in combinatie met een oranje wimpel worden gehesen.
Wat betreft de leden van het koninklijk huis geldt de vlaginstructie alleen voor het staatshoofd, zijn echtgenoot, de troonopvolger (de Prins(es) van Oranje) en zijn voorganger en niet voor de overige leden van het koninklijk huis. Daarom is prinses Amalia wel en zijn haar zussen, de prinsessen Alexia en Ariane, niet in dit overzicht opgenomen.
| Datum | Gelegenheid | Vlaginstructie |
|---|---|---|
| 31 januari (1 februari) | Verjaardag van prinses Beatrix | beperkt, met oranje wimpel |
| 27 april (26 april) | Verjaardag van koning Willem-Alexander (Koningsdag) | uitgebreid, met oranje wimpel |
| 4 mei (4 mei) | Nationale Dodenherdenking | uitgebreid, halfstok van 18.00 uur tot zonsondergang (ca. 21.10 uur zomertijd). In 2020 werd er eenmalig de gehele dag halfstok gevlagd.[107] Het Nationaal Comité 4 en 5 mei roept alle inwoners op om op 4 mei de gehele dag de vlag halfstok te hangen (van zonsopgang tot zonsondergang).[108] |
| 5 mei (5 mei) | Nationale Bevrijdingsdag | uitgebreid |
| 17 mei (18 mei) | Verjaardag van koningin Máxima | beperkt, met oranje wimpel |
| Laatste zaterdag van juni | Nederlandse Veteranendag | uitgebreid |
| 15 augustus (16 augustus) | Formeel einde van de Tweede Wereldoorlog | uitgebreid |
| 3e dinsdag van september | Opening van de Staten-Generaal | uitgebreid, alleen in Den Haag |
| 7 december (8 december) | Verjaardag van prinses Amalia | beperkt, met oranje wimpel |
| 15 december (16 december) | Koninkrijksdag | beperkt |
Oranje wimpel
[bewerken | brontekst bewerken]Op Koningsdag en op de hierboven vermelde verjaardagen van leden van de koninklijke familie wordt de vlag gehesen met een oranje wimpel. Bij alle andere gelegenheden wordt de vlag zonder wimpel gehesen. De kleur oranje van de wimpel is in november 1958 vastgesteld in de standaard NEN 3203.
Vlaggen bij bijzondere gelegenheden
[bewerken | brontekst bewerken]
Bij bijzondere gebeurtenissen in de koninklijke familie (geboorte, huwelijk, overlijden) zal er telkens een speciale regeling komen, die van geval tot geval bekend zal worden gemaakt. In ieder geval wordt er niet op een zondag gevlagd. Tijdens officiële bezoeken van staatshoofden wordt alleen gevlagd in de plaatsen die worden bezocht. Zowel bij het overlijden van koningin Juliana als bij het overlijden van prins Bernhard werd de oranje wimpel vervangen door een zwarte rouwwimpel.
Officieel protocol
[bewerken | brontekst bewerken]Dit protocol geldt voor overheidsinstellingen. Van burgers en bedrijven wordt verwacht dat ze dit protocol volgen, maar ze zijn daartoe niet verplicht.
- Een vlag is een eerbetoon aan een natie en hoort daarom niet 's nachts buiten te hangen. Het hijsen van de vlag gebeurt dan ook bij zonsopkomst, het neerhalen bij zonsondergang. Alleen wanneer een landsvlag aan beide zijden door schijnwerpers wordt belicht, mag deze na zonsondergang blijven hangen. Er is een eenvoudige vuistregel voor het uiterlijke tijdstip van neerhalen van de vlag. Dit is het moment wanneer er geen zichtbaar verschil meer is tussen de afzonderlijke kleuren van de vlag.
- Een vlag mag de grond niet raken.
- Op de Nederlandse vlag behoort, tenzij daartoe gerechtigd, geen enkele versiering of andere toevoeging te worden aangebracht. Het is dus niet correct om schooltassen of babykleertjes aan de vlag toe te voegen. Ook het gebruik van een vlag louter voor versiering behoort te worden nagelaten. Wel mag vlaggendoek voor versiering – bijvoorbeeld in de vorm van draperieën – worden gebruikt.
