Vleesvervanger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Vleesvervangers of vleesopvolgers zijn voedingsmiddelen die bedoeld zijn om de functie van vlees als maaltijdcomponent bij de warme maaltijd, of de functie van vleeswaren als snack of als broodbeleg, te vervangen. Dit kan worden gedaan vanwege de voedingsstoffen of om de 'hartigheid' of structuur van de maaltijd.

Vlees bevat met name eiwitten (proteine), en sporen van ijzer en vitamine B12. Als vervanger kunnen eiwitten uit planten, zuivel, vis, insecten, eieren of schimmels dienen. Noten, peulvruchten (met name sojabonen en kikkererwten), pinda's, paddenstoelen, eieren en kaas zijn veelgebruikte vervangers.

Gebruik[bewerken | brontekst bewerken]

Specifieke vleesvervangers worden onder meer gegeten door vegetariërs en veganisten, consumenten die minder vlees willen eten of vanwege religieuze onthouding zoals binnen de katholieke kerk[1]. De term is wat verwarrend omdat vlees geen noodzakelijk voedingsproduct is. Het woord veronderstelt dat een onderdeel uit het gangbare menu vervangen zou moeten worden. Beter is te spreken van een plantaardig of ander eiwitproduct. Vleesvervangers zijn ook kant-en-klaar te koop. In 2009 werd er in Nederland voor 62 miljoen euro aan vleesvervangers omgezet,[2] in 2020 was dat opgelopen tot 190 miljoen euro.[3]

Soorten[bewerken | brontekst bewerken]

In de Verenigde Staten hebben zevendedagsadventisten, die vegetarisme promoten vanuit hun geloofsovertuiging, grote invloed gehad in de ontwikkeling van vegetarische voeding. Denk hierbij aan de zevendedagadventist Dr. J.H. Kellogg (van onder meer de cornflakes) of producenten als La Sierra Foods en Worthington Foods. In 1922 werd TVP onder de naam 'Soy Bean Meat' in de staat Tennessee voor het eerst commercieel op de markt gebracht.[4][5] Zo werd TVP ontwikkeld door Ellen G. White, oprichtster van de Adventkerk in de Verenigde Staten.

Falafel, gefrituurde balletjes van kikkererwten en/of tuinbonen, worden in het Midden-Oosten al heel lang gegeten. Wanneer dit gerecht ontstaan is, is onduidelijk. Een aanname is dat het zo'n 1000 jaar geleden voor het eerst gemaakt is in Egypte, maar er zijn ook theorieën die zeggen dat het in de 6e eeuw ontstond op het Indisch subcontinent.

Nieuwer zijn vleesvervangers van zuivel (bijvoorbeeld Valess), schimmelculturen (bijvoorbeeld Quorn) of lupine (bijvoorbeeld Vivera). In de toekomst kunnen ook algen als eiwitbron gebruikt worden, die bestaan voor 50% uit eiwit. Er is al een vegetarische burger die deels bestaat uit algen. Ook is het denkbaar om delen van de suikerbiet die resteren na de suikerproductie als bron voor vleesvervangers te gaan gebruiken.

Vanaf begin 21e eeuw wordt geïnvesteerd in plantaardig vlees waarbij met voedingstechnologie gestreefd wordt om de smaak en structuur van vlees te evenaren met als doel de verkoop van dierlijk vlees te vervangen door plantaardig vlees.

Verkrijgbaarheid[bewerken | brontekst bewerken]

Een assortiment van kant-en-klare vleesvervangende producten is in vrijwel elke supermarkt en natuurvoedingswinkel te vinden. In Aziatische winkels hebben ze soms Aziatische vleesvervangers. Er bestaan ook gespecialiseerde vegetarische (web)winkels met een assortiment aan vleesvervangers.

Vaak betreft het imitaties van vleesproducten (burger, schnitzel, filet, balletjes), soms ook creatievere nieuwe producten (bijvoorbeeld rondo's en groenteschijven).[6] Naast vleesvervangers bestaan er ook een aantal merken die visvervangers maken.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]