- De oranje wimpel wordt alleen gebruikt op verjaardagen van leden van het koninklijk huis en op Koningsdag. De oranje wimpel moet even lang of iets langer zijn dan de diagonaal van de vlag.
Halfstok vlaggen
[bewerken | brontekst bewerken]
Het halfstok hijsen van de vlag behoort op de volgende wijze te geschieden: eerst wordt de vlag vol gehesen, daarna wordt zij langzaam en statig neergehaald, totdat het midden van de vlag op de helft van de normale hoogte is gekomen, waarna de vlaggenlijn wordt vastgebonden. De vlag wordt niet opgebonden. Bij het neerhalen van een halfstok gehesen vlag wordt deze eerst langzaam en statig vol gehesen en vervolgens op dezelfde wijze neergehaald. De vlaginstructie schrijft expliciet voor dat er halfstok gevlagd moet worden, in tegenstelling tot de mogelijkheid dat er rouw getoond moet worden met de vlag. Dit veroorzaakt bij voortduring problemen met situaties waarin halfstok vlaggen niet mogelijk of niet gebruikelijk is, zoals met vlaggen vastgemaakt aan een vlaggenstok.
Halfstok vlaggen van rijksgebouwen vindt in ieder geval plaats op Nationale Dodenherdenking (4 mei) en daarnaast wanneer de minister-president hiervoor een bijzondere vlaginstructie uitvaardigt omdat gebeurtenissen in binnen- of buitenland daartoe aanleiding geven.
Omgekeerde vlag
[bewerken | brontekst bewerken]
Naast het historische gebruik in de scheepvaart van de omgekeerde vlag als noodsignaal (blauw boven) werd deze wijze van ophangen vanaf eind jaren tien vaak gebruikt om te protesteren tegen de overheid, vooral sinds de boerenprotesten en corona-demonstraties.[109] Vanuit verschillende maatschappelijke geledingen werd gevraagd dit niet te doen op 4 en 5 mei, uit respect voor mensen die voor Nederland onder deze vlag optreden, bijvoorbeeld als militair.
In sjouw
[bewerken | brontekst bewerken]Een oud maritiem gebruik is om de vlag in sjouw te voeren, als een schip in gevaar is en onmiddellijk hulp nodig heeft. Dan gaat het om een gedeeltelijk opgerolde of ingesnoerde vlag die wordt gehesen als noodsein.[110]
Het hijsen van meerdere vlaggen
[bewerken | brontekst bewerken]Bij het hijsen van meerdere vlaggen behoren deze van gelijke afmetingen te zijn en zo mogelijk op gelijke hoogte te worden gehesen. Bij het ontplooien van twee vlaggen is de ereplaats rechts, gerekend met de rug naar de vlaggen. Daar behoort dus de Nederlandse vlag. Bij drie vlaggen behoort de Nederlandse vlag in het midden. Als de provinciale en de gemeentelijke vlag naast de Nederlandse vlag komen, is de opstelling in het algemeen (met de rug naar de vlaggen): Nederlandse vlag midden, provinciale vlag rechts en gemeentelijke vlag links. De vlaginstructie maakt hierbij een uitzondering voor een gemeentelijke aangelegenheid, waarvoor de volgorde van provincievlag en gemeentevlag omgekeerd moeten worden. Indien naast een landsvlag vlaggen van andere naties worden gehesen, is voor de onderlinge rangorde over het algemeen in de eerste letter van de namen van de betrokken landen in de Franse taal bepalend. De vlaginstructie geeft hier echter geen uitsluitsel over, maar geeft aan dat er contact opgenomen moet worden met de Directie Kabinet en Protocol.
Afwijkende vlag voor schepen
Aan boord van schepen die onder gezag staan van een officier van de Koninklijke Marine Reserve kan, onder voorwaarden, de onderscheidingsvlag van de KMR als natievlag worden gevoerd, in plaats van de Nederlandse driekleur. Aan boord van jachten en sloepen is het gebruik van de vlag van de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging als natievlag toegestaan voor leden van die vereniging, volgens het besluit van Z.M. Koning Willem III in 1852. Loodsboten mogen als enige de voormalige Nederlandse loodsvlag (rood-wit-blauw met een brede witte zoom) als natievlag voeren (op de achtersteven).[111]
Opvouwen van de vlag
[bewerken | brontekst bewerken]Een manier voor het vouwen van de vlag is als volgt:
- Twee vlaggendragers pakken de vlag vast in de lengterichting met één hand op de scheiding van rood en wit, en met de andere hand aan het einde van het blauw;
- de vlag wordt nu overlangs dichtgevouwen, zodanig dat wit opgesloten wordt tussen rood en blauw (er ontstaat dus een Z-vorm);
- met rood boven, wordt de vlag vervolgens tweemaal dubbelgeslagen, zodanig dat het blauw boven komt te liggen (lus en touw aan de broekingszijde bovenop).
In plaats van tweemaal dubbelgeslagen, wordt de vlag ook wel tot halverwege in een harmonicavorm gevouwen, waarna de rest zodanig opgerold wordt dat een blauwe rol ontstaat. Vervolgens wordt het touw aan de onderzijde van de vlag er met een slipsteek omheen gehaald. Een op deze manier gevouwen vlag kan naast gehesen, ook 'gebroken' worden. De vlag wordt in dat geval opgerold naar boven gehesen, waarna de slipsteek losgetrokken wordt en de vlag zich ontvouwt. Het breken van de vlag wordt voornamelijk gedaan bij harde wind.
Beïnvloeding van andere vlaggen
[bewerken | brontekst bewerken]De Nederlandse vlag, zowel de Prinsenvlag als de huidige vlag, heeft andere landen beïnvloed een soortgelijke vlag te gebruiken. De vlag van de stad New York en enkele andere steden in de staat New York gebruiken de kleuren van de Prinsenvlag. In Zuid-Afrika gebruikten enkele boerenstaten vlaggen die op de Nederlandse gebaseerd waren, waaronder Transvaal, Oranje Vrijstaat en Natalia. Ook de nationale vlag van Zuid-Afrika was tot 1994 op de Nederlandse gebaseerd. Zelfs de huidige vlag van Zuid-Afrika bevat elementen die via de vorige vlag aan de Nederlandse vlag ontleend zijn.
De vlag van Rusland heeft precies dezelfde kleuren als de Nederlandse alleen in een andere volgorde. Volgens één theorie heeft Peter de Grote, die Nederland bezocht omtrent scheepszaken, de vlag overgenomen en mee naar Rusland gebracht.[112] Er zijn echter sterke aanwijzingen dat de Russische vlag al werd gebruikt vóór het bezoek van Peter de Grote aan Nederland. Zodoende is het twijfelachtig of de Nederlandse vlag hier daadwerkelijk invloed op gehad heeft.
Zowel het groothertogdom Luxemburg als de gelijknamige Belgische provincie, die hier in de 19e eeuw van afgesplitst werd, gebruikt een rood-wit-blauwe vlag. Deze vlaggen zouden echter niet gebaseerd zijn op, noch dezelfde oorsprong hebben als, de Nederlandse vlag.
Lijst van Nederlandse vlaggen
[bewerken | brontekst bewerken]- Vlag van Nederland
(1813–heden)
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- De tekst van een eerdere versie van dit artikel is gedeeltelijk afkomstig van de website van het Ministerie van Algemene Zaken.
- Informatie over de oudste afbeeldingen van de Nederlandse vlag in Karel Bostoen : Hart voor Leiden : Jan van Hout (1542-1609), stadssecretaris, dichter en vernieuwer. Hilversum : Uitgeverij Verloren, 2009. p. 82-84
- Sierksma, Kl. (1962 (herdruk 2008)). Nederlands vlaggenboek. Het Spectrum, p.12-15. ISBN 9789031502882.
- ↑ The Princevlag (The Netherlands)
- ↑ In het tijdschrift Bijdragen voor de Vaderlandsche geschiedend en oudheidkunde Xe deel
- ↑ D.G. Muller, De oorsprong der Nederlandsche vlag, op nieuw geschiedkundig onderzocht en nagespoord. Amsterdam, 1862, p. 27.
- ↑ J.C. de Jonge, Geschiedenis van het Nederlandse zeewesen, deel 1. 's-Gravenhage, 1833, p. 246
- ↑ D.G. Muller, De oorsprong der Nederlandsche vlag, op nieuw geschiedkundig onderzocht en nagespoord. Amsterdam, 1862, p. 74.
- ↑ "Een Geuzendicht", Java-bode, 21 maart 1894. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "De Brielsche feesten", Nieuwe Apeldoornsche courant, 19 februari 1899. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ D.G. Muller, De oorsprong der Nederlandsche vlag: op nieuw geschiedkundig onderzocht en ..., Amsterdam, 1862, p. 50 e.v.
- ↑ Jos Poels, NRC Handelsblad, "Rood-wit-blauw of oranje boven?", 28 april 2000. Geraadpleegd op 8 april 2013.
- ↑ "De Nederlandsche vlag", Algemeen Handelsblad, 19 februari 1899. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Er zullen weer vlaggen wapperen", Nieuw Utrechtsch dagblad, 21 augustus 1948. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Symbolen van Nederland en zijn Koninklijk Huis", Arnhemsche courant, 28 augustus 1948. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Nederland steekt zijn vlaggen uit", Het Binnenhof, 30 augustus 1948. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Oranje blanje bleu", De Gooi- en Eemlander : nieuws- en advertentieblad, 30 augustus 1923. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze Driekleur", De Telegraaf, 1 mei 1933. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- 1 2 3 4 5 "Rondom onze driekleur", Nieuwe Apeldoornsche courant, 20 juli 1935. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Rood-wit-blauw zal onze vlag zijn", Bataviaasch nieuwsblad, 8 maart 1937. Geraadpleegd op 20 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ Tijssen, Oranje-wit-blauwe prinsenvlag was eens nationale protestantse vlag. Reformatorisch Dagblad (30 oktober 2025). Geraadpleegd op 28 maart 2026.
- ↑ "De Driekleur", Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, 18 februari 1887. Geraadpleegd op 28 maart 2026. – via Delpher.
- 1 2 3 "De etiquette van het vlaggen", De Noord-Ooster, 28 augustus 1948. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Welke vlag steken wij uit?", De Zuid-Limburger, 28 augustus 1948. Geraadpleegd op 28 maart 2026. – via Delpher.
- 1 2 3 4 5 "De vlag van Nederland", De grondwet, 28 mei 1907. Geraadpleegd op 28 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Heeft Nederland wel een vlag?", Trouw, 14 februari 1987. Geraadpleegd op 28 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze nationale vlag", De Preanger-bode, 12 september 1923. Geraadpleegd op 28 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze vlag", Leeuwarder nieuwsblad : goedkoop advertentieblad, 24 januari 1936. Geraadpleegd op 28 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Rood-wit-blauw of oranje-wit-blauw?: deel II", Eindhovensch dagblad, 14 januari 1937. Geraadpleegd op 28 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Oom Barend streed in de tweede Engelse oorlog", Nieuwe Haarlemsche courant, 25 september 1954. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- 1 2 "De Nederlandsche vlag", Het Nederlandsche dagblad, 28 januari 1899. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "De Nederlandse vlag is de oudste nationale vlag ter wereld", Nieuwe Tilburgsche courant, 9 oktober 1954. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- 1 2 3 "Oefening kweekt kennis - Prof. J. H. Gunning Jr. over de Nederlandsche vlag", Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, 16 maart 1887. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ J.C. de Jonge, Geschiedenis van het Nederlandse zeewesen, deel 1. 's-Gravenhage, 1833, p. 242-247
- ↑ "Onze vlag Orange-Blanche-Bleu", Het vaderland, 2 september 1913. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Waar komt ons rood-wit-blauw vandaan?", Limburgsch dagblad, 31 december 1966. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- 1 2 3 "De vlag van ons volk", Volk en vaderland : weekblad der Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland, 10 december 1937. Geraadpleegd op 30 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "De Nederlandsche Vlag", Algemeen Handelsblad, 5 februari 1899. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Neerlands vlag", Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 14 december 1906. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ "Jaarvergadering A.R.K.O.", Limburger koerier : provinciaal dagblad, 6 september 1930. Geraadpleegd op 29 maart 2026. – via Delpher.
- ↑ L. van Aitzema, Zaken van Staet en Oorlogh, deel 3, p. 739
- ↑ De Nederlandsche vlag, in: Het Vaderland (1900).
- ↑ "Oranje-blanje-bleu", Middelburgsche courant, 30 augustus 1923. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Rood-wit-blauw of oranje-wit-blauw?: deel II", Eindhovensch dagblad, 14 januari 1937. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "O, schitterende kleuren", De Maasbode, 28 augustus 1923. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Gescande resolutie", Nationaal Archief, 14 februari 1796. Geraadpleegd op 17 mei 2026. – via GoetGevonden.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Citefout: Incorrect label
<ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam "Poels" - ↑ "De Nederlandsche vlag", Algemeen Handelsblad, 19 februari 1899. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Uw probleem ook het onze", Trouw, 21 november 1983. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze nationale vlag", De Preanger-bode, 12 september 1923. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze Driekleur", De Telegraaf, 1 mei 1933. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze Nationale Vlag", Soerabaijasch handelsblad, 23 september 1933. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "De Nederlandsche Vlag", De Telegraaf, 16 maart 1937. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ J.C. de Jonge, Over den oorsprong den Nederlandsche vlag. 's-Gravenhage, 1831, p. 73
- ↑ "Nieuwe Uitgaven", Algemeen Handelsblad, 21 juli 1900. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onder den Oranjeboom", Het nieuws van den dag, 21 december 1918. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "De Nederlandsche vlag", Het Nederlandsche dagblad, 28 januari 1899. Geraadpleegd op 8 april 2026. – via Delpher.
- ↑ J.C. de Jonge, Over den oorsprong den Nederlandsche vlag. 's-Gravenhage, 1831, p. 74-75
- ↑ Wet van 7 augustus 1806. De Nederlandse Grondwet (7 augustus 1806). Geraadpleegd op 14 april 2026.
- ↑ "Om de vaderlandse driekleur", Het Parool, 14 november 1947. Geraadpleegd op 14 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze Driekleur", De Telegraaf, 1 mei 1933. Geraadpleegd op 14 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze Nationale Vlag", Soerabaijasch handelsblad, 23 september 1933. Geraadpleegd op 14 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze nationale vlag", De Preanger-bode, 12 september 1923. Geraadpleegd op 14 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Symbolen van Nederland en zijn Koninklijk Huis", Arnhemsche courant, 28 augustus 1948. Geraadpleegd op 14 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Symbolen van Nederland en zijn Koninklijk Huis", Arnhemsche courant, 28 augustus 1948. Geraadpleegd op 23 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Nederlands vlag", Nieuwe Winterswijksche courant, 29 april 1965. Geraadpleegd op 23 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze nationale vlag", De Preanger-bode, 12 september 1923. Geraadpleegd op 23 april 2026. – via Delpher.
- ↑ "Waar komt ons rood-wit-blauw vandaan?", Limburgsch dagblad, 31 december 1966. Geraadpleegd op 23 april 2026. – via Delpher.
- ↑ De Prinsenvlag: Het hardnekkige symbool. IsGeschiedenis (Onbekend). Geraadpleegd op 23 april 2026.
- ↑ "O, schitterende kleuren", De Maasbode, 28 augustus 1923. Geraadpleegd op 3 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ "Onze vlag Orange-Blanche-Bleu", Het vaderland, 2 september 1913. Geraadpleegd op 3 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ "De vlag van Nederland", De grondwet, 28 mei 1907. Geraadpleegd op 3 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ "Rondom onze driekleur", Nieuwe Apeldoornsche courant, 20 juli 1935. Geraadpleegd op 3 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ "Het Nederlandsche volk en zijn vlag", De banier : staatkundig gereformeerd dagblad, 9 januari 1937. Geraadpleegd op 3 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ "De etiquette van het vlaggen", De Noord-Ooster, 28 augustus 1948. Geraadpleegd op 3 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ "Rondom onze driekleur", Nieuwe Apeldoornsche courant, 20 juli 1935. Geraadpleegd op 6 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ "Nationale driekleur vroeger oorzaak van felle strijd", De Gooi- en Eemlander, 22 maart 1962. Geraadpleegd op 6 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ "Ingezonden", Delftsche courant, 13 november 1863. Geraadpleegd op 6 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ Wilhelmina en De Minister van Staat, Minister van Koloniën, Voorzitter van den Raad van Ministers (19 februari 1937): Koninklijk Besluit nr. 93, Zell am See.
- ↑ ANP-bericht 24 februari 1937
- ↑ Bepalingen omtrent de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden.; Koninklijke boodschap, 1936-37,Kamerstuk 456, nr. 1 Tweede Kamer der Staten-Generaal
- ↑ 'Heeft Nederland wel een vlag?' - Trouw van 14 februari 1987
- ↑ "Nederlandsche driekleur geen partijvlag", De Tijd, 19 november 1940. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Wat verboden is", De Volkskrant, 3 maart 1941. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Bekendmaking", De grondwet, 3 mei 1941. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Het dragen van Oranje-inignes verboden", De standaard, 2 mei 1941. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "'40 data '45", Trouw, 27 april 1991. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Oranje is contrabande", De West, 28 mei 1941. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "De vlaggen uit tijdens de Sneek-week", Leeuwarder courant, 12 augustus 1941. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Kroniek van de stad", Nijmeegsch dagblad, 11 juni 1953. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ Stukken betreffende vlag, wapen en volkslied van Nederland, 1943.. NIOD (1943). Geraadpleegd op 9 juli 2026.
- ↑ "Nederland steekt zijn vlaggen uit", Het Binnenhof, 30 augustus 1948. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "De Koninklijke Standaard wordt voor het laatst gehesen", Provinciale Noord-Brabantsche courant Het huisgezin, 2 september 1948. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ The Netherlands - Kingdom of the Netherlands. CRW Flags (7 september 2024). Geraadpleegd op 9 juli 2026.
- ↑ "Vragen staat vrij", Volk en vaderland : weekblad der Nationaal-Socialistische Beweging in Nederand, 5 mei 1944. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Herdenking van Zwolle's bevrijding", Het vrije dagblad, 1 mei 1945. Geraadpleegd op 9 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ Citefout: Incorrect label
<ref>; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam "FOTW-Netherlands" - ↑ NEN 3055
- ↑ Vlaginstructie - Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden. Gearchiveerd op 11 oktober 2021. Geraadpleegd op 11 juni 2019.
- ↑ Ceremonieel & protocol - Ministeriële- en Defensie publicaties. Overheid. Gearchiveerd op 10 mei 2024. Geraadpleegd op 11 juni 2019.
- ↑ "Verwarring over rood-wit-blauw", Trouw, 12 maart 1960. Geraadpleegd op 10 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Nationale driekleur vroeger oorzaak van felle strijd", De Gooi- en Eemlander, 22 maart 1962. Geraadpleegd op 10 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Herdenking van Zwolle's bevrijding", Het vrije dagblad, 1 mei 1945. Geraadpleegd op 10 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Rood-Wit-Blauw of Oranje-Blanje-Bleu?", Bredasche courant, 26 mei 1945. Geraadpleegd op 10 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Rood-wit-blauw of Oranje-blanje-bleu?", Het vrije dagblad, 12 juni 1945. Geraadpleegd op 10 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ "Ook zuivering van de vlag", De nieuwe Nederlander, 7 juli 1945. Geraadpleegd op 10 juli 2026. – via Delpher.
- ↑ Zelfs bij PVV-demonstratie overwegen deelnemers een stem op Baudet | De Volkskrant. web.archive.org (7 april 2019). Gearchiveerd op 7 april 2019. Geraadpleegd op 10 juli 2022.
- ↑ Vlaams Belang schuift op naar Forum voor Democratie. De Groene Amsterdammer. Geraadpleegd op 10 juli 2022.
- ↑ Vlaginstructie, Rijksoverheid, 17 mei 2013
- ↑ Vlaginstructie bij herdenking slachtoffers Tweede Wereldoorlog op 4 mei 2020, rijksoverheid.nl, 17 april 2020
- ↑ Waarom zie je overdag al vlaggen halfstok hangen op 4 mei? En wanneer mag je de driekleur laten wapperen? | 5 vragen. dvhn.nl. Gearchiveerd op 3 mei 2024. Geraadpleegd op 2 juni 2024.
- ↑ Protesteren met omgekeerde vlag: 'Het is niet verboden'. RTL.nl (12 juli 2022). Geraadpleegd op 1 maart 2026.
- ↑ www.ensie.nl
- ↑ KNZRV - Vlag-etiquette
- ↑ Flag T.H. Eriksen & R. Jenkins, Nation and Symbolism in Europe and America. Abingdon, 2007, p. 23